Tagarchief: grondwet

VVD leert provincialen een lesje.

KabinetDit prachtige land kan pas aan de burgers worden terug gegeven als iedereen dezelfde taal spreekt. VVD-Kamerlid Van Nieuwenhuizen ziet dat zo: we hebben een prachtig sociaal vangnet, maar als je het Nederlands onvoldoende beheerst, kan je nog zo’n werkloze Fries zijn, je vliegt er wel uit.

Als de VVD zegt iedereen, dan bedoelt de VVD ook iedereen. De VVD discrimineert niet. Wie de bijstand nodig heeft, moet wel een minimum aan Nederlandse taal onder de knie hebben. In Friesland geven ze al jaren een voorbeeld. Je ziet bij Sociale Diensten tweetalige bordjes en brochures. In het Fries en in het Nederlands. Dat is natuurlijk om de import-Friezen te helpen.

Het voorstel van de VVD moet je niet zien als de zoveelste maatregel om elke a-sociaal in het gareel te ranselen. De VVD is niet a-sociaal. De VVD ziet ook wel hoe moeilijk Friezen, Groningers en Limburgers het hebben. En waar ligt dat aan? De taal, natuurlijk! Neem een voorbeeld aan Verhagen, aan Bleker, aan Leers. Okee, je kunt ze niet volgen, maar ze zijn wel te verstaan. En hebben zij geen prachtige banen? Omdat ze vlekkeloos Nederlands praten.

In de acht provincies waar dialecten nog sterk heersen, is de werkloosheid traditiegetrouw iets groter dan in de andere provincies. In 2010 waren er ongeveer 221 duizend werklozen in Friesland, Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Zeeland, Noord-Brabant en Limburg. Aan 113 duizend mensen werd bijstand verstrekt.

Hoewel het vorige kabinet een wetsvoorstel indiende om de Nederlandse taal in de grondwet op te nemen, met tevens een aparte wettelijke status voor het Fries, is de grondwet nog niet gewijzigd op dit punt. De Raad van State adviseerde negatief over zo’n bepaling, omdat de Raad het een overbodig voorstel vond en als het Fries ook als officiële taal wordt vastgelegd, waarom dan ook niet het Engels en Papiaments? Dat zijn de officiële talen van twee Nederlandse gemeenten.

Dat zaakje loopt nog en zal niet snel worden afgerond, omdat voor grondwetswijzigingen nieuwe verkiezingen nodig zijn. Daar zit de VVD niet op te wachten. Stel je voor dat de partij na een moeizame formatie onverwachts niet in een volgende regering zit. Hoe moet Rutte dan dit schitterende land teruggeven?

Nee, dan maar eerst die werkloze provincialen een lesje leren. Een taallesje. Moeten ze wel zelf doen, want het blijft eigen verantwoordelijkheid natuurlijk. Bijkomend voordeel is dat al de Randstedelingen die ook wel eens uit de bol willen bij het Limburgs carnaval, straks al die Limbo’s ineens verstaan.

Kabinet

Beneden alle peil

PeilPeilingen zijn leuk aan de borreltafel. Het gekrakeel er om heen, is eveneens vermakelijk. Met name heer Wilders weet de lachers op zijn hand te krijgen. Het CDA zou nog verder zakken, als de coalitiepartij niet akkoord gaat met de stelling dat bij nieuwe bezuinigingen eerst ontwikkelingshulp zwaar de klos moet zijn. Zo niet, dan wordt het erg moeilijk om het met elkaar eens te blijven, dreigde heer Wilders.

CDA-fractievoorzitter Sybrand van Haersma Buma reageerde met dezelfde opmerking, die Rutte vrijdag al op zijn wekelijkse persconferentie gaf: er is (nog) geen sprake van nieuwe bezuinigingen. Het dreigement van Wilders is dus niet meer dan een plagerig geintje jegens zijn gedogende partner. Extra lollig, omdat we inmiddels weten dat de PVV hooguit dwars gaat liggen, als het om een tiental weigerambtenaren gaat, maar braaf meewerkt aan miljarden bezuinigingen. Waarvan ettelijke miljoenen de zorg betreffen, één van de speerpunten van de PVV.

