Tagarchief: wetenschap

Naar de maan.

Naar de maan De NASA heeft een crash veroorzaakt. Niet per ongeluk. En niet hier maar op de maan. Ruimte genoeg, geen teken van leven te bespeuren, dus dan kan je wel het een ander laten neerstorten, zonder slachtoffers te veroorzaken. Lichtend voorbeeld voor vliegtuigmaatschappijen en autorijders.

Een raket en een sonde zijn te pletter gebracht in het zuidpoolgebied van de maan. Doel van de inslag is een fikse krater veroorzaken, waarin men dan weer sporen van water hoopt te vinden. Zou er water zijn, dan is langdurig verblijf op de maan een stuk comfortabeler.

Want dat we naar maan gaan is zeker. Kijk, dat zit zo. We weten allemaal dat de aardse bevolking, inclusief de aanwas daarvan, het leven alhier steeds duurder maakt. De problemen die regeringen wereldwijd moeten oplossen veroorzaken al heel wat kosten. De oplossingen zijn mogelijk vele malen duurder. Ofwel: het redden van de aarde is in de toekomst niet meer te financieren.

Ja maar, zult u zeggen, er wordt heel wat geld de ruimte in gesmeten. Kan dat niet beter aan aardse zaken worden besteed?
Nou, u weet niet waar u het over heeft. Het geld dat aan ruimtevaart wordt uitgegeven, is een minimale fractie wat het hele aardse leven kost. En het dient een hoger doel. Omdat de aarde niet te redden is, moeten we uitwijken naar andere plekken in het heelal.

Een mens kan echter niet zonder zijn natje en zijn droogje. Dus moeten we eerst op zoek naar water. Tenslotte is heel het aardse gedoe ook met water begonnen. En hoewel er nog aardig wat water op aarde is, het is op veel plaatsen moeilijk te verkrijgen of van zulke erbarmelijke kwaliteit dat hele volkstammen nog dagelijks te kampen hebben met onhygiënische toestanden en de gemiddelde levensverwachting van kinderen onmenselijk laag is. Hulde dus aan de voortschrijdende ruimtevaart.

Geen enkel puntje van kritiek?
Jawel, het had iets goedkoper gekund door wat zuiniger met het materiaal om te springen. De NASA had beter een maanlander in het gebied kunnen plaatsen. En dan na een jaar of tien een sonde erheen sturen, die gaat kijken of het ding is gaan roesten.

Is er roest, dan gaan we naar de maan.

Dan maar de lucht in…

Dan maar de lucht in...

Wie hoopt dat Nederland ooit weer gouden VOC-tijden zal beleven, koestert misschien de romantische gedachte dat het ideaal ook nu weer zeevarend zal worden verwezenlijkt. Zeevaart is voor nostalgische dromers. Het visionaire kabinet herneemt de koers die een historische zeeheld ooit inzette met een 'dan maar de lucht in'.

In dat kader lanceerde de minister van economische zaken vandaag zelfs een compleet 'office'. Het NSO (Netherlands Space Office) heeft van het rijk de opdracht gekregen het nationale ruimtevaartprogramma tot grote hoogten op te stuwen.
NSO-directeur Ger Nieuwpoort meent dat de ruimtevaart “de samenleving ongelofelijk veel te bieden heeft“. Hij somt de verworvenheden die ruimtevaart ons bracht nog eens op: “Boeren kunnen tegenwoordig hun akker al monitoren met satellieten, schepen kiezen hun routes op basis van satellietinformatie over stromingen, om maar te zwijgen over alle mogelijkheden die satellietnavigatie meebrengt“.

Je ziet het al voor je: de files in de gaten houden en bijsturen dankzij een complete file satellieten in de ruimte. Het fileprobleem is het niet het enige waar Nederland sterk in is en de NSO-directeur ziet kansen voor de ruimtevaart als die aansluit “bij de Nederlandse sterktes, zoals landbouw, water en energie“.
Samen met het NWO en de KNAW wil hij dolgraag “kijken op welke wetenschapsgebieden ruimtevaart nog meer van toegevoegde waarde is”.

