Tagarchief: werkgelegenheid

Het feest dat arbeid heet.

1 meiDit artikel verscheen ook op Sargasso.

Werken is een feest. Elke dag weer is het in de vroege ochtenduren een kabaal van jewelste van duizenden mensen die fluitend naar hun werk gaan. Wat een tegenstelling met de oorverdovende stilte aan het einde van de werkdag, als de werkenden weer chagrijnig huiswaarts keren.

De Dag van de Arbeid heet een feestdag te zijn. Wie de geschiedenis van de eerste mei kent, zal verbaasd zijn dat juist de bolwerken van het kapitalisme, de beurzen, deze dag gesloten zijn. In tegenstelling tot de fabrieken, kantoren en winkels, waar gewoon wordt door gewerkt. En daar heerst nog steeds de traditionele ontevredenheid van de werkende klasse.

Het schorriemorrie ervaart de combinatie van werk en privé als een zware last. Dat zou blijken uit een representatief onderzoek (pdf), dat Maurice de Hond uitvoerde voor SBI, een bureautje dat klanten zoekt die  training en advies willen, om hun werkzame leven op orde te krijgen.

Er is in de geschiedenis van de arbeid veel veranderd. De schamele acht uren die arbeiders ooit hadden om bij te komen van gedane arbeid, werden al zo’n 128 jaar gelden omgezet in de 8-urige werkdag. Na aftrek van een 8-urig slaapje, moesten werknemers dus zelf verzinnen wat ze in de resterende 8 uren moesten doen. Van de zevendaagse werkweek is voor velen niet meer overgebleven dan vier vreugdevolle dagen.

De Dag van de Arbeid wordt gevierd met een dubbele moraal. Enerzijds wordt de heroïsche arbeidersstrijd herdacht, die tot al die werktijdverkorting zou hebben geleid. Anderzijds gaan in verschillende landen mensen de straat op en schreeuwen om behoud van, of zelfs meer werkgelegenheid.
De Internationale Organisatie voor Arbeid viert 1 mei met een alarmerend rapport (samenvatting in pdf) over de aanhoudende werkloosheid. De ILO adviseert de verantwoordelijke regeringen te investeren in werkgelegenheid, in plaats van deze weg te bezuinigen.

In de geschiedenis van de Dag van de Arbeid moet ergens iets vreselijk mis zijn gegaan. Als meer mensen minder dagen en uren werken, zou er werk over moeten blijven voor degenen die nog geen werk hebben. En minder werk zou tot meer vreugde moeten leiden. Dat was immers ooit het doel van al die arbeidersstrijd?
Beide redenaties zijn onwaar gebleken. Minder werken leidt niet tot meer werkgelegenheid en wel tot meer armoede.

Het is natuurlijk allemaal een kwestie van verdeling. Verdelingen die op tal van aspecten grondig herzien zouden moeten worden. Neem de snoevers die op dit soort artikelen reageren door op te scheppen over hun 60-urige werkweek. Ze mogen daar dan hun arbeidsvreugde uit halen, maar het is ongehoord a-sociaal. Maar liefst 20 onproductieve uurtjes houden ze bezet, die een ander veel productiever in zou kunnen vullen. Wie die 60 uren wel superproductief uitvoert, zal op niet al te lange termijn een dure kostenpost voor de gezondheidszorg worden. Aldus Geoffey James in de Times.

Om nog maar te zwijgen over de manier waarop i-phones hier betaalbaar op de markt worden gebracht.  Een lastige kwestie, want zou die apparatuur hier worden gefabriceerd, is dat weer slecht voor de zware en onderbetaalde werkgelegenheid in Azië. Wie wil zich nou schuldig voelen over de werkloosheid van arbeiders die voor een Apple en geen ei hun bijdrage aan de welvaart leveren?

De Dag van de Arbeid gaat nog steeds alleen over verdeling van werkuren en loon. Het gaat nog steeds niet over de verdeling van de arbeid zelf. Van wie is de arbeid eigenlijk. Hoe is het toch mogelijk geweest dat de rollen van werkgevers en werknemers volslagen verkeerd zijn verdeeld?
Een werkgever is iemand die met lijf en leden arbeid levert. Een werknemer is degene die dat potentieel afneemt. Tegen een goede prijs en volgens het aantal uren dat de eigenlijke werkgever in de aanbieding heeft.

In plaats van onderling ruzie te maken, zouden vakbonden dat eens centraal moeten stellen. Zolang dat niet het geval is, blijft de Dag van de Arbeid niet meer dan wat nostalgische arbeidsvreugde.

Crisisparticipatie

TerrasTerwijl mannen zich suf stempelen bij het arbeidsbureau en sociale dienst, zitten vrouwen de uitkering te verbrassen op terrassen.

