Tagarchief: trimbos

Nauwelijks nog rapaille op straat

Nauwelijks nog rapaille op straat Waar is het schorremorrie? Het tuig van der richel, de rioolratten? Het rapaille lijkt zo goed als verdwenen. Het buro voor toerisme vreest aantasting van het Hollandse folkloristische imago, door het ontbreken van de pittoreske clochards.

Koopt u nog wel eens een daklozenkrantje? Nee, want je ziet de verkopers niet meer op straat. Wordt u bij het winkelen nog wel eens lastig gevallen door een bedelaar? Nee, want ze zijn er niet meer. Rent u wel eens in paniek over de Dam? Niet meer, want er zijn geen dakloze damschreeuwers meer.

Het
Trimbosinstituut meldt dat de aanwezigheid van en de overlast door dak- en thuislozen sinds 2007 afneemt. Er zijn amper nog dak- en thuislozen. Dat wil zeggen: op straat. Verschillende kranten brengen het nieuws onder de kop “Nauwelijks nog daklozen in de grote steden”.
Ze zijn er natuurlijk wel. Eerder schreef ik hier al dat ik ze ook minder op straat zie, maar wel veel vaker en in grotere getale op mijn werk mag ontmoeten (dagopvang voor deze ‘doelgroep’).

Het mag tot het succes van het beleid der grote gemeenten gerekend worden dat de verschillende vormen van 24-uurs opvang aardig vol zitten. En dat er vormen van wonen zijn ontwikkeld, waar voormalig daklozen het wat langer uithouden, bijvoorbeeld omdat ze er wel een biertje mogen drinken. Het aantal echte daklozen, de mensen die dag in, dag uit op straat leven en daar ook slapen, is inderdaad iets minder geworden.

Maar niet veel minder dan men doet geloven. Bovendien betekent het dat de groep thuislozen groeit. Dat begrip ‘thuisloos’ begrijpt niet iedereen. In de vakterminologie is een thuisloze iemand die wel over enige vorm van wonen beschikt (zelfstandig of onder begeleiding), maar geen sociaal netwerk heeft. Geen contacten met familie, geen vriendenkring, geen collega’s. Een van de redenen waarom deze mensen vaak in problemen komen, want ze staan er alleen voor om die op te lossen. In de meeste gevallen hebben ze daar ook de capaciteiten niet voor.

Vroeger kon een dakloze het nog wel eens tot gemeenteraadslid schoppen. Bekend is het verhaal van de Amsterdamse clochard
Hadt-je-me-maar, die in de 20’er jaren, dankzij een actie van anarchistisch ingestelde kunstenaars, een zetel in de raad haalde voor de Rapaille-partij. Nog voor hij er ook echt op kon gaan zitten, was hij alweer opgepakt wegens openbare dronkenschap, dus tot een prachtige carrière als politicus is het niet gekomen.

Tegenwoordig moet een dakloze zich de longen uit zijn lijf schreeuwen om nog een beetje landelijke aandacht te krijgen. De aanwezigheid van daklozen op straat is blijkbaar zo minimaal, dat de eerste de beste juffrouw die er eentje op de Dam tegenkomt, het op een gillen zet. De details van het verhaal kent u natuurlijk. Het verhaal van de man zelf is
hier te vinden.

Minder daklozen op straat betekent eigenlijk meer verborgen dakloosheid. Het is leuk dat er meer voorzieningen zijn waarin de daklozen, al dan niet gedwongen, in zijn opgenomen. Maar velen redden het daar niet. Waardoor ze weer enige tijd op straat leven, tot ze in het volgende project terecht kunnen.
Daarnaast neemt het aantal huisuitzettingen op dit moment weer toe. Ook die mensen staan vaak eerst op straat, omdat er behoorlijke wachtlijsten in de opvang zijn. Bovendien nemen Oost-Europese mensen de op straat leeg gekomen plekken massaal in. Met de bijbehorende overlast: dronkenschap, vechtpartijtjes op straat en winkeldiefstal.

Nee, voorlopig bent u nog niet af van het rapaille. En dat gaat erger worden. In Den Haag hebben drie grote opvangorganisaties de gemeente laten weten dat het geld voor dit jaar al na de zomer op is. Geen geld voor de huidige opvang, laat staan voor uitbreiding of fraaie succesvolle projecten. Met de bezuinigingen, die een nieuw kabinet onder leiding van de VVD zal invoeren, is de kans klein dat de tekorten in de opvang aangevuld zullen worden.

U kunt straks niet alleen uw portemonnee trekken voor Rutte’s snoeiplannen, maar ook voor de bedelaars die terugkeren op straat.

State of mind

HoofdpijnWorden we steeds gekker of valt het allemaal wel mee? Deze week is het Trimbos-instituut begonnen om dat eens haarfijn voor ons uit te zoeken. Zevenduizend mensen worden ondervraagd over hun levenservaringen, psychisch welzijn en lichamelijke gezondheid. Het gaat eigenlijk om een update van de NEMESIS-studie, waarvan de laatste uit 1999 dateert. Daarmee probeerde men voor het eerst betrouwbare cijfers op te hoesten over de psychische gesteldheid van de nederlander. Die was er niet best aan toe: 41,2% van alle 18 tot 65-jarigen had wel eens een psychiatrische aandoening gehad en 19% had wel eens last van stemmingsstoornissen.
Nu, zes jaar later, wil het Trimbos-instituut weten: Is Nederland psychisch zieker geworden of juist niet?
Mag ik het gerenommeerde instituut een handje helpen met een literatuurstudie? Met behulp van een indrukwekkende
lijst fobieën, is zo na te zoeken hoe de nederlandse 'state of mind' er voor staat.
Algemeen bekend is dat
xenofobie onder een vrij grote groep nederlanders heerst. Daar hebben anderen weer last van. Er zijn mensen die niet tegen zulke grote groepen kunnen. De afgelopen week blijkt er een groeiend aantal lijders aan enochlofobie te zijn opgestaan. Of valt hun reactie meer onder coulrofobie?
De onrust die hierdoor wordt veroozaakt, brengt velen aan het twijfelen. Wel wat doe, of juist niet. De vertwijfeling wordt soms zo groot dat mensen last krijgen van
hypengyofobie en dan maar alle verantwoordelijkeheid aan de overheid willen overlaten. Die mag dan de angst van zo'n driekwart van de nederlanders wegnemen, die recentelijk een angrofobie hebben opgelopen omdat iemand een boek wil verfilmen.
Eind november werd de samenleving ineens geconfronteerd met duizenden pubers die aan een acute aanval van van
didaskaleinofobie leden. Een heel Museumplein vol zelfs.
En dan hebben we het nog niet eens over aloude, welbekende en hardnekkige fobieën als
antlofobie, vooral onder zeeuwen een plaag, en rhytifobie, dat flink aangewakkerd wordt door alarmberichten over de vergrijzing en een rimpelloos bestaan tot het rijk der fabelen lijkt te wijzen. Overigens gezeur waar velen ook weer bang voor zijn.
Een topper is
anuptafobie, gezien de successen die datingsites boeken.
Het Trimbos-instituut valt zeker geen
gnosiofobie te verwijten. Meten is weten, toch? Maar waarom wordt dat onderzoek gestart, juist in de donkere maanden van het jaar? Heeft het Trimbos-instituut het depressie-alarm niet gelezen, die dit jaar meer winterblues voorspelde, als gevolg van de slechte, natte zomer?
Ik ben zeer benieuwd naar een wetenschappelijke onderbouwing van neerlands gekheid.