Tagarchief: cbs

Eurocrisis is traditie

EurocrisisDe schatkamer van statistieken, het CBS, heeft eindelijk tijd gevonden wat cijfers op een rij te krijgen, die u hier al op 22 oktober 2011 kon lezen. Uit die cijfers blijkt dat een hoog overheidstekort eerder regel dan uitzondering is en dat landen als Griekenland niet de enigen zijn, die zich maar niet aan de afspraken van het Verdrag van Maastricht kunnen houden.

“Nederland overschrijdt al drie jaar de Europese bovengrens van 3 procent van het bbp”, stelt het CBS, maar “een dergelijke periode van hoge tekorten is echter niet uitzonderlijk”. De jaren voor het Verdrag van Maastricht (1993) was het wel vaker mis. In de  periode 1980-1990 was het overheidstekort maar liefst 11 jaar achter elkaar flink groter dan 3 procent. Na het verdrag is het tot nu toe zes keer voorgekomen, waaronder dus de laatste drie jaar.

Het Verdrag van Maastricht heeft misschien wel een positief effect gehad. Na 1993 werd er vijfmaal een overschot gescoord, tegen één keer in de 24 jaren daarvoor.

Het overheidstekort zat sinds 1993 13 keer in de min, waarvan dus 6 keer boven de 3 procent. Slechts 5 keer viel het positief uit. Waarlijk geen geweldige prestatie waar met name twee mannen keiharde voorvechters zijn van de Maastrichtnorm. Mannen die het niet te beroerd zijn een vermanende vinger op te heffen tegen landen, die ook moeite hebben zich aan de norm te houden. We hebben het natuurlijk over de heer Zalm en zijn discipel Rutte.

Zalm eiste in 2003 sancties tegen Frankrijk en Duitsland, toen deze hun financiële problemen op wensten te lossen door het overheidstekort op te laten lopen. Zalm moest inbinden en Frankrijk en Duitsland kregen wat meer tijd en ruimte om hun tekorten binnen de afgesproken normen te krijgen.

Rutte moet feestelijke dagen beleven. Niks inbinden, maar de knoet erover. Griekenland moet diep door het stof. Nu is het Griekse overheidstekort wel aanzienlijk groter dan dat van Nederland. Maar dat heeft niet alleen oorzaken in Zuid-Europese losbandigheid.  Griekenland werd na veel moeite pas in 2000 tot de Europese Monetaire Unie toegelaten. Zalm wist van de hoge tekorten, maar ging ook akkoord. Griekenland deed pogingen de tekorten weg te werken door, onder andere, worgleningen af te sluiten bij Goldman Sachs.

Rutte pleitte voor steun aan Griekenland. Niet om het land zelf te redden, maar de banken die vreesden dat Griekenland nooit meer al die leningen zou kunnen terugbetalen. Daar zat amper een Griekse bank bij.

Maar dat terzijde. Wat het CBS laat zien, is dat een overheidstekort nog steeds traditie is, ondanks het Verdrag van Maastricht. Ook in Nederland. Wat we wel zagen is dat het overheidstekort afnam als de economische groei steeg. De vraag is in hoeverre bezuinigingen effect hebben op de economische ontwikkelingen. Is overheidsbeleid slechts een druppel op een gloeiende plaat of een wezenlijke bijdrage om uit de misère te komen?

Rutte gelooft in dat laatste. Het terugdringen van het overheidstekort wordt door dit kabinet aangeprezen als wonderolie voor een haperende economie. Voorlopig kan hij niet anders dan zich voegen in de traditie van overheidstekorten boven de 3 procentnorm. Misschien bereikt hij het ideaal van een overheid zonder grote tekorten, door eens na te denken over een wezenlijk andere economie?  Want een economie gebaseerd op leningen en schulden lijkt zijn beste tijd nu wel gehad te hebben.

Winteropvang: verborgen dakloosheid?

WinteropvangIn 2009 waren er bijna 18 duizend daklozen in Nederland. Daarvan zwierven er 6.500 rond in de vier grote steden. Nu de kranten ineens weer zijn geïnteresseerd in daklozen, kun je de daklozen weer tellen.

In de nieuwsgaring zijn er elk jaar twee momenten waar de daklozen zich mogen verheugen in de belangstelling van de media: de kerstdagen en de vorstperiode. De rest van het jaar staat dakloosheid alleen in de belangstelling als er ergens wordt geprotesteerd tegen de vestiging van een opvanghuis. Nieuws dat hooguit de lokale katernen van landelijke dagbladen haalt.

