Tagarchief: Willink

De nieuwe kleren van de onderkoning

De nieuwe kleren van de onderkoning Tjeenk Willink heeft gesproken. Paars-plus moet het worden. Maar de informateur kon het niet laten er wat adviezen aan toe te voegen. Regeren over het advies heen?

In een eindverslag van
vier kantjes (pdf) legt hij uit waarom het paars-plus moet worden. In een bijlage van ruim 5 A-viertjes voegt hij echter wel wat commentaar toe. De eerste helft gaat over zijn motivering van de keuze voor een paars-plus koers in de formatie. Dat hoort bij zijn opdracht. Dan volgen er twee extra adviezen. Ik ben benieuwd of Hare Majesteit dat op prijs stelt.

De adviezen-plus gaan over de verhouding tussen kabinet en parlement en over de kwaliteit van het openbaar bestuur (zie hier de
bewuste bijlage – pdf). Uit die twee onderdelen een paar citaten, die de vraag oproepen waarom Willink niet een zakenkabinet adviseert.

“Een homogeen kabinet wordt bevorderd door onder meer: Afspraken over de eisen waaraan de bewindslieden, individueel en collectief, moeten voldoen, waaronder financieel-economische geletterdheid. Daarbij ware te bedenken dat wanneer er meer ruimte wordt gelaten aan de Kamer, ervaren Kamerleden meer dan ooit in de Kamer zelf nodig zijn, al was het maar om de invloed van ambtenaren, belangengroepen en adviseurs terug te dringen”.

Let op die “financieel-economische geletterdheid”, die Willink van een nieuw kabinet verwacht. Heeft hij zo zijn twijfels over de deskundigheid? Je zou zeggen dat een kabinet moet kunnen steunen op de deskundigheid van haar ambtenaren. Daar zegt Willink over:
“Om zijn verantwoordelijkheden bij het bestrijden van de crises waar te kunnen maken, moet het kabinet kunnen rekenen op inhoudelijk deskundige ambtenaren. Die deskundigheid is binnen het openbaar bestuur de laatste decennia teruggelopen”.

Nou, dat ziet er niet best uit. Waar moet de deskundigheid dan vandaan komen? Willink weet het: “Door de verantwoordelijkheid van deze professionele uitvoerders voorop te stellen, kan ook de betrokkenheid van burgers worden gestimuleerd”, want de noodzakelijke vernieuwingen om de crises het hoofd te bieden moet het kabinet halen bij “ondernemers, in het onderwijs, in de zorg, in de landbouw, in de sociale zekerheid”. Want “zij representeren een andere werkelijkheid en doorbreken ingesleten patronen. Zij zijn vaak beter én toch goedkoper”.

Willink wil dat politici en ambtenaren hun inhoudelijke oppimpen door te rade te gaan bij de mensen die het dagelijks werk doen.
Daar is niets op tegen. Maar als dat de oplossing is, waarom dan niet meteen ook een zakenkabinet geadviseerd? Een clubje echte vakmensen, die kunnen begrijpen wat er wordt gezegd als de werkvloer spreekt.

Ik vrees dat dit deel van Willink’s eindadvies niet in een nieuwe regeerakkoord terug te vinden zal zijn. Hooguit komt er een reprise van de 100 dagen tournee leidt, waarmee Balkenende het vorige kabinet van start liet gaan. Twee pagina’s die een nieuw kabinet zal dragen als ware zij de denkbeeldige kleren van de onderkoning.

De democratie is dood, leve de democratie

De democratie is dood, leve de democratie Dames en heren,
Wij zijn vandaag bijeen om de te jong gestorven democratie te gedenken. In de knop gebroken, in de bloei van haar leven geknakt. Er hangt een sluier over de ontluikende lente. De eerste zonnestralen van het prille voorjaar, doen ons opleven. De democratie is echter dood verklaard, door hen die smachtend uitzien naar een zinderende zomerdag op 9 juni aanstaande.

Job Cohen wil het huis van Thorbecke renoveren en wil een
Nationaal Akkoord voor de democratie. Jan Marijnissen sprak in zijn Thorbecke-lezing over een problematische democratie. Tjeenk Willink presenteerde het jaarverslag van de Raad van State en mijmerde ook wat over ons politieke stelsel. In elk verkiezingsprogramma staan wel een paar regels over bestuurlijke vernieuwing.

Terecht merkt heer Willink op dat de verkiezingsprogramma’s bestuurlijke vernieuwing vooral in het kader van bezuinigingen plaatsen. Minder overheid, dus minder ambtenaren en bestuurders.
Maar, evenals de heer Cohen, wordt de rol van de burgers niet vergeten. Betrokken moeten ze zijn. Verantwoordelijkheid nemen. De democratie is dood, maar met een vernieuwd burgerschap zouden we er niet om hoeven treuren.

Dames en heren, wat zojuist ten grave is gedragen, is het resultaat van een democratie dat een leven is gaan leiden, die niet naar ieders idealistische zin is. Met name zij die het over bestuurlijke vernieuwing hebben, mogen we verdenken van een aanslag op onze jonge democratie.
Je kunt het hebben over een groot of een klein bestuur, over de wijze waarop een bestuur kan worden gekozen of benoemd, over wie dat bestuur mag kiezen of benoemen, over wat en bestuur mag kosten en wie afgevaardigd mag worden om het bestuur te controleren. Maar dan heb je het nog altijd over het bestuur en niet over de democratie.

Was democratie bij haar geboorte niet bedoeld als een staat geregeerd door velen? Een volksheerschappij? Wel, dat betekent dat de democratie de laatste eeuwen alleen nog in naam levend was. De ‘velen’ zijn vervangen door selecte groepjes bestuurders. Daar waar ‘het volk’ een poging deed haar heerschappij terug te vorderen, werd het afgestraft met bloedige repressie of met de meer humane repressieve tolerantie. Het ontmoedigde en terneergeslagen 'volk' kreeg tenslotte de laatste slagen toegediend. Het kreeg normen en waarden en verantwoordelijk burgerschap gedicteerd. De democratische ruimte is er niet groter op geworden.

Wat als volksheerschappij geboren was, is van regentendom tot bestuurderschap verworden. Als men die democratie dood wenst te verklaren, dan kan men toch alleen nog roepen: de democratie is dood, leve de democratie?
Wat is er zo verschrikkelijk aan 'het volk', dat haar zeggenschap wordt verbannen naar dialoogtafels en de vierjaarlijkse stembusgang? Waarom is 'het volk' nu 'de burger' en niet de verzameling stratenmakers, verplegenden, rijwielhandelaren, boeren, wetenschappers, ouders, studenten, schoonmakers, boekhouders en al wat een individu kan zijn?

Waarom hebben al die individuen niet meer zeggenschap en heerschappij, dan nu het geval is? Moet dat niet de vraag zijn, als we de democratie willen reanimeren?