Tagarchief: werk

En in de bijlagen…

BijlageUw redacteur hing even ergens anders uit, Op Joop.nl verscheen een versie van “Collaboratie of ontslag?” De reacties daar buitelen vooral over het woordje ‘collaboreren’. Op GeenCommentaar een artikel over Twan Tak, die ontslag nam als raadsheer bij de Centrale Raad van Beroep, het hoogste rechtsorgaan waar een burger terecht kan, als hij zich door de overheid benadeeld acht. Ik geef het maar even door.

Over ontslag gesproken: de bezuinigingen zorgen nog steeds voor overlast op mijn werk (de dak-en thuislozenopvang). Dat wordt vanaf morgen weer een graadje erger en in januari volgt de volgende ronde. Ik treedt niet in details, maar het komt neer op meer werk met minder collega’s. Daar komt bij dat de plannen voor volgend jaar de zaak nog erger maken. Twee locaties van de opvang zijn door de gemeente genomineerd voor opheffing.
De interne discussies over hoe mijn organisatie hier mee om zou moeten gaan, leveren het ene na het nadere conflict op.

Ik lig er iets te vaak wakker van. Dat is niet gezond. In deze omstandigheden kies ik voor mijn gezondheid. Na 12 jaar met plezier er gewerkt te hebben, wil ik nu weg, En snel. Dus als u een baantje in de aanbieding heeft, hou ik me sterk aanbevolen. Het liefst eentje waarbij genoeg energie over blijft om te blijven bloggen.

De beste van het jaar.

Erepodium Voordat er straks wat bloggers naast hun schoenen gaan lopen, omdat ze de enige, dus meest prestigieuze blogaward van Nederland gaan winnen, even wat aandacht voor hen die het ook verdienen. Want laten we eerlijk zijn, bloggen is een eerzame bezigheid, werken is pas echt iets om voor op het schavot van eer en deugd te klimmen.

Er is geen beroepsgroep of het kent wel een held van het jaar. Zo wordt ook dit jaar de
secretaresse van het jaar gezocht. Natuurlijk zoekt men een M/V, dus dat er bij het 25 jarig bestaan van deze award nog steeds van secretaresse wordt gesproken, is iets te vasthoudend aan de geschiedenis.
Maar goed, het lustrum riep bij mij de vraag op of er meer van die jaarprijzen zijn voor beroepen die doorgaans ondergewaardeerd worden. Zeker, iedereen die een secretaris nodig heeft, zal blij zijn als er eentje is. Ondergewaardeerd slaat meer op het salaris, dat altijd veel lager is dan het loon van de manager of directeur. Die wel met de handen in het haar zit als zijn ondersteuning een dagje ziek is.

Er is in ieder geval ook is er een
telefonist/receptionist van het jaar. En er bestaat een “schoonmaker van het jaar”-award. Maar die beloont alleen professionele poetsers.
Maar is er wel eens een erepodium klaargezet voor de huishoudelijke hulpen? De mensen die bij particulieren thuis de boel op orde houden? En wie is de portier van het jaar? Of de wc-juffrouw van het jaar?

Ik noem er maar een paar. Misschien zijn er wel huldigingen voor deze beroepen, maar ik heb ze nog niet gevonden. Misschien kun je helpen zoeken en ook eens zeggen welke andere, ondergewaardeerde vaklui volgens jou een plaats op het erepodium van het jaar verdienen?

Sociale contacten

Sociale contacten Op mijn werk bleek een collega al weken dood achter de pc te zitten. Nu zit ik wel met een prangende vraag. Mag ik dit zomaar op dit blog zetten?

Kijk, op een verjaardag praat je wel eens over je werk en je collega’s. Ondertussen is het waarschijnlijker dat mensen meer virtuele sociale contacten hebben dan verjaardagen. Ook op het worldwide web wordt dus over het werk gepraat. En op het werk raakt men steeds meer verstrikt in datzelfde web. De sociale reikwijdte van mensen is vele malen groter geworden, dankzij Hyves, Facebook, Twitter en natuurlijk het mobieltje.
Om dat een beetje bij te houden heb je niet genoeg aan de 16 uren per dag die overblijven naast de reguliere 8-urige werkdag.

Werkgevers
maken zich zorgen om dat sociale uitspansel. Niet alleen omdat het werktijd kost. Vooral omdat er natuurlijk werkgerelateerde informatie de wereld over gaat. Mijn werkgever zal me ongetwijfeld morgen op het matje roepen, na de eerste zin van dit stuk gelezen te hebben. Mijn job bestaat uit het werken met mensen en de baas zal niet blij zijn dat heel de wereld nu weet dat we, dood en levend, zoveel tijd achter de pc doorbrengen. Slecht voor het imago.