Fout! Meer vrouwen zijn, vooral in deeltijd,  aan het werk, roept het CBS. De stijging van de arbeidsparticipatie van de bevolking van 15 tot 65 jaar is volledig toe te schrijven aan vrouwen. Had in 2002 nog 53 procent van de vrouwen een baan van twaalf uur of meer per week, in 2011 was dat ruim 60 procent.

Het gaat dus goed met werkende vrouwen. Althans, dat deel dat een betaalde baan heeft. En wat opvalt is dat de crisis de arbeidsparticipatie van vrouwen amper lijkt te raken. Kijken we naar de jaren 2007 (het begin van de kredietcrisis) en 2010 (de eurocrisis barst los), dan zien we in de statistieken maar weinig negatieve invloed. Mannen lijken er meer last van te hebben.

Is dat, juist op 8 maart, een felicitatie waard? Dat is maar hoe je het bekijkt. Het kan natuurlijk ook zjjn dat vrouwen meer kans op werk hebben, zelfs op part-time werk, omdat hun salarissen gemiddeld nog steeds lager liggen dan die van mannen.

Het kan ook zijn dat vrouwen die graag voor de kinderen thuis willen blijven zorgen, toch voor meer uren betaald werk kiezen, omdat hun mannen werkloos zijn. Of om de sterk verhoogde kosten voor de kinderopvang te kunnen betalen.

Dat laatste was tot 2009 anders. Juist de kinderopvangtoeslagen leidde tot grotere arbeidsparticipatie van vrouwen met kinderen. De kinderopvang is dit jaar echter fors duurder is geworden. Als straks blijkt dat de arbeidsparticipatie van vrouwen daar weinig onder te lijden heeft en de crisis nog steeds voortdendert, dan moeten er toch andere conclusies getrokken worden.

Ach, als de crisis sommige vrouwen dwingt meer te gaan werken, zullen sommigen dat een klaterend succes voor de arbeidsparticipatie van vrouwen vinden. Ook al is het qua salaris en topbanen nog lang geen succes.

Hier de statistiekjes en in dit exceldocument de details.. U heeft vast nog andere conclusies?

Arbeid Werkloosheid

Norminvestering tegen werkloosheid.

StraatvegerZouden 155 mensen ruim 2000 mensen uit de werkloosheid kunnen houden en daarmee dik 29 miljoen euro aan WW-uitkeringen besparen?

Dat kan, maar dat gaat die 155 mensen wel geld kosten. Met het deel van hun salaris dat boven de Balkenendenorm zit, kunnen ze die 2000 mensen aan het werk houden. En werkende mensen zijn veel beter voor de groei van de economie, dan mensen die de groei van vensterbankplanten zitten te bekijken.

Een klein onderzoek om na te gaan of de Balkenendennorm van enige betekenis kan zijn bij de bestrijding van de werkloosheid.
Na wat gesnuffel in diverse rapporten en jaarverslagen komen we tot een lijst van 155 leden van Raden van Bestuur, die allen een vast salaris boven de Balkenendenorm incasseren. Natuurlijk gunnen we die mensen dat salaris, want ze dragen de verantwoordelijkheid voor beursgenoteerde bedrijven, banken en non-profit organisaties in de zorg, ggz, pensioenfondsen en omroepen.

Een zeer gedifferentieerde lijst dus. In totaal verdienen de 155 bestuursleden ruim 38,7 miljoen euro boven de Balkendenorm. Let wel: we hebben het alleen over het vaste salaris. Variabele beloningen, pensioenafdracht en extra vergoedingen zijn niet meegerekend.

De inkomensverschillen onder de 155 gevonden CEO’s en bestuursleden zijn groot. De CEO van Rivierduinen, de ggz-instelling die door de Alphense schutter werd gemeden, verdient niet meer dan 4 euro per dag boven de Balkendendenorm. De CEO van de ING-bank, bekend van het met staatssteun ontslaan van duizenden werknemers, zit 3.192 euro per dag boven die norm. Maar die is dan ook van veel meer betekenis voor ons geestelijk welzijn, toch?

Omdat in dit onderzoek de salarisgegevens van 2009 en 2010 zijn gevonden, wordt de Balkenendenorm van 2010 gehanteerd (188.000 euro) Een volgende stap in het onderzoek is het totaal aan boven Balkenendenorm-bedragen vergelijken met drie soorten jaarinkomens. Het minimumloon (17.359 euro), het modale loon (33.000 euro) en een willekeurig bovenmodaal loon (50.000 euro).
Zo valt te berekenen dat het totaal boven de Balkenendenorm gelijk staat aan 2.232 minimumloners, 1.174 mensen met een modaal salaris en 775 mensen met een bovenmodaal loon van 50,000 euro.

Dan is het nog een kwestie van vergelijken met wat het aan uitkeringen kost, als een van die groepen werkloos wordt. Per groep zou het rond de 29 miljoen euro aan WW-uitkeringen kosten (75% over laatste salaris, over de eerste twee maanden werkloosheid).
Stel dat we alleen kijken naar salarissen waarvan het deel dat boven Balkenendenorm gelijk is aan 10 x modaal, dan zou er iets meer dan 20 miljoen euro aan WW-uitkeringen mee voorkomen kunnen worden.

