Tagarchief: rechtsspraak

Overheid niet gemachtigd namens burger te spreken.

StemWij kiezen de overheid niet. Dat wil zeggen: niet rechtstreeks. Wij kiezen alleen onze volksvertegenwoordigers.  Juridisch gezien vertegenwoordigen het kabinet of colleges van B&W, ons niet. Als we willen dat een kabinet of een college van B&W namens ons spreekt, dan moeten we ze daarvoor een machtiging geven.

Wie denkt dat hij of zij met het rode potlood een machtiging afgeeft, heeft het mis. Dat blijkt uit een voorvalletje tijdens een zitting bij de Raad van State. De gemeente Bergen had een zaak aangespannen tegen het ministerie van Economische Zaken en het bedrijf Taqa. Inzet was het opslaan van gas in de Bergense gronden. De gemeente vindt dat Taqa meer gas injecteerd, dan in de vergunning is afgesproken.

Tijdens de zitting zei het bedrijf Taqa dat “de gemeente het recht niet heeft om in deze zaak te procederen. Het eigen directe belang van de gemeente wordt door de gasopslag namelijk niet geschaad”.De advocaat van de gemeente stelde de gemeente optreedt namens zijn burgers. De voorzitter van de Raad zei toen “dat daar dan wel een machtiging van die burgers voor nodig is’”. Die ontbrak.

Nou ontbreken er ook machtigingen om allerlei zaken uit te voeren, die de burger niet zo ziet zitten. Hebben we hier een gat in de wet, om overheden voor de rechter te slepen, omdat ze door de burger niet gemachtigd zijn brandweerkazernes te sluiten? Om maar eens één van de vele bezuinigingsmaatregelen te noemen.

Gratis identiteit

Son of man Gewoon jezelf zijn, joh. Ja, maar weet je wel hoeveel dat kost?

Je kan nog zoveel jezelf zijn, in het openbaar dien je dat te bewijzen. Thuis niet. Je mag er vanuit gaan dat je thuis, gehouden wordt voor wie je bent. Eenmaal de deur uit moet je een officieel document bij je hebben, waarop staat dat je jezelf bent. Niet iedereen heeft een rijbewijs en er zijn ook nog heel wat mensen zonder paspoort. Geen nood, de overheid heeft de identiteitskaart voor je uitgevonden.

Dat document kost wel wat, maar dan heb je ook een identiteit. De rechtbank in Den Bosch heeft besloten dat de identiteitskaart voortaan
gratis verstrekt moet worden. Die kaart dient vooral overheidsdoeleinden en nauwelijks privédoelen. Aan rijbewijs en paspoort kleven wel privévoordeeltjes, dus daar mag de gemeente wat voor rekenen, vindt de rechter.

Beetje kromme redenering. Het is juist dat de identiteitskaart voor noppes verstrekt moet worden. Maar waarom rijbewijs en paspoort niet? Alle drie de documenten vallen onder wettelijke verplichtingen. Je kan nog cum laude bij het CBR zijn afgestudeerd, eenmaal op weg hoor je een rijbewijs bij je te hebben. De drie documenten kunnen in veel gevallen als identiteitsbewijs gebruikt worden. Verplicht bij je werkgever, bij banken of bij de aanschaf van bepaalde zaken.

Je hebt geen keuze, het is verplicht. In 2008 pleitte ik al in verband met een ander onderwerp: Verplichte keuzes zouden
kosteloos moeten zijn. De rechter in Den Bosch heeft al een goede voorzet gegeven.

De codes van de week

De codes van de week De eerste week van mei zit er bijna op. In de week dat iemand een stilzwijgende gedragscode aan barrels schreeuwde, passeerden nog wat codes de revue.

Op 1 mei werd de Gedragscode Rechtspraak van kracht. Een regeling om “integere beslechting van geschillen en berechting van strafbare feiten door onafhankelijke rechters mede te waarborgen”.
Mede te waarborgen? Voldoet de wet en de ambtseed dan niet meer? Dat in veel landen zo’n gedragscode gebruikelijk is, zoals het persbericht meldt, wil toch niet zeggen dat we er in Nederland eentje nodig hebben?
Of is er iemand die mij kan vertellen aan welke zonden het college van edelachtbaren zich vergrijpt?

Met een meldcode op hun mobieltje, kunnen inwoners van Breda in de nabije toekomst losse stoeptegels of een defecte straatlamp doorgeven aan de lokale autoriteiten. Dat is het idee
van de D66-fractie in de gemeenteraad aldaar.
Dat mobieltje wordt nog eens het burgerschapstooltje van de eeuw. Niet alleen verdachte figuren fotograferen en ter beschikking van de misdadigersetalage van de politie stellen, nu ook de wanordelijkheden van de gemeentelijke diensten melden. Je moet natuurlijk niet gaan bellen, terwijl je een stoeptegel voor je huis loswrikt om er een schattig viooltje te planten. Het gezag weet dankzij de informatie van je provider, dat jij daar dus aanwezig was.