Nu komt het CNV
met een gedragscode voor gebruik van sociale media op het werk. De gedragscode geldt op de burelen van de vakbond, maar dient ook als model voor andere organisaties en bedrijven, laat het CNV weten.
Uitgangspunt is: dat gebruik hou je niet tegen, maar moet wel aan wat spelregels voldoen. Het CNV houdt het positief: “Het CNV ondersteunt de open dialoog en de uitwisseling van ideeën en het delen van kennis”. Want behalve roddel en verjaardagspraat, hoort ook kennisverrijking en informatie-uitwisseling tot de mogelijkheden van de sociale media.

Verder wijst de 15 punten tellende gedragscode vooral op de eigen verantwoordelijkheid en gezond verstand betreffende ethiek en loyaliteit aan de werkgever, de klanten, partners en leveranciers.
Hulde trouwens voor punt 11: “Probeer de eerste te zijn om je eigen fouten te corrigeren, zonder eerdere berichten te wijzigen of te verwijderen. Vermeld daarbij dat jij degene bent die het bericht wijzigt”. Wat een wereld zouden we in leven als iedereen de eerste is die zijn eigen fouten corrigeert en het lef heeft de gemaakte fout voor het publiek beschikbaar te houden.

Inmiddels twittert mijn baas naar alle collega’s:
“Wat kunnen we van onze overleden collega leren? Minder tijd achter de pc, meer tijd met de cliënten! Een controle bij systeembeheer bracht aan het licht dat onze collega voor zijn dood Hyves, Facebook, Google, een datingsite, een onbekende chatbox en zijn weblog open had staan. De tweede les is dus dat sociale media niet bevorderlijk voor de gezondheid zijn”.

Wij weten wel beter. We hadden de collega niet in de gaten, omdat ook wij het veel te druk hadden met onze sociale contacten. Voor ons en onze collega komt de CNV gedragscode veel te laat.

Extra leesvoer

Extra leesvoer Vandaag geen eigen stukkie. Wel wat extra leesvoer.

De reden voor het ontbreken van eigen werk is simpel. Het was, na een week vakantie, de eerste werkdag en het was weer goed druk. Dus wil ik nog even wat uitrusten en dat ga ik straks doen bij de uitreiking van de Dutch Bloggies. Dat zal veel minder enerverend zijn dan werken of bloggen. Het is meer ontspannen vermaak.

Voor ik erheen ga, heb ik gewoontegetrouw rondgeneusd op de weblogs die hier in de rechterkolom staan vermeld. Daarbij stuitte ik op een gastlog bij GeenCommentaar, die uitstekend past bij de centrale thematiek van dit weblog.

Het stuk is van de journalist Dimitri Tokmetzis, die een fraai betoog over maakbaarheid houdt. Dus: extra, extra! Lees alles over “
Maakbaarheid is dood, leve maakbaarheid”.
Ben benieuwd wat je ervan vindt.

Van rust naar rust

Terug. De vakantie zit er bijna op. Nog 1 dag. De rust van een lome vakantie zal overgaan in arbeidsritme en waan van de dag.
Allebei zo bekend en vertrouwd, dat het eigenlijk ook een soort rust is. Zo gaat dat niet voelen. Alleen al het tempo zal binnen twee dagen reeds veel hoger liggen, dan die waarin de vakantiedagen zich voltrokken.

Ik weet niet of de lezers het herkennen, maar na elke vakantie probeer ik het lome tempo zo lang mogelijk toe te passen op het werk. Zoals gezegd: dat lukt hooguit twee dagen.
De eerste dag is het nog een beetje rondkletsen, inlezen, wat uitgebreider pauzeren. De tweede dag staat de waan van de dag dat nog een uurtje of wat oogluikend toe, maar dan is het aan de bak, voort maar weer, de tijd een loer proberen te draaien door gisteren klaar te hebben, wat vandaag werd gevraagd.

Gelukkig kan ik hier op het weblog wel rustig beginnen. In de reacties geen vakantie-ervaringen aangetroffen, die van Europa een grotere eenheid kunnen maken, dan die nu is (zie artikeltjes van 20 en 15 juli hieronder). Dat scheelt een hoop tijd aan lijstjesmakerij. Dank u, uitermate lief!

Wel, nu dan eerst eens nalezen wat de andere weblogs zo al hebben gepresteerd, de laatste drie weken (zie de lijst onder “Ook de moeite waard”, hiernaast).
Morgen hier weer de reguliere waan van codes, keuzes en maakbaarheid.

Je baas en je leefstijl

Je baas en je leefstijl

Bemoeit je baas zich al met je leefstijl? Vraagt hij je meer te bewegen en met de fiets naar je werk te vliegen? Het roken te laten en te matigen met drinken? Van de kroketten af te blijven?

