Tagarchief: daklozen

Daklozen ondergesneeuwd

winteropvangZodra het vriest en sneeuwt zijn verkeersproblemen, lokaal schaatsvertier en de kans op een Elfstedentocht de traditionele items die in het dagelijkse nieuws. De winteropvang voor daklozen mocht tot vorig jaar ook op grote belangstelling rekenen, al was dat niet dagelijks.

Terwijl de vorstperiode dit jaar langer duurt dan in de winter van 2011-2012, lijkt de media-aandacht voor de winterse daklozenopvang als sneeuw voor de zon verdwenen. Een crisis in de crisisnieuwsgaring?

De vorige winter schreef ik op dit weblog en op Joop.nl  en Sargasso dat er elk jaar twee momenten zijn waar de daklozen zich mogen verheugen in de belangstelling van de media: de kerstdagen en de vorstperiode. De rest van het jaar staat dakloosheid alleen in de belangstelling als er ergens wordt geprotesteerd tegen de vestiging van een opvanghuis. Nieuws dat hooguit de lokale katernen van landelijke dagbladen haalt.

De artikelen gingen verder over de aantallen daklozen. Door gerichte aanpak van gemeenten en hulpverleningsorganisaties zouden er steeds minder daklozen zijn. Dat stond haaks op mijn ervaringen als professional in de dak- en thuislozenopvang, die al sinds oktober 2010 bomvol zit en waar wekelijks nieuwe aanmeldingen binnenkomen.

In de winter van 2011-2012 stroomden de locaties voor extra winteropvang in de grote steden pas in januari vol. Het was gelukkig van korte duur. De extra voorzieningen waren zeventien nachten open.

Dat is deze winter anders. Op 8 december 2012 ging de winteropvang voor het eerst open. Na zeven nachten werd de winteropvang weer gesloten en op 11 januari werden door heel het land de diverse extra voorzieningen heropend. Omdat het winterweer tot zondag 27 januari lijkt aan te houden zal de extra winteropvang deze keer zeker vierentwintig nachten ingezet worden.

Als er daarna geen vorstperiode meer bijkomt, blijft het daarbij. Er wordt nu al gesproken over de kans dat dit de langste vorstperiode sinds 1963 zal worden. Mocht het later nog eens gaan vriezen dan geldt het record dus ook voor de winteropvang voor daklozen.

Tot nu toe is dat echter geen nieuws. De spaarzame berichten over de opening van de winteropvang worden ondergesneeuwd door files en winterpret. Omdat het aantal daklozen te verwaarlozen is? Dat zou een gotspe zijn. Het aantal daklozen neemt toe en niet dankzij de traditionele clochard.

De ‘nieuwe dakloze’ doet zijn intree. Gezinnen, maar ook alleenstaanden die voor het eerst te maken krijgen met tot huisuitzetting leidende schulden. Tel daar de zwerfjongeren bij op, waar vooral veel woorden aan worden besteed (Kamerbrieven februari 2012 en januari 2013), die nog niet tot een daling van het aantal dakloze jongeren hebben geleid.

Er is geen sprake van een ‘tsunami van daklozen’. De nieuwe daklozen druppelen binnen. Hoeveel daarvan de extra winteropvang nodig hebben, is onbekend. Ik weet wel hoeveel nieuwkomers wij tot nu toe hebben doorgestuurd naar de winteropvang, maar een landelijk beeld heb ik ook niet.

Wie wordt de eerste journalist die ‘ondergesneeuwde’ daklozen boven water weet te krijgen?

Winteropvang: verborgen dakloosheid?

WinteropvangIn 2009 waren er bijna 18 duizend daklozen in Nederland. Daarvan zwierven er 6.500 rond in de vier grote steden. Nu de kranten ineens weer zijn geïnteresseerd in daklozen, kun je de daklozen weer tellen.

In de nieuwsgaring zijn er elk jaar twee momenten waar de daklozen zich mogen verheugen in de belangstelling van de media: de kerstdagen en de vorstperiode. De rest van het jaar staat dakloosheid alleen in de belangstelling als er ergens wordt geprotesteerd tegen de vestiging van een opvanghuis. Nieuws dat hooguit de lokale katernen van landelijke dagbladen haalt.

Dat dakloosheid en vrieskou journalisten extra werk bezorgd, is niet alleen te danken aan de pers zelf. Gemeenten en hulpverleningorganisaties sturen flink wat persberichten rond. Zij weten ook wel dat de weersberichten meer aandacht krijgen als zich een kansje voordoet op een Elfstedentocht. Wie daar een paar daklozen tussen weet te krijgen, genereert aandacht voor de doelgroep en, niet op de laatste plaats, voor zichzelf.

De kou is een kans om reclame te maken voor al het werk dat wordt gedaan om Nederland daklozenvrij te maken. Afgaande op de berichtgeving rond de winteropvang voor daklozen, moet je constateren dat we zoveel daklozen niet meer hebben. Van de 18 duizend daklozen die het CBS in 2009 telde, zijn er enkele honderden over.

In Den Haag kwamen 100 daklozen op de winteropvang af, in Amsterdam had men het druk met 170 daklozen. De Rotterdams wethouder Hamit Karakus vertelt tegen een reporter van de NOS dat er een tijd geleden nog 2500 daklozen in Rotterdam waren, nu nog maar 20. Toch is de winteropvang door 248 mensen bezocht. Zijn dat allemaal Oost-Europenanen en mensen uit Breda, zoals in het artikel bij de NOS wordt gesuggereerd?
En waar zijn de overige 5.982 grootstedelijke daklozen van het CBS gebleven? Buiten de grote steden moet een Groningse buurtagent een twitteroproep versturen, om de hulp van de oplettende burger in re roepen, op zoek naar bevriezende dak- en thuislozen.

