Tagarchief: ontwikkeling

Rutte's Europese Norm.

EU bijdrage Iedereen zal er iets van merken, sprak Rutte toen hij zijn bezuinigingen aankondigde. Met iedereen bedoelt hij ook Europa. Rutte wil de Nederlandse bijdrage aan de Europese samenwerking verlagen. Dankzij zijn peetoom Zalm, hoeft Nederland nu 1 miljard euro minder te betalen, dan volgens de regels eigenlijk zou moeten. Rutte wil die korting ook in 2012 houden er nog 1 miljard extra uitslepen.

Het is een aardig bedrag dat wij aan Europa betalen. Ondanks die korting behoort Nederland tot de grootste nettobetalers. Nederland betaalt aan de Europese samenwerking, maar krijgt er ook wat voor terug. Blijkbaar zo weinig dat we tot de grootste nettobetalers horen.
In 2005 probeerde Zalm nog met een trucje de bijdrage omlaag te krijgen. Om aan te tonen dat we veel te veel betalen, rekende hij de invoerheffingen mee. Sinds 1984 moeten die ook in de Europese kas worden gestort. Maar dat mag niet meetellen om de hoogte van de bijdrage te berekenen. Toch wist hij de 1 miljard korting gedaan te krijgen.

De PVV maakte zich er ook al druk om. Per burger zouden we jaarlijks ruim 266 euro betalen. De toenmalige staatssecretaris van Economische zaken, stelt dat de PVV geen rekening heeft gehouden met de korting, maar dat we dan nog altijd 206 euro per burger bijdragen. De staatssecretaris vindt dat we ook rekening moeten houden met de voordelen die Europa ons biedt. Wat zijn dan die voordelen?

Een van de zaken die de Europese samenwerking wil bevorderen is een soepele interne markt. Vlot handelsverkeer, zonder al te veel bureaucratische en belastingtechnische drempels. Nederland is een van de grootste im- en exportlanden en profiteert daarom meer van de Europese maatregen dan andere landen. Volgens het CPB kan het voordeel zelfs oplopen tot 1812 euro per burger. Volgens Willem Vermeend, tussen 1994 en 2002 staatssecretaris en minister geweest, levert de samenwerking en de euro zelfs een voordeel van 2000 euro per burger op.

Nu zijn dat berekeningen van hartstochtelijke voorstanders van de Europese samenwerking. Ze zullen ongetwijfeld minder hartstochtelijk reageren als de burger dan zou zeggen: mooi, stort dat voordeel dan maar op mijn bankrekening. Zien doet geloven.
De burger merkt misschien nog het meest wat van de vestzak-broekzak financiering. Nederland krijgt uit de Europese pot geld voor structuurfondsen. Ofwel: we storten wat op de Europese rekening, om daar dan wat van terug te krijgen in de vorm van subsidies om regio’s op te pimpen of allerlei belangwekkende projecten te financieren.

Nederland krijgt nu (periode 2007 – 2013) € 1.907 miljoen aan structuurfondsen. Daarvan is € 1.660 miljoen bestemd voor regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid en € 247 miljoen voor samenwerking tussen alle landen en regio’s in de Europese Unie.
Die subsidies krijgen we alleen als we ook zelf wat bijdragen. Niet alleen als overheid, maar ook private bijdragen tellen mee. Afhankelijk van het doel moet er 25 tot 50 procent van de subsidiabele kosten worden bijgedragen (meer hierover in het Nationaal Strategisch Referentiekader, pdf!).

En zo kregen we € 1.4 miljoen uit het Europees Fonds om
Panorama Mesdag op te knappen. Voor een vitaal platteland cashten we € 80.000,- EU-subisidie voor een speeltuin te Hoogezand en een molen in Kolham. Het arme Noorden heeft in de afgelopen jaren 17,5 miljoen overheidssubsidie en 4,8 miljoen private bijdragen gecollecteerd voor het plattelandsontwikkelingsprogramma Hoogeland. Europa doneerde ruim 22 miljoen.
In 2007 kreeg Urk € 167.400 voor een barramundikwekerij. Provincie en gemeente dokten € 192.587 voor deze bijna graatloze vis. Ruim 1 miljoen euro ging naar water in historische stadscentra. Daar profiteerde Breda van, mede gesteund door € 412.000 van het ministerie van VROM.

Er wordt heel wat mogelijk gemaakt met Europese subsidies. Voor boeren, MKB’ers, regio’s, steden, dorpen en veel wetenschappelijk werk. De voorbeelden hierboven steunen op ruim 23 miljoen EU-gelden. Maar de bijdragen van rijk, provincies, gemeenten en private partijen bedroegen grofweg 22 miljoen euro. In totaal 45 miljoen, waarvan we dus eerst een deel in de EU-kas moeten storten en alleen terugkrijgen als we nog een keer de portemonnee trekken.

