Tagarchief: kwaliteit

Toezicht: ik stond erbij en ik keek ernaar.

ToezienDe afgelopen dagen leek het wel de week van het toezicht. Toezicht gaat het helemaal worden. Het tovermiddel om vallende banken te voorkomen. Maar er valt zoveel meer om op toe te zien. Een blik op het toezicht van de afgelopen week.

12 juli: De Inspectie voor de Gezondheidszorg verscherpt het toezicht op een thuiszorgorganisatie die te laks is met de medicatieveiligheid. De organisatie was al eerder op de vingers getikt, maar de inspectie constateert nog te weinig verbeteringen. Een voorbeeld van toezicht met maar half resultaat.

13 juli: In Druten krijgen twee vrijwilligers een bekeuringsbevoegdheid. Deze boa’s (bijzondere opsporingsambtenaren) gaan toezicht houden op de uiterwaarden om wildkamperen, illegaal vissen en het storten van afval op te sporen. Toezicht dat geen cent kost en toch geld (boetes) in het laatje brengt?

Diezelfde dag meldt de Arbeidsinspectie dat het toezicht op de examens van kraanmachinisten veel beter moet. De vakvereniging Het Zwarte Corps tilt er zwaar aan en is het met de Arbeidsinspectie eens. Niet dat de kraanmachinisten hun vak niet verstaan, zegt de vakvereniging, de examencommissie moet beter opletten. Ja, je moet het toezicht wel op de juiste plek houden.

14 juli: Naar aanleiding van de brand bij Chemie-Pack in Moerdijk is een onderzoek ingesteld naar de veiligheid bij andere bedrijven en twaalf vielen er door de mand. Uiteraard moeten er maatregelen volgen. Eén daarvan, jawel. is beter toezicht. Kwaliteitscriteria waaraan inspecteurs moeten voldoen worden in de wet vastgelegd en er moet elk jaar gerapporteerd worden over de naleving en handhaving bij alle grote risicovolle bedrijven. Het bericht vermeld niet wie daar dan weer toezicht op houdt.

De climax wordt bereikt op 16 juli, vandaag dus. Het toezicht op zwembaden blijkt hopeloos slecht. De toezichthouder van zendmasten vindt het werk bar ingewikkeld en staat er dan ook niet van te kijken dat onduidelijk is waarom de zendmast in Hoogersmilde is gesneuveld. En de toezichthouders bij woningcorporaties verdienen te veel. Daar zullen die twee vrijwillige toezichthouders  in de Drutense uiterwaarden wel jaloers op zijn.

Veel toezicht en veel niet in orde. Toezicht voorkomt dat niet. Is de vraag naar meer en strenger toezicht terecht? Meer toezicht betekent dat inspecteurs langere werkdagen gaan maken of dat er meer inspecteurs bijkomen.
Wat echt werkt is handhaving. Ook zo’n term die vaker opduikt. Toezicht zonder handhaving is hetzelfde als ‘ik stond erbij en ik keek ernaar’. Je ziet twee beren broodjes smeren en dan ben je dus al te laat. Hoe is het mogelijk dat die beesten met hun klauwen in de broodtrommel en koelkast konden komen? Is het toezicht op de Nederlandse dierentuinen echt zo beroerd?

Had men de orde in de dierentuinen strikt gehandhaafd, dan zouden die beren genoeg te eten hebben gehad. Bovendien zou de verlofregeling goed zijn nageleefd. Dan had je hooguit twee beren en een oppasser je broodjes zien smeren.
Als ik zo eens kijk naar de staat van Neerlands toezicht, schieten me zes kleine woordjes te binnen.

De beste werkvloer

Gladde werkvloer Valpartijen, douchebeurten overslaan, onbeschofte bejegening, fouten met de medicatie, het lijkt allemaal tot de dagelijkse praktijk op menig werkvloer van verpleegtehuizen te horen. En hoewel iedereen begrip heeft voor oorzaken als bezuinigingen, personeelstekort, slecht opgeleid en onervaren personeel, het hoort natuurlijk niet tot wat in goed Nederlands de ‘best practice’ wordt genoemd.

Klagen over bezuinigingen helpt niet. Dus is er een positievere insteek nodig. De komende dagen wordt er in Rotterdam aan gewerkt. Drie dagen lang komen deskundigen uit heel Europa bij elkaar om ideeën voor de
toekomst van zorg voor ouderen uit te wisselen. Een van de manieren om dat te doen is voorbeelden van “best practices’ te presenteren.

