Tagarchief: taskforce

Een sterke overheid.

Een sterke overheid De afslanking van de overheid is een stapje verder. Het ministerie van Economische Zaken heeft een nieuwe Taskforce ingesteld. Voor zover ik het kon vinden, is dat de 23e taskforce die de overheid versterkt.

De overheid wordt soms slapheid verweten. Maar zou u met slechts 13 ministeries en
120 duizend rijksambtenaren de berg aan problemen kunnen wegwerken? Natuurlijk hebt u daar als betrokken burger wel ideetjes over, maar wees gerust. De overheid laat zich bijstaan door zeker 47 adviserende clubjes. Adviesraden, commissies en overleg organen.

Nu bent u niet alleen een betrokken burger, u bent ook een ongeduldige burger. De problemen moeten liefst gisteren zijn opgelost. Dat gaat natuurlijk niet van vandaag op morgen. Geen nood, want daar zijn de taskforces. Die moeten een plannetje bedenken hoe oplossingen snel in de samenleving gezet kunnen worden.

En de afslanking van de overheid dan, zult u mopperen. Ja zeg, wat wilt u nou? Vele handen maken licht werk, moet u maar denken.
Want u bent niet alleen een betrokken en ongeduldige burger, maar vooral een lastige burger. U ziet het allemaal veel te donker in. Daar is een gemiddelde overheid niet tegen opgewassen. Dus stelt ze een Taskforce Verlichting in.

Dat is natuurlijk lang niet genoeg om uw inzichten te verbreden, dus maakt de overheid zich nog een stukje sterker met de zojuist geïnstalleerde
Taskforce Breedband. Zodat u vlot de hele wereld af kan struinen en uw kennis van zaken kan uitbreiden.

Werkt u nou eens een beetje mee, ja? De overheid kan niet altijd en overal een taskforce op af sturen, want dan gaat u klagen over wat dat allemaal al zo kost. Dan ziet Balkenende zich gedwongen weer te klagen over de zeurende burger. Waarop jan en alleman gaat roepen dat de kloof tussen overheid en “de mensen” weer groter wordt.

De burger en de overheid moeten misschien eens in huwelijkstherapie. Hoe dat in zijn werk moet gaan? Geen idee. Kan de overheid daarvoor een
Taskforce Peper en Zout instellen? Het peper en zoutstelletje is immers een traditioneel kadootje dat een gelukkig huwelijk symboliseert?

Taskforce peper en zout

Peper en zoutHet huwelijk tussen overheid en burger wordt vaak vergeleken met een LAT-relatie. Vanwege “de kloof”.
Nu is er in elk huwelijk wel wat, maar er zijn mensen die menen dat de afstand tussen de twee partners een gapend gat van wederzijds onbegrip is.

De scheiding lijkt zo langzamerhand een voldongen feit. De inboedel kan worden verdeeld. Het peper en zout-stelletje, een geschenk dat bij de voltrekking van een huwelijk de eenheid moet symboliseren tussen beide partners, staat nu symbool voor de hoog opgelopen onenigheid. De overheid heeft er schoon genoeg van dat de burger zich dik maakt over die overheid en schakelt een taskforce in om de burger het zoutvaatje te ontnemen.

De Taskforce Zout is een onderdeel van een campagne om de burger gezond te krijgen.
Tja, je moet wat. Je kan niet met lede ogen toezien hoe je partner zich volvreet en vervolgens met allerlei klachten naar de dokter moet. Dat trekt een te zware wissel op het huishoudbudget. Het zal echter het wederzijds onbegrip niet verminderen.

De overheid gedraagt zich meer en meer als de dominante partner in het huwelijk. Da's geen gemakkelijke klus, zeker niet met een gezin van ruim 16 miljoen huisgenoten. Dertien ministeries en zo'n 120.000 rijksambtenaren laten zich dan ook bijstaan door zeker 57 adviesorganen en ruim 123 commissies.
In “
De democratie in commissie bijeen” was te lezen dat de overheid dat zelf ook wel een beetje veel vond. Dus er moeten ambtenaren weg en er zou hier en daar een adviseurtje weggestuurd kunnen worden.

Maar de problemen binnen het huwelijk zijn soms zo complex dat de overheid het ook niet meer weet. Dan wordt het tijd voor andere hulptroepen. De task forces. Speciale eenheden die zich op een onderdeeltje storten om met klip en klare oplossingen te komen.
Bij task force denk je toch op de eerste plaats aan speciaal samengestelde teams bij de politie die een ingewikkelde moord moeten oplossen. Of aan legereenheden die de zware taak hebben vrede en democratie te stichten in brandhaarden over heel de wereld.

