Tagarchief: Hirsch Ballin

Het web afstoffen

Het web afstoffen Afgelopen week was er wat commotie over, hopelijk, een laatste demissionaire stuiptrekking van het kabinet Balkenende. Het Openbaar Ministerie zou de bevoegdheid moeten krijgen strafbare informatie meteen van het internet te verwijderen of te blokkeren. Zonder dat er een rechter aan te pas komt.

Tot nu toe moet een officier van justitie een rechter zien te overtuigen of een gebeurtenis een strafbaar feit is. Volkomen terecht wordt er van diverse kanten bezwaar gemaakt tegen het verruimen van de wet. Maar enig begrip is wel op zijn plaats. Want een rechtszaak kost nogal wat. Tijd en geld. Daarom duurt het ook zo ontzettend lang, voordat de samenleving dat rechtschapen, ordelijke en veilige paradijs wordt, dat idealisten als Balkenende en Hirsch Ballin voor ogen staat.

Want behalve overduidelijke criminaliteit als moord en diefstal, is er nog zo veel mis, waar amper grip op te krijgen is. Criminaliteit kost een fractie, vergeleken bij zaken die ook de samenleving ontwrichten. Een paar voorbeelden, waarbij het wetsvoorstel een uitkomst kan zijn.

We dreigen failliet te gaan aan de kosten van de gezondheidszorg. Een regelrechte bedreiging, onder andere omdat mensen te veel vette troep eten.
De websites van Burger King en McDonald’s? Blokkeren die hap!

De economie lijdt onder de grillen van goklustige aandeelhouders. Zakken de koersen, dan volgt er een paniekerige reactie en kondigen de media de volgende crisis al weer aan. Regeringen zien zich genoodzaakt tot harde maatregelen en de consument raakt in de war.
Dus beursinformatie? Verwijderen!

En verder mag alle reclame, zeker in de vorm van irritante pop-ups, zonder meer verboden worden. Een mens moet toch in alle rust en zonder enige hinder alle legale informatie op het web door kunnen nemen?

Vermoorde onschuld

Vermoorde onschuld Op het moment van dit schrijven, wordt er nog gedebatteerd wordt over het rapport van de commissie Davids. Terwijl het is onzeker hoe het met Balkenende en zijn collega’s af zal lopen, even wat extra informatie.

Informatieverstrekking schijnt het heikele punt te zijn. Wel gelogen, niet gelogen. Informatie achter gehouden, of juist alle relevante informatie verstrekt. Een probleem waar dit kabinet vaker mee te maken heeft. De premier kan nu wel de vermoorde onschuld uithangen, maar ook onder de vorige edities Balkenende, kwam het fenomeen voor. Gelukkig hebben we de feiten nog (samengevat in
deze excelsheet).

Onder de vier Balkenende kabinetten waren er, naast deze Irak-kwestie, zeker nog zeven gevalletjes waarbij de juistheid van de informatieverstrekking werd betwijfeld of het parlement informatie werd onthouden. Alleen bij de Schipholbrand (2006) leidde dat tot ontslag van twee betrokken bewindslieden. Piet Hein Donner en Sybille Dekker dienden hun ontslag in.
In alle overige gevallen mochten de bewindslieden blijven.

Bij het niet informeren van de 1e Kamer over genomen besluiten, waarbij het procedureel verplicht was eerst de 1e Kamer in te lichten, is genoegen genomen met excuses van de heren Klink, Donner en Hirsch Ballin. Dat is drie keer voorgekomen.
Donner overleefde een motie van wantrouwen, toen bleek dat het Openbaar Ministerie informatie achter had gehouden in de zaak van de Schiedammer parkmoord. Dat leidde tot de veroordeling van een onschuldige.

Verdonk had als minister van Vreemdelingenzaken tot tweemaal toe verkeerde informatie verstrekt over Congolese en Syrische asielzoekers. Verdonk wilde ze terugsturen, maar uit de juiste informatie bleek dat het besluit levensgevaarlijk voor de betrokkenen was. Verdonk bleef in functie nadat moties van wantrouwen het niet haalden.
Bij de start van Balkenende I kon de net aangestelde minister van Defensie wel opstappen. Ben Korthals struikelde alsnog over de bouwfraude-kwestie. De parlementaire enquête was nog niet afgerond, maar de ophef over de zaak was genoeg voor Korthals om zijn ontslag aan te bieden.

Sommige bewindslieden onder een van de vier Balkenende-kabinetten hadden al een besmet verleden. Zeven politici waren actief in Kok-II, het kabinet dat zijn ontslag indiende toen het NIOD-rapport over de Sebrenica-kwestie openbaar werd.
Hirsch Ballin had wat langer geleden, onder Lubbers III al een akkefietje. De IRT-affaire leidde tot zijn ontslag in 1994. Valt het u ook op dat er onder Balkenende een paar recidivisten actief waren? (Hirsch Ballin, Donner en Verdonk).