Dat dakloosheid en vrieskou journalisten extra werk bezorgd, is niet alleen te danken aan de pers zelf. Gemeenten en hulpverleningorganisaties sturen flink wat persberichten rond. Zij weten ook wel dat de weersberichten meer aandacht krijgen als zich een kansje voordoet op een Elfstedentocht. Wie daar een paar daklozen tussen weet te krijgen, genereert aandacht voor de doelgroep en, niet op de laatste plaats, voor zichzelf.

De kou is een kans om reclame te maken voor al het werk dat wordt gedaan om Nederland daklozenvrij te maken. Afgaande op de berichtgeving rond de winteropvang voor daklozen, moet je constateren dat we zoveel daklozen niet meer hebben. Van de 18 duizend daklozen die het CBS in 2009 telde, zijn er enkele honderden over.

In Den Haag kwamen 100 daklozen op de winteropvang af, in Amsterdam had men het druk met 170 daklozen. De Rotterdams wethouder Hamit Karakus vertelt tegen een reporter van de NOS dat er een tijd geleden nog 2500 daklozen in Rotterdam waren, nu nog maar 20. Toch is de winteropvang door 248 mensen bezocht. Zijn dat allemaal Oost-Europenanen en mensen uit Breda, zoals in het artikel bij de NOS wordt gesuggereerd?
En waar zijn de overige 5.982 grootstedelijke daklozen van het CBS gebleven? Buiten de grote steden moet een Groningse buurtagent een twitteroproep versturen, om de hulp van de oplettende burger in re roepen, op zoek naar bevriezende dak- en thuislozen.

Dat kan maar één ding betekenen: òf het CBS zit er flink naast, òf  de rest van het jaar zijn er bedden te weinig, maar wordt dat opgelost door een toegangsprijzen te heffen en niet iedere dakloze binnen te laten.

Dan wordt er ook over thuislozen gesproken. Die zijn toch niet dakloos? Wat moeten zij dan aan de poorten van de extra winteropvang?
Thuisloos is het etiket voor mensen die geen familie, vrienden of kennissen hebben, die een helpende hand bieden. Meestal mensen die ook geen sociale vaardigheden bezitten om zo’n netwerk op te bouwen of te onderhouden. Vaak ex-daklozen. Sommigen zijn afgesloten van elektra en gas, wegens nog af te lossen schulden. Anderen hangt om diezelfde reden een huisuitzetting boven het hoofd. Dat gaat pas gebeuren als de temperatuur weer boven nul komt, want de energieleveranciers zijn wel zo coulant om nu niemand de straat op te zetten.

Thuisloos is niet dakloos. De bewoners van de sociale pensions van het Leger des Heils zijn niet dakloos. Psychiatrische patiënten die in een gedwongen opname  zitten (ruim 18.000 in 2009) zijn niet dakloos. Mensen die in RIBW-instellingen zitten (ongeveer 24.0000), zijn niet dakloos. Daarmee hebben we wel de doelgroep in beeld. Hier zitten mensen bij die ooit dakloos waren of nog steeds een gerede kans maken het te worden.
De daklozen die van de reguliere nachtopvang gebruik maken en overdag naar dagopvang en werk- en activiteitenprojecten (moeten) gaan, zijn niet echt dakloos.  Zo bekeken kan een wethouder dus stellen dat er nog maar 20 echte daklozen in zijn stad zijn.

Den Haag zegt 1500 daklozen te hebben. De gemeente kent twee nachtopvanglocaties, met een reguliere capaciteit van 80 bedden. De winteropvang telt 125 extra bedden. Tot 16 januari waren er twee dagopvanglocaties. Dankzij bezuinigingen is er nog maar één, waar 40 stoelen beschikbaar zijn voor de ruim 600 dak- en thuislozen die aldaar zijn ingeschreven.

In Rotterdam is, ook wegens bezuinigingen, vorig jaar een nachtopvang gesloten. Dat moeten we zien in het kader van klinkende afspraken, die de vier grote steden hebben gemaakt, om te voorkomen dat 20.000 mensen dakloos worden. Preventie en doelgerichte begeleiding moeten mensen van de straat houden. Toch staan er wekelijks mensen aan de deuren van de opvang, die net of alweer dakloos zijn geworden.

Zowel de GGZ als de politie waarschuwden voor meer daklozen op straat, als gevolg van bezuinigingen in de GGZ en maatschappelijke opvang. Wie zijn ogen openhoudt, ziet nu al een toename van daklozen op staat. En dat zijn niet alleen Oost-Europeanen.