Je zou zeggen dat Rutte nog veel te lafhartig is met het bedelen om een korting van 2 miljard. Maar afspraken zijn afspraken. Ook in international verband. Van de Europese samenwerking komen we niet zomaar af. In de huidige context betekent Rutte’s voorstel, dat we het risico lopen nog minder te besteden hebben aan levendige plattelanden of innovatieve viskwekerijen.
Rutte wil gewoon geen vitaal Nederland. We zullen en moeten er iets van merken.

Scheppen en knutselen.

Scheppen en knutselen Aanstaande dinsdag, 10 november houdt de Unesco weer de World Science Day for Peace and Development. Ofwel: een dag om te laten zien wat wetenschap bijdraagt aan een vreedzame en duurzame wereld (lees hier meer).
Dit jaar in het teken van de astronomie. Heel goed, je moet verder kijken dan je neus lang is. Of het wat oplevert? Ach, Jules Deelder dichtte al: het heelal, hoe verder men keek, hoe groter het leek.

Er zijn fraaie lijstjes van wat wetenschap ons aan moois heeft gebracht. De populaire overzichten halen wetenschap en knutselarij vaak door elkaar. Toevallig gevonden uitvindingen en diep doorwrochte vondsten, van de uitvinding van het vuur tot Einsteins’s relativiteitstheorie. Van de Romeinse waterwerken tot de waterkoker. Van Archimedes’ badkuip tot Niels Bohr’s atoommodel.

Het is prachtig om de
zeventig belangrijkste uitvindingen uit de oudheid eens op een rij te zien. Brian Fagan verzamelde ze en dat het vuur de Romeinse badhuizen mogelijk maakte, dat er onder stenen gereedschap ook al een naald met oog met viel, het laat zien dat één ontdekking grote gevolgen kan hebben.
Eigenlijk is het niet meer dan onderzoeken wat we met water, vuur en aarde kunnen. Geen idee wat de Romeinen zelf vonden van hun watersystemen en badhuizen, maar de moderne mens vindt nu de wc wel de belangrijkste uitvinding der mensheid. Het oeroude kleitablet is dik vergeten en nu staat de computer glansrijk tweede op de lijst van belangrijke uitvindingen (zie Trouw over een onderzoekje van BBC Focus magazine, uit 1997).

Hebben we dat aan wetenschappers, scheppers of knutselaars te danken? De uitvinder van boiler zou zonder Isaac Newton misschien nooit tot zo’n apparaat zijn gekomen. De techneuten die de kerncentrale bedachten, zouden zonder Niels Bohr nooit zover zijn gekomen. John Simmons kwam in 1997 met een
top 100 van wetenschappers, waar Newton, Einstein en Bohr de top drie vormen. De oude Griek Archimedes sluit de rij op de laatste plaats. Maar zouden we zonder zijn “eureka!” mammoettankers hebben gehad?

Uiteindelijk gaat het om de praktische toepassing van wetenschappelijke theorie. Klopt die theorie niet, of is de theorie te beperkt, dan krijg je falende toepassingen. De ontwikkeling van vuur naar Romeinse badhuizen en de hedendaagse centrale verwarming, heeft zich zonder de theoretische modellen van fysici nooit kunnen voltrekken. Het heeft comfort opgeleverd, maar ook de moderne ongemakken op gebied van milieu, waterbeheersing en klimaatperikelen.
De pijl en boog heeft zich ontwikkeld tot geavanceerde, computergestuurde raketten. De oorlogen zijn er niet minder mee geworden, noch doeltreffender. Mijns inziens allemaal het gevolg van teveel geknutsel met wetenschappelijke vondsten.

Rechtvaardigt die conclusie de keuze van de Unesco onze aandacht dit jaar maar eens op de sterren te focussen? In het aardse hebben we het niet gevonden, dus dan maar de lucht in?
Je weet maar nooit. In ieder geval is tot wetenschappers al lang doorgedrongen dat grensoverschrijdende wetenschap nodig is om een duurzame wereld in vrede te bereiken. Wetenschappers moeten ook buiten hun vakspecifieke kaders kunnen treden en samenwerken.

De nieuwe Archimedesen wentelen zich niet langer alleen in het water van hun eigen badkuip. Zal dat dè duurzaamste en meest pacificerende ontdekking aller tijden opleveren?
Dat zal afhangen van de vragen die tot nieuwe exploratie leiden. Je kunt concluderen dat de ontdekking van het vuur tot veel goeds en zeker tot veel kwaads heeft geleid. Dan zou een belangrijke vraag kunnen zijn: kunnen we zonder vuur?