Het is zuur voor 23 van de huidige 27 bewindslieden (ministers en staatssecretarissen), als het kabinet nu valt over een kwestie waar ze alleen boter voor op het hoofd dragen. Ze waren er niet bij toen tot steun aan de invasie in Irak werd besloten. Natuurlijk hadden ze als voltallig kabinet hun premier kunnen dwingen al meteen gehoor te geven aan de roep tot een nader onderzoek. Enige verantwoordelijkheid voor de huidige situatie hebben ze dus wel.

Bovendien menen sommigen dat een val van het huidige kabinet niet wenselijk is, omdat er een flinke kans is dat de PVV in de nieuwe regering kan komen. Mocht dat zo zijn, dan zal er wat informatieverstrekking niet veel veranderen. Behalve Balkenende is ook heer Wilders een meester in het niet beantwoorden van vragen en het verstrekken van verkeerde informatie.
De staat van dienst van Balkenende c.s. is echter zo bedenkelijk geworden, dat er eigenlijk maar één uitkomst kan zijn, op basis van het rapport Davids.

Kabinet verzuimt plicht alweer?

Kabinet verzuimt plicht alweer? Herinnert u zich deze nog? Vorig jaar maart boden de ministers Klink en Donner de kabinetiële excuses aan, nadat ze door de 1e Kamer waren betrapt op plichtsverzuim.
De regering had een verdrag betreffende sociale zekerheid opgezegd, zonder dat de 1e Kamer gelegenheid had gekregen de zaak te behandelen en goed te keuren.

Afijn, Donner en Klink mochten verantwoording afleggen
en bogen diep. Ze beloofden dat zulks nooit meer zou voorkomen. Sterker nog: ze garandeerden dat niet alleen zij die fout nog eens zouden begaan, nee, alle leden van het kabinet zouden zich voortaan netjes aan de geldende procedures houden.

En toen werd het september 2009. De 1e Kamer stuurt een brief op hoge poten naar Hirsch Ballin. De strekking: hoe is het toch mogelijk dat “een koninkrijk bindende ontwerpverordening waarop instemmingsrecht rustte van de Eerste Kamer”, door de regering is goedgekeurd in de Europese Raad voor Economische en Financiële Zaken?
Het ging hier om een besluit waarin de onderhandelingsprocedures werden vastgesteld met betrekking tot huwelijkszaken en onderhoudsverplichtingen (hier te lezen in een Kamerverslag).

Minister Hirsch Ballin antwoordde een week later: “Ik betreur dat door miscommunicatie binnen mijn departement, (…) afbreuk is gedaan aan de staatsrechtelijke rol van uw Kamer bij de totstandkoming van Europese regelgeving. Hiervoor bied ik u mijn excuses aan. Ik zal voorzieningen treffen om te voorkomen dat een dergelijk voorval nogmaals zal plaatsvinden”.

Maar dat was toch al een jaar eerder gegarandeerd door Klink en Donner? Ach, waar gewerkt wordt, en de regering werkt keihard, daar kan wel eens wat fout gaan.
En jawel, driemaal is scheepsrecht, dat is met glans gelukt. Nu is er weer een brief van de 1e Kamer en weer mag Hirsch Ballin uitleggen waarom “zonder de wettelijk vereiste instemming van de Eerste Kamer akkoord is gegaan met een tweetal ontwerpbesluiten tijdens een vergadering van de Raad van Ministers van de EU”.

Deze keer vraagt de 1e Kamer wel wat meer dan excuses en loze beloften. Mij lijkt die vraag overbodig. Het omzeilen of negeren van het parlement is een traditie geworden. Het kabinet heeft er een gewoonterecht van gemaakt en is er tot nu toe mee weggekomen. Alleen al in voornoemde gevallen heeft de regering onomstotelijk bewezen niet van haar fouten te kunnen leren, laat staan herhaling te voorkomen.

Drie maal plichtsverzuim? Ik weet niet wat uw ervaring daarmee is, maar in de dagelijkse praktijk van burgers betekent het een fikse boete of ontslag uit welke functie dan ook.
Een boete is niet toepasselijk. Aan wie moet het kabinet die betalen? Het lijkt logisch dat het kabinet deze keer geen excuses als antwoord geeft, maar haar ontslag aanbiedt. Of ziet u dat anders?

Huiselijk geweld: feest en treurnis.

Huiselijk geweld: feest en treurnis Kon vorig jaar juni in Rotterdam de taart worden aangesneden wegens de heuglijke mededeling dat het aantal meldingen van huiselijk geweld met 50% was toegenomen, nu gaat de vlag uit omdat de 100e instelling de meldcode huiselijk geweld heeft ondertekend.

Dat is nog niet genoeg, dus past de gemeente Rotterdam een lichte vorm van geweld toe: meldcode niet ondertekenen? Dan ook
geen subsidie. Het Riagg-Rijnmond, die al vanaf het begin dwars lag, is het eerste slachtoffer.