Als de statistieken van het CBS er naast zaten, dan is de kans groot dat ze eind van dit jaar wel blijken te kloppen. Ondertussen zouden de journalisten eens op zoek moeten gaan naar de daklozen, die door het jaar heen worden geweigerd bij opvanginstellingen die vol zitten, of door gemeentelijk beleid achter het sociale vangnet vissen.

Euro voor een appel en een ei?

BoodschapenNa de invoering van de euro, is meermalen betoogd dat het leven duurder is geworden. Nou, zegt de Telegraaf, dat valt reuze mee. De doorsnee boodschappen zijn tussen 2002 en nu slechts 2 procent duurder geworden.

Eens terugblikken.
15 november 2011: Boodschappen ruim 15 procent duurder, kopt diezelfde Telegraaf. Drie jaar eerder, 18 augustus 2008, zijn volgens de Telegraaf, de boodschappen 10 procent duurder dan het jaar ervoor.
Tussendoor, in augustus 2010, vond de Telegraaf de dagelijkse boodschappen nog steeds aan de dure kant, dit keer zonder cijfers te publiceren.

Als die percentages over de langere periode uiteindelijk op de twee procent komen, dan moet het in de overige jaren wel erg goedkoop zijn geweest.
We kijken even bij het CBS en inderdaad: ten opzichte van 2002 waren de gemiddelde prijzen voor voedingsmiddelen 1,9 procent gestegen. In de boodschappenkar van het CBS zit wel een heel ander pakket dan de Telegraaf heeft ingeladen. Het CBS keek naar 13 gangbare voedingsartikelen, waaronder aardappelen, eieren, melk, maar ook koffie, thee en suiker. De Telegraaf deed er ook toiletpaper en ander zaken bij.

Het CBS heeft ook cijfers over voedingmiddelen alleen. In 2011 waren die ruim 8 procent duurder dan in 2002. Volgnes De Telegraaf moet je toch echt een lading frisdrank en wasmiddelen in je boodschappenkar storten om op die 2 procent te komen.
Gooien we de boodschappentas van het CBS vol met groente, fruit, brood en wasmiddelen, dan zie je dat die wasmiddelen in 2011 zo’n 18 procent goedkoper zijn dan in 2002. Het hele pakket is echter ruim 4 procent duurder geworden.

Nog steeds zijn de cijfers hierboven gerelateerd aan 2002, het jaar waarin de euro een feit werd. Maar om te zien of die euro een rol speelt, lijkt een vergelijking met de jaren ervoor, de gulden jaren, meer relevant.
Ten opzichte van 2001 is het CBS-pakket 7,76 procent duurder. Ten opzichte van 2000 zijn de prijzen 17,24% duurder.
Dat is toch wat anders dan het Telegraafpakket dat volgens de krant in 2002 78,90 euro kostte en in 2011 80,56 euro. Dat is inderdaad een verschil van 2,1 procent.

Als je al die jaren geen last van prijsstijgingen hebt gehad, dan heb je dus waarschijnlijk meer wasmiddelen dan groenten en fruit geconsumeerd. In hoeverre dat ook nog met de euro te maken had en niet met wereldwijd stijgende voedselprijzen (graan, rijst) dat laat de Telegraaf buiten beschouwing. Die spullen komen waarschijnlijk amper voor in het boodschappenkarretje van de krant.

In een iets andere versie, met toevoeing van het laatste nieuws, is dit artikel ook op Sargasso te lezen, alwaar uw redacteur onder het pseudoniem P.J. Cokema schrijft.

Over werk.

OverwerkEen derde van de werknemers werkt over. Een statistiekje van het CBS dat herkenbaar is en ook weer niet. In oktober meldde de vacaturesite Monsterboard dat 81 procent van de werknemers wel eens overwerkt.

Naar eigen zeggen dan. Op een online enquête reageerden 400 mensen. Het CBS komt ook via de Enquête beroepsbevolking (EBB) aan de gegevens, uit een respons van ongeveer 40 duizend mensen.
Er zou natuurlijk onderzocht kunnen worden hoeveel overwerk er feitelijk wordt gedaan. Dat is echter lastig. In de Arbeidstijdenwet van 1 april 2007 staat alleen vermeld dat er niet langer dan 12 uur per dienst, of 60 uur per week gewerkt mag worden. Een definitie van overwerk wordt niet gegeven en per CAO  verschillen de regelingen betreffende overwerk.