Kortom: de PVV gooit principes net zo makkelijk in de prullenbak als het CDA, zolang er maar (mee)geregeerd kan worden. Niet zeuren, zeggen sommigen, regeren is nu eenmaal compromissen sluiten. Prima, maar roeptoeter dan geen zaken die je niet waar wil maken. Regeren is niet hetzelfde als een verkiezingscampagne voeren. Of staan er toch verkiezingen voor de deur?

Volgens de laatste peilingen zou de gedoogcoalitie nu op slechts 67 zetels kunnen rekenen. Een behoorlijke minderheid in het parlement. Gelukkig zijn peilingen zijn nooit een reden de regering te ontbinden. Toch geeft het te denken dat de gedoogcoalitie sinds 20 maart niet meer op 75 of meer zetels is gepeild. De dalende cijfers voor het CDA zijn de boosdoeners.

Laten we niet vergeten dat de huidige regering vorig jaar oktober geformeerd werd op basis van het historisch dieptepunt van  52 zetels. De gedoogconstructie was nodig om aan een nipte meerderheid van 76 zetels te komen. Een wanvertoning en beschamend voor de democratie. Het blijft nog altijd uiterst merkwaardig dat iedereen, inclusief koninklijke goedkeuring, zich daarbij heeft neergelegd.
Zelfs het aantal van 76 zetels is een historische zeldzaamheid. Rekenen we alle rompkabinetten niet mee, dan is het de eerste keer sinds 1945 dat een kabinet niet meer dan 50,7 procent van de zetels in de Kamer achter zich weet.

Het is beneden alle peil. De enige kabinetten die daar een beetje in de buurt kwamen waren Van Agt I (51,3%), Balkenende II (52%), Balkenende IV (53,3%) en Lubbers I en II (beide keren 54%). Rutte I heeft niet meer dan 34,7 procent partijgetrouwen in de Kamer. De steun van de PVV blijft keihard nodig. In de peilingen van Maurice de Hond maakt dat niet uit. Al negen maanden lang wordt de samenwerking tussen VVD, CDA en PVV op minder dan 50 procent van de zetels gepeild.
Heer Wilders kan wel een grote mond opzetten tegen het CDA, maar zonder het CDA redden VVD en PVV het ook niet. Heer Wilders gaat dus nooit de stekker eruit trekken, want de VVD en het CDA zijn de enige partijen die met hem willen regeren.

In de grondwet zou een bepaling moeten komen dat regeringscoalities op een minimum aantal zetels in de Kamer geabseerd moeten zijn. Ik stel voor een regeringsdrempel in te voeren van 60 zetels.

15 jaar gelijke behandeling.

15 jaar gelijke behandeling Je moet niet alle schapen over een kam scheren. Dat staat, in formelere taal, in de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB). Wat zegt u? Dat klopt niet? Daar kom ik zo op terug.
Minister Hirsch Ballin feliciteerde het land met de 15e verjaardag van de wet en de bijbehorende toezichthouder, de Commissie Gelijke Behandeling (CGB).

In zijn feestrede opperde de minister nog eens zijn idee het gelijkheidsbeginsel op de schop te nemen. Hij vroeg de toehoorders of het wel zo goed is te “streven naar een samenleving waarin uiteindelijk geen onderscheid meer wordt gemaakt?” Is het wel verdraagzaam, zo stelde hij, “om datgene wat onlosmakelijk deel uitmaakt van iemands identiteit te verbannen naar de privésfeer?”