Een bijstanduitkering kost een stuk minder. Maar als de 70 mensen, die met hun boven Balkenendenormdeel op 10x het minimumloon zitten dat geld investeren in werknemers, dan kunnen ze ruim 1800 mensen aan het werk houden en dik 16 miljoen aan bijstanduitkeringen besparen.
Alle gegevens en berekeningen vind je in dit exceldocument, met daarin ook bronvermeldingen van onderzoeken naar de salarissen in diverse sectoren.

De Balkenendenorm is ook maar een norm en zeker niet de zaligmakende sleutel tot probleemoplossingen.  Het lijkt me echter geen beroerd idee om boven‘normale’ beloningen te gebruiken om te investeren in behoud van een stukje werkgelegenheid.

Tot slot hier nog een voorbeeld: Balkenendenorm

Werk of werkloosheid als ideaal?

WerkloosHet is nog steeds een beetje wennen dat de onderbuik meer regeert dan pragmatisch verstand. Het idee dat mensen in de bijstand niet willen werken, is een van de pijlers waarop het kabinet de reorganisatie van het sociale vangnet bouwt. “150.000 tot 200.000 van de ongeveer 355.000 mensen in de bijstand kunnen werken. Of dat nu geheel of gedeeltelijk is”, aldus staatssecretaris Paul de Krom (Sociale Zaken), in een interview met het ANP. “Ik vind dat iedereen die kan werken, dat ook moet doen”, oreert hij verder en “er staan nu al 135.000 vacatures open, terwijl er 1,2 miljoen mensen een uitkering hebben. Een deel kan echt niet werken, maar een kleine half miljoen mensen kan dat wel.”

Wie het aantal vacatures afzet tegen het aantal mensen dat een uitkering heeft, op de manier zoals De Krom dat doet, vraagt zich natuurlijk af hoe die paar vacatures onvervuld blijven. Zijn er echt geen 135 duizend mensen onder die 1,2 miljoen uitkeringstrekkers te vinden, die dat werk kunnen doen. Dat gelooft niemand toch? Zelfs als je het aantal vacatures afzet tegen het aantal mensen in de bijstand, denk je al gauw dat er onder de 355 duizend mensen vast wel 135 duizend werkgeschikten moeten zijn.
De Krom gelooft dat ook en werkt hard aan wetgeving die de werklozen stimuleert meer aan werk zoeken te denken, dan aan een verblijf achter de geraniums. Laten we er even vanuit gaan dat De Krom een idealist is, die het beste voorheeft met de werkloze sloebers. Idealisten moeten echter af en toe eens op de realiteit worden gewezen. Dromen zijn mooi, maar helaas te vaak bedrog.

Eerst maar eens de cijfers. Begin dit jaar waren er 418 duizend werklozen op een beroepsbevolking van 7,777 miljoen mensen. Anders gezegd: 3,8% van de beroepsbevolking was werkloos. Ondanks de crisis kunnen we toch niet van een gigantisch probleem spreken. Het kan dan ook niet de reden zijn dat het land hierdoor in ernstige financiële problemen raakt.
Hoewel het mooi is zoveel mogelijk mensen aan het werk te zien, is het de vraag of het lonend is, geld en moeite te steken in wetswijzigingen en maatregelen. Want het ‘probleem’ is hardnekkig. Van 2001 tot nu zaten gemiddeld 336.890 mensen in de bijstand. Er waren, ook gemiddeld, 160.509 vacatures. Kortom: gemiddeld 176.381 minder vacatures dan mensen in de bijstand. Werkloosheid

Bron: CBS.
In de vijf jaren voor 2011 waren er gemiddeld 457 duizend werklozen per jaar. Daarvan zaten er gemiddeld 382 duizend in de bijstand.  Gemiddeld stonden er 169 duizend vacatures per jaar open. Ofwel zo’n 113 duizend minder dan mensen in de bijstand.
Wat prachtig zou het zijn als De Krom de geschiedenis kan herschrijven, maar vooralsnog heeft hij de historische cijfers tegen zich. Er is geen werk voor iedereen.

Dat mensen niet willen werken klopt, maar niet volgens de filosofie van De Krom en consorten. Werkloosheid is geen doel van profiteurs en notoire luilakken, maar een ideaal van werkgevers en werknemers.
Werkgevers willen een bloeiend bedrijf met zoveel mogelijk winst. In de huidige economie kan dat alleen met zo min mogelijk mensen in dienst of tegen zo’n laag salaris dat zelfs De Krom er voor zou bedanken. Werknemers willen het liefst leuk werk, met fijne collega’s en een fraaie cao. Zulk werk is er helaas niet voor iedereen.
Bovendien wijst de geschiedenis uit dat mensen alles in het werk stellen om zo min mogelijk te werken. Dat wil zeggen: werken in een dienstverband. Het wiel en het vuur zijn niet uitgevonden voor de lol. maar om zo min mogelijk en zo licht mogelijk te kunnen werken. Lui zijn we echter niet. Ons land telt 5,5 miljoen vrijwilligers, meldt onze overheid. Zo’n 44% van alle volwassenen leveren kosteloos een bijdrage aan sport, cultuur, onderwijs, zorg en welzijn. Ruim 2,6 miljoen mensen leveren mantelzorg.