Het blijft voorlopig dus een kwestie van beleving. Ik neem aan dat de meeste mensen 8 tot 9 uur per dienst en maximaal 40 uur per week wel genoeg vinden en alles wat daarboven komt als overwerk zullen zien. Men zal ook geen overkomelijk bezwaar hebben een keer een week van 60 uren te draaien, als dat maar op de een of andere manier wordt gecompenseerd.

Het moet geen kwestie van beleving blijven. Op mijn werk krijgen we de overuren niet weggewerkt. Zeven van de elf collega’s staan sinds oktober vorig jaar in de plus. Bijna 64 procent dus. Dat is geen beleving, dat zijn de werkelijke uren. Het moet op elk rooster van een organisatie of bedrijf te zien zijn, wat het verschil is tussen de contracturen en de gewerkte uren. Zo krijg je in ieder geval alle geroosterde extra diensten in beeld.
De overuurtjes die niet op de roosters staan zijn niet goed te meten. Uit een onderzoek in 2007, waaraan 30 organisaties en 1114 werknemers hebben meegewerkt, bleek dat met name flexwerkers aardig wat overwerken, maar dat amper melden.

Willen we meer over feitelijk overwerk weten, dan zal er toch echt meer echte uren en minder beleving gemeten moeten worden. Je blijft dan alleen nog zitten met de beleving van de harde cijfers. Een paar overwegingen over werk.

1. Overwerk draagt bij aan de werkloosheid en moet dus als a-sociaal worden bestempeld.. Zeker als overwerk structureel blijkt, dan zit daar toch werk in dat door anderen gedaan zou moeten worden?

2. Zet bijstandtrekkers in om overwerk terug te dringen. Ik lijk de VVD wel, die in werklozen een potentieel ziet voor al het extra werk. Zoveel potentieel kan dat trouwens niet zijn. Een deel van de mensen in de bijstand werken namelijk al. Ze vegen de straten, onderhouden het openbaar groen. Die groep moet je dus werkenden noemen. Kan de statistiek van werkloosheid ook omlaag.

3. Op 5 december wordt ondergewerkt. Dat blijkt uit de fileverwachting van de ANWB: de avondspits komt om 15.00 uur al opgang,  De organisatie denkt dat de avondspits om drie uur al op gang komt, omdat mensen eerder huiswaarts keren voor pakjesavond. Sinterklaas is minder goed voor de economie dan wordt gedacht?

Iemand nog iets over werk?

Uw levensverwachting na Rutte I

SmogOnze levensverwachting stijgt maar door, meldt het CBS. Voor pasgeborenen nam de verwachting sterk toe, voor 65-plussers wat minder. Maar ook onder de ouderen is een stijgende trend waar te nemen. De kans dat een 65-plusser 100 wordt is de afgelopen tien jaar verdubbeld.
Goed om te lezen, want zo weten we ook of er een kans is dat het nog wat wordt met de vergrijzing.

Die kans op vergrijzing is één van de redenen waarom kabinet Rutte zo dapper bezuinigt. Het kabinet is er van overtuigd zo aan een solide toekomst te bouwen.  Die overtuiging had elk kabinet wel. Laten we eens de statistieken van het CBS naast de tijdlijn van de na-oorlogse kabinetten leggen..We zien dan dat er een continu stijgende lijn is, die echter wel wat dipjes en stagnatie vertoont. Voor de details: ga naar dit exceldocument.

Zo steeg de levensverwachting na kabinetten Beel I en  Drees !. De eerste jaren van wederopbouw leek een positieve invloed te hebben op de levensverwachting. Maar in de navolgende kabinetten, Drees II en III, stagneert de stijging. Bij mannen wat langer, dan bij vrouwen.
Voor vrouwen steeg de levensverwachting sterk onder de kabinetten De Quay en Marijnen. Maar voor mannen zag het er een stuk beroerder uit. Zulke dipjes zagen we ook onder de kabinetten De Jong en Biesheuvel. Pas onder Den Uyl steeg de levensverwachting voor mannen en vrouwen gestaag, een verschijnsel dat daarna alleen nog voorkwam onder Van Agt I, Kok I en Balkenende II en IV.