Nu zal een enkele zorginstelling, voor zover het werkrooster dat toestaat, wel een paar verpleegkundigen naar de conferentie sturen, maar je zult er vooral de managers en verplegingswetenschappers aantreffen. Een van hen zegt
op Medicalfacts.nl; “Verpleegkundigen moeten deel worden van de oplossingen van vergrijzingsproblematiek”. Het serieus nemen van de deskundigheid op de werkvloer, kan er toe leiden dat meer mensen voor een beroep in de zorg kiezen.

Nee, ik ga geen zuur stukje schrijven over dit soort congressen. Dat Klink’s ministerie van Volksgezondheid het evenement financieel mogelijk maakt en tegelijkertijd de werkvloer onder druk zet met bezuinigingen is wrang. Maar zelfs als er niet wordt bezuinigd, is werk altijd in ontwikkeling en is het goed om de praktijk te verbeteren.

De werkvloer is de ‘best practice’. Het dagelijks laboratorium, waar mensen oplossingen zoeken om de weerbarstige praktijk naar hun hand te zetten. Dat gaat zoveel vaker goed dan fout, dat ‘het publiek’ het heel gewoon vindt dat zaken op rolletjes lopen.
De ervaring van de werkvloer is goud waard. Daar moet op de juiste manier gebruik van worden gemaakt. Pas als een beroep op die ervaring wordt gedaan, om het als bezuinigingsinstrument in te zetten, is het natuurlijk te laat.

Het Rotterdamse congres laat wel zien, hoe het beter kan. De ervaring en deskundigheid van de mensen uit de praktijk, combineren met wetenschap van buitenaf. In de dagelijkse hectiek van het werk, heb ik vaak goede oplossingen, maar zie ook wel eens wat over het hoofd. Een objectieve kijk van buitenaf kan mij helpen. Zeker als je geholpen wordt door mensen die verstand hebben van leerprocessen of ergonomische toepassingen.

Eén puntje moet dan nog wel op de i worden gezet. Beleidsmakers en leidinggevenden moeten ook aan hun ‘best practice’ werken. Afscheid nemen van elke vorm van top-down organisatie. Om maar eens in het jargon te blijven: de ‘best practice’ moet van onderaf geïmplementeerd worden in organisaties en werkprocessen. Luisteren naar de werkvloer is een specialisme, dat ook tot 'best practice' mag worden verheven.
Zolang dat niet het geval is, zijn congressen als hier genoemd, verspilling van geld en human resources.

Geen verkeerde beddentekort

Geen verkeerde beddentekort Bijna 700 verpleegkundigen hebben de Consumentenbond laten weten dat patiënten regelmatig in een verkeerd bed worden gelegd. Als gevolg van het beddentekort.

Hoe gaat dat? Je moet naar het ziekenhuis voor een opname en op de afgesproken dag sluit je dus aan bij de rij die tot ver buiten de poort staat te wachten. Eindelijk binnen, is het een heksenketel. In de hal roept de portier door een megafoon: “Kanker naar hal 4, hart- en vaat naar hal 12, rokers naar buiten!”
Je schiet een witte jas aan en die zegt: “Wat zegt u? U komt voor een liesbreukoperatie? Juist, daar naar de lift, 8e etage en melden bij de balie”.
Daar aangekomen zegt een andere witte jas dat je helemaal niet op die afdeling moet zijn, maar “gaat u vast maar in bed 4 op zaal 5 liggen en u hoort zo meer”.
Afijn, vijf dagen later komt een arts i.o. binnen (“Ah! Ligt u hier!”) en vertelt dat het zaakje, wegens de overstelpende drukte, niet doorgaat en of je bij de opnamebalie maar een nieuwe afspraak wilt maken.

Komt dat voor? Ja. Niet in de overtreffende trap, zoals hierboven beschreven. Vandaag zou ik een liesbreukoperatie ondergaan. Geconstateerd in februari en de eerste opname zou eind juni zijn. Dat vond ik redelijk vlot, maar dat ging niet door. Drukte en zo, zei het ziekenhuis. Het werd dus vandaag.

Wegens de vakantie was het redelijk rustig in en rond het ziekenhuis. Na binnenkomst, om 11 uur, snel geholpen bij de intake en daarna was het wachten geblazen.
De middagsessie begint om 12 uur, maar het zou ook wel een uur of een of twee kunnen worden. “Kan ook vier uur zijn?”, vroeg mijn vrouw nog. “Neuh”, was het antwoord, “dat ook weer niet, maar ja, er kan altijd wel een spoedoperatie tussen komen.”
Op de zaal waar ik zou komen te liggen, was er nog geen bed voor mij. Ik dacht niet eens aan het beddentekort.

Awel, even naar buiten gegaan, even in het dagverblijf rondgehangen en ergens tussen 1 en 2 uur bleek het bed gearriveerd. Ondertussen gammel van de nuchterheid het bed bestegen om wat te dutten.
Rond drie uur kwam de chirurg i.o. aan het bed en deelde mee dat de ingreep vandaag niet door zou gaan. Er waren spoedoperaties tussen gekomen. Hij adviseerde meteen naar de opnamebalie te gaan om een nieuwe afspraak te maken. Een zorgzame verpleegster vroeg of ik dan wel een boterhammetje bliefde.

Was ik in een verkeer bed terecht gekomen? Nee, die toestand is mij bespaard gebleven. Maar de hele gang van zaken, inclusief rommelige voorlichting, kwam natuurlijk in het perspectief te staan van dat bericht van de Consumentenbond. Je zal maar hartpatiënt zijn en op het bed van de liesbreuklijder terecht komen. Je krijgt er gratis een depressie bij!

Het toeval wil dat de uitgestelde operatie vandaag in een ander ziekenhuis zou plaatsvinden, dan oorspronkelijk de bedoeling was. Zo was ik nu dan een paar uurtjes in het ziekenhuis, waar ik zo'n dertig jaar geleden ook lag, voor een paar weken onderzoek. Ik had aan de voorlichting, de procedures en het gigantische gebrek aan privacy geen beste herinneringen. Ik was dus wel nieuwsgierig hoe dat nu zou zijn, in een tijd waarin ziekenhuizen zich kwalitatief dienen te onderscheiden, onder druk van de inspectie en top-10 lijstjes in de media.

Op de genoemde punten was het nog steeds hetzelfde. Je moet zelf heel alert doorvragen, wil je weten wat er met je gaat gebeuren. Ook vond de intake plaats in de recreatiekamer, in aanwezigheid van andere patiënten. En tijdens het lange wachten, werd ik niet op de hoogte gehouden van de vertraging. Tot aan de receptionist en de kantinemevrouw was de informatieverstrekking wel erg kort en bondig, noch werd ik normaal aangekeken.
Bij de opnamebalie bleek dat de behandelende chirurg de komende drie weken op vakantie zou zijn en daarna stond zijn agenda al bomvol. Voorlopig heb ik dus nog tijd om ongehinderd te blijven bloggen

Het is dus wel degelijk vol in de ziekenhuizen. Althans, met afspraken, die telkens uitgesteld moeten worden. Beddentekort? Personeelstekort? Financiële efficiëntie (= zoveel mogelijk patiënten in zo kort mogelijke tijd)?
Ben ik nou bij toeval ervaringsdeskundige geworden? Gewoon de verkeerde dag, net dat ene verkeerde ziekenhuis? Of lag ik in een van die verkeerde bedden, waar er blijkbaar veel te veel van zijn?

Elektronische dossiers. Zijn we er klaar voor?

Elektronische dossiers.

ECD, EPD, EKD, EMD en EZD, allemaal elektronische dossiers waar gegevens van cliënten, patiënten, kinderen, medische gegevens en zorg in worden opgeslagen.

De grootste angst, en dus de meeste discussie, betreft de privacybescherming. Dossiers kunnen makkelijker aan elkaar worden gekoppeld, jan-en-alleman kan er in en digitale dossiers zijn gevoelig voor hackers. Knelpunten waar hopelijk technologie en gezond verstand een uitweg bieden.
Er is echter een ander probleempje dat verstrekkende vervelende gevolgen kan hebben.

Een pc kan makkelijk een hoeveelheid dossiergegevens bewaren, waar je tot nu toe al gauw een paar flinke kamers voor moest reserveren. Het invoeren en indelen van die gegevens gaat ook een stuk makkelijker. Da's maar goed ook, want wet- en regelgeving schrijft voor dat we omwille van de kwaliteit, transparantie en verantwoording van alles en nog wat moeten registreren, melden en rapporteren.