Daarnaast haasten velen zich na het werk naar sportschool, muziekvereniging, toneelclub, klaverjasvereniging of naar de hobbies thuis.
Hameren op de misvatting dat mensen niet willen werken en vervolgens de zweep erover met asociale maatregelen is dus de verkeerde invalshoek. Zeg dan gewoon eerlijk dat mensen kunnen barsten als ze geen werk kunnen krijgen of niet kunnen werken.

Werktitel

doctor“De afronding van een proefschrift zou het einde moeten zijn van het begin van een wetenschappelijke loopbaan, voor velen is het echter het begin van het einde daarvan”.
Zo luidde een van de stellingen(1) bij het proefschrift van Gerben Mol (3), die in 2002 promoveerde op een onderzoek naar het meten van de milieukwaliteit van de Nederlandse bodem. Lees de stelling nog eens goed door. Hij is wat omslachtig geformuleerd, maar de toenmalige promovendus was er blijkbaar niet zeker van dat het halen van de doctorstitel een garantie voor baanzekerheid was.

Hij was niet de enige, getuige de stellingen (2) die promovendi de jaren daarna opvoerden:
Aldert Zomer, Rijksuniversiteit Groningen (2007): Jonge wetenschappers zijn van nature optimistische mensen: Ondanks het feit dat slechts 2 procent van de promovendi een vaste academische positie weet te bemachtigen, denkt 65 procent kans te maken op een dergelijke positie. (Bionieuws 7, 2006);
Annemarieke Vermeer-Künzli, Universiteit Leiden (2007): Het behalen van de graad van doctor zou geen reden tot ontslag moeten zijn;
Cas Eikenaar, Rijksuniversiteit Groningen (2008): De promotie tot Doctor is de enige promotie waarna je arbeidscontract met zekerheid wordt beëindigd;
Karin Moret, Universiteit Maastricht (2011): De promotie tot Doctor is de enige promotie waarna er getwijfeld wordt over een geschikte functie.
Je ziet het: baanonzekerheid alom. En blijkbaar moet men na de promotie zich vooral richten op nieuwe onderzoek, namelijk het zoeken naar werk.

Vooral de stelling van Aldert Zomer is interessant, want is er is kennelijk iets veranderd. Het CBS meldt vandaag dat meer dan 80 procent van de werkende gepromoveerden een beroep op wetenschappelijk niveau heeft. Gepromoveerden zijn bijvoorbeeld relatief vaak arts, (universitair) docent of onderzoeker, aldus het CBS (5).
Vervolgens somt het CBS wat bevindingen op, die aansluiten bij een eerder onderzoek van de Universiteit Utrecht en de Erasmus Universiteit Rotterdam (4), die geen enkele aanleiding tot ongerustheid over de arbeidszekerheid van promovendi zagen. Sterker nog: 86 procent van de promovendi aan Nederlandse universiteiten heeft bij het verdedigen van de dissertatie al een baan.
De onderzoekers vonden dat de “vrij sterke arbeidsmarktpositie van recent gepromoveerden in Nederland is grotendeels te danken aan de inspanningen van de promovendi zelf”. Om promovendi beter bij te staan bij een vervolg van hun (academische) loopbaan, is er volgens de onderzoekers nog veel te winnen voor de universiteiten en onderzoeksscholen.

Een titel alleen zegt dus toch niet alles. Net als elke andere gediplomeerde, moet ook een doctor zelf zijn best doen de baan van zijn of haar leven te vinden. Misschien het in de toekomst wat makkelijker wordt, omdat er een tekort aan hoogopgeleiden wordt verwacht (6). Dat stelt hoogleraar arbeidseconomie Jules Theeuwes, die vindt dat er daarom nu stevig in onderwijs moet worden geïnvesteerd en niet andersom, zoals nu het geval is.

Tot slot sluit onderschrijf ik de stelling van Sabine Fuss uit 2008: Het belangrijkste resultaat van een promotie is de persoon die aan het eind van het proces wordt 'opgeleverd'; het proefschrift is daarbij van secundair belang.