Rotterdam was de eerste gemeente die met de meldcode voor huiselijk geweld is begonnen. Het pilotproject moest als voorbeeld dienen voor een
landelijk in te voeren meldcode.
De meldcode is een soort stappenplan, die zorgvuldig melden van huiselijk geweld en kindermishandeling moet bevorderen. Niet alleen voor gezinshulpverleners en huis- en kinderartsen, ook voor personeel in het onderwijs, de kinderopvang, politie en instellingen in de maatschappelijke opvang.

De meldcode moet geen verplichting tot melding bevatten, maar moet het makkelijker maken dat diverse professionals met elkaar kunnen overleggen en samenwerken.
Een eerste evaluatie van de invoering van de meldcode, valt voorzichtig positie uit. Het Verwey-Jonker Instituut constateerde dat de betrokken instellingen de meldcode geschikt vonden voor alle werksoorten. Er waren wel wat knelpunten.

Zo kost de invoering van de code meer tijd dat men verwachtte. Het Verwey-Jonker Instituut schrijft: “Het is niet een kwestie van een meldcode ondertekenen en de werknemers een cursus geven”.
Verder ontbreekt een kwaliteits- en registratiesysteem dat toezicht moet bieden op een juist gebruik van de meldcode.
Een bijzonder knelpunt voor de invoering van de code, vormen de vele reorganisaties en fusies, waardoor de invoering sterke vertraging oploopt (meer te lezen in het rapport van het Verwey-Jonker Instituut – pdf!).

Ligt het Riagg-Rijnmond daarom dwars? Nee, de invoering van de meldcode stuit op principiële bezwaren.
Vorig jaar noemde Riagg-directeur Jos Lamé
in een interview in het NRC, de meldcode één van de gedrochten van het “absurd stalinistisch, megalomaan” beleid dat Jeugdminister Rouvoet en zijn stad Rotterdam voorstaan.
Hij kondigde in 2008 al aan de meldcode huiselijk geweld niet te ondertekenen, omdat hij niet gelooft in “elektronische registratie, snelle gegevensuitwisseling tussen hulpverleners en één transparante behandeling”.

In het NRC-interview stelde hij dat het “juist heel belangrijk is, dat ideeën van professionals met elkaar botsen, dan blijft het debat gaande over de oplossing van de razend complexe problemen waarin mensen en gezinnen verkeren. Het is dus juist goed dat er schotten in de zorg bestaan”.
De Riagg-directeur meent dat de diverse hulpverleners en instellingen elkaar best goed weten te vinden, als ze dat nodig vinden. En toezicht op de hulpverlening is voldoende geregeld omdat verantwoording aan de inspectie moet worden afgelegd en er ook een intercollegiale toetsing bestaat.

Nu gaat het Riagg-Rijnmond dus de tol betalen voor de rebelse houding. Terecht?
Dat lijkt me te vroeg. In Rotterdam is alleen nog de implementatie geëvalueerd en daar valt nog wat aan te verbeteren, zoals het Verwey-Jonker Instituut concludeerde. Over de feitelijke, praktische toepassing van de meldcode is nog niets bekend. Behalve dan dat de verantwoordelijke wethouder juicht over de toename van meldingen, zelfs van zeer lichte gevallen van huiselijk geweld.
Dat lijkt mooi, maar kan tevens al signaal worden gezien dat er lukraak wordt gemeld om de subsidiegever tevreden te stellen. Of de betrokken gezinnen er ook goed mee geholpen zijn, is nog maar de vraag en veel te weinig over bekend.

De gemeente Rotterdam is wel een heel voortvarende regisseur van de plannen van Rouvoet en Hirsch Ballin. Dwang uitoefenen om alle betrokken instellingen tot ondertekening te krijgen, is een vorm van bestuurlijk geweld waar nog geen meldcode voor bestaat.

Update: zie nu dat er ook al een prima stuk over deze kwestie op Sargasso staat: Hulpverlening en de meldterreur.

15 jaar gelijke behandeling.

15 jaar gelijke behandeling Je moet niet alle schapen over een kam scheren. Dat staat, in formelere taal, in de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB). Wat zegt u? Dat klopt niet? Daar kom ik zo op terug.
Minister Hirsch Ballin feliciteerde het land met de 15e verjaardag van de wet en de bijbehorende toezichthouder, de Commissie Gelijke Behandeling (CGB).

In zijn feestrede opperde de minister nog eens zijn idee het gelijkheidsbeginsel op de schop te nemen. Hij vroeg de toehoorders of het wel zo goed is te “streven naar een samenleving waarin uiteindelijk geen onderscheid meer wordt gemaakt?” Is het wel verdraagzaam, zo stelde hij, “om datgene wat onlosmakelijk deel uitmaakt van iemands identiteit te verbannen naar de privésfeer?”

Prima vragen, want er zijn nog altijd mensen die menen dat het gelijkheidsbeginsel betekent dat iedereen hetzelfde zou moeten zijn. Maar de voorbeelden waarmee hij zijn vragen illustreerde, geven aan in welke richting de minster denkt. De gewetensbezwaarde trouwambtenaar en de gelovige die handen weigert te schudden. Hirsch Ballin pleit voor een “inclusive democracy, een democratie zonder feitelijke uitsluiting van mensen vanwege die elementen die tot hun identiteit behoren”.
Dat moet de oplossing zijn voor de haperende integratie. “Een heroriëntatie op het gelijkheidsbeginsel ons kan helpen deze problemen het hoofd te bieden”, aldus Hirsch Ballin.

