Tagarchief: Mark Rutte

Beste Mark, spaar mijn vader.

Oude manBeste Mark,
Ik hoop dat ik het tegen de juiste Mark heb. Je zit op twitter, lees ik, maar ik heb iets meer dan 140 tekens nodig voor mijn nederige verzoek.

Je zei dat je dit land terug zou geven aan de Nederlanders, je zei ook dat iedereen er wat van zal voelen en later zei je dat je goed in de gaten zult houden dat niemand onnodig hard geraakt zal worden.
Nu je al weer een poosje aan het werk bent, wordt steeds duidelijker wat er van die beloften terecht komt. Zo te zien nog maar eentje, dus je hebt nog heel wat werk voor de voeg. Ik wens je alle sterkte daarbij, want ik besef heel goed dat het geen makkelijke klus is.

Toch verzoek ik je dringend haast te maken met de laatste belofte. Uit eigen belang natuurlijk, dat geef ik grif toe. Het gaat om mijn vader. Hij is 85 en zijn leven lang een schoolvoorbeeld van een zuinig en hardwerkende Nederlander. Ook heeft hij zijn leven lang op de VVD gestemd en heeft tijdens zijn werkzame jaren het land gediend als militair.

Wat heb ik in de clinch gelegen met hem. Heftige  ruzies gingen over zijn argeloze gedrag. Hij slikt zijn hele leven de praatjes van jouw partij, geloofde oprecht in dreigingen van communisten (*Koude Oorlog) tot moslims (War in terror). Hij was er heilig van overtuigd dat een hardwerkende en een  gezagstrouwe burger niets te vrezen heeft. Hij vond al die burgerlijke ongehoorzaamheid van mijn maar niets.

Hij had de oorlog meegemaakt, de wederopbouw, een enorme watersnoodramp, de oliecrisis, de economische crisis ten tijde van Lubber I tot en met III en alles wat er toen en daarna aan rampspoed over dit land heentrok. Maar hij deed braaf wat hij dacht dat van hem werd verwacht: werken, sparen voor een volgend huis, de studie van zijn kinderen en de zorg voor zijn ouders. Na zijn pensioen werd hij vrijwilliger bij een paar clubs en dit jaar werd hij zelfs tot een van de vrijwilligers en mantelzorgers van het jaar gebombardeerd.

Je kunt hem hooguit verwijten de economie niet genoeg gediend te hebben. De enige lening die hij heeft is de hypotheek. Voor al het andere is gespaard. In beleggingsleningen zag hij nooit wat. Dat vond-ie toch teveel op gokken lijken. Daar heeft hij dus gelijk in gekregen.
En elk jaar kocht hij de Elseviers Belastingalmanak, die hij helemaal doornam om te kijken hoe hij de belastingen kon tillen. Sorry, dat is verkeerd geformuleerd. Elsevier is zijn liberale lijfblad en hij is niet de enige liberaal die niets met belastingen had. Jijzelf, beste Mark, vind ook dat de belastingdruk eigenlijk omlaag moet.

Dus goed beschouwd valt ook dat hem niet te verwijten. Nu zijn pensioen een paar jaar is bevroren, dreigt die dit jaar gekort te worden. Net nu zijn zorgpremie en diverse eigen bijdrages  omhoog gaan. Dit jaar moet hij stoppen met zelf autorijden, wegens een mankement aan zijn ogen. Hij kan een taxipasje krijgen. Vorig jaar kon je daar nog zo’n 750 kilometer mee rijden en kostte het slechts 18 cent per kilometer. Dit jaar kan hij er maar 440 kilometer mee krijgen, voor 20 cent per kilometer. Zijn, door een handicap aan huis gekluisterde vriendin, woont 110 kilometer verder.

En ook nu is hij er van overtuigd dat het niet anders kan. Dat jij Mark, doet wat je moet doen en dat ook mijn vader er dus wat van zal voelen. Hij ziet dat als zijn burgerverantwoordelijkheid. Hij kan ook wel iets missen, maar dat heeft hij niet verdiend.
Beste Mark, mijn vader is 85 en zo gek lang heeft-ie niet meer te gaan. Ik hoop dat jouw moeder nog jong en gezond genoeg is en dat ze nog mooie jaren voor de boeg heeft. Dat hoop ik voor mijn vader ook.

Hij zal het waarschijnlijk niet meer meemaken dat je het land eindelijk aan ons teruggeeft. En hij is niet te beroerd iets te willen voelen van jouw crisis. Maar ik heb sterk het idee dat je hem niet in de gaten hebt en niet weet dat hij onnodig hard wordt geraakt. Onnodig, omdat het allemaal zijn schuld niet is.
Aljeblieft Mark, m
aak je laatste belofte waar. Spaar mijn vader.

