Tagarchief: dialoog

Bestuurlijke vernieling

Bestuurlijke vernieling Het vorige kabinet had eerst een regeerakkoord en ging vervolgens 100 dagen het land in om in dialoog met de burgers te gaan. Dialoog is het hedendaagse eufemisme voor inspraak.

Inspraak was een produkt dat voortkwam uit de roerige 60’er en 70’er jaren, waar bepaalde burgers de straat op gingen, of een studentenpandje bezetten, om meer zeggenschap te eisen. Na wat halsstarrig verzet tegen de toenmalige nieuwigheden, besloten de bestuurders, volgens de wetten der repressieve tolerantie, de burgers inspraak te geven.
Inspraak was het eufemisme voor zeggenschap. Of beter gezegd: medezeggenschap. Een goed verstaander begrijpt het nuanceverschil.

De hedendaagse dialoog, zoals onder Balkenende toegepast, heeft veelal dezelfde stoffige kenmerken als inspraak en medezeggenschap. Men hure een zaaltje, men schenke wat koffie en stelt een microfoon of twee ter beschikking.
Aan het eind van het samenzijn worden de aanwezigen geprezen om hun betrokkenheid en gaat iedereen huiswaarts. Enige dagen later lezen de betrokken in de krant dat de bestuurder het fijn vond ze gehoord te hebben, dat er heel wezenlijke bijdragen de revue zijn gepasseerd en dat ze zeker meegenomen zullen worden als het besluitproces daar ruimte voor biedt.

Maar al te vaak vinden de insprekers er weinig van terug, omdat het hier toch om een complexe materie gaat of de economie hersteld moet worden of in dit tijdsgewricht andere prioriteiten de aandacht nodig hebben.
Zelden begint een dialoog of inspraakronde met de mededeling dat er van het gebodene geen gebruik zal worden gemaakt. Een schoonheidsfoutje dat volgens sommigen tot de kloof tussen bestuurders en Jan-met-de-pet heeft geleid.

In Den Haag (nee, niet het Binnenhof, maar het Spui) heeft men door hoe het wel moet. Fraai staaltje ‘lessons learned’. Niks muffe zaaltjes met dialoogtafels. Maar de contemporaine variant van de ideeënbus: de e-mail.
De onderhandelaars voor een nieuw college van B&W, roepen de burgers op ideeën aan te dragen voor het nieuwe coalitieakkoord. Op een speciaal beschikbaar gemaakt emailadres kunnen de Hagenaars loos gaan. Uiteraard met de belofte serieus met de medezeggenschap om te gaan.

Maar, daar komt de noviteit, met tevens de waarschuwing dat er geen garantie is dat de aangedragen ideeën daadwerkelijk opgenomen zullen worden in het uiteindelijke akkoord.
Helder, eerlijk. Hulde dus. Een doorbraak in de bestuurlijke vernieuwing.

Diálogo lapsus linguae.

Diálogo lapsus linguae Ken je dat spelletje, waarin je in een paar stappen van een woord een geheel ander woord moet maken? Onze aanstaande koning is daar heer en meester in. Hij wil daar wel het alleenrecht op en waarschuwt zijn volk dat je van een garnaal geen walvis moet maken.
Hij had van een garnaal een klotewoord gemaakt. De koning als hofnar? Was het maar lollig bedoeld. Had hij maar een Mexicaanse getrouwd. Dan had hij zich niet versproken.

Verspreektaal. Geen bestaand woord. De betekenis hangt wel af van de beklemtoning. Verspréken is een taalfoutje maken. Vèrspreken doe je in het buitenland. En dan moet je vreselijk op je woorden letten. Dat heeft de kroonprins aan een ander over gelaten, met
alle gevolgen vandien.

Net nou hier de
Week van de Dialoog woedt, wilde de prins met de Mexicanen in dialoog over het water. Dat werd een diálogo lapsus linguae. Hopelijk verstaan de burgers hier elkaar beter tijdens hun lokale dialogen.
Mooi onderwerp zou de wet op godslastering kunnen zijn. D66 neemt het initiatief om het verbod op godslastering uit het wetboek van strafrecht te halen. God lasteren is grof taalgebruik, vinden sommigen, en dus fout. Anderen menen dat het onder de vrijheid van meningsuiting dient te vallen. Ik meen dat godslastering een abuisje is waar de taal vol van staat. Immers, hoe kun je iets benoemen, dat niet bestaat?