Dat kan maar één ding betekenen: òf het CBS zit er flink naast, òf  de rest van het jaar zijn er bedden te weinig, maar wordt dat opgelost door een toegangsprijzen te heffen en niet iedere dakloze binnen te laten.

Dan wordt er ook over thuislozen gesproken. Die zijn toch niet dakloos? Wat moeten zij dan aan de poorten van de extra winteropvang?
Thuisloos is het etiket voor mensen die geen familie, vrienden of kennissen hebben, die een helpende hand bieden. Meestal mensen die ook geen sociale vaardigheden bezitten om zo’n netwerk op te bouwen of te onderhouden. Vaak ex-daklozen. Sommigen zijn afgesloten van elektra en gas, wegens nog af te lossen schulden. Anderen hangt om diezelfde reden een huisuitzetting boven het hoofd. Dat gaat pas gebeuren als de temperatuur weer boven nul komt, want de energieleveranciers zijn wel zo coulant om nu niemand de straat op te zetten.

Thuisloos is niet dakloos. De bewoners van de sociale pensions van het Leger des Heils zijn niet dakloos. Psychiatrische patiënten die in een gedwongen opname  zitten (ruim 18.000 in 2009) zijn niet dakloos. Mensen die in RIBW-instellingen zitten (ongeveer 24.0000), zijn niet dakloos. Daarmee hebben we wel de doelgroep in beeld. Hier zitten mensen bij die ooit dakloos waren of nog steeds een gerede kans maken het te worden.
De daklozen die van de reguliere nachtopvang gebruik maken en overdag naar dagopvang en werk- en activiteitenprojecten (moeten) gaan, zijn niet echt dakloos.  Zo bekeken kan een wethouder dus stellen dat er nog maar 20 echte daklozen in zijn stad zijn.

Den Haag zegt 1500 daklozen te hebben. De gemeente kent twee nachtopvanglocaties, met een reguliere capaciteit van 80 bedden. De winteropvang telt 125 extra bedden. Tot 16 januari waren er twee dagopvanglocaties. Dankzij bezuinigingen is er nog maar één, waar 40 stoelen beschikbaar zijn voor de ruim 600 dak- en thuislozen die aldaar zijn ingeschreven.

In Rotterdam is, ook wegens bezuinigingen, vorig jaar een nachtopvang gesloten. Dat moeten we zien in het kader van klinkende afspraken, die de vier grote steden hebben gemaakt, om te voorkomen dat 20.000 mensen dakloos worden. Preventie en doelgerichte begeleiding moeten mensen van de straat houden. Toch staan er wekelijks mensen aan de deuren van de opvang, die net of alweer dakloos zijn geworden.

Zowel de GGZ als de politie waarschuwden voor meer daklozen op straat, als gevolg van bezuinigingen in de GGZ en maatschappelijke opvang. Wie zijn ogen openhoudt, ziet nu al een toename van daklozen op staat. En dat zijn niet alleen Oost-Europeanen.

Als de statistieken van het CBS er naast zaten, dan is de kans groot dat ze eind van dit jaar wel blijken te kloppen. Ondertussen zouden de journalisten eens op zoek moeten gaan naar de daklozen, die door het jaar heen worden geweigerd bij opvanginstellingen die vol zitten, of door gemeentelijk beleid achter het sociale vangnet vissen.

Warme belangstelling voor dakloosheid.

Dakloos December staat al bol van de tradities. Sinterklaas, Kerst, de jaarwisseling en de hoop op een Elfstedentocht. Sinds een paar jaar kunnen we er een traditie aan toevoegen: de belangstelling voor dakloosheid.
Over tradities gesproken: van oudsher mogen daklozen van een brede belangstelling genieten rond de Kerst. De burger wordt buitengewoon genereus en schenkt kerstpakketten, organiseert maaltijden of gaat een dagje met heel het gezin vrijwilligerswerk doen op een van de kerstdagen.
De koude temperaturen genereerde ook altijd enige belangstelling. De pers schreef verhalen over daklozen die kou trotseren of de extra opvang indook.

De trouwe lezer weet dat ik in een daklozenopvang werk. Elk jaar weer kunnen we in deze tijden het journaille aan de deur verwachten. Dit jaar is de belangstelling groter dan ooit. Bijna dagelijks staan er in de kranten berichten over de extra winteropvang die diverse gemeenten hebben georganiseerd.
Het wekt dan ook geen verbazing dat de cijfertjesboer, het CBS, ook wat geeft te melden over Neerlands dakloosheid.

We hebben ongeveer 17,5 duizend zwervers. Veel, hè? Toch is dat maar 0,11 procent van de bevolking. Dat haalt het niet bij de 1,47% daklozen die er
volgens de VN op heel de wereld zijn. Amerika (0,98%) en heel Europa (0,36%) tellen niet alleen in percentages, maar ook in werkelijke aantallen veel meer daklozen. Landen als Frankrijk, Duitsland. Groot-Brittanië en Spanje verslaan ons landje eveneens met groot gemak. Al gauw zo’n 30 tot 70 duizend meer daklozen. België telt slechts 500 minder daklozen, Zweden heeft er weer zo’n 300 meer.

Die cijfers moeten we niet te nauw (of te ruim) nemen. Elk land heeft moeite de daklozen keurig in beeld te krijgen. Alleen al omdat de definitie van dakloosheid kan verschillen.
De Federatie voor Opvang zegt dat de CBS-cijfers slechts een topje van de ijsberg zijn. Terecht zegt de Federatie dat de warme belangstelling voor daklozen niet moet stijgen als de temperatuur bijna evenredig daalt. De Federatie stelt vervolgens de CBS-telling aan de lage kant is.
Dat heeft te maken met de definitie die in Nederland wordt gehanteerd. Hier hebben we het over dak- en thuislozen. Een term die ik talloze keren moet uitleggen aan buitenstaanders. Want wat is het verschil tussen geen dak boven je hoofd hebben of geen thuis onder je kont?