Als dat nog niet zo is, dan komt dat vanzelf wel. Want gezondheidsbevordering is niet alleen van groot individueel belang, ook sociaaleconomisch valt er veel winst te behalen. Aldus de SER (Sociaal Economische Raad) in een ontwerpadvies over preventiebeleid in arbeidsorganisaties.

Een goede gezondheid, stelt de SER, vergroot de kans op een lang leven van goede kwaliteit. Dat niet alleen, het vergroot ook de kans op duurzame arbeidsdeelname en maatschappelijke participatie.
Kijk, veel vliegen in één klap. Niks miezerig, ziek, zwak en misselijk achter de geraniums op je oude dag, maar vitaal aan het werk. Iedereen blij.

Nieuwe wet- en regelgeving om prikkels voor gezondheidsbevordering af te dwingen zijn niet nodig, vindt de SER, want “initiatieven voor preventiebeleid ontstaan al vanzelf binnen de ondernemingen”. En daar geeft de SER groot gelijk in.

Bedrijven kunnen bij TNO de leefstijlscan bestellen. “Voor uw werknemers een persoonlijk advies op maat, voor uw organisatie een groepsrapportage”, zo propageert TNO de scan.
Als dan blijkt dat er nodig wat aan de fitheid gedaan moet worden bestelt de baas een of meer van de
vier kansrijke interventies die het NISB in de aanbieding heeft: lunchwandelen, fietsen scoort, de coach-methode (een individuele begeleidingsmethode die te-weinig-actieve werknemers meer laat bewegen) of bedrijfssport.

In een (pdf!)document van Vitaal in Praktijk wordt het rioolbedrijf Waternet in Amsterdam aangehaald, waar bij functioneringsgesprekken een eventuele ongezonde leefstijl aan de orde kan komen als het ziekteverzuim aan de hoge kant blijkt. “We mogen niemand iets opdringen”, zegt een functionaris van Waternet, “maar als privégewoonten het werk raken, vind ik dat we als werkgever er alles aan moeten doen om tot een oplossing te komen”.

Uiteraard benoemen SER, TNO en Waternet de verantwoordelijkheden van de wekgever ook. De arbeidsomstandigheden mogen de gezondheid ook niet in de weg zitten, maar al snel wordt een gezond assortiment in de bedrijfskantine als lichtend voorbeeld gegeven en lees je nergens iets over ziekmakende gebouwen en apparatuur.

Het lijkt me allemaal heel logisch. Een gezonde werknemer rendeert veel beter dan een zieke. En een fit mens zal ongetwijfeld veel beter belastend werk aankunnen, wat voor de werknemers zelf ook wel zo prettig is. Als je ziek wordt door je werk, kun je van je vrije tijd ook niet zoveel genieten.
Maar de nadruk ligt toch vooral op de individuele verantwoordelijkheid van de werknemers. Een houding die misschien wel voortkomt uit de idealistische opvatting: verbeter de wereld, begin bij jezelf. Hier dus vertaald in: de burger moet aan zijn eigen gezondheid werken, want hij moet langer werken. Da's goed voor de economie en dus goed voor ons allemaal.

Een en ander wordt gemotiveerd door te wijzen op de gigantische kosten van de gezondheidszorg en de mogelijke groei daarvan dankzij de vergrijzing.
Nu heb ik misschien niet genoeg rondgekeken, maar ik ben nog geen cijfers tegengekomen die laten zien wat het oplevert als je eerst investeert in het wegwerken van alle ongezonde factoren in de arbeid zelf. Ploegendiensten, gebouwen met een slecht klimaat, stressfactoren, schadelijke stoffen, te lang achter de computer, werkdruk door onderbezetting, slechte koffie en een zanikende baas.

En wat de vergrijzing betreft: met de ouderdom komen hoe dan ook gebreken. Is al ingecalculeerd hoeveel ziekteverzuim er bespaard kan worden als niet iedereen tot zijn 67e of langer moet doorwerken?
Misschien zijn er wel cijfers over, maar worden ze niet gepubliceerd? Of wordt de moeite niet genomen dat eens te berekenen? Wie daar meer van weet, mag het me zeggen. Graag zelfs.

Ondertussen aan de lezers hier de vraag: mag jouw baas zich met jouw leefstijl bemoeien? En zo ja, hoever mag je baas daar dan in gaan?

Wie weet wat werk is?

Wie weet wat werk is

In Utrecht is het vandaag een drukte van belang. Twee redacteuren van het magazine Filosofie in Bedrijf organiseren het Ottonecongres en de hamvraag vandaag is: Werk: wat is dat?