Maar waarom alleen met wetenschappelijke of economische gebieden? Waarom niet met zaken dien evenzeer belangrijk zijn voor het nationaal geluk? Zo heeft de Russische ruimtevaart al aansluiting gevonden bij humor en schoot vandaag een clown de ruimte in. De stichter van Cirque du Soleil, Guy Laliberté, kocht een ticket van 35 miljoen dollar om een feestje te gaan bouwen op het ruimtestation ISS. Hij is daarmee de zevende ruimtetoerist die met een Russische Soyoez meevliegt. Niet alleen voor de lol. Hij wil hiermee ook het groeiende tekort aan schoon water aan de orde stellen.

Aan humor ontbrak het ook niet bij het Nederlandse Space Office. De toekomst van de ruimtevaart werd gesymboliseerd door een caravan. Studenten hadden het ding tot een heuse ruimteclausule omgebouwd. Of was dat serieus bedoeld? Zullen we het nog meemaken dat de jaarlijkse vakantiespits op de route naar het zuiden tot het verleden behoort? Gaan we met onze caravans massaal naar de maan?

Ruimtevaart kost een lieve duit. De kosten worden nog wel eens verdedigd met het argument dat veel bijproducten heel nuttig zijn voor de samenleving. Niet alleen de navigator in uw auto, ook levensbelangrijke medische technologie hebben we er aan te danken.
Ziet u nog meer toegevoegde waarde voor de ruimtevaart? En welke clowns ziet u graag het helaal ingeschoten?

DNA: wondermiddel of vuilnisbelt?

DNA: wondermiddel of vulnisbelt? DNA moet uitwijzen of er in Indonesië een terrorist is gedood of een van zijn hulpjes. Met DNA gaat men uitzoeken wie de vaders zijn van de pasgeboren bonobo-aapjes op de Apenheul. Dankzij DNA is in de V.S. een man na 23 jaar detentie, vrijgesproken van schuld. Met behulp van DNA-technieken zoekt men adequate medicatie tegen Mexicaanse griepjes.

Geen dag zonder DNA in het nieuws. De wetenschap heeft er maar druk mee. Het juiste DNA vinden is een hels karwei. Niet alleen bij sporenonderzoek, ook het uitpluizen van een virus-DNA kost immens veel tijd. En, volgens Eric Lammertsma van
www.crimsonbase.com, ook nog eens met behulp van verouderde computers en software. Om de wetenschap te hulp te snellen, heeft hij dan ook een bedrijfje opgericht die de DNA-onderzoekers heel wat werk uit handen kan nemen (zie artikel in AD).
Zijn de jonge onderzoekers zwaar gefrustreerd door het wetenschappelijk klimaat alhier, de jonge ondernemers zien er dus wel brood in.

Zouden ze werkelijk in staat zijn het DNA-onderzoek te bespoedigen? En, niet onbelangrijk, producten kunnen leveren die kan leiden tot een foutloze praktijk? Want in het forensisch onderzoek kun je daar niet helemaal zeker van zijn. Op een plaats van misdaad eerst moet worden uitgezocht welke DNA-sporen relevant zijn, om te voorkomen dat een dienstdoende agent als dader wordt aangewezen.

Vorig jaar werd voorgesteld daarom maar het DNA van alle politiemedewerkers in een databank op te slaan, maar de politie heeft daar zelf nog niet alle vertrouwen in. Menig agent ziet zijn DNA liever niet in zo’n databank, zelf als het anoniem wordt opgeslagen. Waarom?Omdat in 2007 sommige deskundigen al stelden dat DNA-bewijs niet altijd waterdicht is.

Onder andere omdat naar mate de databanken met DNA worden gevuld, er een grotere kans op fouten en vervuiling bestaat. Om dat uit te sluiten, moet er meer werk worden verricht en daarmee groeit de tijd, voor een forensisch lab met zekerheid een uitslag kan geven.
Waarmee maar gezegd is, dat niet iedere onschuldige nu snel op vrijlating hoeft te rekenen, omdat de wetenschap voortschrijdt.

Kunnen de jonge ondernemers hulp bieden? Misschien wel bij het leveren van betere software of het uit handen nemen van tijdrovende klussen. Feit blijft dat de wereld is vergeven van het DNA en zoek daar maar eens dat stukje uit dat je nodig hebt, voor wat dan ook. Als dan ook nog eens jan en alleman zich met DNA-onderzoek gaat bezighouden wordt het alleen maar ondoorzichtiger. Spoor dan maar eens op waar welk foutje is gemaakt.