Kent de minister de wet eigenlijk wel? De Algemene wet gelijke behandeling kent namelijk wel een aantal uitzonderingen. Zo heeft iedereen recht op werk. Werkgevers van religieuze signatuur mogen echter ongelovige sollicitanten of kandidaten van een andere religieuze signatuur weigeren.
Bekend voorbeeld is het Leger des Heils, stevige speler op het terrein van de Wmo en AWBZ-zorg en HKZ-gecertificeerd. Deze werkgever heeft dus subsidieverplichtingen en het kwaliteitscertificaat zou de beste zorg garanderen. Toch worden uiterst getalenteerde kandidaten de deur gewezen, als zij Jezus niet volgen.
Omdat er weinig over zal blijven van de christelijke identiteit van deze werkgever, is deze praktijk toegestaan.

Verder is de gelijkheidswet verre van compleet. Gehandicapten en chronisch zieken komen er niet in voor en voor leeftijdsdiscriminatie is een heel andere wet gebouwd. Die overigens ook door de CGB wordt gecontroleerd. Streng gecontroleerd zelfs. Als een bedrijf moet inkrimpen, dan is het niet zomaar toegestaan in een sociaal plan verschillende, leeftijdsgerelateerde regelingen op te nemen. Maar een jongere werknemer, met minder dienstjaren, moet niet klagen dat hij wat minder krijgt dan zijn oudste collega.

Schapen moet je niet over een kam scheren. Dat kan vervelende hygiënische gevolgen hebben. Maar gelijke monniken mogen wel gelijke kappen hebben. Dat is waar de wet gelijke behandeling hapert.
Minister Hirsch Ballin heeft groot gelijk dat er een heroriëntatie nodig is. Waarom christelijke organisaties toelaten op maatschappelijk uiterst belangrijke terreinen, terwijl ze de volle honderd procent kwaliteit niet kunnen garanderen, omdat zeer geschikte sollicitanten worden geweigerd?
En waarom worden organisaties van andere religieuze signatuur niet op die terreinen toelaten, omdat ze een geestelijke functionaris in dienst hebben, die zijn neus ophaalt voor handen van ongelovigen?

De wet is eigenlijk nog niet af en wordt lang niet altijd nageleefd. Sterker nog, in 1 op de 4 zaken waarin het CGB uitspraak doet, trekt een werkgever zich er niets van aan, zoals ook op Hirsch Ballin’s ministerie het geval is geweest.
Vijftien jaar is nog erg jong. Eerst de wet maar eens naleven en de hiaten vullen, voor een heroriëntatie de wet mogelijk verder uitholt?

Verwante verdachten

Verwante verdachten Een zwart schaap in de familie is meestal niet zo leuk. Rampzalig wordt het, als dat bij de AIVD bekend is. Daar weet de Amsterdammer die “familie-van…” is, nu alles van. Hopelijk is het verkeerd interpreteren van familieverbanden een uitzondering. Te vrezen valt echter dat het in de toekomst vaker voor zal komen. Als het kabinet haar zin krijgt, wordt DNA-verwantschapsonderzoek stukken makkelijker. Wordt het tijd de familiestamboom na te pluizen op verdachte takken om te kijken of er een kans bestaat dat je ook ooit als “familie-van…” het nieuws zal halen?

DNA wordt bij verwantschapsonderzoek alleen gebruikt om ouderschap aan te tonen en bij gezinshereniging in asielprocedures. Het kabinet wil het ook inzetten bij onderzoek naar strafbare feiten. Wel onder strikte voorwaarden. De DNA-databanken mogen alleen geraadpleegd worden als het gevonden DNA een volledig of vrijwel volledig profiel heeft en het verwantschapsonderzoek mag alleen als laatste middel worden gebruikt bij gewelds- en zedendelicten.

Het voorstel van het kabinet is voor advies naar de Raad van State gestuurd. Als er wijze adviseurs bestaan, mogen we verwachten dat de Raad gehakt maakt van het wetsvoorstel. En wel om de volgende redenen:

1. Tot nu toe wordt bij DNA-onderzoek bij delicten gebruik gemaakt van een database waarin alleen de DNA-gegevens zijn opgeslagen van verdachten en veroordeelden van zware delicten (sinds 2005 mogelijk gemaakt). De niet veroordeelde en verdachte verwanten zitten daar dus niet in. Dat schiet zo niet op. Ongetwijfeld zijn er criminelen, die in de familie collega's in het metier hebben. Dat wil overigens niet zeggen dat die zich vergrijpen aan hetzelfde soort delicten.