Prikkelende centrale stelling is dat niet de individuele mens de maatschappij en economie draaiende houden, maar de organisaties en de staat. Die creëren banen die gevuld moeten worden. Dus, zeggen de bedrijvige filosofen, als je werk wilt begrijpen “moet je organisatie begrijpen, en organisatie begrijp je pas als je de staat begrijpt”.

En dus is het vandaag zo dat ” werk, en niet het gezin is de hoeksteen van de samenleving. Vanuit werk wordt de samenleving omgevormd tot maatschappij”.
De organiserende filosofen menen overigens wel dat ” vanuit organisatie-perspectief zijn mensen allesbehalve onmisbaar zijn”.

Nu heb ik van werk helemaal geen verstand, dus laat ik daar eens wat over zeggen.

Alle werk, nodig of onnodig, lijkt inderdaad in bezit van organisaties, bedrijven en de staat. Niet degenen die het eigenlijke werk moeten doen, bepalen of er werk is en hoe dat gedaan moet worden. Laat staan dat ze bepalen hoeveel dat werk mag kosten en wat men er voor krijgt.

Dat mensen ” allesbehalve onmisbaar zijn”, is al lang niet meer waar. Het is juist de bedoeling dat mensen onmisbaar zijn. Liever een machien aan het werk, dan een mens.
Wat dat betreft hebben we het arbeidersparadijs op aarde nog lang niet bereikt. Jawel, er is veel geautomatiseerd, de robots rukken nog steeds op, maar er is nog veel te veel zwaar en smerig werk dat door mensenhanden wordt gedaan.

De tijd dat we ons hoofd op de pc aansluiten, bedenken wat er gedaan moet worden en computers en robots vervolgens de werkzaamheden uitvoeren ligt nog ver voor ons. Zelfs dat “bedenken wat er gedaan moet worden” zou door computerprogramma's overgenomen kunnen worden. Denken is ook werk, Vraag dat maar aan een filosoof.

En dan is er ook nog de heersende opvatting dat mensenwerk duur is. Ook al een reden om te streven naar volledige automatisering en de human factor verder te elimineren. Nu moet de staat alsmaar oproepen tot loonmatiging, liggen werkgevers en vakbonden elk jaar weer met elkaar overhoop over salarissen en ontslagregelingen. Da's wel vermoeiend voor overheid en organisaties.

Maar zal volledig geautomatiseerd werk een science fiction fantasie blijven?
Voorlopig zitten we nog opgescheept met mensen die het werk moeten doen. Zeg maar “de hardwerkende burger”. Een stereotype die te pas en te onpas van stal wordt gehaald om van alles, behalve werk, in de door politiek getinte idealen juist geachte banen te leiden.

Laat ik nog een stelling opperen. Er zijn twee soorten hardwerkende burgers. Ze hebben beide gemeenschappelijk dat men, diep in het hart, liever alleen dingen doet die men leuk vindt. Lekker in de zon liggen, een goed boek lezen of, voor de wat actievere lieden, de dag plukken.

De ene soort denkt dat uiteindelijk te bereiken door massa's geld te vergaren. Daar heeft men anderen bij nodig. Daarvoor moet men markten creëren en winsten behalen. Men richt banken op en laat ze weer ploffen. Kortom, keihard werken. Deze soort weet blijkbaar hoe duur een werkloos leven is, want ze verdienen toch aanzienlijke salarissen, maar het lijkt niet genoeg. Groeien dus, meer winst, expanderen maar.

De andere soort leeft in de veronderstelling dat ze ook hard moeten werken, maar dan voor later. Het zo gewenste carpe diem is een genot dat pas bereikt kan worden op later leeftijd, zeg maar de pensioengerechtigde leeftijd. Men laat zich leiden door diepe gedachten die zij zelf niet hebben verzonnen, maar wel voor waar aannemen. Die gedachten kunnen worden samengevat met het historische “arbeid adelt”.
Om van dat werkzame leven nog iets leuks te maken schikt men zich in de rol van consument, in plaats van die van werker, arbeider. Kopen dus, minder geld, spenderen maar

Met die instelling heeft de laatste soort zich sterk afhankelijk gemaakt van, zelfs overgeleverd aan de eerste soort. De hardwerkende burger van de tweede soort beseft zijn eigen gebrek aan verantwoordelijkheid hierin maar al te goed. Dus wordt er nog wel wat gemopperd, ventileert men wat maatschappelijke ontevredenheid, maar men maakt er geen echt werk van het werk zich weer toe te eigenen en de voorwaarden voor arbeid zelf te bepalen.

Voor beide soorten hardwerkende burgers is het goed eens stil te staan bij die vraag: werk, wat is dat? Met andere woorden: waar zijn we helemaal mee bezig?

Zo genoeg gezegd, tijd om naar mijn werk te gaan.