Als het echt zo is dat, zoals Lammertsma van crimsonbase.com stelt, de wetenschappers met verouderde technieken en hulpmiddelen moeten werken, dan wordt het wel tijd daar eens wat aan te doen. Het is natuurlijk te zot dat particuliere bedrijven wel kans zien te innoveren en de wetenschappers in dienst van universiteiten of overheid niet.

Opblazen tot desillusie

Opblazen tot desillusie Vandaag een gastlog van Jonathan Mijs, die reageert op een artikel in de NRC over het meer inzetten van wetenschap bij politieke beslissingen. Met toestemming overgenomen uit ScienceGuide, waar het 2 april verscheen.

“Een complexe democratie als de onze doet er goed aan minder te vertrouwen op burgers en meer wetenschap in te zetten om tot fatsoenlijke beslissingen te komen”, schrijft
Herman de Regt in de NRC van 27 maart j.l. Een redelijke stelling, zo op het eerste gezicht, zegt Jonathan Mijs van de UvA, oud-LSVb-voorzitter. Achter zijn appèl op de ratio gaat echter een tweetal misvattingen schuil.

Allereerst blijkt zijn oproep gestut op een naïef beeld van wetenschappelijke epistemologie (kennisleer): zoals De Regt zelf al aangeeft in één van zijn voorbeelden, zijn kansen dikwijls niet met nauwkeurigheid vast te stellen en zijn risico’s vaak onvoorzien. Zeker als het mensen aangaat, valt de uitkomst van beleid vaak niet beter te benaderen dan met een verwachting. Beleidsvoorbereiding en –evaluatie is in zo’n geval gediend door betrokkenheid van de wetenschap, maar veel meer nog door het erkennen van haar beperkingen. Een opgeblazen geloof in wetenschap leidt tot desillusie, verontwaardiging en, erger, tot het aanwijzen van de verkeerde verantwoordelijke. Want het zijn politici, niet wetenschappers, die politieke besluiten nemen.

En, zo kom ik bij mijn tweede punt, zo moet dat ook zijn. Anders dan De Regt doet vermoeden, kunnen we namelijk een onderscheid maken tussen doelrationele beslissingen en moreel ingegeven besluiten. Max Weber, één van de voorvaders van de sociologische wetenschap, maakte dit onderscheid al in het onderscheiden van Zweckrationalität en Wertrationalität. Het eerste motiveert doelgericht handelen waarbij de middelen om dat doel te bereiken rationeel zijn bepaald, waarderationaliteit daarentegen geeft het primaat aan ethische, filosofische en normatieve waarden in de keuze van middelen om een doel te bereiken. De misvatting van De Regt behelst het verwarren van deze twee.

De Regt roept niet zo zeer op tot een kabinet van wetenschappers, als wel tot een kabinet van actuarissen: knappe koppen die complexe vraagstukken kansrekenend oplossen. Naast naïviteit, getuigt die oproep van een miskenning van de morele en politieke filosofie; de wetenschappelijke disciplines waarin wetenschappers al eeuwen lang denken en schrijven over het complexe vraagstuk hoe te komen tot ‘rechtvaardige’ besluiten, en hoe de maatschappij zo ‘eerlijk’ mogelijk in te richten. Zo hield de Britse filosoof John Rawl zich zijn leven lang bezig met de vraag hoe om te gaan met de verdeling van schaarse goederen onder mensen. Dient zo’n verdeling te geschieden op basis van behoefte? Verdienste? Gelijkheid?

Of is het een beter idee, cf. David Miller, om zulke criteria afhankelijk te maken van het domein waarbinnen men dergelijke keuzes maakt, zodat de familie, de arbeidsmarkt en het openbare domein andere verdelingscriteria kennen – respectievelijk behoefte, verdiensten en gelijkheid. Simpelweg verwijzen naar ‘rationaliteit’ biedt hier geen soelaas. Zulks een oproep miskent niet alleen morele basis van zulke beslissingen, zij ontkent ook de waarde van de democratische vertegenwoordiging: het wegen van doel en middelen niet op basis van kans en risico, maar ingegeven door de ideologische beginselen op basis waarvan het electoraat haar parlementaire vertegenwoordigers heeft gekozen.