2. Dus moet op de een of andere manier van meer mensen DNA worden vastgelegd. Dat zou kunnen door voortaan bij elk delict om iedereen die in de buurt was, te verplichten DNA af te staan. Een idee dat CDA en VVD vorig jaar al opperden. Dat zou tot de burgerplichten gerekend moeten worden, vond ook minister Hirsch Ballin.
Als zo de databases worden uitgebreid en bovendien justitie toegang krijgt tot bewaard materiaal van ouderschapsonderzoeken, je al een veel grotere familie. Daarmee zadel je de recherche wel met aanzienlijk meer werk op, terwijl het niet is gegarandeerd dat men dan ook maar een millimeter dichter bij een mogelijke dader komt.

3. Je zou natuurlijk van iedere hier geboren burger het DNA kunnen opslaan. Bijvoorbeeld door dat te verkrijgen uit het bloed dat van de hielprik afkomstig is. Elke pasgeborene krijgt zo'n hielprik, bedoeld om vroegtijdig kwalijke ziektes op te sporen.
De databases worden dan zo groot, dat het een vlot recherche-onderzoek ernstig frustreert. Het kost niet alleen veel meer tijd, de kans wordt ook veel groter dat men bij mensen aan moet bellen die echt helemaal niets met de zaak te maken hebben. Zo bezien leidt het wetsvoorstel van het kabinet eerder tot belemmering van de rechtsgang en dat is strafbaar.

Het zou mooi zijn als de DNA-technologie zo werkt dat elke dader vlot kan worden opgepakt. Maar je ziet het al voor je: een ver en vergeten zwart schaap der familie pleegt ergens een heel vervelend delict en binnen een week heb jij bezoek van de recherche of, als men heel voortvarend te werk gaat, zit je een nachtje in de cel.
Een kans die er nu ook bestaat als er
een foutje in de huidige DNA-databases zit. In Australië werd een man beschuldigd van moord omdat zijn DNA per ongeluk tussen het onderzoeksmateriaal was terecht gekomen.

Hopelijk stuurt de Raad van State het wetsvoorstel terug met de opmerking dat de rechtsgang er absoluut niet mee wordt geholpen.

Ach, arme God…..

Godslastering … die in de hemel zijt. Of waar dan ook, want een rechter heeft in al zijn wijsheid gesproken dat U nergens te vinden bent. Dus ook in de hemel niet, denk ik dan.

En nu wordt hier,
de corpus juris criminalis aangepast. U, of uw gelovige adepten, kunnen zich straks niet langer verweren tegen scheldkannonades en beledigingen, al dan niet humoristisch van aard.

Ach, arme god, zou dan nu wettelijk worden vastgesteld dat Uw bestaanrecht geen legale gronden heeft?

Kijk God, ik besta. Dat wist U natuurlijk al. Mocht iemand mij krenken of mijn naam en faam door de modder sleuren, dan is één gang naar de rechter voldoende om daar een eind aan te maken en de lasteraar een boete op te leggen. Dat kan, mits ik mijn bestaan aantoon door een identiteitsbewijs te overleggen, hetgeen alleen kan als ik ook daadwerkelijk op een of ander adres sta ingeschreven.
U mag straks vrijelijk belasterd worden en omdat U geen adres heeft kunt U zich niet verweren.

Nou hoeft U zich geen zorgen te maken over de rechtvaardiging van Uw bestaan. Stel dat ik verhuis en mij uitschrijf bij de burgerlijke stand van de woonplaats die ik verlaat, onderweg naar elders mijn identiteitskaart verlies en en passant dakloos wordt ten gevolge van de kredietcrisis, dan besta ik nog wel. In ieder geval naar mijn overtuiging en in de hoofden van mijn familie.

U heeft een wel heel grote familie. Uw bestaan is gegarandeerd tot in den eeuwigheid. Maar leuk is het allemaal niet. Dat, uitgerekend op Hervormingsdag, zelfs een deel van Uw volgelingen akkoord gaat met het verwijderen van artikel 147 uit ons wetboek van strafrecht, moet toch een doorn in Uw oog zijn.

Ach God, U kunt natuurlijk altijd nog Uw toorn over hen heen storten. Da's tenslotte Uw specialiteit.
Is het niet zo dat U eigenlijk al vanaf de schepping Uw gramschap op de mensheid loslaat? U lijkt mijn vader wel. Elke keer als zijn scheppende hand een foutje maakte, bij het in elkaar zetten van een pling-plong deurbel bijvoorbeeld, en het apparaat werkte niet zoals hij dat had bedacht, dan sloeg-ie een taal uit waarvoor hij wel twintig keer veroordeeld had kunnen worden op grond van dat artikel 147.

Uw schepping is ook niet helemaal foutloos. Is dat de reden dat U de een na de andere vloek op de mensheid loslaat? Bijvoorbeeld al die plagen die in de bijbel zijn vermeld en die tot op vandaag de dag hele volkeren teisteren? Hongersnoden, overstromingen, verdeeldheid onder de volkeren en nu dan weer die files en de kredietcrisis.