De Federatie heeft het vorig jaar zelf ook onnodig ingewikkeld gemaakt door juichend te roepen dat er bijna geen daklozen meer op straat zijn. Hebben we dan ook minder thuislozen? Of juist meer?
In de reactie op de CBS-cijfers zegt de Federatie dat een groot aantal mensen op de rand van dakloosheid balanceert. Dat mag ook wel wat beter worden uitgelegd. Niet iedereen is continu dakloos. In de echte zin van het woord. Geen huis, maar op straat. Niet dat we ze daar nog veel zien. Dat klopt, want ze bivakkeren in grote getallen en steeds vaker in de dag- en nachtopvangcentra. Ze hebben dus een maatschappelijk dak boven hun hoofd en zijn dan volgens sommige statistieken niet langer echt dakloos.

De groep thuislozen is aanzienlijk groter. Een thuisloze is iemand zonder sociaal netwerk en die moeite heeft zelfstandig en zonder begeleiding voor zichzelf te zorgen. Een hedendaags stereotype voorbeeld: uw paranoïde schizofrene buurman. Zorgt regelmatig voor overlast. Vervuilt zijn huis of staat ineens van zijn dak te schreeuwen. Net zo vaak tot de hele buurt het wel genoeg vindt en de vele aanklachten tot een gedwongen opname leiden.
De man krijgt een adequate behandeling. Dat wil zeggen: in een week tijd wordt uitgezocht welke pilletjes het best aanslaan. Nog een week wordt bekeken of meneer de pilletjes wel slikt en of ze een beetje helpen. Als dat goed gaat wordt de rest verstrekt, inclusief in afsprakenkaartje waarop staat wanneer hij voor zijn herhalingsrecept moet terugkomen, en meneer mag naar buiten.
Inmiddels is hij wel door de woningbouwvereniging uit zijn huis gezet, wegens de talloze klachten. Dat is één manier om dakloos te worden.

De draaideurdakloze. Soms gaat het een poosje goed en woont hij op zichzelf of in enige vorm van begeleid wonen. Tot de mafkees weer doordraait of zich niet aan de regels kan houden en hij weer op straat staat.
Zo vergaat het ook veel mensen die net geen psychiatrische ziekte hebben. Ook mensen met een zeer lage intellectuele en emotionele intelligentie, vervallen bij herhaling in dakloosheid. Eigenlijk hebben we het over mensen met een chronische ziekte en/of handicap.
Nou zijn er voor tal van chronische aandoeningen uitstekende voorzieningen. Voor de dak- en thuisloze is er de maatschappelijke opvang. Nooit ruim bedeeld met subsidies en waar de komende tijd aardig op bezuinigd gaat worden. Waarom? Omdat alle hulp van de afgelopen jaren toch niet blijkt te werken.
Hebben ze eindelijk geleerd te vegen en te schoffelen, zijn ze nog niet capabel voor een normale baan. Zitten ze eindelijk in een leuke creatieve dagbesteding, gooien zo nog de klei tegen het plafond. En als je daar wat van zegt reageren ze met een grote bek en gaan weer aan de drank en drugs. A-sociale sodemieters zijn het. Met dat gedrag kiezen ze zelf voor armoe en dakloosheid.

Zo zit dat niet. Natuurlijk is het mooi als ze, net als elke andere zieke of gehandicapte, zoveel mogelijk participeren in de maatschappij. Maar net als elke andere chronisch zieke of gehandicapte zijn er specifieke beperkingen, waardoor dat nooit helemaal zal lukken.
De hulpverlening en begeleiding zal anders moeten en dat kan als wordt erkend dat het om chronisch zieke mensen gaat. Of de financiering dan ook beter wordt, valt te betwijfelen. Want we leven in een tijd waarin het lijkt of elke kwaal de schuld van de patiënt zelf is.

Ondertussen bedankt voor alle belangstelling in deze dagen. Leuk dat de gemeente geen doodgevroren dakloze op haar geweten wil hebben. Extra opvang met overwerkend personeel, extra uitzendkrachten en beveiligingspersoneel. Mag ik uw belangstelling ook als al dat extra’s wordt teruggetrokken en de bezuinigingen ons werk in de kou laten staan?

Bezuinigingen en dilemma's

Daklozen Wat u hier links ziet, kunt u de komende maanden vaker verwachten. In ieder geval in Den Haag. Ik schrijf hier niet zo gek veel over mijn werk. Een van die dagopvanglocaties voor dak- en thuislozen. Vandaag kan ik het niet laten, want de bezuinigingen beginnen hun tol te eisen. Op de eerste plaats van mijn collega’s, maar binnenkort ook van ‘de doelgroep’ zelf.
In Den Haag zijn er twee locaties voor dagopvang. Die locaties kampen sinds twee maanden met personeelstekort. De eerste bezuinigingsmaatregelen zijn een feit. Een vacaturestop, een verbod op het inzetten van uitzendkrachten en alle collega’s met een tijdelijk contract kregen te horen dat die contracten niet verlengd zullen worden. Op de locatie waar ik werk zijn om die reden drie collega’s vertrokken. De laatste ging vorige week weg.