Jonathan Mijs

Vrijheid van wetenschapsbeoefening

Vrijheid van wetenschapsbeoefening De KNAW (Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen) heeft een brief naar minister Plasterk gestuurd en hem er op gewezen dat de regering de vrijheid van wetenschapsbeoefening ernstig beknot. Da's niet goed voor de wetenschap en ook niet voor de reputatie van het Nederlandse wetensschappelijke onderzoek en daarmee, zo stelt de KNAW, Nederland zelf. Dit land behoort een gastvrij land te zijn voor wetenschap en wetenschappelijke onderzoekers (zie ook de brief zelf, pdf-document).

Het gaat hier om de uitvoering van VN-resolutie 1737, die alle mogelijke middelen beoogt om Iran te dwingen tot ontmanteling van alle nucleaire activiteiten.
Onderdeel daarvan is een boycot van Iraanse studenten en wetenschappers. Die komen er hier niet in. Dat wil zeggen: voor een heel lijstje opleidingen en onderzoeken geldt dat daar Iraniërs hun neus niet mogen insteken.

In juni vorig jaar werd de oorspronkelijke sanctieregeling gewijzigd en maakte de regering bekend welke opleidingen op slot gingen (zie de nieuwe regeling, ook een pdf-je, via ikregeer.nl).
Uit de brief van de KNAW valt op te maken dat de verenigde wetenschappers vinden dat de overheid in al haar waakzaamheid te ver doorschiet.

Netelige kwestie? In Iran is een mafkees aan de leiding die de rest van de wereld piepelt met nucleaire pesterijtjes. Al enige tijd speelt zich het inmiddels bekende toneel af. Het zogenaamde vrije westen wenst het alleenrecht te hebben op nucleaire middelen. Van kerncentrales tot kernwapens en wat er al zo meer aan radioactiviteit noodzakelijk wordt geacht.
Elk land dat niet binnen de opvattingen van dat vrije westen valt, wordt bij de fabricage van het eerste de beste röntgenapparaat al verdacht van productie van atoomwapens.

Nog los van het feit dat Nederland zich in deze kwestie net zo laat meeslepen als destijds bij Irak, is het niet zo'n beste zet studenten te weigeren. Behalve een mooi vak kunnen ze toch ook onze democratische principes leren kennen. En wat die nucleaire kennis betreft: Nederland kent toch alleen vreedzame toepassingen? Dan is het wel zo aardig en misschien zinvoller als Iraanse studenten onze democratische opvattingen en vreedzame nucleariteit meenemen naar huis.

Vergeef me die naïeve opstelling, maar wat mij betreft had de KNAW wel een wat pittiger toontje aan kunnen slaan in hun brief aan Plasterk.

Het was een ongeluk, het blijft een ongeluk

Klik voor bron plaatje: www.livingsculptures.com Bij het doorlezen van de vraag van het jaar op het World Question Centre (zie dit artikel van afgelopen donderdag) heb ik me uitstekend vermaakt. De meest uiteenlopende zaken, kwamen op de meest uiteenlopende wijze aan de orde.

Tja, dat krijg je als je wetenschappers een behoorlijk brede vraag voorlegt. En ineens moest ik denken aan een televisieprogramma van 15 jaar geleden. In “Een schitterend ongeluk” legde Wim Kayzer ook brede vragen voor aan een zestal wetenschappers, die hun visie gaven over de ontwikkeling van de mens, ons bewustzijn en de wetenschap. Was de oerknal een ongeluk en is de mens dan het schitterende product van dat ongeluk, was de centrale vraag.
Zouden die zes ook present zijn bij het beantwoorden van de vraag wat alles zal veranderen?

Jawel hoor, drie van de zes gasten van Wim Kayzer zijn ook nu niet te beroerd hun licht te werpen op de veranderingen die komen gaan. Stephen J. Gould is in 2002 overleden, dus hij staat er niet bij. Helaas missen we Oliver Sacks en Stephen Toulmin. Maar wel aanwezig zijn Daniel C. Dennett, Freeman Dyson en Rupert Sheldrake. En wat zal, volgens hen, alles veranderen?