Het kan nog een leuke dialoog worden als de paus in gesprek gaat
met kunstenaars. Nederland wordt vertegenwoordigd door Kader Abdolah en Cees Nooteboom. Hopelijk beheersen zij het Katholieks beter dan de prins het Mexicaans.
Had de prins maar uit de Nederlandse literatuur geput. Een stukje uit Nooteboom’s “Rollende stenen, getijde”, had hij misschien foutloos vertolkt.

Het gaat in Rome lollig worden als de paus zich verspreekt. “Goemogge, meneerr Coos Neetebeem, dankoe voer die poésia”.
Coos Neetebeem? Da’s toch de man van:
Ik ben een God in ‘t diepst van mijn gedachten
En zit in ‘t binnenst van mijn ziel ten troon
Maar verder ben ik helemaal gewoon,
Met haaruitval en spijsverteringsklachten”.

Dat wordt dan een dialogo confusione. “Nee, eerwaarde heiligheid”, begint Nooteboom, “ ik ben Coos niet , ik ben Cees”.
De paus, ineens flink drse P. in, volhardt en leest hem de les over de ongewoonheid van het goddelijke. Kader Abdolah springt bij om Nooteboom uit de brand te helpen. In zijn bekende, metaforisch taalgebruik, wil hij de dialoog een filosofische wending geven: “Kijk, hemelse hoogheid, laten we nu eens god als een garnaal zien”.

De paus ontsteekt in woede, roept de Zwitserse garde erbij, laat de Nederlandse schrijvers afvoeren, en roept in al zijn godentierendheid: ”Goedverdoeme, goedverdoeme, voer ze aan de walvissen!”
In Mexico kon men nog wel lachen om onze hoogheid die een garnaal naar de kloten hielp. Maar als de paus onze schrijvers naar de haaien helpt, verwacht ik dat Maxime Verhagen de paus in een dialogo furioso tot de orde roept.

Overheid vergeet probleemwijken

Overheid vergeet probleemwijken De documentenjagers van RTL-nieuws hebben er weer één te pakken. De lijst met de 20 grootste probleemwijken. Het ministerie van Volkshuisvesting wilde die lijst niet openbaar maken omdat die wijken onnodig gestigmatiseerd zouden raken. In een hoger beroep stelde gade rechter het ministerie groot gelijk. Dus heeft RTL langs andere wegen de lijst gevonden. Daar hebben ze veel ervaring mee, want voor bijna elke Prinsjesdag weten ze ook de Miljoenennota uit een of andere koffer te jatten. Ik heb het al eens eerder gezegd: de jongens en meisjes van RTL-nieuws zijn de hedendaagse Duyvendakjes. Met één verschil: iedereen lijkt nu het jatwerk wel prima te vinden.

Er dreigt echter een negatief effect te ontstaan voor al die aandacht voor de kracht-, pracht- of probleemwijken. Een ander deel der bevolking, die evenzeer in hoge nood verkeert, lijkt te worden vergeten en aan hun lot te worden overgelaten. Het zijn onze medeburgers die wegteren in de 20 rijkste buurten van Nederland (zie lijst onderaan). Wat is er aan de hand?

Veiligheid en criminaliteit:
1. De wijken kenmerken zich doordat een relatief minimaal aantal inwoners het hoogste inkomen heeft en die bovendien regelmatig buitenproportionele bonussen ontvangen, ongeacht het feit of men de bedrijven waarvoor men werkt, heeft kunnen redden of niet.
2. De bewoners worden op hoge kosten gejaagd omdat ze zich genoodzaakt zien hun bezittingen met elektronische hekken en camera's en beveiligingspersoneel te beschermen.
3. Veel bewoners leven regelmatig in angst voor ontvoeringen of inbraken, elke keer als ze weer met naam en toenaam in de Quote worden vermeld.

Huisvesting:
4. Het aantal vierkante meters leefbare woongrond wordt door relatief erg weinig mensen benut. Zo wordt kostbare grond onttrokken aan maatschappelijk belang.
5. Bovendien wordt die grond een aanzienlijk deel van het jaar niet gebruikt omdat men op landgoederen in het buitenland verblijft.
6. Dit verschijnsel drijft de kosten voor de veiligheid in die wijken onnodig hoog op, omdat de verlaten panden door particuliere beveiligers moeten worden bewaakt.
7. Dat is dan nog los van de problemen die ontstaan als men kostbare grond onttrekt aan het algemeen belang door er dubbele zwembaden, golfterreinen en zelfs zandverstuivingen op aan te leggen. In één wijk kwamen we zelfs tegen dat alle drie die voorzieningen op één perceel voorkwamen.