Dat gaat goed, tot het teveel wordt. “Tot op dit moment zijn alle dossiers ons even lief, maar in de toekomst gaan we ons meer richten op hoge risico’s”, zegt Bert Leufkens, voorzitter van het CBG (College ter Beoordeling van Geneesmiddelen).

Hij zegt dat naar aanleiding van de heparinecrisis. Heparine wordt gewonnen uit het darmslijm van varkens en wordt gebruikt bij het vervaardigen van geneesmiddelen bij nierdialyse en bepaalde operaties.
Begin dit jaar bleek dat er vervuilde heparine, afkomstig uit China, in westerse medicijnen zat. In Amerika leidde dat tot zeker 246 doden, hier kregen zo'n 50 mensen de verkeerde heparine binnen, maar bleven in leven.

Dat laatste is onder andere te danken aan vergaande controlesystemen en een goed opererend crisisteam dat na de eerste alarmerende berichten uit Amerika, de juiste maatregelen nam. Opmerkelijke passage uit het artikel over deze kwestie op Medisch Contact: “De producent van de grondstof staat in het registratiedossier. Dat deel is echter niet openbaar. Een arts kan niet kiezen voor heparine van eigen bodem, die onder beter toezicht staat, van Westerse autoriteiten.
Het CBG en de inspectie hebben deze informatie wel. Als een fabrikant kiest voor een andere grondstofleverancier, moet hij daarvoor toestemming vragen bij de geneesmiddelenregistratieautoriteit en controles uitvoeren. Dit gebeurt echter achter de schermen. Voor een arts is niet openbaar wanneer dit gebeurt en wie de oude of de nieuwe leveranciers zijn”.

Je zou zeggen: open gooien die dossiers. Maar die moeten dan wel heel goed inzichtelijk ingericht zijn. Anders wordt het zoeken naar een speld in een hooiberg. En daar de voorzitter van het CBG al aangaf dat het ondoenlijk wordt alles bij te houden, zouden de dossiers akelig onvolledig kunnen worden.

In de medische wereld is men zich terdege bewust van de risico's die massa's informatie en/of onvolledigheid met zich meebrengen. Terwijl de overheid snel het EPD (electronisch patiënt dossier) op poten wil hebben omdat men het een goed instrument vindt bij het aantal medische missers terug te dringen, trappen huisartsen op de rem. Ze willen eerst zeker zijn dat het systeem goed werkt en dat de gegevens kloppen.

Die zorg is terecht. De verantwoordelijke minister weet niet eens hoe ver de ziekenhuizen zijn met het invoeren van de papieren gegevens in de digitale versies. Ondertussen groeit de berg informatie. In België kwamen er in één jaar tijd een kwart miljoen patiëntendossiers bij. Dat komt ook omdat daar elke burger aan zijn huisarts kan vragen een GMD (Globaal Medisch Dossier) aan te leggen. Artsen krijgen daar een vergoeding voor en sommige critici zien hierin een lucratieve bijverdienste voor de dorpsdokter.

De uitspraak van de voorzitter van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (“tot op dit moment zijn alle dossiers ons even lief, maar in de toekomst gaan we ons meer richten op hoge risico’s”), lijkt geruststellend. De hoge risico's worden gemonitored. Maar wat te doen met de rest van het dossiers? Negeren, omdat men geen mensen genoeg heeft alle informatie te screenen?
En hoe zou een huisarts of jeugdhulpverlener de beschikbare dossiers doorspitten? Dat meer informatie bij elkaar komt is mooi, maar ook veel en één belangrijk zinnetje is zo over het hoofd gezien.

Dat kan ook gebeuren met papieren dossiers. Maar juist omdat een elektronisch dossier de potentie heeft alles makkelijker te maken, verdient dit punt aandacht.
Zo'n digitaal dossier kan ook voorzien worden van waarschuwingssignalen om de deskundige te alerteren. Het kan veel handiger worden ingericht zodat men met een paar muisklikken bij de juiste informatie komt.

De vraag is dus: hoe snel moeten de elektronische dossiers werkelijkheid worden? Zijn we er al klaar voor of moeten we wachten tot alle knelpunten zijn opgelost?

Zegt u het maar in onderstaande poll en geef uw toelichting met Jouw reactie.