Daniel C. Dennett. Juist zo'n vraag stellen, zal alles veranderen, zegt Dennett. Reflectief, wetenschappelijk onderzoek kijkt ook naar de wijze van onderzoeken, met als doel het onderzoek te verbeteren. We verbeteren onderzoekstechnieken en komen steeds meer te weten en met wat we meer weten onderzoeken we verder. Dat zal alles veranderen.

Dennett wijst er op dat naar mate het wetenschappelijk onderzoek zich door zelfonderzoek zal verbeteren, de onzekerheden zullen toenemen. Want zal meer weten ook tot meer zekerheden leiden? Welke ontdekkingen zullen waarheden opleveren die als nieuwe dogma's jaren stand zullen houden, welke zullen slechts een waarheid voor de waan van de dag bieden?

Door meer inzicht en technologische ontwikkelingen volgen nieuwe ontdekkingen zich in steeds sneller tempo op. Dennett vraagt zich af of we nog wel kranten zullen hebben, of we so-wie-so nog zullen lezen. Hij ziet ziekenhuizen wellicht veranderen tot de drogisterij-afdeling van de supermarkt en de kerken tot niet meer dan een koeienstal. De meest basale instincten zullen langzaam slijten en niet langer deel uitmaken van ons genen-pakket, omdat we ze door verfijnde technologische hulpmiddelen niet meer nodig hebben.

Wetenschappelijk onderzoek, continu vragen stellen zal de mens dus zo veranderen dat hij een meer artificiële recreatie van zichzelf wordt. Dennett hoopt wel dat onze voortdurende nieuwsgierigheid de kenmerkende constante van de mens zal blijven.

Freeman Dyson. Ook hij ziet de mens veranderen. En wel door een belangrijke verandering in onze communicatie. Hij ziet het er nog van komen dat we rechtstreeks, van brein tot brein, met elkaar van gedachten wisselen. Hersenactiviteit krijgen we zo onder controle hebben, dat radiotelephatische communicatie een reële mogelijkheid wordt.

Heel simpel. Nu al kunnen we hersenactiviteit meten en zichtbaar maken. Steeds meer weten we wat die geregistreerde activiteit betekent. Het moet niet zo'n hele grote stap zijn om met een ingebouwd apparaatje die activiteit zelf uit te zenden of te ontvangen. Die rechtstreekse communicatie zal niet alleen tot beter begrip van mensen onder elkaar leiden, we kunnen ook zelf beleven wat een vogel voelt, die vrij door de lucht vliegt of de angst van een opgejaagd hert meemaken. Heel idealistisch hoopt Dyson dat we daardoor beter zullen omgaan met de hele gemeenschap waar we deel van uitmaken.

Hij ziet wel een risico. Als iedereen zo maar je gedachten en gevoelens radiotelephatisch kan oppikken, zou het wel eens definitief gedaan zijn met onze privacy. De toekomstige generaties hebben dan ook de taak die met nieuwe wetten en regels te beschermen. Het kan eenvoudig: iedereen moet het recht hebben zijn zendertje aan of uit te zetten, wanneer hij maar wil. Zonder opgaaf van redenen. .

Rupert Sheldrake. De man die meent dat er meer is tussen eiwitten en neuronen, voorspelt de definitieve ondergang van het materialisme. Nu heeft die nog enig krediet, maar omdat materialistisch denken op evenveel gebakken lucht is gebaseerd, als een deel van ons financiële stelsel, zal ook het laatste restje krediet dat het materialistisch denken heeft, een fatale crash meemaken.

Het materialisme gaat er vanuit dat materie de enige realiteit is, stelt Sheldrake. Bewustzijn zou niets anders zijn dan hersenactiviteit, een natuurkundig verschijnsel. Van Sheldrake weten we dat hij dat een te beperkte visie vindt en ook nu weer wil hij aantonen waar de schoen hem wringt. Vier tekenen aan de wand, die het einde van het materialisme aankondigen.