Sociale aspecten:
8. Het aantal inwoners is niet alleen erg klein, het ontbreekt ook aan sociale en culturele diversiteit. Er blijkt hier al jaren sprake te zijn van ghetto-vorming met alle ongewenste effecten van dien.
9. Het sociale leven speelt zich af in een eenzijdige en beperkte wereld van brunches, modeshows en glamourparty's.
10. Eén van de grootste problemen die dit soort wijken kenmerken is de onbenaderbaarheid en weigerachtigheid om te communiceren over herstrukturering, waardoor tal van problemen opgelost zouden kunnen worden. Zo zult U in deze wijken zelden parkeerproblemen en nooit een opvang voor dak-en thuislozen aantreffen.

Werkgelegenheid:
11. De bewoners hebben ernstige problemen goed personeel te vinden om de tuinen en zwembaden te onderhouden.
12. De verborgen werkloosheid: zie punt 5 en 9 hierboven.

De 20 geteisterde wijken vindt u in dit overzicht van het CBS.

Het kabinet heeft de dialoog als krachtig wapen tegen vele missstanden ingezet. Wij adviseren de regering een dialoog te organiseren waar de bewoners uit de 20 grootste probleemwijken en uit de 20 rijkste wijken elkaar kunnen ontmoeten, om van gedachten te wisselen over een gemeenschappelijke aanpak van beider problemen.

Presidentiële dialoog

Presidentiële dialoog Uit Sam Cooke's “A change is gonna come“:
“It's been a long, long time coming, but I know a change is gonna come”.

Uit de toespraak van Obama:
“It's been a long time coming, but tonight, because of what we did on this date in this election at this defining moment change has come to America”.

Balkenende feliciteert Obama:
“Ik denk in eerste instantie natuurlijk aan de financiële crisis (…), en de verslechterende economische situatie. Maar ik denk ook aan de terrorismebestrijding, de klimaatverandering, de mensenrechten en de vrije wereldhandel”.

Uit de toespraak van Obama:
“I will listen to you, especially when we disagree”.

Balkenende:
“Luisteren en uitvoeren is niet hetzelfde”.
(Uit de uitzending op 21 mei 2007 bij van Knevel en Van de Brink, na de 100-dagen tour).

Ik vroeg het me gisteren al af: gaat Balkenende Obama net zo enthousiast steunen als hij Bush steunde?
Balkenende zit er al weer “a long, long time”. Te lang voor “a change coming?”

De maat nemen

De maat nemen Deze week is het dus een drukte aan dialogen. De 2e Kamer gaat de dialoog aan met de bewindslieden van Justitie en volgens een aantal partijen moet de zwaarte van straffen het onderwerp van gesprek worden.

De VVD wil een aantal delicten zwaarder bestraffen, met name kindermisbruik mag twee keer zo zwaar worden bestraft.
De PvdA wil het voorwaardelijke deel van een straf verlengen. Zo zou justitie meer tijd hebben een delinquent na de feitelijke straf te volgen en toezicht kunnen houden op gedragsverandering.
Het CDA wil een onderzoek naar straffen in andere landen. Als de strafmaat lager ligt dan in andere Europese landen en de V.S. dan moet Nederland de zaak gelijk trekken, ofwel ook een hogere strafmaat gaan hanteren.

Hirsch Ballin en zijn collega's zullen zich ongetwijfeld verweren, door te verwijzen naar de plannen om van straf en nazorg één samenhangend geheel te maken. Doel is natuurlijk de criminaliteit terug te dringen. Het is tamelijk frustrerend boeven te vangen, ze in het gevang te gooien en ze even later weer voor de rechter terug te zien. Het huidige stelsel werkt blijkbaar nog steeds als een draaideur, waar te veel wetsovertreders hun weg door vinden.

Hoewel ik meen dat geen enkele maatregel er toe zal leiden dat elke burger ook een brave burger zal zijn, hoop ik dat het zwaartepunt van het debat op dat thema “straf en nazorg” zal liggen. Met andere woorden: focus niet zozeer op het begrip “zwaarte” maar op de aard van de straf.

De vraag blijft of we ooit een consensus zullen bereiken over de lengte van gevangenisstraffen, wanneer je taakstraffen of zware boetes of pittige detentie moet toepassen en welke straffen over die ene kam van onrustgevoelens in de samenleving moeten worden geschoren.

De Raad voor de Rechtsspraak vindt dat we een heel redelijk stelsel hebben en helemaal niet te licht straffen. De Raad is niet te beroerd dat ook uit te leggen. De Raad meent dat we hier op maat straffen: “de meest toepasselijke straf voor de concrete situatie”.

