Tagarchief: openbaarheid

Gedragscode voor geheime releaties

stemmenGemeenten doen er goed aan om een bestuurlijke gedragscode te ontwikkelen voor liefdesaffaires in het gemeentehuis“. Zo citeert Binnenlands Bestuur hoogleraar Kaptein, deskundig op het gebied van bedrijfsethiek en integriteitsmanagement.

De hoogleraar zal het goed bedoelen, maar het artikel suggereert dat het vooral om geheim liefdesleven gaat. Vreemdgaande ambtenaren en politici doen er verstandig aan dit zo snel mogelijk aan de grote klok te hangen.

Het probleem met geheime relaties is dat ze toch vaak uitlekken. Het publiek neemt de betrokkenen de  geheimhouding kwalijk en heeft geen vertrouwen meer in de integriteit van de stiekem verliefde politicus. Dat is de strekking van het artikel.

Het is een delicate kwestie, want het gaat ook nog eens om meer dan een intieme verstrengeling. Een wethouder die het met een politiecommissaris doet. Een burgemeester die met een subsidieaanvrager onder tafel rommelt. Een coalitiepartner die met een lid van de oppositie speelt. (uit privacyoverwegingen zijn de voorbeelden anoniem gehouden en “at random” door elkaar geschud).

Maar wat moet de voorgestelde gedragscode dan inhouden? Zodra je in het geniep je man of vrouw bedriegt, een persconferentie beleggen en de zaak opbiechten?

In het artikel wordt ook de VVD-burgemeester van Alphen aan den Rijn geciteerd, die wegens de partijdiscipline moet zeggen dat alweer een gedragscode haaks staat op de vermindering van de regeldruk, maar wel “snelle openheid van de geliefden bepleit”.

Ik weet niet hoe lang mensen over doen voor ze hun overspeligheden kenbaar maken aan hun vaste partner, maar ik ga er vanuit dat het in de meeste gevallen toch enige tijd duurt. Zodra het wordt opgebiecht, gaat het in veel gevallen ook fout. Dat wil zeggen: voor de vaste relatie.
Heeft dat ook te maken met de geheimhouding? Ik denk het niet. De gehele affaire wordt kwalijk genomen en de koffers kunnen worden gepakt.

Dat zal bij politici niet veel anders gaan. Eén verschil met “gewone” burgers: ze moeten ook hun bestuurlijke relatie opzeggen.
Maar waarom zou een ongetrouwde politicus, die stelselmatig liegt minister-president mogen blijven en een moet een wethouder opstappen die zijn bestuurlijke zaakjes prima op orde heeft, maar een amoureuze misstap maakt?

Openbaarheid van bestuur is een groot goed. Het ontbreekt er nog genoeg aan, maar die openbaarheid moet alleen de bestuurlijke zaken betreffen. Iemand die met de onkostenvergoeding rommelt mag meteen vertrekken. Iemand die weigert antwoorden van volksvertegenwoordigers te beantwoorden, hoort niet langer in functie te blijven. Iemand die in het geheim coalities smeed, zou niet door het electoraat vertrouwd moeten worden.

Maar iemand die zijn bestuurlijke plicht volstrekt verantwoord uitvoert, zou op moeten krassen omdat hij of zij verzwijgt de  hormonen niet in toom te kunnen houden? Kom zeg, zo’n crisis moeten we niet groter maken dan het is.

Het achterkamertje open voor publiek.

cc Flickr Minister-president’s photostreamRutte, Verhagen en Wilders gaan het de komende dagen over ons hebben. Traditiegetrouw gebeurt dat achter gesloten deuren. Ze sluiten zich op in het Catshuis. Als je het over anderen wilt hebben, kun je daar geen pottenkijkers bij gebruiken natuurlijk.

Ze gaan het niet over ons, maar over cijfertjes hebben? Jawel, en de cijfertjes die het illustere trio op hun rij zet, bepalen hoe ons leven de komende tijd er uit gaat zien. Toen Rutte I in oktober 2010 aan het werk toog, waren er 394 duizend werklozen. In januari van dit jaar waren er 487 duizend werklozen. Zo’n 93 duizend mensen hebben dus ervaren wat het voor hen betekent als het kabinet het over cijfertjes heeft.