Prima vragen, want er zijn nog altijd mensen die menen dat het gelijkheidsbeginsel betekent dat iedereen hetzelfde zou moeten zijn. Maar de voorbeelden waarmee hij zijn vragen illustreerde, geven aan in welke richting de minster denkt. De gewetensbezwaarde trouwambtenaar en de gelovige die handen weigert te schudden. Hirsch Ballin pleit voor een “inclusive democracy, een democratie zonder feitelijke uitsluiting van mensen vanwege die elementen die tot hun identiteit behoren”.
Dat moet de oplossing zijn voor de haperende integratie. “Een heroriëntatie op het gelijkheidsbeginsel ons kan helpen deze problemen het hoofd te bieden”, aldus Hirsch Ballin.

Kent de minister de wet eigenlijk wel? De Algemene wet gelijke behandeling kent namelijk wel een aantal uitzonderingen. Zo heeft iedereen recht op werk. Werkgevers van religieuze signatuur mogen echter ongelovige sollicitanten of kandidaten van een andere religieuze signatuur weigeren.
Bekend voorbeeld is het Leger des Heils, stevige speler op het terrein van de Wmo en AWBZ-zorg en HKZ-gecertificeerd. Deze werkgever heeft dus subsidieverplichtingen en het kwaliteitscertificaat zou de beste zorg garanderen. Toch worden uiterst getalenteerde kandidaten de deur gewezen, als zij Jezus niet volgen.
Omdat er weinig over zal blijven van de christelijke identiteit van deze werkgever, is deze praktijk toegestaan.

Verder is de gelijkheidswet verre van compleet. Gehandicapten en chronisch zieken komen er niet in voor en voor leeftijdsdiscriminatie is een heel andere wet gebouwd. Die overigens ook door de CGB wordt gecontroleerd. Streng gecontroleerd zelfs. Als een bedrijf moet inkrimpen, dan is het niet zomaar toegestaan in een sociaal plan verschillende, leeftijdsgerelateerde regelingen op te nemen. Maar een jongere werknemer, met minder dienstjaren, moet niet klagen dat hij wat minder krijgt dan zijn oudste collega.

Schapen moet je niet over een kam scheren. Dat kan vervelende hygiënische gevolgen hebben. Maar gelijke monniken mogen wel gelijke kappen hebben. Dat is waar de wet gelijke behandeling hapert.
Minister Hirsch Ballin heeft groot gelijk dat er een heroriëntatie nodig is. Waarom christelijke organisaties toelaten op maatschappelijk uiterst belangrijke terreinen, terwijl ze de volle honderd procent kwaliteit niet kunnen garanderen, omdat zeer geschikte sollicitanten worden geweigerd?
En waarom worden organisaties van andere religieuze signatuur niet op die terreinen toelaten, omdat ze een geestelijke functionaris in dienst hebben, die zijn neus ophaalt voor handen van ongelovigen?

De wet is eigenlijk nog niet af en wordt lang niet altijd nageleefd. Sterker nog, in 1 op de 4 zaken waarin het CGB uitspraak doet, trekt een werkgever zich er niets van aan, zoals ook op Hirsch Ballin’s ministerie het geval is geweest.
Vijftien jaar is nog erg jong. Eerst de wet maar eens naleven en de hiaten vullen, voor een heroriëntatie de wet mogelijk verder uitholt?

Niet antwoorden een misdaad?

Niet antwoorden een misdaad?

Laten we het er nu niet over hebben dat het wat vreemd is dat een partij die stelselmatig vragen en debatten uit de weg gaat, een aanklacht indient tegen een minister die hetzelfde gedaan zou hebben. Laten we ook even vergeten dat dit kabinet ontelbare keren van ambtsmisdrijven beschuldigd had kunnen worden, omdat de PVV niet de eerste en enige is, die ontevreden is met bepaalde antwoorden.