Het is prima om uit te leggen hoe er wordt gestraft, want daar blijken nog al eens misverstanden over te zijn. Zo denkt een deel der natie dat “levenslang” hier helemaal niet levenslang is. De werkelijkheid is dat juist Nederland daar strenger in is dan landen om ons heen. Levenslang wordt naar de letter toegepast. Hooguit kan de minister van Justitie na 20 jaar een gratie overwegen, maar dat is hier de laatste 63 jaar slechts twee keer toegepast.

Ondertussen nemen de levenslange straffen aardig toe. In de periode na 1945 zijn er 38 levenslange straffen uitgedeeld, waarvan 25 na 2000.
Wat celstraffen betreft doet Nederland het, in internationaal verband, “niet slecht”. Het staat op de 10e plaats wat betreft veroordelingen, op de 12e plaats als het gaat om het aantal gevangenen en haalt de 10e plaats met gevangen in voorarrest (Gegevens worden bijgehouden door het
European Sourcebook, zie ook deze excelsheet). De aantallen stijgen alleen maar.

Dat moet voldoende reden zijn vooral te debatteren over het plan van aanpak dat Hirsch Ballin en Albayrak in gedachten hebben.
Een misschien wat lichte vergelijking, maar ik ben er van overtuigd dat de strafaanpak die ik vroeger op school mocht genieten, zijn vruchten geeft afgeworpen.
Als je wat uitvrat dan was het strafregels schrijven of wat uurtjes nablijven. Net als je dacht dat het daarmee was afgedaan, moest je met de meester aan tafel zitten en die ging een dialoog aan over je gedrag.

De meesters die ik heb gehad hebben dat heel kundig gedaan. Want het waren heel zinnige gesprekken en het gevoel twee keer zo zwaar gestraft te worden omdat je ook nog eens dat babbeltje aan moest gaan, verdween snel. Mijn meesters waren niet zo moraliserend, maar hielpen je inzien dat er leukere dingen zijn om je mee bezig te houden.

Hopelijk kan men deze week in de dialoog over schuld en boete, zich losmaken uit de boeien van straf alleen en durft men andere wegen te zoeken.

Dialoog

Dialoog Archie Bunker Van 3 tot 9 november: Nationale Week van de Dialoog.

Twee mannen (het mogen ook mensen zijn, vrouwen bijvoorbeeld) lopen door de Kalverstraat. De een loopt wat zoekend rond, de ander loopt met zijn mobieltje aan het oor.
De een loopt op de ander toe en vraagt hem op de man af:
Heeft u nog wel eens een goed gesprek?
De Ander (kijkt hem verbaasd aan – Ogenblikje, er is hier iemand die wat wil weten -houdt mobieltje even opzij). Wat zeg je?

De Een: Of u wel eens een goed gesprek heeft.
De Ander: Nou, ik dacht dat ik nu even in gesprek ben, of is je dat ontgaan?

De Een: Ja, maar ik wilde weten of dat nou een goed gesprek is of niet.
De Ander: (houdt mobieltje weer bij zijn hoofd- Sorry, ik hang op, even hier wat regelen). Wat gaat jou dat eigenlijk aan?

De Een: Nou, ik doe een onderzoekje om uit te vinden of mensen nog wel eens een goed gesprek met elkaar hebben.
De Ander: Waarom dat?

De Een: Wel, de komende week is wordt voor het eerst de Nationale Week van de Dialoog georganiseerd en ik vroeg me af of dat echt nodig is.

De Ander: De week van wat…??

De Een: Van de dialoog.
De Ander: Wat is dat?

De Een: Een dialoog is een gesprek.
De Ander: Van een hele week???

De Een: Ja.
De Ander: Man, dat kan toch niet?

De Een: Eh…, hoe vaak gebruikt u dat mobieltje?
De Ander: Nou, wel een paar keer per dag.

De Een: Elke dag?
De Ander: Ja, tuurlijk, hoezo?

De Een: Dus je kan wel een hele week in gesprek zijn?
De Ander: Verrek, nou je het zegt….

De Een: Juist, maar de vraag is: kan zo'n gesprek ook een goed gesprek zijn?
De Ander: Ja, weet ik veel. Dat hangt er van af.

De Een: Bijvoorbeeld?
De Ander: Tja, eens denken, eh…., nou, of de ander naar je luistert misschien?

De Een: Waarnaar luistert die ander dan?
De Ander: Naar wat ik te zeggen heb, natuurlijk!

De Een: Dus als iemand goed luistert naar wat je wil zeggen, dan heb je een goed gesprek gehad?
De Ander: Ik dacht het wel.

De Een: Da's geen gesprek, dat is een monoloog.
De Ander: Zeg, nou moet je niet grof worden!