En dan hebben we het maar niet over de duizenden mensen wiens koopkracht achteruit is gegaan. Of de duizenden mensen die hun bibliotheken, buurthuizen, kinderspeelplaatsen of zwembaden zagen verdwijnen. Het is maar een greep uit de vele gevolgen van Ruttes cijfertjes.

Ondertussen speculeren de media wat de heren zullen doen. Wie sluit welke compromissen? Hoe groot zullen de volgende bezuinigingen zijn? Zodra dat bekend is, volgen de analyses, die grotendeels ook speculatief zullen zijn. Omdat de heren er erg goed in zijn niet het achterste van hun tong te laten zien.

Er is maar één manier om zelf een onafhankelijk oordeel van de besprekingen te maken: we moeten er zelf bij kunnen zijn.
Bij andere democratische vergaderingen is dat heel gewoon. De Tweede Kamer kent de publiek tribune en plenaire vergaderingen worden ook rechtstreeks uitgezonden. Ook sommige commissievergaderingen zijn online direct bekijken.

De Eerste Kamer kent ook een publieke tribune, maar geen online optie. Commissievergaderingen zijn niet openbaar.
Bij Provinciale Staten en gemeenten is de openbare toegankelijkheid wisselend. Raadsvergaderingen zijn altijd openbaar, maar de vergaderingen van Gedeputeerde Staten en colleges van B&W weer niet. Wel is het in toenemende mate mogelijk vergaderingen van PS en gemeenteraden live te volgen.

Kortom: de geïnteresseerde en betrokken burger heeft aardig wat mogelijkheden met zijn neus boven op besluitvorming te zitten. Grote uitzonderingen: de ministerraad en bijeenkomsten zoals die de komende week plaats zullen vinden.

Het kabinet gaat over het landsbelang en moet uitermate belangrijke beslissingen nemen. Je kunt je voorstellen dat de concentratie te lijden heeft onder continu flitsende en zoemende camera’s. En stel je voor dat eventueel aanwezig “volk” gaat zitten morren. Als Rutte elke keer de zaal tot orde moet roepen, komt er van regeren weinig terecht.

Maar daar zijn twee elegante oplossingen voor. De vergaderzaal kan met een geluidswerende glazen wand worden afgescheiden. En de beste oplossing is natuurlijk een live online registratie.

We hebben er recht op te weten wat er over ons wordt beslist. En ook: hoe er over ons wordt beslist. Tenslotte kijkt Big Brother-overheid op steeds meer manieren naar ons.  Het is wel zo democratisch en transparant, dat wij het recht krijgen terug te kijken.
Alle achterkamertjes openbaar!

WOZ-waarde openbaar

BekochtStaatssecretaris Frans Weekers hoopt dat minder mensen een bezwaar zullen indienen tegen de bepaling van de WOZ-waarde van hun huis, als informatie hierover openbaar en makkelijker toegankelijker wordt.

Bij ons in de buurt is de WOZ-waarde al jaren openbaar. Elk jaar, als de ozb-aanslag in de brievenbussen valt, vraagt elke buur:aan de ander: is-ie bij jou ook zo hoog? We kijken nog eens naar onze huizen, we kijken nog eens naar de aanslag en dan kijken we elkaar aan. In ieders ogen valt te lezen: hoe komen ze erbij?

Dat gaat de staatssecretaris dus uitleggen. Hijzelf niet, maar de bedoeling is dat we zelf mogen neuzen in de gegevens van andere woningen. Maar als de staatssecretaris denkt dat er zodoende minder bezwaarschriften komen, met welke woningen kunnen we de onze dan vergelijken? Als ik de waarde van ons huis vergelijk met een villa in Bloemendaal, ja, dan krijg ik bijna medelijden met de eigenaar. Zou ik dan ook denken: het valt wel mee, ik stuur dus geen bezwaar?

Ik denk dat onze buurt komend jaar massaal bezwaar zal indienen. Dat is niet eerder vertoond. De landelijk trend is juist dat er elk jaar minder bezwaren worden ingediend. Adviesbureau Thorbecke houdt dat al sinds 2000 bij met de bezwarenmeter. In 2009 stond de teller nog op 2,39 procent bezwaren. In 2011 was het gedaald tot 2,04 procent. Ongeveer de helft van de bezwaarmakers krijgt nog gelijk ook. De staatssecretaris wil natuurlijk naar nul procent.