Laten we eens kijken of die aanklacht nog ergens toe zal leiden.
Volgens staatsrechtgeleerde Tijn Kortmann,
in het NRC, is de aanklacht misplaatst. Ontevreden met een antwoord? Aan het werk en doorvragen. Is dat niet genoeg dan over tot de motie van wantrouwen. De heer Kortmann wijst op artikel 68 van de Grondwet, waarin staat dat het geven van informatie aan de Kamer verplicht is, mits niet in strijd met het belang van de staat.
Ik kan me voorstellen dat Van der Laan dat belang van de staat meegenomen heeft in zijn antwoord aan de PVV. Ook kan ik me voorstellen dat Kamerleden dat belang van de staat wat al te rekkelijk geïnterpreteerd vinden.
In een heel andere kwestie, de zaak Mink K., heeft de Hoge Raad in 2003 al wel eens beslist dat het recht van het parlement op inlichtingen zo fundamenteel is, dat “de minister slechts bij hoge uitzondering, en alleen met toereikende motivering, kan weigeren de Kamer in te lichten wegens strijdigheid met het belang van de Staat” (aldus
de Wikipedia).

De PVV haalt echter artikel 355 van het Wetboek van Strafrecht van stal, met name lid 4: Met gevangenisstraf van ten hoogste 3 jaren of geldboete van de vierde categorie, worden gestraft de hoofden van ministeriële departementen:
(…) die opzettelijk nalaten uitvoering te geven aan de bepalingen van de Grondwet of andere wetten of algemene maatregelen van inwendig bestuur van de staat, voor zover die uitvoering wegens de aard van het onderwerp tot hun ministeriële departementen behoort of uitdrukkelijk hun is opgedragen.

Het is geen unicum dat sommige mensen vinden dat bewindslieden een ambtsmisdrijf plegen en de bestuurder(s) graag voor de rechter hadden gezien. Een paar voorbeelden.
In 1977 vond Tom Schalken, hoogleraar straf- en procesrecht, dat Neelie Kroes zeer dubieus heeft gehandeld in de Rotterdamse Tank Cleaning-affaire. De 2e Kamercommissie Biesheuvel had verwijtbaar en bestuurlijk nalatig gedrag geconstateerd en dus zou Neelie Kroes, destijds verantwoordelijk als minister van Verkeer en Waterstaat, wel veroordeeld kunnen worden wegens ambtsmisdrijven. Een aanklacht is er nooit gekomen.

In 2000 meende R.M. Vennix, docent strafrecht, dat de ministers Peper en Korthals zich mogelijk schuldig gemaakt aan een ambtsmisdrijf, door toestemming te geven voor de grootscheepse fouilleringsactie eind november in de Rotterdamse Millinxbuurt. Ook hier is nooit een aanklacht ingediend.
In 2003 kwam er
wel een aanklacht. Prinses Margarita en Edwin de Roy van Zuydewijn beschuldigden oud-premier Wim Kok en zijn toenmalige ministers Klaas de Vries en Gerrit Zalm van valsheid in geschrifte, schending van het ambtsgeheim, oplichting en ambtsdwang Het OM en minister Donner van Justitie besloten hier geen strafrechtelijk onderzoek naar te doen.

In 2005 wees advocaat M. Wijngaarden, gespecialiseerd in het vreemdelingenrecht, op een mogelijk ambtsmisdrijf, gepleegd door minister van Justitie Korthals, bij de naturalisatie van prinses Maxima. Alweer geen heuse aanklacht ingediend en geen onderzoek ingesteld.
In 2006 deed
rechtsfilosoof Afshin Ellian een oproep aan Piet Hein Donner, toen minister van Justitie, om een onderzoek in te stellen naar ambtsmisdrijven gepleegd door Rita Verdonk en Hilbrand Nawijn, in de kwestie Ayaan Hirsi Ali. Zij zouden bepalingen uit de grondwet met opzet hebben genegeerd, waardoor het mogelijk werd dat Hirsi Ali Kamerlid kon worden.