Zorgen om zorgmijders

DakloosMeer verslaafden, zwervers en psychotische personen op straat, voorspelt Hans Slijpen van de politie Utrecht, in De Volkskrant. Hij spreekt namens de landelijke ggz-expertgroep van de politie en uit zijn bezorgdheid over de gevolgen van de bezuinigingen op de GGZ.

In het artikel legt hij uit dat er de laatste jaren veel is geïnvesteerd in het begeleiden en opvangen van een uiterst lastige doelgroep. Als professional in de opvang voor dak- en thuislozen, kan ik dat bevestigen. We lijken wel een filiaal van de GGZ, verzuchten we wel eens. Tien jaar geleden was de typische dakloze een alcoholist of junk. Nu is de doorsnee dakloze een psychiatrische patiënt. Het werk is daardoor sterk veranderd. Een alcoholist of en junk, krijg je nog wel van de drank of drugs af. Een psychiatrisch patiënt krijg je niet van zijn ziekte af. De meeste mensen in deze ‘doelgroep’  zijn namelijk chronisch ziek. En niet zo’n klein beetje ook.

Kenmerkend voor veel van deze mensen is, dat ze zorgmijdend zijn. Dat wordt niet altijd goed begrepen door het publiek. Als je wat mankeert, dan laat je je toch helpen? Gelukkig doen veel mensen met een psychiatrische kwaal dat ook.  Dat hangt dan wel af van de mate waarin iemand ziek is en nog een beetje zicht heeft op zijn eigen situatie. U kunt het zich misschien niet voorstellen, maar iemand die continu in contact is met de beschaving op Mars, raakt in paniek als hij wordt opgesloten in een GGZ-instelling of in de daklozenopvang zijn zendapparatuur (opgevist uit de vuilnisbakken op straat) niet mee naar bed mag nemen.

Iemand die meent dat hij zelf de wereld heeft geschapen en nu druk bezig is de fouten in zijn creatie te herstellen, heeft al een drukke dagbesteding. Die zie je dus niet in de reïntegratie- en dagbestedingsprojecten. Dwing je hem daartoe, dan vlucht hij, in de heilige veronderstelling dat het anders nooit meer goed zal komen met de wereld.
Dat zijn dan nog mensen met een missie. Er lopen er heel wat meer rond, die in de hele schepping een complot zien, gericht tegen hun hoogst individuele vrijheid. Dus is de hulpverlening op hun geld uit, zijn de hulpverleners spionnen van de complotfabriek en zijn politieagenten de securitymedewerkers van het complex.

U ziet daar alledaagse herkenbaarheid in? Maar natuurlijk! Er zijn wel meer mensen die in buitenaards leven geloven (Mars of God) en iedereen heeft in een depressief momentje wel eens gedacht dat het niet toevallig is dat alles tegen zit. Toch zwerft niet iedereen knettergek op straat. Een idioot idee: was dat maar wel zo, dan werd het probleem niet gezien.

Er zijn 160.000 zwaar zieke psychiatrische mensen, wordt in het Volkskrantartikel gesteld. Dat is dus 0,96% van de totale bevolking. Volgens de GGZ-tabellen 2009 (pdf) heeft, op jaarbasis, 13.4% van de 18 jaar en oudere bevolking een psychiatrische stoornis. Dat is net iets meer dan in België (12,7%) en een stuk minder dan in Amerika (26,2%).
In de top10 van kostbaarste ziekten staan hart- en vaatziekten en spijsverteringskwalen op de eerste en tweede plaats. Psychiatrische aandoeningen staan op de achtste plaats,

In dat perspectief gezien, gaat het er dus om te voorkomen dat een uiterst klein deel van de psychiatrische patiënten op straat de expressie van hun kwaal in overlast voor de overige burgers omzetten. Mark Rutte herhaalt regelmatig dat mensen die hulp het hardst nodig hebben, gespaard zullen blijven. Hij mag de zorgen die politie en GGZ nu uiten, als een uitnodiging zien zijn beloftes eens in harde cijfers te presenteren.

Het vrije woord

Het vrije woord

Sprekerd: “Voorzitter, nu ik toch het woord heb….”
Voorzitter: “Meneer de Sprekerd, u kunt het woord niet hebben”.

Sprekerd: “Pardon?”
Voorzitter: “U kunt het woord niet hebben, het woord is vrij”.