Dat kan. Een kleine wijziging in de Woz-wet zou heel wat bezwaren weg kunnen nemen. De peildatum voor de waardebepaling ligt namelijk een jaar voor de aanslagen worden opgesteld en verstuurd. U begrijpt het al: de woningen zijn ondertussen minder waard geworden.
De overheid hoeft alleen maar het CBS te raadplegen. De waarde van koopwoningen is gemiddeld 3 procent gedaald. Dat kunnen de gemeenten dus alvast in mindering brengen.

Het kabinet besloot de crisis- en herstelwet permanent te maken. Met deze wet kunnen allerlei regelingen aangepast of opzij worden gezet. Misschien moet staatssecretaris Weekers deze kans maar aangrijpen om de peildatum voor de WOZ-waarde meer naar de actualiteit te verleggen.

De gemeenten en de belastingdienst lopen dan wel wat inkomsten mis, maar wie weet helpt het de woningmarkt weer een beetje in beweging te krijgen. Veel burgers moeten al aardig wat inleveren en wie koopt er nou een woning, waarvoor hij een te hoge WOZ-aanslag krijgt?

Verenigde geheime gemeenten.

VNGDe VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) zijn niet verplicht te voldoen aan de Wob (Wet openbaar bestuur). Dat besliste vandaag de Raad van State.

Aanleiding was een zaak van journalist Brenno de Winter tegen de VNG. De journalist had een wob-verzoek gedaan om stukken te krijgen over een actieplan voor een open-ict bij de overheid. De VNG wilde die stukken niet prijsgeven. Terecht, stelt de Raad van State, omdat de VNG geen bestuursorgaan is. De journalist moet maar bij gemeenten zelf proberen de informatie te achterhalen.
De Winter legt zich daar niet bij neer en gaat de zaak nu voorleggen aan het Europees Hof in Straatsburg (meer op Webwereld.nl).

Strikt juridisch zal de Raad van State gelijk hebben, dat een vereniging niet Wob-plichtig is. De VNG vertegenwoordigt wel de gemeenten. Lang niet altijd naar tevredenheid van haar leden, zoals is gebleken bij de ondertekening van het bestuursakkoord. De VNG komt wel op voor de gemeenten die de Wob maar een dure aangelegenheid vinden. Als een burger om beleidstukken vraagt, zou de gemeenten daar een vergoeding voor mogen vragen. Een standpunt dat door de rechter is veroordeeld en door minister Donner wordt ondersteund, die de Wob het liefst ontmanteld ziet.

Er valt wel iets af te dingen aan de uitspraak van de Raad van State. De journalist probeert waar dan ook beleidsstukken te pakken te krijgen. Maakt het wat uit waar die stukken zich bevinden? Deze uitspraak zet de deur open om stukken over te hevelen van het gemeentearchief naar een kast op het kantoor van de VNG. Straks moet er nog geprocedeerd worden of het beheer van documenten wel fatsoenlijk is geregeld.

De VNG is een club waar gemeenten ook gezamenlijke afspraken maken. De meesten daarvan zijn bij de VNG wel terug te vinden in publicaties op de website. Maar als gemeenten bepaalde informatie nog onder de pet willen houden, kan dat dus bij de VNG. Zo wordt het onmogelijk mee te denken en te praten over bestuursontwikkelingen.
Stel dat de burgemeesters een rapport opstellen voor het kabinet over een nieuwe rol voor hun ambt, en men besluit het stuk een tijdje geheim te houden, dan zou het toch mogelijk moeten zijn zowel bij kabinet als bij het Nederlands Genootschap voor Burgemeesters zo’n rapport op te vragen? Dat laatste is nu onmogelijk gemaakt door de Raad van State.

Datamining: verborgen schatten en valkuilen.

Datamining Zoekt en gij zult vinden. Het credo van datamining, het engelse woord voor spitten. Spitten in gegevens en gebeurtenissen. Met als doel er nuttige conclusies uit te trekken. Schatgraven in grote hoeveelheden informatie. Het geeft inzicht in wat er gebeurt. Het kan helpen antwoorden te geven op vragen als: waarom gebeurt iets of wat is er nodig om gebeurtenissen een andere wending te geven. Is datamining het ultieme hulpmiddel voor de maakbaarheid van de wereld?