Om de zaak rond te krijgen matchen ze het DNA dat op de tere bloemblaadjes is gevonden met de jouwe. Al was het duizenden jaren geleden, men weet de luis in de pels te vinden.
In de pels? Welnee, gewoon in de confectiepakjes die zo’n 200 duizend jaar gelden in de mode waren. Een Amerikaanse bioloog kwam tot de conclusie dat de mens veel langer kleding draagt, dan tot nu toe werd gedacht. Dankzij het uitvlooien van het DNA van de luis.

Waarmee de week rond is en we toch nog even stilstaan bij die luis in de pels van herdenkend en angstig Nederland. Zeker iemand die zich niet aan geschreven en ongeschreven codes van fatsoen heeft gehouden.
Mag dat een reden zijn voor anderen om die codes ook terzijde te schuiven? Zoals de politie die op de persconferentie een stukje van zijn dossier openbaar maakte? Of sommige journalisten, die de stomtoevallige daad aangrijpen om vraagtekens te zetten bij het toch al uitdijende pakket aam veiligheidsmaatregelen?

Moeten we allemaal achter tralies?
Codes van de week

De rechtbank als de Ekklèsia?

De rechtbank als de Ekklèsia? Het volk heeft gesproken: Als iemand een verkeersovertreding op agressieve wijze begaat, kan hij voortaan op een hogere strafeis rekenen, dan nu het geval is. Het OM (Openbaar Ministerie) heeft daartoe besloten na een volksraadpleging. Niet dat het volk op de stoel van de rechter is gaan zitten. Nee, het OM heeft het oor te luisteren gelegd bij het volk en de resultaten van deze hearing verwekt in haar nieuwe beleid.

Alsof de
Griekse Ekklèsia terug is. Iedere vrije rijke en arme burger, gestudeerd of niet, had recht van spreken op deze volksvergadering en mocht zijn kijk op openbare kwesties kenbaar maken. En dat is dus nu bij het OM gebeurd. Zoals Harm Brouwer, hoogste baas bij het OM in een interview in Trouw zei: „Je hoeft niet gestudeerd te hebben, om mee te kunnen praten over strafrecht.”

Het OM wilde wel eens weten hoe het zit met het maatschappelijk draagvlak van de gangbare strafeisen. De tot de OM-ekklèsia toegelaten burgers, ruim 2500 mensen, mochten via enquêtes en discussiepanels hun mening geven. Uiteindelijk neemt het OM twee suggesties van het volk over. Hogere strafeisen bij agressief verkeersgedrag en ook als er bij bedreiging en mishandeling discriminatie in het spel is.

Heeft het OM het maatschappelijk draagvlak nu goed in beeld? Dat valt tegen. In De Pers zegt Harm Brouwer namelijk dat de raadpleging geen representatief beeld geeft, want “het is niet gelukt om een goede afspiegeling van de samenleving te krijgen“.
En dan toch het beleid veranderen? En doorgaan met het oor lenen aan een niet representatief deel van het volk? Dat moet beter kunnen.

Ten eerste natuurlijk die representativiteit in orde krijgen en wat meer mensen erbij betrekken dan slechts 2500 burgers. Ten tweede kun je de meningen ook peilen door echte cases te laten beoordelen, maar dan wel met kennis van het volledige dossier. Uiteraard met weglating van namen, plaatsen en huisnummers. Desnoods met door acteurs gespeelde verdachten. Dat is allemaal veel intensiever, bewerkelijker en kostbaarder. Maar wel minder theoretisch. Het gaat dan om waar gebeurde zaken, waarin lotgevallen van echte mensen, daders en slachtoffers, in figureren.

Wie vreest voor de ongenuanceerde mening van het volk, moet dit bericht van de Raad voor de Rechtsspraak uit 2006, maar eens nader bestuderen. Uit een onderzoek bleek dat mensen die kennis hadden van het strafdossier milder oordeelden, dan een controlegroep die dezelfde zaken moest beoordelen aan de hand van alleen krantenberichten.

Kortom, de burger erbij betrekken kan zinvol zijn. Maar geef ze dan wel de relevante informatie. Het OM heeft dan waarschijnlijk steekhoudender suggesties om het beleid aan te passen, dan alleen de mening van Harm Brouwer zelf.

De vrijheid van meningsuiting: een idee-fixe

De vrijheid van meningsuiting: een idee-fixe

Soms willen we iets dat niet bestaat. Neem de vrijheid van meningsuiting. Wie je er ook over hoort, wat je er ook over leest, altijd wordt het gedefinieerd met beperkende criteria. Dat was al zo bij een oude Griek als Socrates, die alle opvattingen graag getoetst zag door een tribunaal van de ratio. Dat is nu nog zo, bij Mark Rutte die een grotere vrijheid van meningsuiting wilde bepleiten, mits het niet aanzet tot geweld en haat en beperkingen kent ook Geert Wilders, die bepaalde godsdienstige uitingen wenst te verbieden.