Het is echt verdomd (sorry) jammer dat U niet bestaat, want wat had ik U daarvoor graag voor de rechter willen slepen.
Iedereen is wel eens boos op zichzelf, maar om dat nou zo eindeloos te botvieren op onschuldige mensen, dat gaat echt te ver.

Luister, beste God, ik kan nu wel godlasterlijk gaan terugschelden, zeker nu dat in alle vrijheid wordt toegestaan, maar daarmee zou ik Uw toorn slechts verder opwekken. Daar worden we geen van beiden wijzer van.

Weet U wat? Als U nou eens ophoudt nog langer boos te zijn over Uw eigen schepping? Een foutje maken we allemaal wel eens. Laat Uw gramschap varen en probeer de komende jaren Uw veelbesproken goedentierendheid eens uit.
Dan beloof ik dat, ondanks de weggevallen bescherming van artikel 147, U van mij geen kwaad woord meer zal horen.

P.S.
Ach God, het kabinet is er uit. Artikel 147 verdwijnt, maar artikel 137 wordt aangepast.
Uw naam hoeve niet langer te worden geheiligd, maar Uw volgelingen wel. Dat kan nog leuk worden, want ook U weet wel, dat Uw kudde een oneindige hoeveelheid interpretaties van Uw woord er op nahoudt. Eén komma verkeerd kan als belediging van Uw gelovigen worden opgevat.
Ja U kunt nou wel zitten lachen daar op Uw wolkje, maar doet U er nou eens iets aan!

Kabinet negeert 2e Kamer voor nieuwe grondwet

Een nieuwe grondwet Zeer tegen de zin van de gehele oppositie in de 2e Kamer zet het kabinet de procedure voort om een staatscommissie te benoemen die adviezen over een Grondwetsherziening moet formuleren.

De geldende versie van de grondwet bestaat 25 jaar. In 1983 werd de uit 1814 stammende wet, na talrijke eerdere wijzigingen, in zijn geheel op de korrel genomen en flink gewijzigd. Niet genoeg blijkbaar want na 1983 werden er nog vijf keer aanpassingen gedaan. De laatste in 2003.

Die 25e verjaardag was aanleiding voor minister Ter Horst het document eens tegen het licht te houden. En wat zag ze? Te oubollige teksten, weinig toegankelijke passages. Een onderzoek had ook nog eens uitgewezen dat de grondwet amper bekend is bij het volk. Dat was allemaal reden genoeg, vond Ter Horst, om de grondwet eens flink te veranderen. Ideetjes had ze wel: een inleidende tekst die het volk er op kan wijzen welke perspectieven de grondwet biedt, een aantal kenmerkende normen en waarden van onze staatsinrichting, rechtsorde en identiteit en vastleggen dat Amsterdam de hoofstad is en Den Haag de hofstad.

CDA, CU en PvdA zien er wel wat in. Het CDA vindt het een mooie gelegenheid de nederlandse taal in de grondwet op te nemen.
De oppositie wil eerst wel eens stevig debatteren over de kwestie, voor een staatscommissie aan het werk wordt gezet.

In augustus was ook de Raad van State uiterst kritisch over de hervormingsgezindheid van het kabinet. De Raad vond dat het kabinet wel wat duidelijker mocht zijn over wat er nou precies allemaal mis is met de grondwet. Het kabinet had wat problemen aangetroffen, zo stelde de Raad, maar amper aangegeven welke problemen dat precies zijn. Stel dat eerst maar vast, voor er weer een peperdure commissie gaat brainstormen.

Ter Horst vind dat de in juli geformuleerde uitgangspunten meer dan genoeg zijn:
– een toegangkelijker tekst die vooral inspirerend moet zijn
– de herzieningsprocedure moet onder de loep worden genomen (doel: de grondwet moet niet al te makkelijk gewijzigd kunnen worden)
– er zou wellicht iets over de digitalisering van de samenleving in de grondwet moeten komen en nog wat moderniseringen.

Opvallende wens: de plaats van politieke partijen moet in de grondwet worden geregeld.
Ik ben zeer benieuwd wat het kabinet zich daar bij voorstelt. Begin deze maand
vroeg de Kamer (op de regeringspartijen na) aan de ministers Ter Horst en Hirsch Ballin eerst nog eens goed na te denken alvorens die staatscommissie te benoemen. De oppositie ziet liever dat een poging tot grondwetswijziging door het gehele parlement wordt ondersteund en niet alleen door de regeringspartijen.

Nu jaagt Ter Horst dus de kogel door de kerk. Daarmee verklaart de minister indirect dat de staatscommissie het niet in haar hoofd moet halen de rol van politieke partijen al te belangrijk te maken in de nieuwe grondwet. Haar opvolgers zouden dan te veel moeite krijgen de volgende grondwetswijzigingen er door te jassen.

Draaideurcriminelen

Draaideurcrimineel Hoe maak je van een draaideurcrimineel iemand waarmee je weer keurig door één deur kan?
Combineer straf met nazorg. Een beetje boef kan straks worden veroordeeld voor wat weken in de bajes en een paar jaar nazorg.
Als het aan minister Hirsch Ballin ligt wordt de reclassering een totaalpakket van straf en behandelmethoden.