En dan hebben in 2007 nog de uitspraken van de Hoge Raad, in de zaken rond de Schipholbrand en de moord op Fortuyn. In beide gevallen werden bewindslieden van ambtsmisdrijven beschuldigd. Het Openbaar Ministerie wilde niet tot vervolging overgaan, waarna de klagers in beroep gingen bij de Hoge Raad. Die stelde echter dat “vervolging van zodanige ambtsmisdrijven uitsluitend kan worden gegeven bij Koninklijk besluit of bij een besluit van de Tweede Kamer der Staten-Generaal”. (In de zaal rond Fortuyn had de Hoge Raad in 2004 al eerder zo iets beslist).

Op grond van die uitspraken is het dus aan de koningin of de Tweede Kamer te besluiten of de aanklacht van de PVV in behandeling moet worden genomen. Ik zou zeggen: laten ze, tegen de traditie in, hier nou eens wel een zaak van maken. Op zich ben ik het eens met een ieder die vind dat de PVV haar werk gewoon beter moet doen. Niet alleen allerlei vragen stellen, maar met de luie reet uit het pluche en zelf informatie verzamelen en de minister er mee om de oren slaan. Het debat aangaan. Daarvoor worden ze tenslotte betaald.

Maar goed, geef de PVV nu eens de zin. Gewoon om eens te kijken wat er nou van die aanklacht overblijft. Ik durf mijn hand ervoor in het vuur te steken, dat er niet veel van overblijft en de klager dus veroordeeld zal moeten worden in de proceskosten, wegens belemmering van de rechtsgang.

De vrijheid van meningsuiting: een idee-fixe

De vrijheid van meningsuiting: een idee-fixe

Soms willen we iets dat niet bestaat. Neem de vrijheid van meningsuiting. Wie je er ook over hoort, wat je er ook over leest, altijd wordt het gedefinieerd met beperkende criteria. Dat was al zo bij een oude Griek als Socrates, die alle opvattingen graag getoetst zag door een tribunaal van de ratio. Dat is nu nog zo, bij Mark Rutte die een grotere vrijheid van meningsuiting wilde bepleiten, mits het niet aanzet tot geweld en haat en beperkingen kent ook Geert Wilders, die bepaalde godsdienstige uitingen wenst te verbieden.

In de eeuwen tussen de oude Grieken en de hedendaagse roeptoeters, is de vrijheid van meningsuiting regelmatig uitgebannen door orthodox-religieuze en dictatoriale regimes. En de bepleiters van meer meningsvrijheid wisten het eveneens niet te stellen zonder nadere regeltjes. Goedbedoelde regeltjes, om te voorkomen dat de vrijheid van de één, een beperking voor een ander zou kunnen betekenen of regels die bepaalden welke mensen het beste die vrijheid kunnen uitoefenen.

Er zijn twee problemen met de vrijheid van meningsuiting.
1. Vrijheid, in de zin van volledige vrijheid alles te kunnen doen en zeggen, is een onhaalbaar ideaal. Alles zeggen zou nog kunnen, omdat het woord ook een uiting kan zijn van alles wat we maar denken. Onze hersens zitten zo in elkaar dat we ook de meest onpraktische, irreële en waanzinnige gedachten in taal kunnen uiten. Maar een mens bestaat niet uit gedachten alleen. Ons vlees en bloed is gebonden aan de beperkingen van dat vlees en bloed en aan de aanzienlijke beperkingen die onze leefomgeving stelt. Het idee dat we met louter onze “vrije” gedachten die werkelijkheid naar onze hand kunnen zetten, heeft al tot aardig wat ongelukken geleid.

2. Mening wordt te vaak verward met werkelijkheid. Een mening is een expressieve mix van rationaliteit en emotionaliteit en sterk beïnvloedbaar door wisselende omstandigheden buiten onszelf. Ofwel: een mening van vandaag kan ingehaald worden door een werkelijkheid van morgen.

Wie, in navolging van Pim Fortuyn, streeft naar een vrijheid te kunnen zeggen wat je denkt, streeft een ideaal na die er altijd is geweest en tegelijkertijd, soms vergaande vrijheidsbeperkingen voor medemensen betekent.