Sprekerd: “Maar u zei zelf dat ik nu aan de beurt ben, dus neem ik dan ook het woord…”
Voorzitter: “Ho! Niet zo grof alstublieft! Het woord nemen! Kuis uw taal een beetje”.

Sprekerd: “Voorzitter, ik volg u niet. In de Dikke van Dale staat het woordje nemen, dus mag ik dat gebruiken”.
Voorzitter: “In de Dikke van Dale staat: nemen – gebruikmaken van de gelegenheid; (plat) iem ~ seksuele gemeenschap hebben met; dat kan ik dus niet accepteren”.

Sprekerd: “Nou ja zeg, dit is te gek voor woorden! Het woord is geen iemand”.
Voorzitter: “Het woord is, in al haar vrijheid, wel kwetsbaar. Het kan zich niet verdedigen”.

Sprekerd: “Daar wilde ik het nu juist over hebben”.
Voorzitter: “Goed, komt u ter zake, maar let wel op uw woorden”.

Sprekerd: “Voorzitter, ik ben van mening dat het woordgebruik alle vrijheid dient te krijgen. Het is een democratie onwaardig als de burger wordt gemuilkorfd en beperkt in de vrije keuze van het woord”.
Voorzitter: “Mooi gesproken. Kunt u dat toelichten?”

Sprekerd: “Zeker! Mag ik de metafoor van de vrije markt gebruiken? We hebben zoveel woorden. Als de overheid of welke instantie of persoon dan ook gaat bepalen welke woorden er in de kraampjes van de taalmarkt worden aangeboden, dan heeft de burger toch geen vrije keuze meer? Hoe zou u het vinden als er slechts twee wasmiddelen in uw supermarkt worden aangeboden? Dat moeten we niet willen.”
Voorzitter: “Mwah, het zou een stuk makkelijker zijn en heel wat tijd schelen bij het boodschappen doen. Maar goed, de metafoor gaat mank, geachte Sprekerd. Woorden liggen niet in de winkel, ze zitten in onze hoofden”.

Sprekerd: “Juist, helemaal juist, voorzitter! U kent het gevleugelde woord: De gedachten zijn vrij?”
Voorzitter: “Dat is mij bekend, ja. Wat wilt u daar mee zeggen?”

Sprekerd: “Wel, als die vrij zijn, waarom zouden we ze dan niet mogen gebruiken?”
Voorzitter: “Daar heb je woorden voor nodig”.

Sprekerd: “Weer juist, voorzitter. Hulde! Ik pleit er nu voor de vrije keuze van het woord grondwettelijk vast te leggen”.
Voorzitter: “Ik wijs u er nog eens op dat het woord zelf weliswaar vrij is, maar zelf geen keuze heeft. Dan ontstaat er een kwetsbare positie, waarin het woord makkelijk misbruikt kan worden. Misschien is het beter in de grondwet het misbruik van het vrije woord te regelen?”

Sprekerd: “Dan zitten we met de vraag wie dan bepaalt wanneer er sprake is van misbruik”.
Voorzitter: “Heeft u een suggestie?”

Sprekerd: “Voorzitter, ik heb de wijsheid ook niet in pacht….”
De Zaal: “Hear, hear!!”
Voorzitter: “Orde! (klop, klop…) Orde!”

Sprekerd: “Dank u, voorzitter. Ik versta genoeg engels om te begrijpen dat De Zaal mij wenst te beledigen. Fijn dat u even ingrijpt”.
Voorzitter: “Ah! Daar bent u wel voor?”

Sprekerd: “Natuurlijk! Hoe kan ik anders het vrije woord voeren?”
Voorzitter: “En De Zaal mag slechts het vrije woord toeteren als u dat uitkomt?”

Sprekerd: “Eh, nee, hm, ja., ik bedoel….”
Voorzitter: “Ik vrees dat deze discussie tot in de eeuwigheid gevoerd zal worden en daar de vergadertijd reeds ver is overschreden, sluit ik nu het debat tot nader orde”.

Sprekerd: “Maar voorzitter! Ik ben nog niet uitgepraat!”
Voorzitter: “Geachte Sprekerd, ik zei tot nader orde. We zullen er ongetwijfeld op terugkomen. Het kan ook geen kwaad een tijdje in stilte onze gedachten er over te laten gaan”.

Sprekerd: “Huh? Watte?”
Voorzitter: “U kent dat woord toch wel?”

Sprekerd: “Stilte? Nooit van gehoord”.
Voorzitter: “U spreekt voor zich”.