Twee vragen tot slot.
Moeten de knutselaars zorgvuldiger omgaan met de wetenschappelijke theorieën? En: welke belangrijke vragen moet de wetenschap als uitgangspunt nemen voor de toekomst?

Nederland geen ontwikkelland

Nederland geen ontwikkelland

Je kent die meneer misschien wel, die in een reclame voor een afwasmiddel de vuilste vaat zoekt. Daar gaat-ie mee in een laboratorium aan de slag en vol trots weten hij en zijn collega's een nog beter afwasmiddel uit te vinden. Die meneer doet aan O&O. Onderzoek en ontwikkeling, ook bekend als R&D: Research and Development.

In Nederland is bijna 10 miljard euro gespendeerd aan O&O. Lijkt veel, maar hoe dacht je dat we anders tot al die nieuwe en vernieuwde producten komen?
Een koffiepruttelaar hadden we al en als het moet weten we zelfs nog ouderwets koffie met de hand te zetten. Toch wist de afdeling R&D van Philips nog met een koffiezetter te komen, die insloeg
als een bom.

De bedrijvensector gaf in 2007 circa 6 miljard euro uit aan R&D, meldt het CBS (pdf!). De industrie neemt daarvan 4,5 miljard voor haar rekening. De overige 4 miljard wordt dus door de dienstensector uitgegeven aan onderzoek en ontwikkeling. Nederland neemt binnen Europa, daarmee een gemiddelde positie in en blijft achter de koplopers Zweden en Finland. Op wereldniveau blijkt China een R&D-topper.

Het CBS meldt ook dat drie kwart van de bedrijven in Nederland niet vernieuwend zijn geweest. Ruim de helft van die groep heeft daar geen behoefte aan. De anderen wel, maar wegens gebrek aan gekwalificeerd personeel en financiën is het bij die bedrijven niet van de grond gekomen.

De overheid financiert een derde van alle onderzoek en ontwikkeling. Bij het aantreden van kabinet Balkenende was een innovatieve, concurrerende en ondernemende economie. Één van de pijlers van het uitgezette beleid.
In het
Beleidsprogramma 2007-2011 werden doelen gesteld, waarmee Nederland een sterk innoverende natie moet worden. Meer en meer excellente hoger opgeleiden, versterking van de internationale reputatie van Nederlandse wetenschappelijke instellingen en onderzoekinstellingen, Nederland aantrekkelijk maken voor kenniswerkers en het innovatief vermogen van de Nederlandse economie versterken.

De belastingbetaler hoeft niet te vrezen dat zijn geld wordt gestoken in de ontwikkeling van nieuwe luchtverfrissers en afwastabletten. Het kabinet wil “kennis en innovatie koppelen aan de oplossing van maatschappelijke vraagstukken“. Bijvoorbeeld door te investeren in innovaties in de zorg en ontwikkelingen die bijdragen aan de klimaatverandering.

Toch is het gek dat er relatief zo weinig in ontwikkeling wordt gestoken. Stilstand is achteruitgang, is immers één van de motto's waarmee de economie draaiende wordt gehouden. Geloven bedrijven, organisaties en overheid er soms niet genoeg in? Als dat zo is, kan die 10 miljard euro beter in andere zaken worden gestoken. Half werk schiet ook niet op.

Die 10 miljard is waarschijnlijk de limiet in het gezamenlijke budget is. In dat geval zou er wat scherpere voorwaarden gesteld kunnen worden, hoe dat geld wordt besteed. Ploffende Senseo's, wasmiddelen met een geurtje, frisdranken waarmee je je tanden kan poetsen, fruit dat zowel een appel als een peer is, allemaal reuze geinig. Maar tevens produkten die kennis en innovatie opslokken, die we op andere gebieden broodnodig hebben.

Een schone taak voor de overheid om dat wat te sturen? Nu de crisis nog voortsuddert, liggen er toch kansen. Bedrijven die werktijdverkorting gesubsidieerd krijgen, zouden hun onderzoekers en ontwikkelaars kunnen uitlenen aan projecten die sleutelen aan innovaties ten behoeve van de zorg, milieu en energievoorziening. En de salarissen bij dat soort projecten zou veel aantrekkelijker moeten zijn, dan het loon wat die meneer van de afwastabletten krijgt.

Dat kost wat, maar nu is een deel van die 10 miljard weggegooid geld, omdat er te weinig over is om de ontwikkeling maatschappelijk belangrijke innovaties zodanig te bekostigen, dat ze een duurzame kans van slagen hebben.