Onder de meeste kabinetten waren stagnatie in de groei of lichte terugval te zien. Zo ook bij de levensverwachting voor 65-plussers (CBS), met een iets ander beeld. Een sterk stijgende lijn over de hele na-oorlogse periode, op twee uitzonderingen na. Tussen 1967 en 1972, in de tijd van De Jong en Biesheuvel, was er amper stijging te zien. Daarna ging het weer sterk opwaarts, tot in 1994, onder Kok !, het ineens erg matig omhoog liep. Pas in 2003 (Balkenende II) vloog de levensverwachting voor vrouwen weer omhoog.
Voor mannelijke 65-plussers was het lang tobben. De levensverwachting begin pas echt te stijgen in 1994, onder Kok I en navolgende kabinetten.

Kijken we naar de politieke samenstelling van de kabinetten, dan kunnen we deze balans opmaken.
Levensverwachting

Er zijn bekende oorzaken voor de stijgende levensverwachting. Meer welvaart, betere gezondheidszorg, voldoende eten. In 2008 legde het CBS een relatie tussen de levensverwachting en inkomen: “Mensen uit een huishouden met een inkomen onder de armoedegrens leven gemiddeld ongeveer 5 jaar korter dan mensen met een hoger inkomen. Het verschil in gezonde levensjaren bedraagt zelfs 14 jaar”.

Of een kabinet ook echt invloed heeft op de levensverwachting, is natuurlijk niet echt één op één te bewijzen. Maar gezien de traditie dat CDA en VVD-coalities er het vaakst in slagen de levensverwachting te temperen en de wetenschap dat er bezuinigd zal worden op bijna alles wat een mens gelukkig en gezond houdt, kunnen we concluderen dat Rutte I inderdaad een ijzersterk beleid voert om de vergrijzing de kop in te drukken. De kans dat u als 65-plusser de 130 haalt, is omgekeerd evenredig klein aan de kans dat er meer wegen komen waar u met 130 km. per uur uw einde tegemoet kunt snellen.

Ruggengraat

RugToon toch eens wat ruggengraat, sprak mijn vader als ik weer eens lamlendig op de bank lag. Nou was ik niet de allerlamlendigste, dus ik toonde hem mijn ruggengraat. Dat ziet niet best uit, zei de buurman die op visite was.
Ik bleek wel een ruggengraat te hebben, maar die zag er niet uit als de ferme steunpilaar die normale mensen zo'n karaktervol aanzien te geven.

Afijn, dat was veertig jaar geleden en ik heb sindsdien heel wat op mijn rug genomen. Maar is dat ooit in de statistieken terecht gekomen? Nee! Hetgeen regelmatig tot identiteitscrisissen leidde. Wat ik ook deed, ik leek niet mee te tellen. Ik haalde zelfs het gemiddelde niet. Hoewel, één keer had ik de gemiddelde leeftijd van Nederlandse mannen. Dat was een goed jaar.

Gisteren was ik blij verrast er weer eens bij te horen. “Het merendeel van de
Nederlanders beoordeelt zijn gezondheid als goed of zeer goed”, meldde
de nationale statistiekenboer
, het CBS. Aha, ik besta dus toch. Want ik ben

zeer tevreden over mijn gezondheid. Het was een kort moment van euforie. Het CBS had meer te melden. “Vooral mensen met een rugaandoening voelen zich minder vaak gezond” en “ongezond voelen hangt samen met langdurige aandoeningen”.

Je raad het al: dat gebrek aan ruggengraat wordt bij mij veroorzaakt door een langdurige aandoening. Aandoening klinkt wat armzalig, maar gelukkig hebben de medici er een sjieke term voor bedacht. Bechterew, of nog interessanter: spondylitis ankylopoëtica.

Ik heb een aandoening en toch reken ik me tot de acht van de tien Nederlanders, die volgens het CBS een goede gezondheid menen te hebben. Maar dat telt niet, want over zulke mensen staat in de statistieken niets vermeld. Dus nu heb ik een slechte ruggengraat en een identiteitscrisis.

Jongen, zei mijn vader, trek je er maar niets van aan, statistieken zijn soms net zo krom als jij.
Moet ik dat nou opbeurend vinden? 

Werktitel

doctor“De afronding van een proefschrift zou het einde moeten zijn van het begin van een wetenschappelijke loopbaan, voor velen is het echter het begin van het einde daarvan”.
Zo luidde een van de stellingen(1) bij het proefschrift van Gerben Mol (3), die in 2002 promoveerde op een onderzoek naar het meten van de milieukwaliteit van de Nederlandse bodem. Lees de stelling nog eens goed door. Hij is wat omslachtig geformuleerd, maar de toenmalige promovendus was er blijkbaar niet zeker van dat het halen van de doctorstitel een garantie voor baanzekerheid was.