Een korte rondgang op het internet leert dat het Rijk zich door tientallen task forces laat bijstaan. Een greep uit de voorraad:
De taskforce
Vrouwen naar de top: zeven mannen en drie vrouwen gaan er voor zorgen dat meer topfuncties door vrouwen worden bezet.
Rommelig Nederland gaat
opgeruimd worden door de taskforce herinrichting bedrijventerreinen.
De
taskforce Verlichting houdt zich helaas niet bezig met de renaissance van de Rede, maar licht ons slechts bij met spaarlampen.
In de openbare ruimte lopen overheid en burger elkaar soms zo vreselijk in de weg, dat er een
taskforce mobiliteitsmanagement nodig is, om elkaar de weg te wijzen.
Daarbij is de
taskforce Taxi natuurlijk een prachtig hulpmiddel.
Ach, hanteer zelf uw zoekmachine en ga eens op bezoek bij taskforces jeugdwerkloosheid, multifunctionele landbouw, diversiteit schoolbesturen, toetsingskader ammoniak, management overstromingen, regeldruk gemeenten of de Taskforce Archieven.

Een kleine overheid kan natuurlijk niet alles zelf doen. Die 120.000 ambtenaren kunnen het zware werk ook niet klaren. De burger vraagt om snelle oplossingen, dus de inzet van task forces lijkt een probaat middel. Wie zou nu nog durven beweren dat de overheid het pepervaatje dient leeg te storten in Rijk's anus?

Gaat het op die manier ook goed komen met de huwelijkse staat van de democratie?
Ik vrees van niet. Ook dit trendy managementsspeeltje ontbeert een element waar de overheid maar niet aan wil: deelname van de burger zelf.
De task forces zijn samengesteld uit tal van echte deskundigen en ambtenaren van het rijk zelf. Veel van die mensen kennen we van de adviesorganen en commissies die sinds mensenheugenis de regering bijstaan. Participatie van de “leek” wordt geschuwd.

Nou zal het wel erg vermoeiend zijn om als professionele wetenschapper of bestuurder alsmaar de domme burger van de juiste informatie te voorzien. Maar wil dat zeggen dat alleen de deskundigen met de juiste oplossingen kunnen komen?
Sommige deskundigen menen dat de wisselwerking tussen de “wetenden en de argelozen” juist tot betere resultaten kan leiden.

In onderzoek naar criminaliteit en rechtshandhaving wordt ook gekeken naar de mogelijke inbreng van leken. Men vreest hierbij het onderbuikgevoel en dat burgers onnodig zware straffen zouden uitdelen. Steekproeven wezen echter uit dat als de burger kennis had van het dossier, hij vaak tot lichtere straffen kwam dan de rechters.
De juryrechtspraak komt er echter niet, vooral omdat het te duur zou zijn. Bovendien lijken veel burgers best tevreden met de huidig gang van zaken, dus ontbreekt de noodzaak ons rechtstelsel te wijzigen. Maar hoeft een tevreden burger dan niet te participeren in zaken waar hij wel de mond van vol heeft?

In een ander kader bepleit professor Cees Midden ook deelname van burgers. Kern van zijn betoog: het houdt de deskundigen scherp. Ze moeten in burgertaal kunnen uitleggen waar het om gaat. Bovendien houden ze zicht op wat er bij de burgers leeft en kunnen dat laten meewegen in hun beslissingen.
Ook hier geldt dat de burger dichter bij relevante informatie komt, ook al snapt-ie daar niet alles van. Maar onwetendheid kan tot argwaan leiden en de burger vertrouwt de deskundige niet meer. De interactie tussen de leek en de deskundige kan heilzaam werken.

Wil het schertshuwelijk tussen overheid en burger tot een serieuze, duurzame relatie worden verheven, wordt het wellicht tijd voor de Taskforce Peper èn Zout.

Hoe sloop je het glazen plafond?

Ramen lappen

(Zie ook de update over de nederlandse Female Board Index, onderaan dit artikel)
Het moet eens afgelopen zijn dat vrouwen niet verder dan het
glazen plafond mogen komen en dan nog vaak alleen om de ramen te lappen. Dat is volstrekt overbodig werk, dankzij het bestaan van zelfreinigend glas.
Met het zelfreinigend vermogen van het 'old-boys-network' is het zo bar en boos gesteld dat er zo langzamerhand eens maatregelen moeten komen om dat glazen plafond te slopen. Maar hoe krijg je dat goed voor elkaar?