Hoe is de situatie nu? Iemand komt in de gevangenis terecht. Daar wordt de tijd doorgebracht met wat werk, wat sporten en verder veel niks. Als een gedetineerde wil mag hij wat lezen of studeren. Een echte opleiding volgen zit er niet in, of het moet eenschriftelijke cursus zijn. Veel lezen en schrijven. Dat is voor de meeste gedetineerden niet haalbaar. Want de meeste gedetineerden waren al op het boevenpad nog voor ze de lagere school hadden afgemaakt.

Awel, als de tijd er op zit worden ze in het weekend los gelaten. Met 50 euro op zak de vrijheid in.
De meesten reizen af naar de gemeente waar ze het laatst rondhingen. Geen woning meer, geen baan meer, geen inkomen meer. Op maandagmorgen moeten ze aan de slag om dat allemaal weer te organiseren.Aanmelden bij de nachtopvang, waar ze veel “collega's” ontmoeten of slapen bij een “vriend”, die natuurlijk nog volop in het leventje zit waar de ex-gedetineerde denkt uit te kunnen stappen.
Maandagmorgen eerst naar het daklozenloket. Dan inschrijven bij het CWI, naar de Sociale Dienst om een daklozen uitkering aan te vragen. De best gemotiveerden stappen ook naar wat uitzendburo's om snel wat werk te vinden. Oh ja, en inschrijven bij een kamerverhuurburo, want die nachtopvang is aardig, maar op je zelf wonen is toch een aantrekkelijker idee.

Wie het een beetje zorgvuldig doet, is dan al op dinsdag door zijn 50 euro heen. Soms komen ze op maandag al tekort omdat ook nieuwe identiteitspapieren moeten worden aangevraagd. Een ziektekostenverzekering zit er niet meteen in.
Dit is het ideale verhaal. De gedetineerde onderneemt meteen stappen om zijn leventje weer op orde te krijgen.Veel meer gaan al de eerste twee dagen voor de bijl. In het circuit van dag- en nachtopvang of de buurt waar ze vandaan kwamen, ontmoeten ze niet alleen de oude maatjes die met drank, drugs en delinquent gedrag van het leven genieten.

Tuurlijk, die maatjes zijn erg behulpzaam. Je mag wel een paar nachtjes bij ze slapen, als je maar wel hun mondvoorraad pilletjes aanvult. Je mag een sjekkie van ze bietsen, als je de volgende dag tenminste een sixpack bier meeneemt.
Aan het eind van de week blijkt het uitzendburo geen werk voor je te hebben, de eerste telefoontjes naar werkgevers die het CWI in de aanbieding had lopen op niets uit (“waar heeft u de vacature gezien? – Bij het CWI? – Sorry, de vacature is al vervuld.”) en de uitkering komt deze week niet rond omdat je vergeten bent 1 regeltje in te vullen. Geen voorschot, niks, het volgende weekend staat vrijdag om 13.00 u. al voor de deur, dus dat wordt wachten op de volgende maandag.
De meesten ex-gedetineerden gaan dan voor de bijl. Volwassenen met het intellectuele en emotionele IQ van een kind. Daarnaast hebben de meesten op zijn minst een of andere persoonlijkheidsstoornis. Als ze al een minimale notie hebben van hoe je hoop, wensen en wil en doelen halen omzet in daden die ergens toe leiden, dan is dat inzicht binnen 7 dagen verdwenen achter een mist van teleurstelling en moedeloosheid. Dankzij een pilletje van hun “beste maat' verdwijnt die mist voor enkele uren.

Maar dan is die mist er weer, de beste maat heeft nog wel een pilletje, maar deze keer moet je er toch echt voor betalen, de kinderlijke emoties lopen hoog op en jawel, de eerste portemonnee is alweer gerold van een argeloze burger. Je maat omhelst je voor je “goede werk”. Er is dus toch iemand die je een toffe peer vindt.

En dan keert het tij. Je moet naar het werkproject waar je in werkkleding wordt gehesen en met een stel oude bekenden de straten gaat vegen. Het valt reuze mee. Sterker nog, het is eigenlijk wel leuk, Geinig ploegje collega's en je bent een paar uur bezig, zonder na te hoeven denken over de survival van alle dag. Binnen twee dagen krijg je zelfs een soort idee dat de wijk waar je werkt, jouw wijk is en jij zal die wijk wel eens eventjes toppie schoon houden.
Maar het lijkt wel of jij de enige bent die daar om geeft. Aan het eind van de werkdag zeg je tegen je ploegbaas: kijk eens wat ik voor elkaar heb gekregen. De baas, met een cursus positief omgaan met lastige lui op zak, zegt: ja jongen, tof, zelfs een looser als jij kan dus wel een bezem langer dan een uur vasthouden.
En de blikken van het langslopend publiek spreken boekdelen: lopen die lui los te vegen? Waarom voeren ze de “chain gang” hier niet in?
De volgende dag overweeg je even niet naar het werk te gaan, maar je wilt deze keer de zaak toch niet verknallen en gaat wel. Door die twijfel kom je wel 5 minuten te laat en de uitkering wordt voor 2 dagen stopgezet. Wie denkt dat dit soort reclassering tot de softe aanpak hoort, komt zwaar bedrogen uit.