Hij was niet de enige, getuige de stellingen (2) die promovendi de jaren daarna opvoerden:
Aldert Zomer, Rijksuniversiteit Groningen (2007): Jonge wetenschappers zijn van nature optimistische mensen: Ondanks het feit dat slechts 2 procent van de promovendi een vaste academische positie weet te bemachtigen, denkt 65 procent kans te maken op een dergelijke positie. (Bionieuws 7, 2006);
Annemarieke Vermeer-Künzli, Universiteit Leiden (2007): Het behalen van de graad van doctor zou geen reden tot ontslag moeten zijn;
Cas Eikenaar, Rijksuniversiteit Groningen (2008): De promotie tot Doctor is de enige promotie waarna je arbeidscontract met zekerheid wordt beëindigd;
Karin Moret, Universiteit Maastricht (2011): De promotie tot Doctor is de enige promotie waarna er getwijfeld wordt over een geschikte functie.
Je ziet het: baanonzekerheid alom. En blijkbaar moet men na de promotie zich vooral richten op nieuwe onderzoek, namelijk het zoeken naar werk.

Vooral de stelling van Aldert Zomer is interessant, want is er is kennelijk iets veranderd. Het CBS meldt vandaag dat meer dan 80 procent van de werkende gepromoveerden een beroep op wetenschappelijk niveau heeft. Gepromoveerden zijn bijvoorbeeld relatief vaak arts, (universitair) docent of onderzoeker, aldus het CBS (5).
Vervolgens somt het CBS wat bevindingen op, die aansluiten bij een eerder onderzoek van de Universiteit Utrecht en de Erasmus Universiteit Rotterdam (4), die geen enkele aanleiding tot ongerustheid over de arbeidszekerheid van promovendi zagen. Sterker nog: 86 procent van de promovendi aan Nederlandse universiteiten heeft bij het verdedigen van de dissertatie al een baan.
De onderzoekers vonden dat de “vrij sterke arbeidsmarktpositie van recent gepromoveerden in Nederland is grotendeels te danken aan de inspanningen van de promovendi zelf”. Om promovendi beter bij te staan bij een vervolg van hun (academische) loopbaan, is er volgens de onderzoekers nog veel te winnen voor de universiteiten en onderzoeksscholen.

Een titel alleen zegt dus toch niet alles. Net als elke andere gediplomeerde, moet ook een doctor zelf zijn best doen de baan van zijn of haar leven te vinden. Misschien het in de toekomst wat makkelijker wordt, omdat er een tekort aan hoogopgeleiden wordt verwacht (6). Dat stelt hoogleraar arbeidseconomie Jules Theeuwes, die vindt dat er daarom nu stevig in onderwijs moet worden geïnvesteerd en niet andersom, zoals nu het geval is.

Tot slot sluit onderschrijf ik de stelling van Sabine Fuss uit 2008: Het belangrijkste resultaat van een promotie is de persoon die aan het eind van het proces wordt 'opgeleverd'; het proefschrift is daarbij van secundair belang.

Literatuur:
1. De stellingen kun je vinden op de website ‘Hora Est’. Hier worden alleen stellingen verzameld die niet op het wetenschappelijke gedeelte van het proefschrift slaan, maar als schertsende toevoeging zijn bedoeld en/of een verband houden met maatschappelijke kwesties.
2. Wikipedia: het is overigens niet verplicht stellingen toe te voegen aan een proefschrift.
3. Gerben Mol had met de nodige tegenslag te maken bij de tot standkoming van zijn proefschrift, getuige een artikel in de Volkskrant in 2002.
4.  Promovendi zijn gewild op arbeidsmarkt, artikel van de Universiteit Utrecht, 2010.
5.  Doctorstitel maakt verschil op de arbeidsmarkt, artikel van het CBS. 2011.
6. Over een mogelijk tekort aan hoogopgeleiden en verandering op de arbeidsmarkt in verband met de vergrijzing: artikel op Nu.nl, april 2011.

Provinciale geestelijke ongezondheid.

Therapie De geestelijke gezondheid in Noord-Holland en Limburg is niet zo best. In Friesland en Drenthe is die een stuk beter. Een klein detail in de CBS-statistieken van Neerlands mentale welbevinden.