Zeggen wat je denkt. Een fundamentalistische religieuze doet het, een provocerende liberaal doet het, een kalme filosoof doet het. In dat spectrum lijken de meningen van met wapens uitgeruste machtigen en van de hardste, ongenuanceerdste roependen telkens de meeste vrijheid te verkrijgen.

De Vlaamse hoogleraar sociologie, Mark Elchardus ziet weinig verschil tussen de religieuze fundamentalist en liberale fanatici. “Perfecte spiegelbeelden zijn het, de fanatici van de profeet en die van de vrijheid. Wat gelijken ze op elkaar. […] Dit is een wereld die zich opent, globaliseert, divers wordt. Is dat leuk? Niet noodzakelijk en zeker niet altijd, maar het is wel een feit. En een meer diverse wereld heeft tot gevolg dat je rekening moet houden met meer en andere en soms moeilijk te begrijpen gevoeligheden. Wie alleen woont, moet geen rekening houden met huisgenoten; wie samenwoont, mag zelfs in eigen huis de absolute vrijheid vergeten. Maatschappelijk is dat niet anders. Meer divers is meer beperkt” (zie lvb.net van de liberaal Luc van Braekel).

Is het dan goed met wetten en regels duidelijkheid te verschaffen over die beperkingen?

De ervaring leert dat we dan wel de mogelijkheid creëren ons via de rechter te verweren tegen beledigingen, vals veronderstelde aantijgingen en discriminerende meningen. Egbert Dommering, hoogleraar informatierecht, verwijst in een boekbespreking (pdf!) over uitingsdelicten, naar “de relikwieënkast: majesteitsschennis, belediging van vreemde staatshoofden en godslastering. (Meestal leveren die processen wel prachtige cultuurhistorische documentatie op! Omwille van de geschiedschrijving zou je ze dus moeten handhaven.) Toepassing van de overige bepalingen zou alleen in harde gevallen van wezenlijke aantasting van de menselijke waardigheid en bedreiging met geweld moeten plaatsvinden, met de kanttekening dat voortdurend het gevaar dreigt dat politiek incorrecte uitspraken worden afgestraft in plaats van dat rechtgoederen worden beschermd“.

Er zouden twee opties kunnen zijn om tot een nieuwe vrijheid van meningsuiting te komen.
1. Volledige vrijheid, inclusief uitingen die wie dan ook als beledigend kan ervaren vastleggen in de grondwet. Maar dan ook in de grondwet de vrijheid van boosheid vastleggen, evenals het recht op stilte. Een ieder die ook maar één van die drie rechten schendt, is strafbaar.
Ik ben het meteen met uw mening eens dat zo'n regeling nergens op slaat.

2. Dan maar optie twee? Erkennen dat volledige, onvoorwaardelijke vrijheid niet kan bestaan. Tenzij we met de tijdsgeest meegaan en afspreken dat iedereen het grondwettelijk recht heeft op zijn/haar eigen werkelijkheid. De uitoefening van die werkelijkheid dient beperkt te worden tot de privé-sfeer, die onaantastbaar wordt verklaard.

Een derde mogelijkheid, het recht op meningsverschil, lijkt me in deze woelige tijden een onhaalbare optie, omdat er nu net iets teveel mensen zijn die zo'n recht als krankzinnig zouden afdoen.

Kabinet negeert 2e Kamer voor nieuwe grondwet

Een nieuwe grondwet Zeer tegen de zin van de gehele oppositie in de 2e Kamer zet het kabinet de procedure voort om een staatscommissie te benoemen die adviezen over een Grondwetsherziening moet formuleren.

De geldende versie van de grondwet bestaat 25 jaar. In 1983 werd de uit 1814 stammende wet, na talrijke eerdere wijzigingen, in zijn geheel op de korrel genomen en flink gewijzigd. Niet genoeg blijkbaar want na 1983 werden er nog vijf keer aanpassingen gedaan. De laatste in 2003.