Het betekende elke week het dienstrooster bij elkaar puzzelen. Want ja, er was ook wel eens een collega een paar dagen ziek. Eén keer lukte het niet en hebben we de opvang een paar uur eerder dichtgedaan. Op de andere locatie gebeurde dat nu al vier keer.
Het is duidelijk dat we met de huidige bezetting de opvang niet meer van 8 uur ’s morgen tot 10 uur ’s avond open kunnen houden. Dat is het management ook duidelijk geworden en de volgende maatregel gaat over 2 weken van kracht worden: de avonddiensten worden afgeschaft.
Dat is tamelijk ingrijpend voor mijn collega’s. Hun onregelmatigheidstoeslag dreigt te verdwijnen. Wie een studie, een hobby, oppas voor kinderen of zieke familie heeft geregeld omdat het door de wisseldiensten mogelijk was, kan zijn agenda herzien. We gaan de toko om 4 uur ’s middags sluiten. Dat zou geen probleem voor de doelgroep moeten zijn, want op die tijd gaan de 2 nachtopvanglocaties open.

Voor de daklozen. De thuislozen konden nog tot 10 uur ’s avonds van wat warmte en gezelligheid genieten in onze opvang. Daarna keerden ze huiswaarts. Naar de eenzaamheid van hun kamers, soms onverwarmd. Want er zijn er bij met een mooi schuldhulpverleningstrajekt, Ze krijgen net genoeg leefgeld om van te eten en eigenlijk zouden ze daar ook de electra en gas van moeten betalen. Sommigen kiezen ervoor dat niet te doen, om sneller van hun schulden af te zijn.
Maar er zijn er ook die nog niet in zo’n traject zitten. Zij zijn van elektra en gas afgesloten, als ze schulden bij een van de energieleveranciers hebben. Geen verwarming, koud water.

Wij vangen elke dag ruim 140 mensen op. Vijf jaar geleden kwamen er nog maar 80 tot 90 mensen per dag over de vloer. Twee jaar geleden was dat al gemiddeld 100 per dag. Al twee jaar lang hebben we gemiddeld 2 nieuwe aanmeldingen per week. Minstens 104 per jaar dus.
Nu raken er gelukkig ook heel wat mensen weer op het goede spoor. Toch bezoeken er elke maand tussen de 500 en 600 individuen onze opvang. Jaarlijks betekent de hele in- en uitstroom, dat er tussen de 3 en 5 duizend mensen voor kortere of langere tijd ons centrum nodig hebben.

Ondanks die drukte heeft mijn locatie geen dit jaar geen verlies gedraaid, hetgeen van andere hulpverleningsprojecten niet gezegd kan worden. Toch gaat onze werkgever tot pijnlijke maatregelen over. Ten eerste omdat de totale organisatie al in oktober door het gemeentelijke budget heen was en de gemeente niet wenst bij te spijkeren. Ten tweede omdat de gemeente voor volgend jaar een bezuiniging van minimaal 7, maximaal 12 procent heeft aangekondigd. En dan moeten de gevolgen van Rutte’s bezuinigingen nog volgen.

Maar wat is nu het dilemma? Wel, aan het besluit de openingstijden in te krimpen, heb ik zelf meegewerkt. Een ander optie was de bezetting van drie collega’s terug te brengen naar twee per dienst en het aanbod van diensten en ondersteuning te minimaliseren. Daar ben ik fel op tegen. Niet alleen de drukte, ook het complexe karakter van de doelgroep, maakt het werk zwaar en regelmatig onveilig. Dat hebben we altijd goed kunnen aanpakken met teams van drie mensen.
Ook al zou het aanbod geminimaliseerd worden (minder handelingen), dan nog zal het druk blijven en vallen complexe en soms gevaarlijke situaties niet te vermijden.

Als we minder lang open zijn, kan de bezetting van drie collega’s overeind blijven. Dat punt heb ik dus gewonnen. Maar daardoor verandert het privéleven en de inkomsten van mijn collega’s wel. En erger: de dak- en thuislozen worden eerder de kou in gestuurd.
Nu kan dit besluit het “beste van het slechtste” worden genoemd. Maar dit voelt niet goed. Eén ding is duidelijk: aan bezuinigingen en onplezierige maatregelen valt niet te ontkomen. Alle verzoeken om ons centrum te sparen zijn afgewezen door de gemeenten en de hoogste leiding van onze organisatie. Toch twijfel ik al dagen over het vorige week genomen besluit, dat mede was ingegeven door mijn standvastigheid niet te torenen aan de teamomvang per dienst.

Morgen bespreken we met het hele team deze nieuwe maatregel. Ik ben benieuwd naar de reacties van de collega’s. Ik hou mijn hart vast voor de reacties van de cliënten, als die daarna het nieuws te horen krijgen.

Excuses voor het lange stuk, maar ik moest het even kwijt.

Betaalt Europa bezuigingen?

Europa Het was een zware dag vandaag. De bezuinigingen slaan hard toe in de sector waar ik werk. Vandaag moesten we een keiharde knoop doorhakken, die nu als een baksteen op mijn maag ligt.
Omdat we in korte tijd zoveel collega’s kwijt zijn geraakt, kan de dagopvang voor dak- en thuislozen niet langer in de volle omvang open blijven. Binnenkort gaan we die mensen dus eerder de straat op sturen.

Excuses voor de emotionele oprisping, maar dat besluit voelt een beetje als verraad aan ‘de doelgroep’. Maar goed, geld om op de oude voet verder te gaan is er niet en zal volgend jaar nog minder worden.
De dak- en thuislozen zullen voortaan eerder hun heil elders moeten zoeken. De daklozen dolen dus wat langer op straat rond. De thuislozen zijn aangewezen op de eenzaamheid van hun kamertjes.