Literatuur:
1. De stellingen kun je vinden op de website ‘Hora Est’. Hier worden alleen stellingen verzameld die niet op het wetenschappelijke gedeelte van het proefschrift slaan, maar als schertsende toevoeging zijn bedoeld en/of een verband houden met maatschappelijke kwesties.
2. Wikipedia: het is overigens niet verplicht stellingen toe te voegen aan een proefschrift.
3. Gerben Mol had met de nodige tegenslag te maken bij de tot standkoming van zijn proefschrift, getuige een artikel in de Volkskrant in 2002.
4.  Promovendi zijn gewild op arbeidsmarkt, artikel van de Universiteit Utrecht, 2010.
5.  Doctorstitel maakt verschil op de arbeidsmarkt, artikel van het CBS. 2011.
6. Over een mogelijk tekort aan hoogopgeleiden en verandering op de arbeidsmarkt in verband met de vergrijzing: artikel op Nu.nl, april 2011.

Rutte zorgt voor paniek.

Ontslagen Rutte lijkt wel Sinterklaas. Dit prachtige land geeft hij niet zomaar terug aan de Nederlanders. Voor het kadootje wordt uitgedeeld, worden de verwachtingsvol kloppende hartjes bang gemaakt. Wie krijgt het lekkers, wie krijgt is de roe? Met Sinterklaas valt dat allemaal reuze mee. Uiteindelijk krijgt iedereen wel wat.
Er zijn mensen in het land,die twijfelen of dat bij Rutte ook zo al aflopen Een op de drie ambtenaren vreest ontslag, luidt de uitkomst van een enquête onder 700 ambtenaren. Zij zijn niet de enigen. Er is sprake van een heuse angstgolf. Een greep uit dat troebele water.

De
Radboud Universiteit vreest voor ontslag van 200 docenten en 100 onderzoekers. De vice-voorzitter van de HBO-raad vreest 2000 ontslagen in het HBO. De vakbond Abvankabo vreest 4000 ontslagen bij het UWV. Ook al worden de bezuinigingen in het passend onderwijs even uitgesteld, als ze uiteindelijk worden uitgevoerd zijn ontslagen niet te vermijden, zegt de staatssecretaris en bij Defensie vreest men duizenden ontslagen.
Holland Solar, de organisatie van bedrijven in de sector van de zonne-energie, vreest ontslagen als gevolg van het nieuwe subsidiebeleid van minister Maxime Verhagen van Economische Zaken. De omroepen Avro en Tros fuseren om de bezuinigingen het hoofd te bieden en ontslagen zijn niet te voorkomen.
En dan is er nog het grootstedelijk openbaar vervoer, dat geprivatiseerd moet worden. Ook een vorm van bezuinigen en in Den Haag vreest men het ontslag van 200 tot 300 mensen.

Die angst is volkomen terecht. Zowel in de gesubsidieerde, als in de commerciële sectoren zijn ontslagen gevallen of aangekondigd.
Bij het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) kregen 96 medewerkers hun ontslag, als gevolg van het wegvallen een onderzoeksubsidie. De Thuiszorg Rotterdam gaat 70 van de 170 banen schrappen. In de thuiszorg gaat het er toch al pittig aan toe. In Twente worden 90 van de 220 medewerkers ontslagen. Een Noord-Hollandse organisatie heeft collectief ontslag aangevraagd voor 650 medewerkers.
Bij KPN Rotterdam is onrust ontstaan na de aankondiging dat 4000 tot 5000 banen geschrapt zullen worden. Bij een Noord-Hollandse winkelketen wordt het al personeel op hoofdkantoor en distributiecentrum ontslagen.
Als we hier de reeds gevallen ontslagen in de sectoren cultuur, zorg en welzijn en de bouwsector op zouden noemen, zou dit een veel te lang blogje worden.

De angst is dus begrijpelijk. Maar zien we ellenlang rijen wachten bij uitkeringsinstanties en arbeidsbureau’s? Lezen we berichten over een gigantisch stijgende werkloosheid? Nee. Valt het dus wel mee?
Helaas. Werkgevers kiezen langs de weg van geleidelijkheid voor volkomen legitieme middeltjes om van hun personeel af te komen. Tijdelijke contracten worden niet verlengd. Daar valt niet tegen te protesteren. Voor ‘overtollig’ personeel met een vast contract halen de werkgevers het “individueel ontslag om bedrijfseconomische redenen” uit de kast. Daar hoeft geen rechter of UWV aan te pas te komen.
Cijfers over 2010 en dit jaar zijn (nog) niet bekend, maar het SCP (pdf!) onderzocht de verschillen tussen de crisis in 2003 en de huidige crisis. En dit waren de uitkomsten.

2009 2003
individueel ontslag om bedrijfseconomische redenen 16% 7%
beëindiging van tijdelijke contracten 12% 9%
verkorten contractuele arbeidsduur 4% 1%

Mijn werkgever (dak- en thuislozenopvang) begon in oktober 2010 met het beëindigen van alle tijdelijke contracten en zit nu in de fase van individueel ontslag om bedrijfseconomische redenen. Ook collega’s met een vast contract zijn dus de klos. En dat is ook het geval bij veel reïntegratiebureaus door heel het land en buurt- en welzijnsorganisaties. Zo lossen werkgevers de crisis op.