Dat nodigt uit eens naar wat andere kenmerken van de provincies te kijken. Waarom staat Noord-Holland bovenaan? Die provincie kent het hoogste aantal werkzame mensen onder de bevolking. Maakt werk dan niet gelukkig? De Noord-Hollanders hebben, na Utrecht, ook het hoogste gemiddelde persoonlijk inkomen. Blijkbaar ook geen garantie voor om van psychische klachten gevrijwaard te zijn.
Waarom staat Groningen, met het hoogste werkloosheidspercentage, niet bovenaan? En Drenthe mag dan het laagste scoren op de geestelijke ongezondheidsladder van het CBS, de provincie volgt Limburg op de voet met het hoogste aantal zelfdodingen.

Als we werk en werkloosheid, inkomen en de geestelijke ongezondheid ook afzetten tegen zelfdodingen en krankzinnige zaken als moord en doodslag, krijgen we deze statistiek (klik op het plaatje voor een grotere versie en
klik hier voor de excelsheet, waar de gegevens zijn verzameld).
Klik voor groter plaatje
Wat onmiddelijk opvalt is dat de provincies met de laagste geestelijke ongezondheid, een lager percentage werkenden hebben, een hogere werkloosheid en een lager gemiddeld persoonlijk inkomen, dan Noord-Holland. Minder arbeidsparticipatie en minder geld zijn in Friesland en Drenthe geen redenen op de sofa van de psychiater te gaan liggen.
In Groningen lijkt werkloosheid en lager inkomen wel tot een redelijk hoge psychische nood te .leiden. Het aantal zelfdodingen ligt er overigens maar net iets hoger dan in Noord-Holland en Limburg.

Het verschil tussen deze twee provincies is opvallend. Beide provincies zijn er geestelijk niet best aan toe. Dat kan niet aan werkgelegenheid en inkomen liggen, want die zijn in Noord-Holland een stuk hoger dan in Limburg. Op die gebieden doet Limburg het net zo beroerd als Friesland en Drenthe, maar de Limburgers lijken er wel veel meer van in de war dan de noorderlingen.

Het beste lijkt de provincie Utrecht er van af te komen. De psychische nood is lager dan in Noord-Holland en Limburg en hoger dan in Friesland en Drenthe. Maar wel minder zelfdodingen en moord en doodslag. En een fraaie arbeidsparticipatie en dito inkomen.
Kunnen we concluderen dat het mentale welzijn sterk afhankelijk is van de provinciale volksaard?

Met dank aan Sargasso voor de inspiratie.

Grieperige zorg nog niet voorbij

Grieperige zorg nog niet voorbij Vier maanden nadat het CPB (Centraal Plan Bureau) ernstige twijfels had of een verdere doorvoering van de marktwerking in de zorg wel voldoende zou besparen, ziet dat bureau het nu ineens heel anders. Misschien last van een winterdipje? Of geschrokken van de vele euro’s die de massale prikacties tegen de Mexicaanse griep hebben gekost?

Moet haast wel, want zoveel is er in de laatste vier maanden niet veranderd. De nieuwe berekening heeft het kabinet wel gemotiveerd de
marktwerking van de ziekenhuiszorg door te zetten. Wie weet levert 0,5 miljard op.
De zorgtoeslag wordt ook aangepakt en moet tot 1,8 miljard euro minder zorgkosten leiden.

Het CPB is niet het enige instituut dat het kabinet gebruikt om excuses voor snode plannen van cijfers te voorzien. Ook het CBS, Neerlands trotste statistiekteller, hoort bij de hofleveranciers. Als dat het kabinet zo uitkomt.
Het CBS liet vandaag zien welke infectueuze plagen het meest in de winter voorkomen. U wist het natuurlijk al. Het CBS bevestigt het nog eens: verkoudheid, griep, keelontsteking of voorhoofdsholteontsteking komen het vaakst voor in de winter. Andere infectieziekten, als oorontsteking, acute bronchitis, longontsteking en infectie van nieren of blaas zijn niet seizoensgebonden. Ze komen het hele jaar even vaak voor.
Opvallend: Braken en diarree komen ook iets vaker in de winter voor.

Extra cijfers bij het CBS-bericht komen
uit hun Statline. En wat zie je dan bij verkoudheid? Komt veel minder voor bij 65-plussers (29%), dan bij jongere mensen. Bij de allerjongsten (0 tot 15 jaar) lijkt het 44,4% er last van te hebben. Dat loopt op tot 56,4% van de 15 tot 25-jarigen. Dan neemt het weer af, en blijken de 65-plussers relatief het minste last van een verkoudheid te hebben?