Ik zit hier thuis nog wat na te hijgen van het besluit dat we hebben genomen. En dan lees ik dat de ABN Amro geld gaat vragen aan de Europese Unie om
hun bezuinigingen te financieren.
De ellende waar we nu mee opgezadeld zijn, is bij banken als ABN Amro begonnen. Met staatsteun overeind gehouden. Ook bij ABN Amro moeten er mensen uit. In deze tijden doet de overheid een beroep op ieders creativiteit. Dat is bij de ABN Amro niet aan dovemansoortjes gezegd. Ruim 52 miljoen euro wil de bank van Europa, om het ontslag van hun werknemers een beetje humaan af te wikkelen.

Ik krijg ineens ook een creatief idee. Ik ga morgen mijn werkgever twee dingen vragen. Nu ook wij noodlijdend zijn geworden, vragen we staatsteun aan. En omdat aan bezuinigingen niet valt te ontkomen, vragen we meteen geld aan Europa om onze maatregelen te financieren.
Mijn werkgever zal me voor gek verklaren. Waarmee ik me kan aansluiten bij de doelgroep.

Een zwerver mag niet zwerven

Hobo In Gelderland voeren inwoners van Wehl een gevecht om een daklozenopvang tegen te houden. Daarbij grijpen ze alle wettelijke middelen aan, om het de gemeente lastig te maken de realisatie toe te staan. Laatste wapenfeit: de gemeente wordt er van beschuldigd zich niet te willen houden aan de gedragscode landelijke toegankelijkheid en regiobinding.

Hoewel dit om een conceptregeling gaat, is er toch al veel om te doen. Sinds in 2008 het eerste concept op tafel lag, zijn al veel gemeenten over gegaan tot de uitvoering van die gedragscode. Die komt er op neer dat er alleen voorzieningen worden gefinancierd, voor daklozen uit de betreffende gemeente. In de praktijk betekent het dat een dakloze uit Den Haag in Rotterdam wordt geweigerd voor elke voorziening.

In een
brief van 23 augustus jl. (pdf!) aan de 2e Kamer zegt de minister van VROM, dat de de gemeenten zich wel moeten houden aan artikel 20, lid 6 van de WMo (Wet Maatschappelijke opvang). Daarin staat dat de gemeenten voorzieningen op het terrein van maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid toegankelijk houden voor iedereen die in Nederland woont. De minister schreef in die brief: “Ik vind het belangrijk dat gemeenten onderling afspraken maken over opvang van cliënten, zodat die cliënten niet heen en weer worden gestuurd”.

Steeds meer gemeenten worden daar erg terughoudend is. Rotterdam gooide als eerste de gemeentegrenzen dicht voor zwervers van buiten. Den Haag stuurt inmiddels ook steeds meer zwervers terug, naar de laatste verblijfplaats.

Tja, het eigenaardige van een zwerver is, dat-ie zelf wil uitmaken waar hij gaat en staat. Wat maakt de minister zich dan druk om mensen die heen en weer worden gestuurd? Dat is toch ook een vorm van zwerven?
De gemeenten begrijp ik wel. Geconfronteerd met herhaaldelijk afnemende budgetten voor de Wmo, AWBZ en subsidies voor dag- en nachtopvang, moeten er keuzes worden gemaakt. En die keuze wordt steeds meer: eigen zwervers eerst.

Die maatregel is ook een manier om het winkelgedrag van daklozen te verhinderen. Want een ander eigenaardig kenmerk van een zwervers is, dat-ie zo maar verkast als het hem ergens niet naar de in is.
De huidige uitvoering van de gedragscode landelijke toegankelijkheid en regiobinding, betekent in ieder geval dat de romantiek van een zwerversbestaan er wel af is. Het betekent ook de zoveelste inperking van de individuele autonomiteit. Die blijft voorbehouden aan iedereen die zich netjes gedraagt. Heb je een baan en een huis, dan mag je zelf beslissen waar je je vestigt. Zit je zonder een goed geregeld burgermansleventje, dan ben je je zelfstandigheid helemaal kwijt.

Als werkende in dat daklozencircuit, begrijp ik heel goed dat ook daklozen zich aan allerlei regels moeten houden. Ik begrijp alleen niet, waarom mensen met een vaak groot complex aan handicaps, hun volledige autonomiteit moeten inleveren.

Nauwelijks nog rapaille op straat

Nauwelijks nog rapaille op straat Waar is het schorremorrie? Het tuig van der richel, de rioolratten? Het rapaille lijkt zo goed als verdwenen. Het buro voor toerisme vreest aantasting van het Hollandse folkloristische imago, door het ontbreken van de pittoreske clochards.

Koopt u nog wel eens een daklozenkrantje? Nee, want je ziet de verkopers niet meer op straat. Wordt u bij het winkelen nog wel eens lastig gevallen door een bedelaar? Nee, want ze zijn er niet meer. Rent u wel eens in paniek over de Dam? Niet meer, want er zijn geen dakloze damschreeuwers meer.

Het
Trimbosinstituut meldt dat de aanwezigheid van en de overlast door dak- en thuislozen sinds 2007 afneemt. Er zijn amper nog dak- en thuislozen. Dat wil zeggen: op straat. Verschillende kranten brengen het nieuws onder de kop “Nauwelijks nog daklozen in de grote steden”.
Ze zijn er natuurlijk wel. Eerder schreef ik hier al dat ik ze ook minder op straat zie, maar wel veel vaker en in grotere getale op mijn werk mag ontmoeten (dagopvang voor deze ‘doelgroep’).