Rutte heeft banen beloofd. “E
en zeer ambitieuze agenda van dit kabinet, in de kern samen te vatten als 'minder overheid, meer banen', zei hij na een van de ministerraden. Dat was wel op 1 april. Snapt u?
Een op de drie mensen vrezen voor hun baan. Ik vrees dat een op de drie nog aan de lage kant is.

Provinciale geestelijke ongezondheid.

Therapie De geestelijke gezondheid in Noord-Holland en Limburg is niet zo best. In Friesland en Drenthe is die een stuk beter. Een klein detail in de CBS-statistieken van Neerlands mentale welbevinden.

Dat nodigt uit eens naar wat andere kenmerken van de provincies te kijken. Waarom staat Noord-Holland bovenaan? Die provincie kent het hoogste aantal werkzame mensen onder de bevolking. Maakt werk dan niet gelukkig? De Noord-Hollanders hebben, na Utrecht, ook het hoogste gemiddelde persoonlijk inkomen. Blijkbaar ook geen garantie voor om van psychische klachten gevrijwaard te zijn.
Waarom staat Groningen, met het hoogste werkloosheidspercentage, niet bovenaan? En Drenthe mag dan het laagste scoren op de geestelijke ongezondheidsladder van het CBS, de provincie volgt Limburg op de voet met het hoogste aantal zelfdodingen.

Als we werk en werkloosheid, inkomen en de geestelijke ongezondheid ook afzetten tegen zelfdodingen en krankzinnige zaken als moord en doodslag, krijgen we deze statistiek (klik op het plaatje voor een grotere versie en
klik hier voor de excelsheet, waar de gegevens zijn verzameld).
Klik voor groter plaatje
Wat onmiddelijk opvalt is dat de provincies met de laagste geestelijke ongezondheid, een lager percentage werkenden hebben, een hogere werkloosheid en een lager gemiddeld persoonlijk inkomen, dan Noord-Holland. Minder arbeidsparticipatie en minder geld zijn in Friesland en Drenthe geen redenen op de sofa van de psychiater te gaan liggen.
In Groningen lijkt werkloosheid en lager inkomen wel tot een redelijk hoge psychische nood te .leiden. Het aantal zelfdodingen ligt er overigens maar net iets hoger dan in Noord-Holland en Limburg.

Het verschil tussen deze twee provincies is opvallend. Beide provincies zijn er geestelijk niet best aan toe. Dat kan niet aan werkgelegenheid en inkomen liggen, want die zijn in Noord-Holland een stuk hoger dan in Limburg. Op die gebieden doet Limburg het net zo beroerd als Friesland en Drenthe, maar de Limburgers lijken er wel veel meer van in de war dan de noorderlingen.

Het beste lijkt de provincie Utrecht er van af te komen. De psychische nood is lager dan in Noord-Holland en Limburg en hoger dan in Friesland en Drenthe. Maar wel minder zelfdodingen en moord en doodslag. En een fraaie arbeidsparticipatie en dito inkomen.
Kunnen we concluderen dat het mentale welzijn sterk afhankelijk is van de provinciale volksaard?

Met dank aan Sargasso voor de inspiratie.

Inburgeren bij het leger

Inburgeren bij het leger

Het Amerikaanse leger gaat wellicht een dubbele rol spelen bij problemen rond immigratie.

In 2006 werd de grens met Mexico versterkt met een gigantisch hek en werd de grenspolitie bijgestaan door de Nationale Garde om illegale immigranten tegen te houden.
Daar was niet iedereen het mee eens omdat de troepen al zo zwaar belast waren met de oorlog in Irak. George Bush wilde tegelijkertijd de illegale immigranten die het wel gelukt was binnen te komen, een kans bieden het Amerikaanse staatsburgerschap te verwerven.

Die kans lijkt nu groter te worden. Hoeveel van die immigranten sindsdien een “green card” (tijdelijke verblijfsvergunning) hebben gekregen, weet ik niet, maar voor hen doemt een nieuwe mogelijkheid op, definitief in te burgeren in het land van onbeperkte kansen.

Het leger wil meer immigranten werven, aldus de New York Times. Tijdelijke immigranten die opgenomen worden in Uncle Sam's troepen, kunnen zo binnen een half jaar het Amerikaanse staatsburgerschap verwerven. Het leger hoopt zo op een snelle manier het personeelstekort weg te werken, dat door de activiteiten in Irak en Afghanistan is ontstaan.

De afdeling rekrutering is daar heel positief over, want ze verwachten dat deze doelgroep meer onderwijs, beheersing van vreemde talen en specifieke expertise op gebied van medische zorg, vertaalwerk en terreinverkenning heeft, dan menig geboren en getogen Amerikaan.

Grenswacht en werkgever. En het leger als instrument om de inburgering op gang te helpen? Je ziet Eberhard van der Laan al aanschuiven bij Eimert van Middelkoop. “Zeg Eimert, leuke wervingsspotjes met dat geschikt-ongeschikt. Nu zat ik zo eens te denken….”