Wat wil ik hiermee zeggen?
Het plan van justitie om straf en nazorg te combineren is prima. Maakt het kans van slagen? Daar ben ik somber over.
Natuurlijk, als een ex-gedetineerde meteen weer een woning of kamer heeft scheelt dat een hoop ellende. Zeker als die woning heel ver verwijderd ligt van het rondgebied waar alle ellende ooit is begonnen.
Als hij nog dezelfde dag aan het werk kan, scheelt dat zelfs heel veel. En mocht hij op twijfelachtige momenten onmiddellijk een begeleider om hulp kunnen vragen, dan is de kans van slagen alweer groter.

Een omscholing tijdens de detentie kan helpen. Van slotenkraker tot timmerman, om de geforceerde deuren en kozijnen te herstellen die zijn nog vrij lopende (ex-)maatjes nog steeds achterlaten. En mocht hij op twijfelachtige momenten onmiddellijk een begeleider, die natuurlijk “coach” heet, om hulp kunnen vragen, dan is de kans van slagen alweer groter.

De eerste reacties op de plannen van Hirsch Ballin zijn positief. Het zou dus zomaar een succesje kunnen worden. Waarom dan toch somber gestemd?
Drie redenen:

1. Dit gaat geld kosten. Veel geld. Het kabinet zou er verstandig aan doen eens voor te rekenen dat het benodigde geld een investering is, die op een overzichtelijke termijn de samenleving uiteindelijk winst oplevert. Zowel materieel als immaterieel. Op den duur zouden er minder gevangenisplaatsen nodig zijn.
En de burger krijgt wat rust terug. Niet meer over straat lopen en de hele tijd je handtas goed tegen je aanklemmen. De zakkenrollers zijn immers eerbare zakkenvullers geworden.

2. De meeste draaideurdelinquenten waren vanaf de wieg al crimineel. Zowel hun intellectuele als sociaal emotionele ontwikkeling is van jongs af aan behoorlijk verstoord geweest. Valt dat nog te repareren?
Met een stevige en consequente aanpak misschien wel. Onderzoek hiernaar is nog volop in gang en nog niet afgerond. Wat de beste aanpak is, moet dus nog blijken.

3. Preventie. Zelfs als de huidige delinquenten op het rechte pad te krijgen zijn, hoe voorkom je dan dat er een nieuwe generatie volgt? Als er aan de nu bekende oorzaken niets wordt gedaan, zul je tot in de eeuwigheid straf en nazorg in stand moeten houden.

Dat veranderen vraagt een ingrijpende sociale en culturele omslag, die ik in de huidige tijd niet zomaar tot stand zie komen.
U wel?

Burger verder van democratisch huis

GemeenteambtenaarDe gemiddelde gemeenteambtenaar weet geen raad met ideeën die de burger aanlevert.

Dit meldt de BRR (Burgerlijke Raad voor het Regeringsbeleid), van Steven de Jong, tevens initiatiefnemer van lastvandeburger, waar ambtenaren mogen klagen over irritante burgers.

Vaak reageren gemeenten helemaal niet op een ingestuurd plannetje. Een aantal brengt nog wel de beleefdheid op een bevestiging van ontvangst te sturen, maar laat daarna ook niets meer horen.
Slechts in een enkel geval gaan de lokale ambtenaren voortvarend aan de slag en helpen de plaatselijke Willie Wortels aan bruikbare informatie en ondersteuning.

Gisteren kon u hier ook al lezen dat burgers in Nederland niet mogen stemmen over het gemeentelijke budget, terwijl dat in andere landen wel het geval is.
Tegelijkertijd deelt minister Hirsch Ballin mee dat het invoeren van
lekenrechters een aardig idee is, maar veel te duur en dat we dat dus op onze buik kunnen schrijven. Gaat niet door en daarmee blijft Nederland achter bij andere Europese landen die wel vertrouwen hebben in een burgerbijdrage aan de rechtsgang.

Ik kan me nog herinneren dat Wouter Bos tijdens de presentatie van het regeerakkoord, op een vraag van een journalist of de overheid nu echt gaat luisteren naar de burger, antwoordde: Het gaat natuurlijk niet zo worden van u vraagt, wij draaien.

Lijkt dat nu helemaal waar te worden? Blijft het zo dat dure overheidscampagnes om de burger meer bij de democratie te betrekken, alleen resulteren in raden en commissies die adviezen mogen uitbrengen waar de overheid naar eigen believen mee om mag springen?

Burgers leveren ideeën maar er wordt weinig mee gedaan, meebeslissende burgers zijn in ieder geval niet bij justitie welkom. Wordt dit de trend van het huidige kabinet en raken we stapsgewijs steeds meer verwijderd van een participatieve democratie?