Tagarchief: van Kemenade

Onderwijsvernieuwingen??

KlaslokaalDe parlementaire onderzoekscommissie Onderwijsvernieuwingen gaat deze week aan de schoolslag. De 2e Kamer wil nou wel eens weten waarom er nog zoveel kritiek op het onderwijs is, ook al is dat vele malen vernieuwd.
Oud-onderwijsministers, leraren, leerlingen, ouders worden uitgenodigd hun kijk op neerlands educatieve geschiedenis te geven. Nu ben ik niet uitgenodigd. Terwijl ik toch ex-scholier, afgestudeerd Pabo-student, op mijn 30ste nog een tweede kans pakte en een HBO-diploma scoorde, leraar ROC en vbmo/mavo/havo ben geweest en nu op mijn werk praktijkbegeleider ben van mbo- en hbo stagiaires.
Maar goed, op dit weblog ga ik wel vaker onuitgenodigd op allerlei zaken in, dus laat ik de onderzoekscommissie even vertellen dat de term onderwijsvernieuwingen geheel misplaatst is.
Veranderingen, ja, die zijn er volop geweest. Na de Tweede Wereldoorlog begon men hier aan de wederopbouw. Reden voor de sociaal-democratische onderwijsminister Gerard van der Leeuw ook wat onderwijsvernieuwingen op gebied van onderwijs en cultuur in te voeren. Meer dan een eerste aanzet was het niet, omdat het eerste na-oorlogse kabinet (Schermerhorn/Drees) van 1945 tot 1946 een soort overgangskabinet was om de democratie weer op gang te brengen. In het eerste 'echte' kabinet (1946-1948) maakte KVP-onderwijsminister Jos Gielen meteen korte metten met de vernieuwingsdrang.
Ruim 25 jaar later herhaalt de geschiedenis zich. Jos van Kemenade (PvdA-onderwijsminister) komt met de Contourennota. In de geest van het kabinet den Uyl, dat spreiding van kennis, macht en inkomen beoogt, levert van Kemenade hiermee een discussiestuk dat tot een visie op onderwijs moet leiden waar men zeker zo'n 25 jaar mee vooruit kan. De middenschool, de 'moeder'-mavo (volwasseneneducatie en tweede kans onderwijs) en de partiële leerplicht zijn producten van deze Contourennota. Het zou de gemiste kans in de nederlandse onderwijsgeschiedenis worden.
Overigens was het basisonderwijs en de middenschool niet uitsluitend een sociaal-democratisch stokpaardje. KVP-onderwijsminister Theo Rutten maakte in het kabinet Drees/van Schaik (1948-1951) al een Onderwijsnota, waarin hij een meer integrale aanpak van het voortgezet onderwijs voorstelde. Zijn partijgenoot en collega Jo Cals rondde dat in 1963 af met de Mammoetwet. De Mulo, MMS en HBS maakten plaats voor mavo, havo en vwo. Doorstroming van het ene naar het andere onderwijs moest zo een stuk makkelijker worden. Wie voor een dubbeltje geboren was, moest de kans krijgen genoeg leerstof tot zich te nemen om een kwartje te worden.
Maar goed, na het idealisme van van Kemenade was het drie kabinetten lang (van Agt III, Lubbers I en II) de beurt aan CDA-er Wim Deetman. En dat hebben we geweten. Hij verhoogde de collegegelden en verkorte de studieduur. Ook HBO-ers moesten collegegeld gaan betalen (Harmonisatiewet, 1988). Zomaar studeren waar je zin in had was voorbij. De arbeidsmarkt werd als criterium ingevoerd om te bepalen hoeveel studenten er bij een bepaalde studierichting ingeschreven diende te worden (Machtigingswet).
En ook al was de leerplicht inmiddels uitgebreid tot de 18-jarige leeftijd, met een lesgeldwetje verplichtte Deetman de ouders die uitbreiding wel zelf te betalen (Les- en cursugeldwet, 1987). Onderaan langer naar school, bovenaan korter studeren en allemaal zwaar dokken.
In 1982 had Deetman al aardig wat geld verdiend door invoering van de HOS (Harmonisatiewet Onderwijs Salarisstructuur). Die salarisstrucuur was aan vernieuwing toe. Het oude systeem van loon naar aktebezit en leeftijd werd vervangen door loon naar ervaring en functie. In de praktijk betekende het dat de meeste lerarensalarissen zo'n 18% lager gingen uitvallen.
Ondanks dat Deetman's onderwijskassa rinkelde, meende hij in 1983 nog een korting van 1,85% op de onderwijssalarissen te moeten doorvoeren. Begrijpt u nou waarom het lerarenvak ineens een stuk minder populair werd? En je kunt ook nagaan dat van werkelijke vernieuwingen of verbeteringen geen sprake is dankzij de bezuinigingen die Deetman ook nog eens toepaste (in 1983 bijvoorbeeld bijna 1,2 miljard gulden).
Sindsdien is het nooit meer helemaal goed gekomen met het onderwijs. Natuurlijk, dat heeft Deetman niet alleen op zijn geweten. Maar een aantal van zijn maatregelen kunnen maar moeizaam worden teruggedraaid. Hoewel er vanaf de 90-er jaren weer in positieve zin gesleuteld wordt aan de onderwijssalarissen, het stelt nog steeds niet veel voor.
Na een geschiedenis van 4 PvdA-ers, 3 VVD-ers en 9 confessionele onderwijsministers zijn we eigenlijk niet veel verder dan de plannen van vlak na 1945. Het onderwijs is meer integraal geworden: van mul-mavo/lts naar vmbo, van Mammoetonderwijs naar middenschool naar studiehuis. De leerplicht is behoorlijk opgerekt, maar de de kosten zijn vooral afgwenteld op de deelnemers. En de salarissen van de mensen die elke verandering moeten waarmaken? Die gaan omhoog als ze maar betaald worden door het 1e kansonderwijs te beperken voor de minst draagkrachtigen, want die verhoging moet uit de afschaffing van de basisbeurs komen.
Dat obscene idee komt dan van de huidige PvdA-onderwijsminister. De goeie man wil heus wel, maar wordt dwars gezeten door een partijgenoot die op Financiën zit.
Stel dat de parlementaire onderzoekscommissie werkelijk de vinger op de zere plekken weet te leggen en met een paar fraaie aanbevelingen komt waar Plasterk serieus mee aan de nieuwe schoolslag wil, dan valt te vrezen dat opnieuw het confessionele deel der regering op de rem gaat staan. Dat deel beoogt een soort onderwijs dat Proloog (maatschappijkritische theatergroep in de 70-er jaren) bezong: “De school is een wereld waar rust heerst en orde, in regelmaat rijpt er het pril intellect. Slechts klinkt er de heldere stem van de meester, als aan 't jonge volkje wordt uitgelegd…”
Het was bedoeld om het strenge, klassikale onderwijs aan de kaak te stellen. Vanuit een idealisme dat beter onderwijs voor iedereen haalbaar en betaalbaar zou worden.
Tja, dat was een links ideaal en weer heeft links verloren. Het klassikale is er wel van af maar de problemen zijn er niet minder om. De school moet vooral weer een wereld worden waar rust eerst en orde. Dat is de belangrijkste drijfveer tot het parlemenaire onderzoek, Ik denk dat de commissie voorbij zal gaan aan die paar gemiste kansen in onze onderwijsgeschiedenis. Kansen die vooral niet konden bloeien omdat vooral confessionele onderwijsministers die weer afzwakten.