Die 25e verjaardag was aanleiding voor minister Ter Horst het document eens tegen het licht te houden. En wat zag ze? Te oubollige teksten, weinig toegankelijke passages. Een onderzoek had ook nog eens uitgewezen dat de grondwet amper bekend is bij het volk. Dat was allemaal reden genoeg, vond Ter Horst, om de grondwet eens flink te veranderen. Ideetjes had ze wel: een inleidende tekst die het volk er op kan wijzen welke perspectieven de grondwet biedt, een aantal kenmerkende normen en waarden van onze staatsinrichting, rechtsorde en identiteit en vastleggen dat Amsterdam de hoofstad is en Den Haag de hofstad.

CDA, CU en PvdA zien er wel wat in. Het CDA vindt het een mooie gelegenheid de nederlandse taal in de grondwet op te nemen.
De oppositie wil eerst wel eens stevig debatteren over de kwestie, voor een staatscommissie aan het werk wordt gezet.

In augustus was ook de Raad van State uiterst kritisch over de hervormingsgezindheid van het kabinet. De Raad vond dat het kabinet wel wat duidelijker mocht zijn over wat er nou precies allemaal mis is met de grondwet. Het kabinet had wat problemen aangetroffen, zo stelde de Raad, maar amper aangegeven welke problemen dat precies zijn. Stel dat eerst maar vast, voor er weer een peperdure commissie gaat brainstormen.

Ter Horst vind dat de in juli geformuleerde uitgangspunten meer dan genoeg zijn:
– een toegangkelijker tekst die vooral inspirerend moet zijn
– de herzieningsprocedure moet onder de loep worden genomen (doel: de grondwet moet niet al te makkelijk gewijzigd kunnen worden)
– er zou wellicht iets over de digitalisering van de samenleving in de grondwet moeten komen en nog wat moderniseringen.

Opvallende wens: de plaats van politieke partijen moet in de grondwet worden geregeld.
Ik ben zeer benieuwd wat het kabinet zich daar bij voorstelt. Begin deze maand
vroeg de Kamer (op de regeringspartijen na) aan de ministers Ter Horst en Hirsch Ballin eerst nog eens goed na te denken alvorens die staatscommissie te benoemen. De oppositie ziet liever dat een poging tot grondwetswijziging door het gehele parlement wordt ondersteund en niet alleen door de regeringspartijen.

Nu jaagt Ter Horst dus de kogel door de kerk. Daarmee verklaart de minister indirect dat de staatscommissie het niet in haar hoofd moet halen de rol van politieke partijen al te belangrijk te maken in de nieuwe grondwet. Haar opvolgers zouden dan te veel moeite krijgen de volgende grondwetswijzigingen er door te jassen.

Privacy statement bescherming persoonsgegevens

PrivacyGisteren werd de 25ste verjaardag van de grondwet gevierd. Geen nationale vrije dag, geen vreugdevolle theaterprogramma's waar de koningin naar mocht kijken, geen zinderende documentaires op tv, nergens koekhappen, zaklopen en volksdansen. Wel een minister van binnenlandse zaken die de grondwet graag een beetje afgestoft wil zien.
Guusje ter Horst vindt de inhoud van de grondwet niet lekker bekken. Moeizame zinnen en ouderwets taalgebruik. Ze zou graag zien dat de grondwet wat populairder werd en met wat hedendaagse taal moet dat lukken.

De grondwet is inderdaad aan wat aanpassingen toe. Niet zozeer wegens het taalgebruik, maar meer omdat de inhoud steeds minder wordt nageleefd. In haar feestelijke toespraak heeft de minister verzuimd op te sommen hoe de overheid bepaalde zinnetjes steeds minder waarde toedicht en andere steeds meer.
Artikel 10 tot en met 13 gaat over onze privacy. Kortweg staat daar:

Ieder heeft recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer, recht op onaantastbaarheid van zijn lichaam. Het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner is niet toegestaan en het brief-, telefoon- en telegraafgeheim zijn onschendbaar.
De grondwet biedt wel mogelijkheden om af te wijken van deze principes. Van die rechten kan worden afgeweken '
behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen'.