Eén probleempje moet dan nog wel worden weggewerkt. In Amerika gaat het niet altijd even goed met de mannen en vrouwen die in den vreemde dienst hebben gedaan en terugkeren in de burgermaatschappij. Geschikt als soldaat, ongeschikt als burger. Niet alleen door trauma's die in diensttijd zijn opgelopen, ook omdat er niet voor iedereen meteen een baan is of men moeite heeft zich los te weken van de legercultuur en zich aan te passen aan die van het leven van alle dag.
Tegenover “inburgeren in het leger”, mag dan wel een “uitsoldaten in de samenleving” staan.

Naar een toekomst zonder werk

Robot

Ik wou dat ik een vulkaan was. Lekker op mijn rug liggen roken en iedereen zegt: Kijk, hij werkt!

Maar ledigheid is des duivels oorkussen. Dat moeten we niet willen. De toekomst is geen luilekkerland, waar de gebraden kippetjes zo je mond invliegen. Nee, de commissie Bakker wil naar een toekomst die werkt. En in die toekomst is iedereen aan het werk. Geen werkloosheid meer en langer werken. Langer in jaren en langer per dag.

De politiek vroeg de commissie Bakker zich over het ontslagrecht te buigen en het resultaat is verbluffend: niks ontslagrecht. Er wordt niemand ontslagen want alle handen zijn nodig om onze welvaart op peil te houden. Dus werkgevers die iemand ontslaan draaien voor de kosten op om de ontslagene aan een andere baan te helpen. Werknemers die het als hoogste ideaal zien om in part time baantjes tot pakweg hun vijftigste te werken zullen raar opkijken, want zulk werk is er straks niet meer. Arbeid is werk, dus een arbeidersparadijs is een wereld waarin veel, lang en hard wordt gewerkt.

Het streven naar een lang en gelukkig leven, in zo groot mogelijke ledigheid, dreigt nu als een boemerang tegen ons te keren. We leven eindelijk wat langer, in een relatief grotere gezondheid, maar nu wordt het toch te grijs. De commissie Bakker komt daarom met een visionair, alles omvattend rapport met een veelzijdig aanbod aan oplossingen om een noodlottige toekomst het hoofd te bieden.

Een volledige werkgelegenheid is één van de speerpunten uit dat rapport. Los van de argumenten die hier en daar zijn aangevoerd om aan te tonen dat er geen werk voor iedereen is, kan ook op een andere manier naar de wil tot werk gekeken worden.

In de geschiedenis van de arbeid stond tot nu toe centraal dat meer werk, in de kortst mogelijke tijd door minder mensen gedaan zou moeten worden. Dankzij de lopende band en geautomatiseerde productieprocessen is dat aardig gelukt. Voordelen: de efficiëntie van het werk wordt vergroot en veel vervelend of smerig, ongezond werk is door machines overgenomen.

In alle plannetjes voor een volledige werkgelegenheid, valt weinig tot niets te lezen over de mogelijkheden die hedendaagse en toekomstige technologie kan bieden om de dreigende problemen op te lossen. Arbeid adelt is nog steeds de onderliggende filosofie. De commissie Bakker ziet ook slechts heil in werk door mensen. Nergens een visie over de mogelijkheden van technologie en automatisering. Wel plannen om de zorg betaalbaar te krijgen (later met pensioen, zelf meebetalen aan je eigen AOW) en meer mensen aan het werk in de zorg (langer werken, geen deeltijdbaantjes), maar geen enkel idee of dat werk ook op een andere manier kan worden gedaan.

In landen als Japan en Korea ziet men wel mogelijkheden in technologische hulp. In Zuid-Korea is vorig jaar een experiment gestart met huishoudrobots. Duizend huishoudens en veertig kinderopvangcentra kregen geautomatiseerde hulpjes in huis. En in Japan worden robots ingezet om de eenzaamheid onder ouderen te verlichten. Robots worden gezien als een substantiële bijdrage om problemen rond de vergrijzing aan te pakken.

Waarom ontbreekt die invalshoek in plannen van commissies als die van meneer Bakker of “sociale plannen” zoals mevrouw Hamer (PvdA) die lanceerde? Waarom staat het streven naar een werkloos luilekkerland niet centraal?

Het zal toch niet de calvinistische zienswijze zijn dat het paradijs niet op aarde te vinden is, maar na een arbeidzaam leven in de hemel op ons wacht?

(Het “ik wou dat ik een vulkaan was…” is gejat uit een voorstelling van het ooit roemruchte cabaretduo Neerlands Hoop).

Eenmaal werkt een ieder

Eenmaal werkt iederEn wij klagen niet / eenmaal werkt ieder!