De Een: Grof? Hoezo?
De Ander: Loog. Je zei loog! Dat noem ik grof!

De Een: Je luistert niet. Ik zei monoloog. Dat is als iemand in zijn eentje het woord voert.
De Ander: Ja, en….?

De Een: Dat is dus geen gesprek.
De Ander: Maar het kan nog wel goed zijn, hè?

De Een: Zeker, er zijn voortreffelijke monologen bekend. Maar dat zijn dus geen gesprekken.
De Ander: Okee, wat vind jij dan een goed gesprek?

De Een: Bijvoorbeeld als wat mensen met elkaar praten en iemand doet dan wat jij nu net deed.
De Ander: Huh?

De Een: Nou, je stelde net mij de vraag die ik eerst aan jou stelde.
De Ander: En wat maakt dat dan tot een goed gesprek, zoals jij dat noemt?

De Een: Nou, door vragen te stellen kun je erachter komen wat een ander bedoelt. Jij stelde die vraag in plaats van het onderwerp te negeren en het gesprek op je eigen ideeën te brengen of het gesprek te stoppen door er van weg te lopen.
De Ander: Wacht even. Dus jij zegt: als je vragen aan elkaar stelt, heb je een goed gesprek?

De Een: Ja.
De Ander: Nou heb ik je! Da's ook geen gesprek!

De Een: Oh nee, wat dan?
De Ander: Da's een interview!

De Een: Ah! Je bedoelt het vraaggesprek!
De Ander: What ever! Maar het is dus een interview. Zoiets als je op televisie wel eens ziet. Wat Matthijs van Nieuwkerk doet, bijvoorbeeld, in De Wereld draait door.

De Een: Nee, dat is ook een monoloog.
De Ander: Ho, ho, hij stelt allerlei vragen aan zijn gasten!

De Een: Jawel, maar heb je wel eens meegemaakt dat-ie iemand helemaal liet uitpraten om het antwoord te geven?
De Ander: Nou, nee. Daar heb je een punt.

De Een: Zou jij meedoen aan die Week van de Dialoog?
De Ander: Hm, geen idee. Ik weet niet eens waar dat over gaat.

De Een: De bedoeling is dat in elke gemeente mensen rond de tafel gaan zitten en met elkaar praten om zodoende de betrokkenheid bij je stad of dorp sterker te maken. Begonnen in 2001, na de aanslag op de WTC-torens in Amerika. Met de bedoeling mensen dichter bij elkaar te brengen. De dialoog is inmiddels mode geworden.
Het vorige kabinet heeft zelf een
Huis van de Culturele Dialoog opgericht. Met 12 miljoen euro per jaar wil ze zo de mensen in de vier grote steden aan de praat houden over hun cultuur en identiteit. Dat lukte prima, behalve in Amsterdam. Daar hadden ze blijkbaar eerst de verkeerde gesprekspartner gekozen.
En dan het huidige kabinet: 100 dagen in gesprek geweest, voordat ze aan het werk gingen en ze sloten die 100 dagen af met de superdialoog in de Jaarbeurs in Utrecht.
Later organiseerden ze zelf een
Week van de Dialoog, om eens lekker te keuvelen over de toekomst van de Randstad. En dan is het nu ook nog eens het
Europees jaar van de interculturele dialoog.
Ze noemen dat telkens een dialoog, om de gesprekken een beetje fatsoenlijk te laten verlopen. Respect en zo.
Maar echte dialogen zijn het natuurlijk niet Althans niet zoals we dat kennen van Socrates, een oude Griek. Die vond een gesprek pas goed als je eerst eens met elkaar probeerde vast te stellen waar je het nou precies over had (
anamnese), dan via alledaagse voorbeelden naar hogere ideeën te komen (hermeneutiek) en continu vragenderwijs elkaars kennis te achterhalen (maieutiek), overigens alles met de nodige humor, ofwel ironie.
Ik denk dat het in de Week van de Dialoog het zo er niet aan toe zal gaan.
De Ander: Zeg….

De Een: Ja?
De Ander: Weet je wat jij nu doet?

De Een: Nou?
De Ander: Je staat een monoloog te houden!

De Een: Ach, verrek! Kon ik het weer niet laten! Sorry.
De Ander: Man, geeft niet. Ik snap niet helemaal waar je het over hebt, maar mag ik je wat anders voorstellen?

De Een: Tuurlijk, vragen staat vrij.
De Ander: Zullen we dan nu een pilsje pakken?

De Een: Hé, goed idee! Dank je wel. Ik kreeg toch al een droge mond.
De Ander: En dan zal ik jou eens vertellen hoe ik het allemaal zie….