Bij braken en diarree, voor zover mij bekend ook voorkomend bij griep, is een zelfde trend waarneembaar. De jongere leeftijdscategorieën braken er voor 5 tot 5,7% op los. De 65-plussers nog maar voor 1,5%.
Wat diarree betreft doen de oudjes niet onder voor 0 tot 15 jarigen, maar ze hebben er wel veel minder last van dan 15 tot 45-jarigen.

Mag ik in dit verband even wijzen op de griepprik? De gewone, niet die tegen de Mexicaanse griep. Aanbevolen voor ouderen. Kost natuurlijk een klap geld, maar de percentages bewijzen dat het wel rendeert.
Nu is het voor het kabinet een onmogelijke opgave de winter af te schaffen. Maar ijskoud de financiering van de zorg gedeeltelijk te bevriezen, daar draait het kabinet de hand niet voor om. Een andere oplossing zou kunnen zijn de griepprik voor iedereen boven de 15 jaar te propageren.

Het kabinet zal ook de kerstviering, ook verband houdende met braken en diarree, niet snel afschaffen. Terwijl je met zo’n maatregel ook al gauw tonnen aan medicatie en ziekteverzuim kan besparen. Nee, mensen gewoon ziek laten worden en ze het zelf laten betalen.

Wat de marktwerking betreft: we zijn in afwachting van een evaluatie van de NZa (Nederlandse Zorgauthoriteit). De 2e kamer wil die evaluatie eerst bekijken, voor ze akkoord gaat met verdere vermarkting van de zorg. Met het besluit er toch maar verder mee te gaan, passeert het kabinet het parlement.
Geen nieuws. Het kabinet heeft vaker laten zien immuun te zijn voor parlementaire democratie.

Hoge cijfers, beste resultaten?

Hoge cijfers, beste resultaten? Geen idee of het CBS de meeste cijfers produceert, de statistiekenboer levert wel opmerkelijke prestaties. Wat denkt u bij deze mededeling? “Hoe hoger het cijfer op het eindexamen van het voortgezet onderwijs, hoe sneller studenten afstuderen in het hoger onderwijs“.

Het CBS heeft
weten uit te vlooien dat wie het voortgezet onderwijs verlaat met een gemiddelde 6 of lager, langer over hbo- of universitaire studie doet, dan de jongelui die met een 7 of hoger verder studeren. Van de scholieren die met een dikke voldoende het HBO binnentraden, studeerde 70% binnen 5 jaar af. Van diegenen die met een 6 of lager de stap aandurfden, haalde 50% binnen 5 jaar de eindstreep van het HBO. Hier een samenvatting van de CBS-cijfers.

Gemiddeld Studie afgerond binnen 5 jaar
vo-cijfer HBO Wo
6 of lager 50% 40%
6 – 7 60% 50%
7 of hoger 70% 60%

Het lijkt mij geen vermeldingwaardige conclusie. Wie met betere cijfers van de middelbare school komt, heeft met doorzettingsvermogen of talent, of beide, een mooi rapport voor elkaar gekregen. Voor wie met een gemiddelde 6 of lager de school verlaat, geldt natuurlijk het tegenovergestelde. Of heeft gewoon pech gehad? Dat zou kunnen gezien het gegeven dat 50% het op het HBO dus wel haalt binnen 5 jaar. En toch ook nog een fraaie 40% die het op de universiteit weet te redden.

Zo zijn er nog wel wat vragen. Hoe kan het dan scholieren met een 6 of lager, worden toegelaten tot het hoger onderwijs. Het “of lager” kan niet anders dan een onvoldoende betekenen en bij mijn weten ben je dan gezakt. Nemen HBO en WO tegenwoordig ook gesjeesde middelbare scholieren aan? Dan is het zelfs briljant, dat daarvan 50 en 40 procent binnen 5 jaar weet af te studeren.

Nog een vraagje: hoe is het verschil in de resultaten tussen HBO en WO te verklaren? Zijn HBO-studies zoveel makkelijker dat er, ongeacht het middelbare schoolcijfer, zo’n 10% meer afstudeert dan in het wetenschappelijk onderwijs?
Of zijn hangen HBO’ers minder in de kroeg, dan de studenten op universiteiten, bekend van het rijke corpsleven?

Ach, misschien begrijp ik te weinig van de opzienbarende rekenkunde van het CBS. Had ik in mijn jonge jaren maar meer rekenles gehad op de Pabo. Die ik overigens, met een gemiddeld Havo-cijfer van 6,5 toch mooi in precies 3 jaar heb gehaald.