Het mag tot het succes van het beleid der grote gemeenten gerekend worden dat de verschillende vormen van 24-uurs opvang aardig vol zitten. En dat er vormen van wonen zijn ontwikkeld, waar voormalig daklozen het wat langer uithouden, bijvoorbeeld omdat ze er wel een biertje mogen drinken. Het aantal echte daklozen, de mensen die dag in, dag uit op straat leven en daar ook slapen, is inderdaad iets minder geworden.

Maar niet veel minder dan men doet geloven. Bovendien betekent het dat de groep thuislozen groeit. Dat begrip ‘thuisloos’ begrijpt niet iedereen. In de vakterminologie is een thuisloze iemand die wel over enige vorm van wonen beschikt (zelfstandig of onder begeleiding), maar geen sociaal netwerk heeft. Geen contacten met familie, geen vriendenkring, geen collega’s. Een van de redenen waarom deze mensen vaak in problemen komen, want ze staan er alleen voor om die op te lossen. In de meeste gevallen hebben ze daar ook de capaciteiten niet voor.

Vroeger kon een dakloze het nog wel eens tot gemeenteraadslid schoppen. Bekend is het verhaal van de Amsterdamse clochard
Hadt-je-me-maar, die in de 20’er jaren, dankzij een actie van anarchistisch ingestelde kunstenaars, een zetel in de raad haalde voor de Rapaille-partij. Nog voor hij er ook echt op kon gaan zitten, was hij alweer opgepakt wegens openbare dronkenschap, dus tot een prachtige carrière als politicus is het niet gekomen.

Tegenwoordig moet een dakloze zich de longen uit zijn lijf schreeuwen om nog een beetje landelijke aandacht te krijgen. De aanwezigheid van daklozen op straat is blijkbaar zo minimaal, dat de eerste de beste juffrouw die er eentje op de Dam tegenkomt, het op een gillen zet. De details van het verhaal kent u natuurlijk. Het verhaal van de man zelf is
hier te vinden.

Minder daklozen op straat betekent eigenlijk meer verborgen dakloosheid. Het is leuk dat er meer voorzieningen zijn waarin de daklozen, al dan niet gedwongen, in zijn opgenomen. Maar velen redden het daar niet. Waardoor ze weer enige tijd op straat leven, tot ze in het volgende project terecht kunnen.
Daarnaast neemt het aantal huisuitzettingen op dit moment weer toe. Ook die mensen staan vaak eerst op straat, omdat er behoorlijke wachtlijsten in de opvang zijn. Bovendien nemen Oost-Europese mensen de op straat leeg gekomen plekken massaal in. Met de bijbehorende overlast: dronkenschap, vechtpartijtjes op straat en winkeldiefstal.

Nee, voorlopig bent u nog niet af van het rapaille. En dat gaat erger worden. In Den Haag hebben drie grote opvangorganisaties de gemeente laten weten dat het geld voor dit jaar al na de zomer op is. Geen geld voor de huidige opvang, laat staan voor uitbreiding of fraaie succesvolle projecten. Met de bezuinigingen, die een nieuw kabinet onder leiding van de VVD zal invoeren, is de kans klein dat de tekorten in de opvang aangevuld zullen worden.

U kunt straks niet alleen uw portemonnee trekken voor Rutte’s snoeiplannen, maar ook voor de bedelaars die terugkeren op straat.

De idioot op de Dam

De idioot op de Dam Excuses mensen, echt, sorry, het spijt me verschrikkelijk dat u gisteravond zo geschrokken bent. U weet niet half hoe graag ik wil, dat het anders gelopen zou zijn. Maar helaas, helaas, we hebben hem ook niet hier binnen kunnen houden.

Ja, hij is gestoord, Al een heel leven lang. Altijd anderen tot last. Irritant mannetje. Vooral als hij wat op heeft. Nuchter gaat-ie nog wel. Eigenlijk is-ie dan best wel aardig, maar dat soort momenten heeft-ie helaas te weinig. Nee, als hij onder wat voor invloed dan ook is, valt er geen land met hem te bezeilen.

Toen ik de eerste berichten las, over de toedracht van dat verschrikkelijke moment, wist ik meteen: dat is er een van ons.
Een van ons, niet van u natuurlijk. Ook niet echt van mij, maar een van de vele mensen waar wij mee werken. De daklozen, de a-socialen, de paupers, de eeuwige criminelen. Draaideurtype? Nou, hij wel.

We konden hem niet binnenhouden omdat de opvang vol zat. Zeker tijdens dit soort dagen worden ze massaal de opvang ingejaagd. En normaal gesproken laten we er een paar meer binnen, dan eigenlijk mag, maar hij stond al compleet van de wereld voor de deur te tieren. Om veiligheidsredenen hebben we hem weer weggestuurd. We waren al onderbezet en moesten ook nog met twee onervaren uitzendkrachten draaien. En ik wilde graag zonder al te veel incidenten mijn dienst doen.

Daarom mijn excuses. Even niet aan al die mensen op de Dam gedacht. Want dat gekke Henkie voor overlast zou zorgen, was wel zeker. Alleen er niet bij stil gestaan dat-ie dat daar zou doen. Normaal gesproken hebben ze hem al in zijn kraag, hier op de hoek van de straat, omdat-ie staat te schreeuwen, of in een portiek plast, of in het openbaar zijn biertje drinkt. Maar ja, ik begrijp ook wel dat de politie het nu te druk met andere zaken had.

Ik noem hem gekke Henkie, maar ik zal u eerlijk vertellen: ik weet ook niet hoe hij heet. Jaren geleden kende ik elke gast hier van naam. Maar dat is de laatste twee jaar niet meer te doen. Het is zo druk hier. Er komen zoveel mensen. De luitjes die al jaren hier komen ken ik wel. Maar er zitten zoveel nieuwe gezichten bij. En vroeger waren ze of alcoholist, of junk, of gewoon simpel. De alcoholisten en de junks werden na een aantal jaren knettergek, omdat hun hersens bezweken onder het gebruik.
Tegenwoordig komen ze al gestoord binnen. Meer dan de helft van wat nu binnenkomt is “afdeling psychiatrie’, zoals wij dat hier noemen.