In de eeuwen tussen de oude Grieken en de hedendaagse roeptoeters, is de vrijheid van meningsuiting regelmatig uitgebannen door orthodox-religieuze en dictatoriale regimes. En de bepleiters van meer meningsvrijheid wisten het eveneens niet te stellen zonder nadere regeltjes. Goedbedoelde regeltjes, om te voorkomen dat de vrijheid van de één, een beperking voor een ander zou kunnen betekenen of regels die bepaalden welke mensen het beste die vrijheid kunnen uitoefenen.

Er zijn twee problemen met de vrijheid van meningsuiting.
1. Vrijheid, in de zin van volledige vrijheid alles te kunnen doen en zeggen, is een onhaalbaar ideaal. Alles zeggen zou nog kunnen, omdat het woord ook een uiting kan zijn van alles wat we maar denken. Onze hersens zitten zo in elkaar dat we ook de meest onpraktische, irreële en waanzinnige gedachten in taal kunnen uiten. Maar een mens bestaat niet uit gedachten alleen. Ons vlees en bloed is gebonden aan de beperkingen van dat vlees en bloed en aan de aanzienlijke beperkingen die onze leefomgeving stelt. Het idee dat we met louter onze “vrije” gedachten die werkelijkheid naar onze hand kunnen zetten, heeft al tot aardig wat ongelukken geleid.

2. Mening wordt te vaak verward met werkelijkheid. Een mening is een expressieve mix van rationaliteit en emotionaliteit en sterk beïnvloedbaar door wisselende omstandigheden buiten onszelf. Ofwel: een mening van vandaag kan ingehaald worden door een werkelijkheid van morgen.

Wie, in navolging van Pim Fortuyn, streeft naar een vrijheid te kunnen zeggen wat je denkt, streeft een ideaal na die er altijd is geweest en tegelijkertijd, soms vergaande vrijheidsbeperkingen voor medemensen betekent.

Zeggen wat je denkt. Een fundamentalistische religieuze doet het, een provocerende liberaal doet het, een kalme filosoof doet het. In dat spectrum lijken de meningen van met wapens uitgeruste machtigen en van de hardste, ongenuanceerdste roependen telkens de meeste vrijheid te verkrijgen.

De Vlaamse hoogleraar sociologie, Mark Elchardus ziet weinig verschil tussen de religieuze fundamentalist en liberale fanatici. “Perfecte spiegelbeelden zijn het, de fanatici van de profeet en die van de vrijheid. Wat gelijken ze op elkaar. […] Dit is een wereld die zich opent, globaliseert, divers wordt. Is dat leuk? Niet noodzakelijk en zeker niet altijd, maar het is wel een feit. En een meer diverse wereld heeft tot gevolg dat je rekening moet houden met meer en andere en soms moeilijk te begrijpen gevoeligheden. Wie alleen woont, moet geen rekening houden met huisgenoten; wie samenwoont, mag zelfs in eigen huis de absolute vrijheid vergeten. Maatschappelijk is dat niet anders. Meer divers is meer beperkt” (zie lvb.net van de liberaal Luc van Braekel).

Is het dan goed met wetten en regels duidelijkheid te verschaffen over die beperkingen?

De ervaring leert dat we dan wel de mogelijkheid creëren ons via de rechter te verweren tegen beledigingen, vals veronderstelde aantijgingen en discriminerende meningen. Egbert Dommering, hoogleraar informatierecht, verwijst in een boekbespreking (pdf!) over uitingsdelicten, naar “de relikwieënkast: majesteitsschennis, belediging van vreemde staatshoofden en godslastering. (Meestal leveren die processen wel prachtige cultuurhistorische documentatie op! Omwille van de geschiedschrijving zou je ze dus moeten handhaven.) Toepassing van de overige bepalingen zou alleen in harde gevallen van wezenlijke aantasting van de menselijke waardigheid en bedreiging met geweld moeten plaatsvinden, met de kanttekening dat voortdurend het gevaar dreigt dat politiek incorrecte uitspraken worden afgestraft in plaats van dat rechtgoederen worden beschermd“.

Er zouden twee opties kunnen zijn om tot een nieuwe vrijheid van meningsuiting te komen.
1. Volledige vrijheid, inclusief uitingen die wie dan ook als beledigend kan ervaren vastleggen in de grondwet. Maar dan ook in de grondwet de vrijheid van boosheid vastleggen, evenals het recht op stilte. Een ieder die ook maar één van die drie rechten schendt, is strafbaar.
Ik ben het meteen met uw mening eens dat zo'n regeling nergens op slaat.

2. Dan maar optie twee? Erkennen dat volledige, onvoorwaardelijke vrijheid niet kan bestaan. Tenzij we met de tijdsgeest meegaan en afspreken dat iedereen het grondwettelijk recht heeft op zijn/haar eigen werkelijkheid. De uitoefening van die werkelijkheid dient beperkt te worden tot de privé-sfeer, die onaantastbaar wordt verklaard.

Een derde mogelijkheid, het recht op meningsverschil, lijkt me in deze woelige tijden een onhaalbare optie, omdat er nu net iets teveel mensen zijn die zo'n recht als krankzinnig zouden afdoen.