Soms vraag je je af of sommige politici wel van deze tijd zijn.
Balkenende meent dat
het volk mort en mevrouw Hamer komt met een plan voor werk en werkgelegenheid.
Alsof het de 30'er jaren is, waar het werkloos volk zucht en steunt en een sociaal plan ons uit de misère moet halen.

Als je in de 30'er jaren al een stuiver over had, ging je naar de film en kwam je weer opgevrolijkt de bioscoop uit als je bijvoorbeeld “Der Blonde Traum” (1932) had gezien. Een film waarin twee armoedige glazenwassers er van dromen een welgestelde blondine aan de haak te slaan. Opbeurende boodschap: waar een wil is, is een weg.

That's the spirit! En zo wil Balkenende het ook. En mevrouw Hamer meent even vrolijk iedereen aan het werk te kunnen krijgen. Arbeid adelt immers?
Hamer wil met één regeling alle bestaande regelingen vervangen, om mensen aan het werk te “helpen”. Er zou nu een wirwar aan re-integratie projecten zijn, te veel verschil tussen de ene en de andere werkloze gemaakt worden en de werkgevers hebben het er maar moeilijk mee. Het moet allemaal makkelijker kunnen en daardoor ook beter betaalbaar.
Slaat zij hier de spijker op de kop? Absoluut niet. Mevrouw Hamer slaat de plank volledig mis.

1. De werkloosheid is nog nooit zo laag geweest. Er is dus zeker geen sprake van een gigantische crisis. Of de boel dus een dure reorganisatie moet ondergaan, is nog maar de vraag.

2. In 2003 zaten er ruim 170.000 mensen in één van de vier re-integratie regelingen.
In 2007 meldde het CBS dat ruim 80 procent van de instromers in die regelingen er binnen een half jaar ook weer uit waren.
In combinatie met een strenger regime bij de sociale diensten, blijken die re-integratie projecten dus redelijk succesvol.

De overheid en werkgevers zijn wel slordig omgegaan met sommige regelingen, zoals de ID-banen.
Uitermate wrang voorbeeld: op mijn werk zijn 3 ID-collega's die vier jaar lang gesubsidieerd aan het lijntje zijn gehouden. Geen vaste aanstelling na een jaar en in 2009 vliegen ze er definitief uit.
De overheid heeft verzuimd de werkgever te corrigeren als die de bedoeling van die regeling niet toepaste. De werkgever vond het wel best zo, maar vertikt het de mensen aan te nemen nu de subsidies worden stopgezet.

3. Er is geen werk voor iedereen.
Het bedrijfsleven klaagt dat de vele vacatures zo moeilijk zijn op te vullen. Nu zou je zeggen dat de huidige 326.000 werklozen morgen dus aan de slag kunnen zijn. Maar zo werkt dat niet.
De meesten zijn binnenkort aan het werk om uw rommel op te ruimen. Ze vegen de straat, ze knappen uw afgedankte meubels op bij spullenhulp of wassen de koffiekopjes af die u heeft achter gelaten op de nieuwjaarsreceptie van uw gemeente.
Allemaal werk dat ook gedaan moet worden. Er zijn echter weinig mensen die dit een glanzende carrière vinden. Dus is dit werk bestemd voor mensen die, om een complex aan redenen, niet worden aangenomen op de wijd en zijd openstaande vacatures.

4. Er is, nogmaals, geen werk voor iedereen.
Ook al is er sprake van groei, zodra die wat lager uitvalt slaan bedrijven aan het fuseren en reorganiseren en dumpen een deel van hun werknemers weer op de arbeidsmarkt.
Dat verschijnsel wordt niet aangepakt. Sterker nog: de dringende behoefte van het bedrijfsleven aan een soepeler ontslagrecht om het verschijnsel zo goedkoop mogelijk toe te kunnen passen, wordt serieus besproken.

5. Er is, tot slot, echt geen werk voor iedereen.
Een lage werkloosheid lijkt leuk. Binnen de hier geldende economische opvattingen kan een kleine arbeidsreserve echter ook tot malaise leiden. Het drijft de lonen op, de producten worden dan duurder en voor je het weet verandert een bloeiende economie in een bloedstollende crisis.

Mevrouw Hamer's PvdA is aan een pr-offensief toe. Met het voorgestelde “sociale plan” wil men het goed scorende verschil maken met het CDA en andere partijen.
Nieuw? Nee. Anders? Niet echt. Revolutionair, visionair? Absoluut niet.
Met herziene Melkertbanen, een aanscherping van het huidige kabinetsbeleid (wie niet werkt, wordt gestraft) en een handreiking naar de werkgevers (lichtere lasten) is hier eerder sprake van “goedkoop scoren”. Over de ruggen van de laatste “verworpenen der aarde”.
Da's dan geheel conform de heersende economische ethiek. Geen veranderingen van economische opvattingen, geen grondige herziening van de arbeidsmarkt en dus een onhaalbaar ideaal: nul werklozen.
Ja, zo kan ik ook aan de weg timmeren, mevrouw Hamer!