Taskforce peper en zout

Peper en zoutHet huwelijk tussen overheid en burger wordt vaak vergeleken met een LAT-relatie. Vanwege “de kloof”.
Nu is er in elk huwelijk wel wat, maar er zijn mensen die menen dat de afstand tussen de twee partners een gapend gat van wederzijds onbegrip is.

De scheiding lijkt zo langzamerhand een voldongen feit. De inboedel kan worden verdeeld. Het peper en zout-stelletje, een geschenk dat bij de voltrekking van een huwelijk de eenheid moet symboliseren tussen beide partners, staat nu symbool voor de hoog opgelopen onenigheid. De overheid heeft er schoon genoeg van dat de burger zich dik maakt over die overheid en schakelt een taskforce in om de burger het zoutvaatje te ontnemen.

De Taskforce Zout is een onderdeel van een campagne om de burger gezond te krijgen.
Tja, je moet wat. Je kan niet met lede ogen toezien hoe je partner zich volvreet en vervolgens met allerlei klachten naar de dokter moet. Dat trekt een te zware wissel op het huishoudbudget. Het zal echter het wederzijds onbegrip niet verminderen.

De overheid gedraagt zich meer en meer als de dominante partner in het huwelijk. Da's geen gemakkelijke klus, zeker niet met een gezin van ruim 16 miljoen huisgenoten. Dertien ministeries en zo'n 120.000 rijksambtenaren laten zich dan ook bijstaan door zeker 57 adviesorganen en ruim 123 commissies.
In “
De democratie in commissie bijeen” was te lezen dat de overheid dat zelf ook wel een beetje veel vond. Dus er moeten ambtenaren weg en er zou hier en daar een adviseurtje weggestuurd kunnen worden.

Maar de problemen binnen het huwelijk zijn soms zo complex dat de overheid het ook niet meer weet. Dan wordt het tijd voor andere hulptroepen. De task forces. Speciale eenheden die zich op een onderdeeltje storten om met klip en klare oplossingen te komen.
Bij task force denk je toch op de eerste plaats aan speciaal samengestelde teams bij de politie die een ingewikkelde moord moeten oplossen. Of aan legereenheden die de zware taak hebben vrede en democratie te stichten in brandhaarden over heel de wereld.

Een korte rondgang op het internet leert dat het Rijk zich door tientallen task forces laat bijstaan. Een greep uit de voorraad:
De taskforce
Vrouwen naar de top: zeven mannen en drie vrouwen gaan er voor zorgen dat meer topfuncties door vrouwen worden bezet.
Rommelig Nederland gaat
opgeruimd worden door de taskforce herinrichting bedrijventerreinen.
De
taskforce Verlichting houdt zich helaas niet bezig met de renaissance van de Rede, maar licht ons slechts bij met spaarlampen.
In de openbare ruimte lopen overheid en burger elkaar soms zo vreselijk in de weg, dat er een
taskforce mobiliteitsmanagement nodig is, om elkaar de weg te wijzen.
Daarbij is de
taskforce Taxi natuurlijk een prachtig hulpmiddel.
Ach, hanteer zelf uw zoekmachine en ga eens op bezoek bij taskforces jeugdwerkloosheid, multifunctionele landbouw, diversiteit schoolbesturen, toetsingskader ammoniak, management overstromingen, regeldruk gemeenten of de Taskforce Archieven.

Een kleine overheid kan natuurlijk niet alles zelf doen. Die 120.000 ambtenaren kunnen het zware werk ook niet klaren. De burger vraagt om snelle oplossingen, dus de inzet van task forces lijkt een probaat middel. Wie zou nu nog durven beweren dat de overheid het pepervaatje dient leeg te storten in Rijk's anus?

Gaat het op die manier ook goed komen met de huwelijkse staat van de democratie?
Ik vrees van niet. Ook dit trendy managementsspeeltje ontbeert een element waar de overheid maar niet aan wil: deelname van de burger zelf.
De task forces zijn samengesteld uit tal van echte deskundigen en ambtenaren van het rijk zelf. Veel van die mensen kennen we van de adviesorganen en commissies die sinds mensenheugenis de regering bijstaan. Participatie van de “leek” wordt geschuwd.

Nou zal het wel erg vermoeiend zijn om als professionele wetenschapper of bestuurder alsmaar de domme burger van de juiste informatie te voorzien. Maar wil dat zeggen dat alleen de deskundigen met de juiste oplossingen kunnen komen?
Sommige deskundigen menen dat de wisselwerking tussen de “wetenden en de argelozen” juist tot betere resultaten kan leiden.

In onderzoek naar criminaliteit en rechtshandhaving wordt ook gekeken naar de mogelijke inbreng van leken. Men vreest hierbij het onderbuikgevoel en dat burgers onnodig zware straffen zouden uitdelen. Steekproeven wezen echter uit dat als de burger kennis had van het dossier, hij vaak tot lichtere straffen kwam dan de rechters.
De juryrechtspraak komt er echter niet, vooral omdat het te duur zou zijn. Bovendien lijken veel burgers best tevreden met de huidig gang van zaken, dus ontbreekt de noodzaak ons rechtstelsel te wijzigen. Maar hoeft een tevreden burger dan niet te participeren in zaken waar hij wel de mond van vol heeft?

In een ander kader bepleit professor Cees Midden ook deelname van burgers. Kern van zijn betoog: het houdt de deskundigen scherp. Ze moeten in burgertaal kunnen uitleggen waar het om gaat. Bovendien houden ze zicht op wat er bij de burgers leeft en kunnen dat laten meewegen in hun beslissingen.
Ook hier geldt dat de burger dichter bij relevante informatie komt, ook al snapt-ie daar niet alles van. Maar onwetendheid kan tot argwaan leiden en de burger vertrouwt de deskundige niet meer. De interactie tussen de leek en de deskundige kan heilzaam werken.

Wil het schertshuwelijk tussen overheid en burger tot een serieuze, duurzame relatie worden verheven, wordt het wellicht tijd voor de Taskforce Peper èn Zout.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *