Tagarchief: peter de jonge

Driemaal is scheepsrecht

Balthasar: “Yo, jongens, wordt ''t niet eens tijd…?”
Casper: “Mwah……”
Melchior: “Jonge, Balt…, je wordt toch echt te oud voor dat trendy taalgebruik.”
Balthasar: “Man, da''s nou typische zo''n ouw-zeur-opmerking; je bent zo oud als je je voelt, zeg ik maar.”
Casper: “Yep……”
Melchior: “Ik voel me anders prima. Prima genoeg om je aan te pakken Baltie, als je me nog een keer een ouwe zeur noemt.”
Balthasar: “Al goed man, al goed. Maar effe serieus: vinden jullie ook niet dat het eens tijd wordt?”
Casper: “Ach, kweenie…..”
Melchior: “Tijd waarvoor? Waar heb je het over?”
Balthasar: “Nou, ik denk dat we de mensen een groot plezier doen als we hem maar weer eens terug op aarde brengen, hè?”
Casper: “Nouwwwww, weet je geen leukere dingen?”
Melchior: “Tsja, ik heb ook zo mijn bedenkingen. Met die eerste is het toch niet helemaal goed afgelopen en die tweede is door niemand opgemerkt.”
Balthasar: “Ja man, maar achteraf gezien was dat toen niet de right time en the right place….”
Casper: “Hoewel ze in die tijd wel voor van alles en nog wat in waren; was wel een erg coole tijd.” Melchior: “Ja, precies. Ze waren zo cool dat ze niet eens zagen wie er terug op aarde was. Maakte niet uit in wat voor personage we hem toen neerzetten, ze zagen het niet.”
Balthasar: “Ah nou, we hebben toen wel het nodige in beweging gezet, dat moet je toch toegeven.” Casper: ” Yeah! ''t Swingde wel verschrikkelijk!”
Melchior: “En waar heeft dat allemaal toe geleid, hè? Ook vermoord en de wereld is er niet veel beter op geworden, dacht ik zo.”
Balthasar: “Yo! Dus maybe, ik zeg dus wel may-be, is de tijd er nu wel rijp voor.”
Casper: “Ach, kweenie…..”
Melchior: “Nee, wanneer weet jij wel eens wat, Cas?! Balt, leg eens uit, waarom denk je dat.”
Balthasar: “Wel, jullie hebben de laatste jaren toch ook niet liggen slapen hè? Massa''s zijn zoekende. En wat zie je gebeuren? Ze geloven echt alles, man! Maakt niet uit of het nou religieus is of niet. D'r zijn er zelfs die de eerste de beste idioten achterna lopen. Ik zeg je man, de mensheid is op drift en men heeft een enorme behoefte aan verlossing.”
Casper: “Heremejezus…. heb je wat gesnoven of zo Baltie? Dat hadden ze die vorige keren ook. En we gaven ze de verlosser en zie wat die dummy''s ermee gedaan hebben!”
Melchior: “Het is wat bout gesteld, maar daar heeft Cassie wel een punt Balt.”

Balthasar: “Maar jongens, luister, je bent het er dus wel mee eens dat de tijd er goed voor lijkt te zijn?” Casper: “Mwah….”
Melchior: “Jawel, maar dat zegt me dus verder nog helemaal niets!”
Balthasar: “Okay, blijf er even bij, hè? Kijk, ik had ineens een brainwave…”
Casper: “Ohwwww… , hij is gehersenspoeld…!” Melchior: “Nee wacht even Cas, wat bedoel je Balt? Heb je het licht weer gezien?”

Balthasar: “Ha, ha, ha, man! Nee, dat licht is gewoon een truucje, dat weet jij ook wel Mellie. Ik bedoel dit: waar ging het vorige keren nou precies mis?”
Casper: “D''r ging helemaal niks mis. De mensen konden het alleen niet goed waarderen.”
Melchior: “(Zucht), ik wordt soms een beetje moe van dat jeugdige inzicht van je, Cas! Ze konden het best wel waarderen, alleen konden ze er niet zo goed mee omgaan. Met alle fatale gevolgen van dien.”
Balthasar: “Right, man! En juist dat hadden wij beter moeten inschatten. Daar hebben we een cruciale fout gemaakt.”
Casper: “Een crucifixiale fout, zul je bedoelen!” Melchior: “Cas! Hou een op, ja?! Je lijkt die blogger wel op wiens veldje we nu kamperen!”

Balthasar: “Yo! Die blogger mag ik wel. Maar ter zake, boys. Ik denk dat onze fout was dat we een verlosser van menselijk vlees en bloed op aarde hebben gezet.”
Casper: “Ja zeg, ze moeten hem wel een beetje kunnen herkennen toch? En je moet toegeven dat we echt alles hebben geprobeerd!”
Melchior: “Da's waar. Toen het met die eerste niet is gelukt hebben we ze later toch die Ghandi gegeven. Ik geef toe dat het daarmee wel erg snel was afgelopen, maar toen we kort daaarna hem gauw verwisselde voor een echte koning, die nota bene zwart was, om jou een beetje tegemoet te komen met de brainwave die je toen had, was wel duidelijk dat de mensen helemaal niet verlost wilden worden!”
Balthasar: “Ja, was wel zonde van die King. Maar jongens, verlost worden willen ze allemaal. Zelf kunnen ze het niet, ook al hebben ze daar ik weet niet wat voor therapietjes, kursussen en gedragscodes voor bedacht. Ik geloof er heilig in dat het wel lukt als we het nu eens anders aanpakken. Wie weet is driemaal nu scheepsrecht!”
Casper: “Hoe wou je dat dan zo verschrikkelijk anders aanpakken?”
Melchior: “Ja, vooruit dan maar, ik ben benieuwd.”
Balthasar: “Hij komt terug op aarde, maar niet als mens!”
Casper: “Hallelujah! Tot zover de brainwave van Baltieboy, dames en heren, en dan u over tot de orde van de dag….”
Melchior: “Nou……, eens denken hoor, er zit wellicht iets in!”
Balthasar: “Iets?! Dit is de verlossende oplossing, man!”
Casper: “Dat heb ik weer! Heren, ga zo door en ik schrijf jullie in voor het eerste de beste verpleegtehuis!”
Melchior: “Nee Cas, nu even het hoofd erbij. Balthasar: “Juist, man! Het wordt tijd dat we onze magie weer eens gaan toepassen.”
Casper: ” Okay, okay, als het maar leuk wordt deze keer.”
Melchior: “Balt, ik begin wat te zien in die brainwave van jou. De tijd lijkt inderdaad rijp. Tuurlijk, mensen willen nog steeds verlossing en het lijkt er een heel klein beetje op dat ze nu meer hun best willen doen dan ooit. Maar ik zie nog niet wat voor andere verlosser we dan tevoorschijn moeten toveren.” Balthasar: “Wel, je kunt de mensen vandaag de dag alleen nog boeien als het iets echt anders is, iets zo onwaarschijnlijk dat het wel een wonder lijkt. En dat is precies waar ze op zitten te wachten.”
Casper: “Maar al het geen mens van vlees en bloed mag zijn, wat had je dan in gedachten? Heb je daar iets voor gezien in die brainwave van je?”
Melchior: “Als ik eens nadenk over hoe het de laatste tijd hier en aan toe is gegaan, voel ik hem al aankomen, geloof ik.”
Balthasar: “Right! Mensen maken zich ineens zorgen over hoe ze met de natuur omspringen. Ze zijn zelfs bereid daar serieus aan te werken.”
Casper: “Wat heeft dat er nou mee te maken?” Melchior: “(Gniffelt) Ja, ja, ja, ja. Balt heeft echt zijn hersens laten golven. Alleen in dit landje al willen ze bijvoorbeeld land aan water teruggeven, ze bouwen viaducten om dieren veilig over te laten steken, complete kassen moeten verduistert worden om nachtdieren te beschermen en er mag niet zomaar meer overal gebouwd worden als het ten koste gaat van bijna uitgestorven dieren.” Balthasar: ” Zie je wel?!”
Casper: “Ja, ja (grote zucht) en ze richten zelf een partij voor de dieren op. Mooi hoor!”
Melchior: “Juist, dus…..?”
Balthasar: “Yo, man, ouwe Mellebel!”
Casper: “Huh? Wat? Hee, wacht even, jullie bedoelen toch niet…..?”
Melchior: “Hihihihi, Cas, jawel, dat bedoelen we wel. Dit gaat onze beste magische truuc worden die we ooit hebben gepresteerd.”
Balthasar: “Right on! Jezus komt terug op aarde als dier!”
Casper: “Stelletje ouwe gekken! Maar dan wel op één voorwaarde!”
Melchior: “Ach jee, nou vooruit dan maar, de jeugd heeft tenslotte de toekomst, nietwaar?”
Balthasar: “Goed, een onbevlekte ontvangenis, Cas?”
Casper: ” Dat ook, dat ook. Het moet wel een compleet wonder blijven.”
Melchior: “Oh? Da''s niet genoeg? Meneer heeft zo nog zijn eigen voorwaarde?”
Balthasar: “Yo, man. Laat hem!”
Casper: “Het moet dan wel een beetje cool beestje zijn!”
Melchior: “Een koel beest. Hoe komt-ie erop?” Balthasar: “Okay, okay. Zeg jij maar wat het gaat worden, Cassieboy.”
Casper: “Een komodovaraan!!”
Melchior en Balthasar: “Briljant! Geen alledaags dier en vanwege de koude bloedsomloop zo ''cool'' dat warmbloedig temperament deze keer de boel niet in het honderd laat lopen!”
Casper: “Heren, aan de slag. Tijd voor de grote magie. Het echte kerstcircus kan beginnen. Ja, hij komt terug op aarde, ja, hij komt eraan, let u allen op…. hier is de komodovaraan!” (Met dank aan hetkanWel alwaar ik het bericht over de komodovaraan las).

Maai-codes

Wie in het gelukkige bezit is van een tuintje met een vijver, weet hoe moeilijk de waterschappen het kunnen hebben. Al was het alleen maar omdat de grote waternavel zo snel groeit, dat dat menig plas of sloot overwoekert dreigt te raken. Met nadelige gevolgen voor het zuurstofgehalte in het water of zelfs verstoppingen bij gemalen. Wie ooit het exotische plantje bij het tuincentrum heeft gekocht en nu het explosief gegroeide spul uit de vijver vist en in een naburige sloot kiepert, moet er eens bij stil staan wat een schade zo aan het waterbeheer wordt toegebracht. Denk toch eens na als u de natuur in huis en tuin haalt!
De waterschappen moeten er voor zorgen dat alles in de polder een beetje rimpelloos verloopt, zodat we schoon water hebben en geen wateroverlast krijgen bij het eerste de beste buitje. Het waterschap moet er ook voor zorgen dat alles wat groeit en bloeit zo op elkaar is afgestemd dat wij droge voeten houden en toch de natuurlijke biodiversiteit in stand wordt gehouden. Dat mag wat kosten, dus betaal alsjeblieft uw waterschapbelasting op tijd, want we hebben niks aan een failliet waterschap.
Nederland zou Nederland niet zijn als ook waterschappen zich aan gedragscodes hebben te houden. Men heeft zich bijvoorbeeld bij het maaien van dijken en slootkanten aan de Flora- en faunawet te houden, die bepaalt dat er tussen 15 maart en 15 juli niet gemaaid mag worden om broedende vogels te beschermen. Nu kan men voor bepaalde wetten altijd weer ontheffingen krijgen en dat heeft in Zeeland geleid tot ruzie tussen natuurliefhebbers en het waterschap aldaar. Het waterschap is toch met maaien begonnen en de maaimachines zouden menig nest met eieren aangezien hebben voor een graspol dat met de grond gelijk gemaakt diende te worden. Een lokale natuurverdediger heeft daar bezwaar tegen gemaakt. Het waterschap Zeeland stelt echter dat er wel degelijk zorgvuldig wordt gemaaid. Volgens een gedragscode die voorschrijft dat het te maaien terrein eerst goed wordt nagekeken en de aanwezige broedplaatsen goed te markeren. Daar mag de maaimachine dan niet overheen. De zeeuwse natuurliefhebber zegt dat daar niks van terecht komt en treft overal verwoeste eieren aan. Tja, het waterschap Zeeland had natuurlijk een voorbeeld kunnen nemen aan de collega''s in Brabant. Die slaan hele stukken land over en maaien het op een beter geschikt tijdstip.
Maar een nog mooier voorbeeld biedt het waterschap in Friesland. Die zetten een alternatieve maaimachine in: het schaap. Een schaap vreet geen eieren. En een vogel wordt niet meer opgeschrikt door het gebrul van de maaimachine-motoren. Het waterschap ziet ook een heel praktisch voordeel. Schapen kunnen veel makkelijker op plekken komen, waar machines niet bij kunnen en zo is het noodzakelijke onderhoud toch gegarandeerd. Niet iedereen vindt het een prachtige oplossing, want het beest vreet ook planten weg waar de boeren last van hebben maar die de oprechte natuurliefhebber liever ziet blijven staan.
Dieren als grasmaaiers. Het komt op meer plekken voor in Nederland en u kunt ze binnenkort ook midden in de stad aantreffen. In Groningen zwerven schaapskuddes door de stad om bermen kort te houden. Geen benzineslurpende grasmaaiers meer en tegelijkertijd een heel natuurlijk manier de bermen van mest te voorzien en de biodiversiteit in stand te houden. Natuurbeheer met natuurlijke middelen en een impuls voor de herinvoering van een oud beroep: de schaapsherder. Innovatie hoeft niet altijd te betekenen dat we nieuwe machines moeten uitvinden.
Uw tuin is waarschijnlijk te klein om een schaapskudde uw gazonnetje bij te laten houden. In dat geval kunt u wel een prachtig stukje innovatie aanschaffen: de solar maaier. Een machientje die zijn energie verkrijgt met een zonnepaneeltje. Zodra de zon schijnt scharrelt het ding over uw grasperk. Alleen waar het hoog gras detecteert, maait het wat sprietjes weg. Het ding lijkt een beetje op een mechanische schaap, maar is veel slimmer. Het laat de plantjes met rust. Het is dus misschien een soort schaap waar de natuurliefhebbers in Friesland wel mee kunnen leven.
Schapen of solar maaiers: er zijn dus nog wel andere oplossingen dan gedragscodes voor het maai-beleid.

Volautomatisch morele keuzes maken

De mens evolueert tot een gemakzuchtig wezen. Daar is hard werken aan vooraf gegaan. Nadenken over hoe dingen makkelijker gemaakt konden worden, uitvindingen doen en toepassingen fabriceren. Maar de resultaten mogen er zijn. Al heel wat lastige en vervelende klusjes worden inmiddels door machines gedaan. Het zal ook niet lang meer duren of we krijgen de beschikking over de volautomatische hulp in huis. Een robot die klopt, die veegt, die zuigt, de maaltijden bereidt, de kinderen op tijd naar bed brengt en ze ook nog eens een verhaaltje voorleest. In Japan hebben ze voor zo''n € 2800,- al een robot die demente zestigplussers opvrolijkt. Het is niet zo moeilijk tal van bekende, routineuze handelingen door een robot te laten doen. De gemakzuchtige mens laat zich daarvoor graag vervangen door een machine. Eén vervelend klusje moeten we echter nog steeds helemaal zelf doen: keuzes maken. Een robot denkt niet na en maakt dus geen keuzes. Dus als het ding de opdracht ''opruimen'' krijgt, dan doet-ie dat ook onvoorwaardelijk. Hij vergeet de plantjes in de vensterbank water te geven en in plaats daarvan kiept-ie de sanseveria''s in de groenbak. Een robot moet worden aangestuurd door programma''s die wij zelf moeten bedenken. De robot voert onze keuzes uit. Maar wat zou het een opluchting zijn als die robots zelf konden nadenken. Want als we ergens de pest aan hebben, dan zijn dat wel die dagelijks terugkerende keuzes. Wanhoop niet! De oplossing is nabij. Nog even en robots verlossen ons zelfs van de allermoeilijkste klus des levens: de morele keuze.

Stelt u zich een voor dat u die overwerkte co-assistent bent die tijdens het spitsuur op de ehbo van een ziekenhuis moet beslissen welke patiënten als eerste naar de operatiekamer mogen om hun levensreddende behandeling te krijgen. Dat vinden we al onmenselijke situaties, dus dat kunnen we beter aan robots overlaten. Met gemak onthouden die welke operatiekamers vrij zijn, welke specialisten dienst hebben en ze kunnen meten hoe dringend de patiënt de hulp nodig heeft. Het grote voordeel van zulke volautomatische keuzes is dat de zwaar gestresste co-assistent ontlast wordt en mocht men achteraf de gemaakte keuzes moreel verwerpelijk vinden, dan krijgt de computer de schuld. Nou kan ik me niet voorstellen dat robots hun morele besef zelf ontwikkelen. Dat moet toch door ''de mens'' in hun programma worden gestopt. En dan rijst dus de vraag: van welk moreel besef moet een robot worden voorzien? Zou er een prototype moraliteit te bedenken zijn waar geen enkel mens moeite mee heeft en waarmee we dus met gerust hart elke robot kunnen uitrusten? Of zouden we straks kunnen kiezen welke mentaliteit onze huishoudelijke robot kan bezitten? Bijvoorbeeld de mentaliteit van een bekende Nederlander naar keuze. Wacht even, dat laatste was de bedoeling niet. We wilden immers van dat eeuwige keuzes maken af?

Kontakt met de tijdgeest

Als het even niet naar wens loopt, kun je altijd de tijdgeest de schuld geven. Sommige liberalen menen dat het vanwege die tijdgeest nu even wat tegenzit voor VVD, D66 en zelfs Groenlinks. Maar ja, hoe hou je kontakt met de tijdgeest? Gelukkig hebben we daar een medium voor.
Medium: ''Fijn dat je er bent Mark. Wat is je vraag?'' Mark: ''Tja, ik zou graag kontakt willen hebben met de tijdgeest.''
Medium: ''Okay Mark, maar wat is je vraag dan? De tijdgeest staat niet zomaar voor alles en iedereen open, weet je.''
Mark: ''Ja, ja, dat begrijp ik. Eh… ik wil graag weten hoe we ons liberale gedachtengoed aan de tijdgeest kunnen aanpassen.''
Medium: ''Oei, Mark! Dat is een hele diepe! Okay, laten we eens kijken of we kontakt kunnen krijgen…..''
Mark: ''Spannend! Ik ben benieuwd…''
Medium: ''Oh ja, Mark? Ben je dat echt? Want je kan alleen kontakt krijgen met de geesten als je er echt helemaal voor open staat, weet je.''
Mark: ''Ja, ja… natuurlijk. Ik sta er echt voor open.'' Medium: Okay, Mark. Wacht! Ik hoor geklop. Ik geloof dat de tijdgeest al aan de deur staat. Laten we proberen te kijken wie het is. Dus Mark, ken jij iemand wiens naam met een W begint?''
Mark: ''Nou zeg, da''s ook sterk! Daar ken ik er wel meer van!''
Medium: ''Okay Mark, maar ik zie er hier maar één. Ik zie ook een bril en een sigaar. Komt je dat bekend voor?''
Mark: ''Ach nee hè! Daar heb je hem weer. Da''s Wiegel. Ook een soort orakel, maar zeker geen tijdgeest!''
Medium: ''Okay Mark, maar ik zie nog een W. Er zit ook een i en een l in de naam. Zegt je dat wat?'' Mark: ''Verrek! Dat zou goed kunnen. Misschien heb je het over Wilders? Dat is inderdaad een spook die denkt dat-ie de tijdgeest zelf is. Ik denk niet dat ik bij hem te rade moet gaan.''
Medium: ''Juist, Mark. Het probleem is een beetje dat veel mensen je willen spreken. In die drukte komt de tijdgeest maar moeilijk door. Maar wacht even…. ken je iemand met een T in de naam?
Mark: ''Jawel….''
Medium: ''Een h of een o…?''
Mark: ''Nou, ik ken wel iemand met een t èn een h en een o in de naam, maar of…
Medium: ''Okay! Dat moet dan Thorbecke zijn!''
Mark: ''Ik dacht dat die nu juist helemaal uit de tijd was!''
Medium: ''Aan het spinrag te zien waarmee deze man is omhuld, zou dat best eens kunnen kloppen, Mark. Laten we nog één poging doen. Even concentreren hoor. Ik zie hier een V.''
Mark: ''Dat zegt me niks.''
Medium: ''Okay, ik zie behalve die V ook een T…..''. Mark: ''Een T…., nee, dat komt me ook niet bekend voor.''
Medium: ''Toch dringt deze geest zich sterk op, Mark. Ken je echt niemand met een V of een T, of allebei?'' Mark: ''Nee, echt niet. ''t Zegt me helemaal niets.'' Medium: ''Mark! V, T! Dit is Vadertje Tijd! We hebben kontakt met de echte tijdgeest!''
Mark: ''Joepie!!''
Medium: ''Stil, Mark. De tijdgeest heeft jou wat te zeggen.''
Mark: ''Ja, ja, dat zal wel…..''
Medium: Mark, foei! Als je dit niet serieus neemt, loop je de kans dat de tijdgeest het kontakt met je verbreekt!''
Mark: ''Okee, okee. Ik luister al.''
Medium: ''Vadertje Tijd, de tijdgeest, vraagt of je wel goed bij je hoofd bent.''

Mark: ''Huh? Wat bedoelt-ie?''
Medium: ''De tijdgeest zegt dat je niet als een gek op zoek moet naar populistische korte termijnoplossingen. Ja sorry, Mark, ik weet ook niet wat-ie daarmee bedoelt, maar dit is wat de tijdgeest je zegt.''
Mark: ''Nou, vraag jij hem dan maar eens of hij de oplossingen wel weet!''
Medium: ''De tijdgeest zegt dat je je koers beter moet bepalen en als je dan eenmaal op positie bent…..
Mark: ''Ik ben al oppositie! Wat een vaag geklets, zeg!''
Medium: ''De tijdgeest vraagt nu of je dat ook zo irritant vind en of je nu eindelijk begrijpt waar vaag geklets toe kan leiden.''
Mark: ''Nou, ik ben anders konkreet genoeg! Geen dubbele paspoorten en kleinere scholen! Helder toch?''
Medium: ''Vadertje Tijd zegt dat met elkaar samenleven en werken belangrijker is dan de hoeveelheid paspoorten.''
Mark: ''Tjonge, klinkt bekend. Het lijkt wel of Balkenende de tijdgeest is.''
Medium: ''Vadertje Tijd wil je nog één ding vragen.''
Mark: ''(zucht…) nou, vooruit dan maar.''
Medium: ''Ondanks dat liberalen grote macht hebben (gehad) en aan tal van regeringen hebben deelgenomen, is de wereld er niet beter op geworden. Hij vraagt je nu over de volgende keuzes na te denken. De eerste is: maak het liberalisme sterker door nooit meer met politieke partijen van religieuze signatuur samen te regeren. Misschien dat die strategie echt liberalisme sterker maakt. Of, de tweede keuze. Erken dat liberalisme niet werkt en schaf het af.''
Mark: ''Oh? En wat moet ik dan?''
Medium: ''Mark, de tijdgeest zegt, dat als het je alleen om macht gaat, er nog genoeg andere mogelijkheden voor je zijn. Daar hoef je niet liberaal voor te zijn''

Waarschuwingsteken

Hij: “Nou, de natuur begint nu toch echt keihard terug te slaan. Als dit geen waarschuwing voor de mensheid is, dan weet ik het niet meer.”
Zij: “Ja, hoor, hij ziet weer eens tekens aan de wand.”
Hij: “Nee, echt! Hier staat dat je bij een wandeling door het bos een beet van een teek kan oplopen. Die beestjes zijn steeds meer besmet en daar kun je goed beroerd van worden. Misschien kunnen we morgen beter niet naar het Braamse Bos gaan en een wandeling door de stad maken.”
Zij: “Door de stad? Ik dacht dat we daar ziek kunnen worden van al dat fijnstof?”
Hij: “Ja, da''s waar ook. Nou, dan blijven we toch een keertje gezellig thuis?”
Zij: “Tjonge, wat jij al niet verzint om niet met je luie reet overeind te hoeven komen……”
Hij: ” Halloooo. Even serieus.”
Zij: “Huh????”
Hij: “Als jij de krant eens zou lezen, dan zou je beter op de hoogte zijn van al die veranderingen in de natuur. Daar moeten we ernstig rekening mee houden.”
Zij: “Nou, als ik de krant zou lezen op jouw manier, dan was het snel afgelopen met de natuur! Je bent nou al de hele week bezig de tuin zo''n beetje onder water te zetten en dat blijkt pure verspilling, mannetje!”
Hij: “Nee, maar luister, schat. Nu komt alles nog dichterbij. Hier staat dat je ''s avonds beter je kinderen kunt nakijken op tekenbeten, als ze een dagje in de tuin hebben gespeeld.”
Zij: “Dat doe je dan toch lekker?”
Hij: “Ho, ho. Ik dacht dat we toch duidelijke afspraken hadden gemaakt over de taakverdeling hier.”
Zij: “En wat waren die afspraken ook alweer, volgens jou?”
Hij: “Dat weet je best wel. Jij regelt de dagelijkse dingetjes en ik ga over de hoofdzaken.”
Zij: “Nou, ik heb jou anders nog nooit de kinderen zien nakijken op luizen.”
Hij: “Ha, ha, grappig hoor. De kinderen vallen onder de dagelijkse dingetjes. Ik heb mijn handen al meer dan vol aan de hoofdzaken.”
Zij: “Misschien kan je dan nu die hoofdzaken eens terugleggen in de krantenbak en als de donder de barbecuekolen gaan halen? Je familie staat binnen een uur hier voor de deur!”
Hij: “Verrek, is het al weer zo laat?”
Zij: “Of zullen we ze maar afbellen?”
Hij: “Hoe bedoel je?”
Zij: “Nou, waar dacht jij die barbecue te houden?”
Hij: “Hè? Ik snap je niet. Gewoon, in de tuin, natuurlijk!”
Zij: “Goed zo, liefje. En als jij je hoofdzaken een beetje op een rijtje had, dan zou je dus moeten weten hoe gevaarlijk dat geworden is, toch?”
Hij: “Okee, okee! Dan koop ik gelijk een tekentang.”
Zij: “Ja, dan kun je je familie er mooi tussen nemen.”

Transparante codes

Hoeveel wilt u weten om voldoende inzicht in de handel en wandel van een bedrijf te hebben? En wat wilt u dan precies weten? In 2003 werd de code Tabaksblat ingevoerd. Een gedragscode die beursgenoteerde bedrijven verplichtte de aandeelhouders meer inzicht te geven in de werkwijze van het bedrijf en de beloningen van bestuurders en commissarissen. Inmiddels is er een tussenstand opgemaakt. De meeste bedrijven (zo''n 96%) leeft de code na. Opvallend is wel dat de transparantie op het gebied van het beloningsbeleid nog veel te wensen over laat.
De vraag moet dus anders gesteld worden. Hoeveel kunt u weten van een bedrijf? Een mooi jaarverslag is leuk, maar als daar zaken achterwege gelaten wordt, dan is er eerder sprake van een rookgordijn dan van transparantie.
Gisteren werd er een symposium gehouden over de commissie Frijns (de commissie die de naleving van de code Tabaksblat in de gaten houdt). Tijdens dit genoeglijk samenzijn opperde Paul Koster van de AFM (Autoriteit Financiële markten) of men niet te ver is gegaan met al die tranparantie. Quote van Koster: “De aandeelhouders zijn nauwelijks geïnteresseerd in aspecten waar wij ons druk over maken”.
Leest die man de kranten niet? Het publiek, waaronder ook een aantal aandeelhouders, maken zich behoorlijk druk over de beloningen van bestuurders en commissarissen. En juist op dat punt schiet men nog tekort. Het gaat er dus niet om waar deskundigen als Paul Koster zich druk over maken. Het zou de transparantie ten goede komen als men ook informatie verstrekte op gebieden waar de aandeelhouders en de klanten zich druk over maken.
De directeur van de organisatie waar ik werk, verzuchtte ooit dat hij niet meer wist hoe hij alle werknemers van voldoende informatie kon voorzien. Hij had zo langzamerhand werkelijk alles geprobeerd: iedereen kreeg het jaarverslag toegstuurd, iedereen heeft het missie en visieplan ontvangen, er waren tal van informatieve bulletins bedacht en met regelmaat werden er informatieve bijeenkomsten georganiseerd. Toch wordt door veel werknemers nog steeds geklaagd dat men te weinig weet van de organisatie. Men heeft het gevoel niet het onderste uit de kan te krijgen. Hoe kan dat als de organisatie voor bijna 100% voldoet aan de eisen om gegevens transparant te maken?
Zijn de cijfers uit jaarverslagen relevant genoeg? Mits juist opgesteld geeft dat inderdaad inzicht in de resultaten. Maar geeft dat ook kennis over hoe die resultaten zijn bereikt? Een voorbeeldje uit eigen praktijk: de organisatie bood de gemeente een nieuw produkt aan maar kreeg de benodigde subsidie niet. In het jaarverslag gemeld dat de gemeente voor een concurrerende instelling had gekozen. Er werd verder niet vermeld hoe en wat men precies had gedaan om de subsidie in de wacht te slepen. Hoe zat het met de kennis van de markt, wat stond er precies in de subsidie-aanvraag, klopte de timing en wat is er tijdens de onderhandelingen aan de orde geweest? Het missen van de subsidie leidde tot de afbouw van het project. De betrokken medewerkers en hun cliënten wisten niet meer dan dat de subsidie was misgelopen. Als het eenmaal fout is gegaan dan helpt meer informatie achteraf ook niet meer. Dus waarom zou die dan gegeven moeten worden?
Die informatie had natuurlijk tijdens het hele proces gegeven moeten worden, maar zelfs achteraf had het nog kunnen bijdragen aan het begrip over de ontstane situatie. Niets van dat alles met als gevolg: een ontevreden gevoel bij de betrokkenen en zelfs enig wantrouwen over de informatieverstrekking.
Transparant ben je pas als je ook het achterste van je tong durft te laten zien. Transparantie wint ook aan kwaliteit als je niet alleen de informatie prijs geeft die de bestuurders en commissarissen zo belangrijk vinden, maar ook volledige openheid geeft naar aanleiding van vragen die er bij je aandeelhouders, medewerkers en klanten leven.
De code Tabaksblat werkt. Als een papieren tijger. De eerder genoemde Paul Koster zei gisteren dat “de code Tabaksblat een levende code is, die kan worden aangepast”. Kijk, da''s mooi. Na drie jaren papieren ontwikkeling, kan die code de komende drie jaar dus aangepast worden aan de praktijk: de vragen die er opkomen, naar tevredenheid van de vragenstellers beantwoorden.

Dialogen in de polder

Het Kabinet: ''Goedemorgen, dames en heren, ik ben blij dat ik even tijd vrij heb kunnen maken om eens een hartig woordje met u te wisselen. Gaat u zitten, koffie? Thee?'
'
De Samenleving: ''Ook goedemorgen. Eh…., die koekjes, zijn die gratis?''

Het Kabinet: ''Natuurlijk, tast u toe. Dan kan ik u ondertussen uitleggen wat de bedoeling is.''
De Samenleving: ''Neemt u mij niet kwalijk dat ik u onderbreek, maar was het niet de opzet dat ik u ging vertellen wat de bedoeling is?''
Het Kabinet: ''Ah! Daar heeft u in zekere zin gelijk mee. Er zijn natuurlijk wel een paar spelregels.''
De Samenleving: ''Spelregels? Ik dacht dat dit een serieus gesprek zou worden en niet een of ander gezelschapsspelletje?''
Het Kabinet: ''Wat treffend dat u het zo benoemd! Ons motto “Samen leven” staat voor een hechter verband tussen de leden van dit gezelschap. Ik zou graag zien dat men in de beschermende sfeer van het gezin weer eens een gezellig spelletje met elkander doet.''

De Samenleving: ''Ah, zo! En al die mensen die geen gezin hebben? Die mogen zeker buiten spelen?''
Het Kabinet: ''Wel, er zijn talloze mogelijkheden om saamhorig te zijn. De sportverenigingen, de fitnessclubs, de …..''
De Samenleving: ''…de happy hours!''
Het Kabinet: ''Nouwwwww, die dan weer niet. Kijk, ik gun iedereen natuurlijk een uurtje geluk. Maar het happy hour-gebeuren schiet ernstig zijn doel voorbij. Reeds nu kunt u radeloze ouders langs de kroegen zien zwerven op zoek naar hun kroost. Hebben ze die eenmaal gevonden dan zie je te vaak wat een problemen het geeft, hun laveloze, lallende en brallende kinderen mee huiswaarts te krijgen voor de avondmaaltijd.''
De Samenleving: ''En dat gaat u dus aanpakken?''
Het Kabinet: ''Jazeker! Er staat al een campagne op touw die de mensen er bewust van gaat maken dat het ook anders kan. Volgende week al komt er een cd uit waarop de minister van Jeugd samen met Ali B. een alleraardigste rapversie doet van ''Ach, kindjelief, toe drink niet meer.''
De Samenleving: ''En verder?''
Het Kabinet: ''Huh? Hoe bedoel u?''
De Samenleving: ''Nou, u ging het probleem toch aanpakken? Een liedje lijkt mij dan niet genoeg.''
Het Kabinet: ''Kijk, had u mij toch eerst de spelregels even moeten laten uitleggen. Het is mijn taak te signaleren, de lijnen uit te zetten en de kaders aan te geven. Vervolgens moet u het doen! Ik ben de samenleving niet. De samenleving, dat bent uzelf! Als ik maatregelen tref, dan wordt dat als overheidsbemoeienis gezien en ik dacht dat u daar de buik wel vol van had.''
De Samenleving: ''Aha! Dus de komende jaren gaat het zoals ik het wil?''
Het Kabinet: ''Dat hang er van af.''
De Samenleving: ''Pardon? Nog meer spelregels?''
Het Kabinet: ''Ja, nog een paar kleinigheden. Het moet altijd gaan om zaken die men samen kan doen, verder moet iedereen er baat bij hebben en, last but not least, het mag geen gevolgen hebben voor het positieve saldo van de staatskas.''
De Samenleving: ''Even een vraagje, wie bepaalt welke zaken er onder die kriteria vallen?''
Het Kabinet: ''Daarvoor zitten we nu gezellig bij elkaar! Dat bepalen we samen. Heeft u nog genoeg koekjes?''
De Samenleving: ''Ja, dank u. Aan de catering mankeert hier werkelijk niets. Aan die kriteria kennelijk wel, want dat gaat toch niet helemaal gesmeerd.''
Het Kabinet: ''Meent u dat echt? Heb ik iets gemist?''
De Samenleving: ''Nou, neem nu eens de vaststelling van het aantal probleemwijken. Nu al blijken bepaalde buurten daarbuiten te vallen, terwijl de bewoners zelf menen dat hun nood toch erg hoog is. Het lijstje probleemwijken lijkt alsmaar kleiner te worden.''
Het Kabinet: ''Oh, dat bedoelt u. Toen onze minister voor probleemwijken op pad ging om uit te zoeken waar er nou echt problemen waren trok ineens iedereen aan de bel. Van stadswijken tot dorpskernen, van winkeliersverenigingen tot verenigingen van huiseigenaren, van welzijnswerkers tot pastoors. Dat werkt zo niet. Als ik met iedereen in gesprek moet, die meent binnen een door mij aangegeven kader te vallen, dan heb ik aan die honderd dagen niet genoeg. U wilt toch ook niet dat we vier jaar lang alleen maar in gesprek zijn?''
De Samenleving: ''Nee, nee, zeker niet. Die honderd dagen kosten al dure minuten, waarin de meest voor de hand liggende zaken al aangepakt hadden kunnen worden. Ik zou heel graag zien dat u ook daadwerkelijk wat doet. Maar nu dreigen er toch wat mensen buiten de boot te vallen.''
Het Kabinet: ''Welneeeeeee. Kijkt u eens hier, ik ben kapitein op het schip van Staat. Mensen moeten dat niet verwarren met de stoomboot van Sinterklaas. Ik ga geen kadootjes weggeven. Ik ga die mensen belonen, die zelf en vooral samen, hun probleempjes gaan oplossen. Dat is geen kwestie van de hand ophouden en een beetje bij mij komen bedelen. Dat is samen hard aan het werk. Steekt men de handen daadwerkelijk uit de mouwen, dan ben ik best bereid een bijdrage te leveren uit het beperkte budget van de staatskas.''
De Samenleving: ''En wanneer wordt ik dan ingelicht over de stappen die u verder denkt te ondernemen?''
Het Kabinet: ''(grote zucht) Laat ik het nog één keer duidelijk maken. Ik geef alleen maar politieke steun. U moet samen leven, u moet samen werken. U hoeft alleen maar ingelicht te worden over verzoeken, als ik van plan ben wel stappen te ondernemen. Anders heeft inlichten geen zin.''
De Samenleving: ''Dus?''
Het Kabinet: ''Dus dank ik u voor dit genoeglijke onderhoud. Ik moet helaas weer verder. Er wachten mij nog meer gesprekken. Neemt u nog wat koffie en vergeet u de koekjes niet.''

Zalmnorm

Op de drempel van de uitgang doet hij nog een laatste poging zijn zuurverdiende centjes veilig te stellen. Het ziet er naar uit dat het nieuwe kabinet bereid is wat meer uit te geven dan de laatste jaren het geval was. Dat moet heer Zalm een doorn in het oog zijn. De redaktie ging even peilen hoe het er nu met de gemoedstoestand van ''s land penningmeester voorstaat.
pp: “Goedemorgen, mag ik even w….” Zalm: “Ah! Daar bent u weer. Ik was al even bang dat u me vergeten zou zijn. nog voor ik goed en wel vertrokken ben.” pp: “Nou nee, zelfs al zou u echt weg zijn, dan zal ik u nog lang herinneren.” Zalm: “Wel, dat doet me deugd.” pp: “Hm, mij niet, maar daar gaat het niet om. Ik wilde even weten of u werkelijk denkt dat uw oproep om de zalmnorm te handhaven serieus gehoor zal krijgen bij de drie formerende heren.” Zalm: “Tja, daar heeft u een punt. Het baart me wel enigzins zorgen. Van de huidige en toekomstige premier is bekend dat hij met zijn zoetzure glimlach behoorlijk slappe knieën heeft. Het valt te vrezen dat hij daar doorheen zakt als hij door die andere twee onder druk wordt gezet.” pp: “Want die andere twee hebben maling aan uw norm?” Zalm: “Daar begint het wel op te lijken, ja. Die nieuwkomer wil natuurlijk god's water over god''s akker laten lopen. Maar dat zet geen zoden aan de dijk. En die zal hij hard nodig hebben als hij zijn talenten verkwist.” pp: “En Bos dan? U heeft toch al een gesprek met hem gehad?” Zalm: “Ja, ik moet toegeven dat dit de enige cruciale fout wordt van mijn ganse carrière. Bij hoge uitzondering mocht hij even een blik werpen in de boeken en die gunst gebruikt hij nu voor zijn eigen belang, zoals je dat eigenlijk ook wel kan verwachten van salonsocialisten.” pp: ” Hoe bedoelt u?” Zalm: “De man maakt zich meer zorgen over de electorale consequenties die zijn deelname aan het kabinet zal hebben dan over het landsbelang. Ik vrees dat hij zijn positie veilig wil stellen door een beetje de sinterklaas uit te gaan hangen.” pp: “Maar meneer Zalm, er is toch best wel wat geld om uit te geven?” Zalm: “Dat u niet zo goed kunt rekenen en weinig verstand van de economie heeft is dankzij uw blog ondertussen in brede kringen bekend.” pp: “Maar u heeft zelf gezegd dat een overschot gebruikt moet worden als het tegenzit. Nou, er zit genoeg tegen. Het Sociaal Cultureel Planburo liet bijvoorbeeld weten dat er zo''n € 750 miljoen nodig is om het onderwijs uit het slop te halen.” Zalm: “Ho, ho, ho! Het onderwijs is er zo erbarmelijk aan toe omdat men jarenlang de leerplicht heeft verzaakt!” pp: “Pardon…?'' Zalm: “Ja, dat u dat niet begrijpt bewijst wel hoezeer ook u daar slachtoffer van bent geworden. Leerplicht wil zeggen dat het verplicht is wat te leren. Dat doe je niet met voorleesontbijtjes en het ''nieuwe'' leren. Ik ben dan ook zeer verheugd over de nieuwe generatie studenten die weer echt wil leren. Het door de 2e Kamer aangevraagde onderzoek zal aantonen dat de plicht om daadwerkelijk te leren ernstig is verkwanseld. Gewoon weer de feitenkennis er in stampen, daar ben ik ook groot mee geworden en dat hoeft geen cent extra te kosten.” pp: “Zo, zo, u houdt er wel meer normen op na dan alleen die zalmnorm, hè?” Zalm: “Meneer, ik handel naar eer en geweten, da's alles.” pp: “Dan moet u toch flink teleurgesteld zijn over de financiële plannetjes van het aanstaande triumviraat?” Zalm: “Meneer, het is niet briljant wat ze daar bedenken, maar het kan ook zo zijn voordelen hebben.” pp: “Ja, dat er nu eindelijk eens geld uitgegeven wordt daar waar het ook nodig is!” Zalm: “(grote zucht) Och wat ben ik toch blij dat ons huidige democratische stelsel het onmogelijk maakt dat mensen als u het voor het zeggen krijgen. Wat ik bedoelde te zeggen was, dat als men werkelijk het begrotingsoverschot over de balk gaat smijten, de kiezer binnen de korste keren terugverlangt naar de tijden dat de VVD in het kabinet zat. Ik reken op een dikke winst voor onze partij.” pp: “Winst, winst, winst… Uiteindelijk is dat de kern van de zalmnorm, nietwaar?” Zalm: “Gezien de vele lofuitingen die mij bij mijn vertrek ten deel vallen is daar in het geheel niks mis mee.”
pp: “Meneer Zalm, geniet u rustig verder…..”

Neusje van de Zalm

Hoewel hij het waarschijnlijk diep in zijn hart betreurt dat de VVD geen enkele rol speelt in de formatie, loopt minister Zalm met een brede lach door de gangen van het Binnenhof. Vlak voor zijn politieke pensioen benoemt de JOVD (jongerenafdeling van de VVD) hem tot Liberaal van het Jaar en haalt hij op de valreep de zoveelste meevaller binnen. Reden genoeg om de op dit weblog zo geplaagde man te bellen en hem te feliciteren.
Zalm: ''Zalm de man hier….''
pp: ''Ja, daar bel ik u juist voor…''''
Zalm: ''Ach nee hè, u weer!''
pp: ''Wel, ik belde u om u van harte te feliciteren met de door u behaalde kwalificatie van de JOVD.''
Zalm: ''Ja, ik ben reusachtig blij dat de jongeren inzien welk een serieus en belangrijk werk ik heb verricht.''
pp: ''Nou komen die jongeren wel uit uw eigen gelederen.''
Zalm: ''Ja, en…???''
pp: ''Is dat niet een beetje ons-prijst-ons?''
Zalm: ''Daar zijn u en uw medebloggers anders ook niet vies van. Zoals dat er aan toegaat met al die awards die de ene blogger aan de andere toespeelt is werkelijk van een hoog incestueus gehalte, moet ik zeggen.''
pp: ''Tja, daar heeft u een punt. Ik neem die opmerking terug. Tenslotte is de JOVD ook niet te beroerd om politici van geheel andere politieke richtingen tot het neusje vanm de zalm te benoemen.''
Zalm: ''Oh ja?''
pp: ''Ja, vorig jaar was de eer aan Femke Halsema.''
Zalm: ''Echt?? Dat meent u niet!''
pp: ''Nou ja, dat las ik anders wel in het persbericht over de Liberaal van het Jaar.''
Zalm: ''Die jonkies toch! Ha, ha, eigenlijk wel een goede grap!''
pp: ''U gaat nu ineens deze eervolle vermelding niet serieus nemen?''
Zalm: ''Ach, amice….''
pp: ''(Grote kreun…) Meneer Zalm, niet doen!''
Zalm: ''Huh? U bedoelt?''
pp: ''Ik dacht dat we afgesproken hadden dat u mij geen amice zou noemen. Straks lig ik er echt helemaal uit bij mijn vriendenkring.''
Zalm: ''Dan niet. Even goede vrinden…''
pp: ''Ohwww….''
Zalm: ''Zeg, gaat het wel goed met u?''
pp: ''Ik moet even bijkomen, meneer Zalm. Maar goed, behalve die pluim op uw hoed van de JOVD had u nog een meevallertje, hè?''
Zalm: ''Meneer, ik heb een afschuwelijke hekel aan het woord meevaller.''
pp: ''Hoezo?''
Zalm: ''Dat woord suggereert toch iets van toevalligheid. Terwijl het juist tot in detail gepland en berekend is. Ik zou het eerder de beloning van al mijn noeste werk willen noemen.''
pp: ''Maar u kon toch vooraf niet weten hoeveel burgers hun oude guldens zouden inleveren?''
Zalm: ''Meneer, dat wist ik tot op de cent nauwkeurig! Ik heb hier op het ministerie het aantal opgepotte guldens èn de kenmerken van spaarzame en speculerende burgers door een computermodel laten halen en de uitkomst daarvan klopt precies met het nu behaalde resultaat! U dacht toch niet dat we zomaar een kostbare reclame- campagne voor het inleveren van die oude guldens hebben opgezet?''
pp: ''Nou u het zegt, daar bent u de man helemaal niet naar.''
Zalm: ''Bespeur ik daar een kritisch toontje?''
pp: ''Nee, nee, ik bedoel: u doet toch alles uit berekening?''
Zalm: ''Dat klinkt ook weer zo badinerend. Nee meneer, het is allemaal weloverwogen en goed doordacht.''
pp: ''Een groot regisseur waardig.''
Zalm: ''Begint u daar weer over? Luistert u eens goed, meneer de would-be blogger! Ik heb mijn werk naar behoren gedaan. Het land kan daar nog lang de vruchten van plukken. Wat u meevallers noemt zij de parels op de kroon van dit majestueuze werk.''
pp: ''U heeft de JOVD helemaal niet nodig om u te prijzen, is het niet?''
Zalm: ''Precies! Het is geweldig aardig van de jongelui, maar het voelt ook een beetje als de bekende mosterd na de maaltijd. Men had veel eerder kunnen inzien welk een heidens karwei ik heb moeten leveren.''
pp: ''Ah! Nu u over de heidenen begint: hoe kijkt u als Liberaal van het Jaar aan tegen het aanstaande kabinet?''
Zalm: ''Ja, dat is dan weer wel een domper op de feestvreugde. U heeft op uw blogje nogal een uitgehaald naar ons liberalen, maar ik ben zeer benieuwd wat u te bloggen heeft onder een christelijk-socialistisch bewind!''
pp: ''Nou, ik denk niet dat het me tot uw soort liberalisme zal bekeren.''
Zalm: ''Dan moet u het allemaal zelf maar weten. Ik zal het niet meer actief meemaken dus op verdere meevallers hoeft u dan ook niet te rekenen. Dat gaan zware jaren voor u worden!''
pp: ''Denkt u echt dat het nieuwe kabinet het zo lang uithoudt?''
Zalm: ''Meneer, ik weet exact hoelang men het uit gaat houden, maar dat ga ik hier en nu niet aan de grote klok hangen.''
pp: ''Dat horen we dan later van u?''
Zalm: ''Ha, ha, ha, u probeert mij de rest van mijn meesterplan te ontfutselen! Heb geduld, amice, u komt er vanzelf wel achter.''
pp: ''Daar doet u het alweer!!!''
Zalm: ''Wat? Oh ja, excuses beste vrind…''
pp: ''Dat doet u express, hè?!''
Zalm: ''Ziet u wel: alles goed gepland en berekend!''

Op de drempel van tijd

Nieuwjaar: “Zo ouwe, het zit er bijna voor je op.”

Oudjaar: “Gelukkig wel, jongen, ik ben zo ontzettend moe…”
Nieuwjaar: “Tja, je wordt sneller oud dan je denkt, hè?”
Oudjaar: “Je hebt helemaal gelijk. Al is het denken nog zo snel, de leeftijd achterhaalt het wel” Nieuwjaar: “Huh?”
Oudjaar: “Laat maar. Dat was nog even een doordenkertje op de valreep van de tijd.” Nieuwjaar: “Oh. Nou, dat is mij te diep, geloof ik.”
Oudjaar: “Geeft niet, joh. Je hebt een heel jaar om erachter te komen.”
Nieuwjaar: “Nog dingetjes die ik mee moet nemen?”
Oudjaar: “Nee, gedane zaken nemen geen keer. En verder moet jezelf er maar het beste van maken. lijkt mij zo.” Nieuwjaar: “Okay, ik heb er al helemaal zin in!”
Oudjaar: “Jij liever dan ik, jongen. Als jij wist wat ik nu weet, zou je hier misschien helemaal niet staan.” Nieuwjaar: “Goh, ouwe, dat klinkt wel erg deprimerend.”
Oudjaar: “Trek het je niet aan. Jij bent jong, jij hebt nog mogelijkheden. Grijp je kansen en doe wat je ermee kunt.”
Nieuwjaar: “Ja, ik zie wel. Ik heb werkelijk nog geen idee……” Oudjaar: “Hou je daar maar goed aan vast.”
Nieuwjaar: “Wat?” Oudjaar: “Dat je nog geen idee hebt. Stel je voor dat je die wel zou hebben!”
Nieuwjaar: “Ik volg je even niet, ouwe.” Oudjaar: “Luister, als je barst van de ideeën, wil je daar ook wat van maken. Je zult zien dat het alleen allemaal niet zo maakbaar is.”
Nieuwjaar: “Ach, waar een wil is, is een weg, toch?” Oudjaar: “Tja. Nou ja, ik heb niks meer te vertellen. Mijn tijd zit er op. Het is helemaal aan jou nu.”
Nieuwjaar: “Je hebt het echt gehad, hè? Wat is er toch gebeurd met je, dat je zo moe bent?” Oudjaar: “Dat wil je niet weten, joh. En zelfs als je het wel wilt weten, ga ik je het niet vertellen. De beurt is nu aan jou. Trek je van mij niets aan en ga je eigen gang.”
Nieuwjaar: “Dat ben ik wel van plan. Maar heb je, met al jouw ervaring, echt geen bruikbare tips? Ik bedoel, het is toch ook zonde van de tijd om telkens het wiel opnieuw uit te vinden?” Oudjaar: “Dat is nou precies wat je wel moet doen. Bekijk alles alsof je het voor de eerste keer ziet. Wie weet levert dat een wiel op dat deze keer niet vastloopt in zijn eigen raderwerk.”
Nieuwjaar: “Tjonge, ouwe! Eindig ik straks ook als een opgebrande filosoof?” Oudjaar: “Misschien wel. Misschien niet. Maar trek je er niets van aan, jongen. Je moet gewoon je best doen. Reik hoger dan je voorgangers. Reik verder. En hou het vooral leuk.”
Nieuwjaar: “Ja, ja… daar heb ik wel zin in. Ik ga het ongelofelijk leuk maken!” Oudjaar: “Prima! Zeg, nog een paar seconden en dan mag je er tegenaan. Je moet nog wel even de Eed van de Tijd af leggen voor je over de drempel gaat.”
Nieuwjaar: “Okay, het is me in ieder geval een heel genoegen je nog even gesproken te hebben. Rust lekker uit, geniet van je ouwe dag. Kom nu maar op met die eed.”
Oudjaar: “Goed, leg je hand op de zandloper en zeg me na……”
Nieuwjaar: “Ik zal mijn vermogens gebruiken om de gemeenschap naar beste weten en oordeel te helpen; ik zal me onthouden van het schaden en tekort doen van wie ook. Wat ik zie en hoor, zal ik aan een ieder door vertellen, ten behoeve van het eerlijk delen van kennis en ervaring.” Oudjaar: “Dat je gelukkig moge worden, jongen.”