Tijd om iedereen te leren kennen, hebben we niet. Want het overlastbeleid is dan wel succesvol, minder gekke Henkies op straat, maar meer collega’s hebben we er niet bij gekregen. Sterker nog, we hebben minder personeel. Vroeger hadden we nog ruim huishoudelijk personeel. Nu moeten we zelf ook in de keuken staan en de natte groep schoonhouden. En alles rapporteren natuurlijk.
Zelf vinden we dat daardoor de tijd voor persoonlijk contact met onze gasten, zwaar is achteruit gegaan. We hadden wel geleerd dat persoonlijk contact veel hielp, om die mensen een beetje op de rails te houden. Maar ja, gaan we minder rapporteren, krijgen we minder subsidie, zegt de chef.

Het spijt me zo verschrikkelijk dat we deze ene knakker niet de aandacht hebben kunnen geven, die hij nu ineens volop heeft. Dat is dan weer wel een geruststellende gedachte. Voorlopig zit hij wel binnen en reken maar dat in dit geval er alles aan wordt gedaan om hem een poosje binnen te houden.

Ik vind het wel wat jammer dat onze minister-president zo snel wist te vertellen dat gekke Henkie bewust de herdenking heeft verstoord. Je moet dat bewustzijn van ons soort gasten eens van dichtbij bekijken. Overgaar gekookte spaghetti lijkt er nog het meeste op.
Als er al een min of meer bewuste reactie is geweest, dan zijn er twee mogelijkheden. Of hij moet gedacht hebben: wat nou stil, toen iedereen om hen heen dat zei. Of hij hoorde in die stilte de stemmen in zijn hoofd. Ineens geen afleiding, geen omgevingsruis dus stond-ie daar alleen met zijn oorverdovende stemmen. Toen is-ie terug gaan schreeuwen.

Jammer. Verkeerde tijd, verkeerde plaats. En allemaal onze schuld, omdat we ze niet allemaal 24 uur per dag binnen kunnen houden, laat staan ze de aandacht geven, die ze verder nooit krijgen.
Dus, beste mensen, veel heeft u er niet aan, maar toch excuses.

Gestoorde detentie

Gestoorde detentie Ruim de helft van de gedetineerden hebben een psychische stoornis. Ja, zou mijn ome Jaap zeggen, anders zaten ze niet in de bajes.
De Pompestichting constateerde dat dik 56 procent een of andere psychische stoornis heeft en ruim 80 procent er ooit een heeft gehad. Velen worden niet behandeld of willen niet geholpen worden. Dat moet anders, vindt de Pompestichting (interview met Erik Bulten van de Pompestichting als podcast te downloaden bij het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde).

Ik sta niet te kijken van die cijfers. Op mijn werk (voor dak- en thuislozen) is inmiddels de helft van de bezoekers belast met een psychische stoornis. Een deel van ons “publiek” is regelmatig “op vakantie”, het eufemisme voor detentie. Het aantal groeit gestaag. Van de tien nieuwe aanmeldingen zijn zeker acht mensen potentiële ggz-klanten.
Zijn gedetineerden en dak- en thuislozen een select groepje op dit gebied? Geenszins.
In december 2007 was hier te lezen dat de Nederlandse state of mind er beroerd aan toe was: ruim 40 procent van alle 18 tot 65-jarigen had wel eens een psychiatrische aandoening gehad. Dat wees het
Nemesis-onderzoek uit. Nemesis is een monitor die het Trimbos-instituut gebruikt om onze geestelijke gesteldheid in de gaten te houden.

Begin dit jaar wist het CBS te melden dat de GGZ (geestelijke gezondheidszorg) een bloeiende business is. Een gemiddelde volume toename van 14 procent per jaar en een kostenstijging van 162 naar 275 euro per hoofd van de bevolking, toont aan dat steeds meer mensen gebruik maken van de GGZ.
Steeds vaker worden details bekend. Bijvoorbeeld dat het er in de stad een stuk gekker aan toegaat dan op het platteland. Bij stedelingen komen
38 procent meer psychische problemen voor dan bij plattelanders.

Meer mensen zijn dus bekend met de GGZ. Toch zijn er onder de mensen die vrij rondlopen, nog veel die niet worden behandeld. Dat komt deels door de wachtlijsten die zijn ontstaan door de grote toeloop, anderzijds zij er ook nog velen die niet naar de psychiater willen. Het is binnen de gevangenis dus niet gek veel anders dan daar buiten.

De vraag is wel hoe die grote aantallen en groei ontstaan. Daar heeft nog niemand een adequaat antwoord op gevonden.
Er zijn mensen die menen dat de verbeterde pr van de ggz leidt tot een grotere klandizie. Ongetwijfeld waar. Van hoogtevrees tot een beetje down, je vind al gauw een ggz- of particulier kliniekje waar je er cognitief therapeutisch vanaf wordt geholpen.
De VPRO's zomergast van vanavond,
Trudy Dehue, meent zelfs een depresssie-epidemie waar te nemen, veroorzaakt door onze welvarende prestatie-maatschappij en een handje geholpen door de farmaceutische industrie, die antidepressiva aflevert waar je eerder slechter dan beter van wordt.