Nou, van die laatste mogelijkheid maakt de overheid de inmiddels flink gebruik. Wat er al niet is ingeleverd aan het recht op privacy kun je lezen in dit overzicht dat op Sargasso is gepubliceerd.
Het lijkt er op dat maar weinig mensen zich daar druk om maken. Minister ter Horst constateerde ook al dat bedroevend wenig mensen in de grondwet lijken geïnteresseerd. Nu is dat uit haar mond een gotspe. Wie meewerkt aan wetten die de essentie van de grondwet reduceren tot een zo goed als dode letter, moet niet verwachten dat mensen de eigenlijke tekst nog serieus nemen.

Misschien raken meer mensen weer wel geïnteresseerd als het initiatief van GeenCommentaar wordt gevolgd. Met Democreatie 2.0 hoopt het weblog dat niet alleen de overheid sleutelt aan de herwaardering van grondwettelijke rechten, maar dat iedereen zich daar druk over maakt. Bij deze dus.

Mijn privacy statement is: ik heb helemaal niks met privacy. Maar ik heb wel alles met de bescherming van persoonsgegegevens.
Ik heb niks met privacy omdat ik vind dat het niet uit moet maken wat ik zoal uitspook, thuis of op straat. Wat ik lees, schrijf, kijk, zeg, het zou niet tot verdachtmakingen, stigmatiseringen of commerciële pesterijtjes moeten leiden. Helaas gebeurt dat wel en in steeds grotere mate. Privacy is steeds minder een instrument voor grotere persoonlijke vrijheid, steeds meer is het een middel tot allerlei misbruik. En dan wordt bescherming van je persoonlijke ditjes en datjes ineens enorm belangrijk.

Dat zo weinig mensen zich hierom druk maken, komt wellicht omdat we al zo lang bepaalde privacyschendingen heel gewoon vinden.
De kerkklokken op zondagmorgen, de ongevraagde reclame in de brievenbussen, de opdringerige telefoontjes van telemarketerers en het gewauwel van lui die de hele dag overal in hun mobieltjes lopen te lullen zijn daar voorbeelden van.
En zelfs als je op de wc je gemak wilt hebben, kun je gestoord worden door gerommel aan de deurklink, ook al staat duidelijk aangegeven dat de wc bezet is. Nou ben ik geen wetenschapper, maar ik denk wel dat een gestoorde stoelgang tot een hoop chagrijn leidt, dat uiteindelijk de dood voor de democratie zal zijn.

Een hele ernstige inbreuk op de privacy zijn de opiniepeilingen: vragen naar iemands privé opvattingen en daar dan conclusies aan verbinden om diezelfde privé opvattingen naar eigen inzicht om te vormen. De opiniepeiling ontfutselt op slinkse wijze je eigen gedachten. Vervolgens worden ze misbruikt voor de meest uiteenlopende doelstellingen.

Het eerste lid uit artikel 10 van de grondwet, het

recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, wordt dagelijks geschonden. Nu de overheid op dit punt ernstig dwalende is, wordt het misschien tijd zelf het goede voorbeeld te geven.
Blijf dus met je handen van de deurklink af , als de wc bezet is. Zet alleen de ghettoblaster op je balkon voluit aan, als het hele flatgebouw er explicitet om gevraagd heeft. Onderbreek me niet met de vraag of het spannend is, als ik verdiept zit in een mooi boek. En ga ook niet ineens roepen: 'Een cent voor je gedachten!', als ik eens wat stil zit te mijmeren.
Als je zelf toch niks te doen hebt en verlegen zit om wat actie, ga je dan eens druk maken om de de overheid die zo vreselijk graag ons aller Grote Broer wil zijn.