1. Sommige natuurkundigen stellen dat bij quantum mechanische verschijnselen kunnen alleen juist verklaard worden, als ook rekening wordt gehouden met de gedachten van de waarnemers zelf. Sheldrake gaat dan snel door de bocht door te stellen dat gedachten daarom niet beperkt kunnen worden tot natuurkundige formules.
2. Hij wijst op nieuwe theorieën betreffende de natuurkundige realiteit, die schudden aan de grondvesten van het materialistische denken. De
superstringtheorie, de M-theorie met multi-dimensionaliteit, wijzen ons een nieuwe weg.
3. De ons bekende materie en energie maakt voor slecht 4 procent deel uit van het universum. De rest is donkere materie. Dus over 96 procent van de natuur tasten we in het duister.
4. Als de oerknal net iets anders had verlopen, dan nu bekend wordt veronderstelt, zouden we misschien niet eens bestaan. Dus waarom zouden er ook niet andere universums bestaan, waar andere natuurkundige wetten gelden?

Dat alles is, volgens Rupert Sheldrake, genoeg reden om definitief afscheid te nemen van het 19e eeuwse materialisme. Het maakt de weg vrij voor nieuwe perspectieven en mogelijkheden. En als we de pretentie van het ultieme antwoord opgeven, zal wetenschap vrijer en leuker worden.

Waar Dennett en Dyson voortborduren op de maakbare mogelijkheden vanuit het materialistisch denken, blijft Sheldrake op zoek naar bewijzen van het ongerijmde, vanuit het ongerijmde.
Dat laatste is leuk en biedt natuurlijk perspectieven buiten de bekende kaders waar we soms zo vreselijk in vast zitten. Maar zoek eerst eens, in het hier en nu, de drogredeneringen die er toe leiden dat we in de vicieuze cirkel zitten, die Alan Alda op dezelfde website benoemt.
Wie weet kunnen we zo voorkomen dat nieuwe uitvindingen en nieuwe theorieën tot nieuwe ongelukken leiden. Of zouden we zonder ongelukken geen stap verder komen?

Politci en ingenieurs

Politici en ingenieursDe TU Delft wil politici in de collegebankjes hebben. Kamerleden worden uitgenodigd zich bij te laten spijkeren op gebied van (onder andere) kernenergie en biobrandstoffen.
In workshops van twee dagen denkt de TU de politici voldoende bijgeleerd te hebben, zodat men met wat meer verstand van zaken de politieke besluitvorming rond kan krijgen.

Op het Binnenhof lopen slechts zes afgestudeerde TU'ers rond. Camil Eurlings en Antoinette Vietsch (CDA), Martijn van Dam (PvdA) en Teun van Dijck (PVV) hebben allen technische bedrijfskunde gevolgd. Roland Kortenhorst (CDA) en Diederik Samson (PvdA) hebben respectievelijk scheepsbouw en kernfysica op zak.

Mevrouw Vietsch en heer Samson kennen de TU Delft van binnen, dus zij kunnen hun collega's vertellen of het nou leuk is om in de delftse collegebankjes plaats te nemen. Enige overredingskracht is wellicht nodig, omdat de TU als licht ontvlambaar bekend staat. De kamerleden hoeven zich geen zorgen te maken. De TU Delft heeft ruim ervaring in het redden van stoelen, dus mochten de collegebankjes vlam vatten, dan mag men er op rekenen eveneens naar buiten te worden gebracht.

Het is een loffelijk initiatief om kamerleden van meer kennis te voorzien. Maar stel je eens voor dat meer vakgebieden op dat idee komen en de parlementariërs ook nog eens wat dagen naar de Landbouwhogeschool in Wageningen gaan. En naar de Erasmus medische faculteit in Rotterdam. Of naar één van al die andere academies en hoge scholen die hun expertise aanbieden.
De toch al zo druk bezette volksvertegenwoordigers zouden aan het controleren van de uitvoerende macht niet meer toekomen.

Misschien is het een beter idee wetenschappers continu aan de zijde van de politici mee te laten denken. Nu mogen sommige wetenschappers wel hun adviezen uitbrengen in één van de vele adviesorganen, maar mee beslissen is er niet bij.

De TU Delft gaat de wetenschap ook dichter bij de burger brengen. Als dat succesvol blijkt kunnen bijgeschoolde leken en poltici samen met wat deskundigen voortaan wel samen de politieke besluitvorming uitvoeren.
De kloof tussen wetenschap en burger, tussen wetenschap en politiek, tussen kennis en beslissen kan dankzij de TU kleiner worden. En daarmee ons democratisch stelsel anders ingericht.
De leek, de deskundige en de politicus voortaan aan het roer.