Er zullen wel meerdere oorzaken zijn. Wat ik echter zorgelijk vind, is dat steeds meer mensen met een ernstige stoornissen (zoals schizofrenie en borderline) in het dak- en thuislozencircuit terechtkomen en ook in de gevangenis. Voor alle duidelijkheid: ik zeg niet dat een psychiatrische patiënt die zich op het criminele pad begeeft maar vrij mag rondlopen. Wel zal eens beter gekeken moeten worden, hoe die groei te stoppen is.

Dat is lastiger dan je denkt. Ook al is het aantal gedwongen opnames, gelast door een rechter, de laatste jaren toegenomen, de wet kent restricties die het moeilijk maakt zomaar iemand op te pakken voor een ggz-behandeling. Da's prima. Er zijn tenslotte veel meer mensen, die wel een stoornis hebben, maar die niet tot acties overgaan, waarmee ze rijp zijn voor justitie.

Op mijn werk komt het helaas herhaaldelijk voor dat we iemand met een stevige stoornis achteruit zien gaan en er kan pas wat worden ondernomen als diegene in de fout gaat. Dat kan zijn dat er ineens stoelen door de lucht vliegen, maar ook dat er klappen vallen waar omstanders de dupe van zijn. Dan komt het crisisteam en de politie er aan te pas en is de ggz- en justitiële dossiervorming een feit. Dossiervorming is hier het eufemisme voor een glanzende ggz- en justitiële carrière.

Wil de groei van het aantal mensen met een stoornis gestopt worden, dan is er werk aan de winkel. Welk werk en hoe? Ik weet het niet, want beschik niet over de nodige kennis. Degenen die dat wel hebben, zouden wel wat meer steun van de overheid kunnen krijgen. De bekende riedel: meer geld, meer personeel, meer faciliteiten en meer innovatie (=betere behandelmethoden).

Er is een collega doodgestoken

Er is een collega doodgestoken Vergeef me de pathetische titel van dit stuk. Maar het is het eerste wat ik dacht bij het bericht dat een medewerkster van een opvang voor dakloze jongeren is getroffen door een cliënt die door het lint ging. Als je zelf in die sector werkt, denk je al gauw aan een collega. En aan de momenten dat je zelf en eigen directe collega's door het oog van de naald zijn gekropen. Dat is een private en emotionele gedachte. Daar zal ik je niet verder mee lastig vallen. Wel een paar kanttekeningen.

1. Het incident gebeurde dus in de entourage van het daklozenwereldje. In dat wereldje is het aantal mensen met een fikse psychische stoornis behoorlijk toegenomen. Moeilijk om mee om te gaan en ze creëren vaak onvoorspelbare situaties. Het heeft ons werk een stuk zwaarder gemaakt, maar we leren elke dag bij en weten steeds beter door te dringen tot deze mensen. En hoewel we soms wel eens bang zijn, komt het zelden tot bedreigende situaties.

In die groep lopen een handjevol echt gevaarlijke mensen rond. Waarom ze rondlopen is me eigenlijk een raadsel. Bekend bij justitie en ggz. Maar de wet zit nu eenmaal zo in elkaar dat zonder overduidelijke aanleiding ze niet opgesloten kunnen worden. Die wet kan niet zomaar worden veranderd, want dat zou ook vervelende consequenties voor jou en mij kunnen hebben.

2. Ik ken de feiten niet en toch ga ik er vanuit dat de 21-jarige dader tot die kleine groep gestoorden hoort. Met wellicht een jeugdzorgverleden. De aansluiting tussen jeugdzorg en maatschappelijke opvang schiet tekort. Onder andere omdat het een wettelijk recht van een 18-jarige is op eigen benen te mogen staan. En omdat ieder het te druk heeft met de eigen toko's, komt het dus te vaak voor dat iemand die aan het eind van zijn jeugdzorgbegeleiding zit, niet of slecht wordt overgedragen aan de maatschappelijke opvang.

3. De instelling waar het incident gebeurde is een HKZ-gecertificeerde organisatie. Dat wil zeggen dat de toko aan allerlei kwaliteitseisen voldoet. Eén daarvan betreft de veiligheid van personeel.
Mijn eigen organisatie heeft ook zo'n certificaat gekregen. Ondanks de manco's die er nog zijn. Op papier is het geregeld, de praktijk voldoet er nog niet aan, ook op het gebied van de veiligheid. Ik hoop nu dat dit aspect in het onderzoek naar het incident goed wordt meegenomen en geopenbaard zal worden hoe dat bij de getroffen Amsterdamse opvang heeft gewerkt.

4. Uitgerekend op deze dag komt minister Rouvoet met 18 miljoen euro over de brug om ons nader in contact te brengen met de jeugd van tegenwoordig. Een “extra impuls” voor “verschillende vormen van vrijwillige inzet voor en door jongeren en gezinnen“.
Alle goede bedoelingen van de maatregel ten spijt, maar mijn treurigheid is daarmee wel compleet vandaag. Is dat het uiteindelijke resultaat van de eerste 100 dagen luisteren naar de praktijk? Is dat de uitkomst van de talloze dialogen met de professionals?

Je kunt mensen zoals die Amsterdamse dader veel beter aanpakken dan nu het geval is. Ook zonder inzet van drastische middelen als isoleercellen en zweedse banden. Dat kost wel meer personeel dat betere methodes leert gebruiken. Dat stelt eisen aan gebouwen omdat er in kleinere groepen met multidisciplinaire teams gewerkt moet worden.

Dat kost wel wat en het geld is maar beperkt beschikbaar. Het zal wel even duren voor vrijwilligers, ouders en de jeugd van tegenwoordig elkaar stukken beter begrijpen. Mag ik dan toch de hand ophouden voor wat extra geld om die mensen goed op te vangen die ondertussen de boot blijven missen?