Tussen 2002 en 2005 zond de NCRV de Amerikaanse
politieserie The District uit. Daarin stuurde hoofdcommissaris Jack Mannion zijn mensen aan met nieuwlichterij: CompStat. Een computerprogramma dat de criminaliteit in Washington in beeld bracht en waarmee Jack Mannion precies wist waar hij zijn korps op af moest sturen. Datamining om criminaliteit aan te pakken.

Het is 2010. Wikileaks stort een immense hoeveelheid data de wereld in: cablegate. Berichten die Amerikaanse diplomatieke diensten opstelden en waar heel de wereld nu in kan graven om daar conclusies uit te trekken. De Amerikaanse overheid had
de conclusie al klaar: die informatie brengt levens in gevaar. Anderen menen dat met de openbaarheid van deze informatie de ware aard van de Amerikaanse diplomatie geduid kan worden.

Nu het met zoekmachines betrekkelijk snel en eenvoudig informatie vergaren is en met uitgekiende software het even betrekkelijk eenvoudig wordt verbanden te leggen, wordt datamining steeds meer een instrument om beleid te ontwikkelen. Stop de data in
een beslissingsboom en de computer schotelt je een aantal oplossingen voor. Hou het gedrag van winkelend publiek bij en een supermarkt weet hoeveel bier het op vrijdag in voorraad moet hebben. Of bekijk de ongevallenstatistieken in de winter en je weet hoe druk het op de spoedhulp gaat worden en welke letsels het meest behandeld zullen worden.

Dat is allemaal heel praktisch en tamelijk onschuldig. De hoeveelheid data is echter zo groot dat het nog een hele kunst is ze ook goed te interpreteren en te gebruiken. Niet alleen moeten de data zelf juist en volledig zijn, de vraag is ook of die interpretaties en dat gebruik net zo neutraal zijn als de koele cijfers op zich. En zelfs als dat allemaal in orde is, wat doe je er dan mee?
Op mijn werk sla ik de manager om zijn oren met groeiende bezoekersaantallen, data over de hoeveelheid en aard van incidenten. Met als doel een kwantitatieve en kwalitatieve bezetting van het personeel te eisen, om de veiligheid van collega’s en cliënten te waarborgen. De manager slaat terug met onderzoekscijfers die aantonen dat veiligheid in veel gevallen vooral een gevoel is en niet op werkelijke onveiligheid berust. Datamining als strategisch middel. Resultaat? Er verandert niets aan de personele bezetting. Of jawel, er wordt bezuinigd op personeel.

In de discussie over het klimaat gaat het er nog bonter aan toe. Data vliegen over en weer om aan te tonen dat de menselijke factor wel of niet relevant is voor de klimaatverandering. Hier moet dus eerst de opinie over de relevantie van data worden uitgevochten. Wie zich het rapport van de
Club van Rome herinnert, weet dat de wereldwijde schok die deze gegevens veroorzaakte wel tot enig besef leidde over een ander rentmeesterschap over de aarde, maar dat we nu nog ver verwijderd zijn van definitief afdoende oplossingen.

Zolang de valkuilen van schatgraverij niet zijn gedicht, mogen we van datamining geen wonderen verwachten. Valkuilen als onvolledige data en software die verbeterd moet worden, zijn wellicht te vermijden door voortschrijdend inzicht en technologie. Maar hoe dicht je de valkuil van de menselijke factor? De factor die zo zijn eigen doelen kent. Die met zijn eigen opvattingen de interpretaties stuurt?

Naast de hoop data, is er nog altijd ook de hoop van de menselijke factor. De hoop dat we uiteindelijk beter van onze eigen data leren. Die hoop moet de
collega’s van Sargasso hebben gedreven om tot het Dutch Open Data Lab te komen. Met zijn allen aan de slag met alle beschikbare data. Alleen al een mooi initiatief om dat je zo de beschikking kan krijgen over middelen om bijvoorbeeld “op humoristische wijze een punt te maken”, schrijft Sargasso.

In de maakbaarheid der dingen, hebben overheden, managers, marketingstrategen en “gewone mensen” één ding met elkaar gemeen: allemaal knutselaars. Knutselen met data om je punt te maken. Eens kijken wie er wint?