Je kan natuurlijk helemaal niks doen. Tijden veranderen dus de geschiedenis wellicht ook wel. De grote ziener Herman Wijffels, mede-aanstichter van het huidige kabinet, zei bij zijn afscheid als voorzitter van de SER, dat we naar een tijd gaan waar masculiene waarden meer plaats maken voor feminiene waarden. Wel, als het zover is zul je ongetwijfeld meer vrouwen in de bestuurskamers van grote bedrijven op de stoelen der commissarissen zien zitten.

Nou is niet iedereen zeker van de grillen van de tijdgeest en vind dat er concretere maatregelen nodig zijn. De heer Rinnooy Kan, huidige voorzitter van de SER, schaamt zich kapot dat in nederland slechts zeven procent der commissarissen een vrouw is. Dat moet anders en dolenthousiast heeft hij dan ook zitting genomen in een commissie die minister Plasterk en staatssecretaris Heemskerk gaat adviseren hoe hij bedrijven kan vertellen wat ze aan hun glazen plafond moeten doen.

Dat is niet zomaar een commissie, nee, het is een heuse Taskforce. Vorige week is dat clubje gepresenteerd en dat was meteen een groot succes: drie vrouwen en zeven mannen. Een fraaie weerspiegeling van de bestuurswereld, inclusief die van het kabinet zelf.
Eerder kon u
hier al lezen dat de enorme ambities van de regering, aangaande de arbeidsparticipatie van vrouwen, zeer waarschijnlijk niet van toepassing zijn op het bestuur van het land. Binnen het kabinet doen meer vrouwen secretariaatswerk dan dat ze ministeriële verantwoordelijkheid krijgen toebedeeld. Het 'old-boys-network' is in de politiek minstens zo'n sterk fort als in het bedrijfsleven.
Te verwachten valt dat die Taskforce, in de lijn van het kabinetsbeleid, met een gedragscode op de proppen zal komen. Geen verplichtingen, maar zelfregulering. Vrijheid leidt immers tot blijheid? En laten we vrolijk zijn: gedragscodes hebben al tot veel lollige dingen geleid.

Maar ook daar heeft niet iedereen vertrouwen in. De Taskforce 'Vrouwen aan de top' ook niet en die is op het lumineuze idee gekomen een charter op te stellen. Een pakket bindende maatregelen. Dat lijkt verder te gaan dan zelfregulerende gedragscodes, maar de charter wordt niet opgelegd. Het bedrijfsleven mag dat stuk vrijwillig ondertekenen.

En zelfs daar heeft niet iedereen alle vertrouwen in. Dat wil zeggen: in nederland misschien wel, maar in Noorwegen heeft men dat anders aangepakt. In 2003 steunde een flinke meerderheid van het parlement een wetsvoorstel van de toenmalige minister van economische zaken om beursgenoteerde bedrijven te verplichten 40 procent van de bestuurzetels aan vrouwen ter beschikking te stellen. Men kreeg vijf jaar de tijd om dat percentage te halen en op 1 januari van dit jaar moest aan de wettelijke verplichting zijn voldaan. En jawel hoor, 38 procent van de commissarissen in NV's is een vrouw.
Het succes is evident. De Noorse economie is niet in elkaar gestort en de meeste bedrijven staan nog steeds als een huis. Hoewel, wat er van de noorse economie terecht komt als de 77 bedrijven die de score niet hebben gehaald, hun deuren moeten sluiten, moeten we afwachten.

Een code, een charter of een wet. Eigenlijk onzin dat zulke instrumenten nodig zijn. Om te beginnen zijn er meer vrouwen dan mannen in dit land. En als je dan nagaat dat van alle werkenden, vrouwen gemiddeld hoger zijn opgeleid dan mannen, dan moet dat toch al genoeg zijn om een einde te maken aan de deplorabele diversiteit in leidinggevende functies. Het bedrijfsleven telt slechts 13 procent vrouwelijke managers en 7 procent commissarissen.

Laat in de poll zien hoe jij erover denkt.
(poll gesloten op 21 februari, hier de uitslag)
Het glazen plafond sloop je het beste met ….
1. een gedragscode: 17%
2. met een charter: 0%
3. met een wet: 33%
4. niks, het komt vanzelf wel goed: 50%

Update 17 januari: De beursgenoteerde bedrijven in nederland doen het nog veel slechter dan de noren. Lees hier meer over de Female Board Index. Niet meer dan 5 procent vrouwen in de top. Ahold heeft de meeste vrouwen aan de top, Philips helemaal geen.
Ik heb de samenstelster van de index, Mijntje Lückerath-Rovers, om haar visie op dit artikel te geven en uitgenodigd hier een gastlog te schrijven.
Mocht dat er van komen, dan lees je dat natuurlijk weer op dit weblog.