Tagarchief: Guusje ter Horst

Laat nu het water maar komen

Laat nu het water maar komen Vandaag hield de Taskforce Management Overstromingen (TMO) een feestelijk middagje, want haar taak zit er op. Al loopt Nederland van noord tot zuid onder water, we zijn er klaar voor.

De TMO, de naam zegt het al, is in 2006 samengesteld om overstromingen beter te managen. Niet om het water zelf in gewenste stromen te leiden of ver van huis te houden, maar wel om hulpverlening beter te laten verlopen, mocht het water ons onverhoeds aan de lippen komen te staan.

De hele klus heeft 15 miljoen euro gekost, maar dan heb je ook wat. Bijvoorbeeld de oefening Waterproef, in november vorig jaar. Niet dat er toen ook maar één dijk is doorgestoken. Nee, een week lang deden bestuurders en betrokken hulpdiensten alsof de ene vloed na de andere het land overspoelde. Men heeft er veel van geleerd en dankzij de bevindingen van de TMO is bestuurlijk Nederland veel beter voorbereid op een watersnood dan twee jaar geleden. Toch kan de landelijke regie sterker, meent TMO-voorzitter Franssen, en moeten de evacuatieplannen nog verbeterd worden. Er zou een landelijke operationeel commandocentrum moeten komen. En daar heeft de verantwoordelijke minister, Guusje ter Horst, wel oren naar. In haar dankwoord aan de TMO kondigde zij aan te willen zoren voor “een Landelijke Operationele Staf die zorgt voor nationaal/regionaal en lokaal afgestemde maatregelen“.

Goed. Op papier ziet het er steeds beter uit. En als, zoals de TMO sterk aanraadt, de bestuurders regelmatig blijven oefenen, zal de nu opgedane kennis niet snel verdronken raken. Bestuurders die bij calamiteiten zelf in paniek chaotisch te werk gaan, wekken natuurlijk het vertrouwen van de getroffen burgers niet.
Nu meent de overheid dat die burger zelf nog veel te laks omgaat met mogelijke risico's. Want ondanks de
Denk Vooruit-campagne meent Ter Horst dat de burger nog maar weinig “zorgvuldig voorbereidingsgedrag” vertoont. En dat is wel nodig, want als de nood aan de man is “gaat iedereen meteen aan de slag om alles te doen wat mogelijk is“, stelt Ter Horst, “maar de overheid kan niet altijd voor iedereen zorgen. Burgers hebben daarin nadrukkelijk ook een eigen verantwoordelijkheid“.

Ah, daar is de mantra van Balkenende weer. Een beroep doen op burgerman's eigen verantwoordelijkheid als het de overheid teveel wordt. Maar goed, bij een beetje omvangrijke ramp moeten we allemaal aan de bak. Nu ben ik in onze geschiedenis nog geen calamiteit tegen gekomen waar de burger verstek liet gaan. Niet voor niets zijn er talloze burgers gehuldigd wegens hun inzet bij de watersnoodramp in 1953 en de overstromingen in Limburg en Gelderland in 1995. En de overheid? Het Deltaplan was en krachtig antwoord en in alle vertrouwen keken burgers weer de toekomst in. Dat vertrouwen kreeg een deuk in 1995. Niet alleen om de chaotische coördinatie van de evacuaties en hulpverlening. Ook om het vervolg. Want ondanks beloftes van de overheid ziet het er naar uit dat delen van Limburg nog tot na 2017 kwetsbaar zullen blijven, aldus de
Limburgse waterschappen.

De Taskforce heeft ook EDO's bedacht: Ergst Denkbare Overstromingen. Wat zal de overheid doen om het hoofd boven water houden als de ADEDO het land teistert, de Allerergste Der Ergst Denkbare Overstromingen?

Stel: Limburg en Gelderland staan alweer onder water. Maar daar hebben we dus ervaring mee en we zijn beter voorbereid. Geen nood dus. Echter: de plannen van de commissie Veerman om het IJsselmeer tot anderhalve meter mee te laten stijgen met de Waddenzee, bleken na aanvankelijk succes toch geheel onvoorzien, de dijken langs het 'blauwe hart' ondermijnd te hebben. Overijssel, Friesland en delen van Noord-Holland beginnen vol te lopen.En terwijl storm en hevige regenval reddingsoperaties bemoeilijken, komt het water ook nog eens van onderen. In Zoetermeer was een pvc-buis uit de drinkwaterleiding gesprongen en kostbaar drinkwater spuide de straten in. Dat kan, zegt een deskundige, door zetting van de grond, bijvoorbeeld bij vorst, of de trilling van een vrachtwagen.

Den Haag ziet zich steeds meer omringd door het aanzwellende water. De regering ziet het aankomen en omdat “de overheid niet altijd voor iedereen kan zorgen” en de “Landelijke Operationele Staf” in tact moet blijven vertrekt het kabinet per helikopter naar Engeland. De burgers, inmiddels goed opgevoed door de instructies van de Denk Vooruit-campagne zitten, zoals van hen wordt verwacht, aan de radio gekluisterd en horen een dag later de premier de gedenkwaardige woorden zeggen: “Maakt u zich geen zorgen, raak niet in paniek, met ons is alles goed, dus burgers, houd moed“.

Bij tijden van voorspoed zijn we soms niet zo'n jofel volkje, maar ik durf te wedden dat bij een ramp van zo'n omvang wij met ons corrllectief referendum gezond verstand elkaar er wel weer bovenop helpen. De overheid zou ons tot steun zijn als er geen miljoenen worden gestoken in protocollen, maar in sterkere dijken, drijvende woningen en beter onderhoud van riolering en waterleidingen.

Burger heeft geen behoefte aan normen- waarde catalogus

Burger geen behoefte aan normen- waarde catalogus

De normen- en waarden catalogus, ideetje van de ChristenUnie en nu in voorbereiding door de ambtenaren van Guusje ter Horst, heeft eigenlijk geen zin, omdat de meeste burgers al hele goede burgers zijn.

Dat zouden ze op Binnenlandse Zaken ook moeten weten, want het ministerie heeft een onderzoek laten doen naar de behoeften van het volk betreffende een code voor goed burgerschap. Volgens BN/De Stem toont het onderzoek aan dat bijna iedereen zich al een voorbeeldige burger vindt. Bovendien vinden de meeste ondervraagden dat zo'n gedragscode er alleen moet komen als de burger daar zelf om vraagt en niet als die van hogerhand wordt opgelegd.
Het weblog Sargasso had dat goed voorzien en ondernam een initiatief waar de burgers
zelf invulling konden geven aan hun burgerwaarden catalogus.

Opzienbarende conclusies? Nee. Hoewel menig burger zich van alles en nog wat laten aanleunen en dus verwacht mag worden dat ook de normen- en waarden catalogus als ongevraagd reclame drukwerk geconsumeerd zal worden, overtreedt diezelfde burger regelmatig allerlei wetten als ze dat zo uitkomt.
Die ambivalente houding zou bovenaan kunnen staan in een catalogus van trotse kenmerken die dit land karakteriseren. Conformisme en non-conformisme, braafheid en dwarsheid, meegaandheid en opstandigheid hebben altijd naaste elkaar bestaan. De onenigheid die dat soms oplevert vinden we terug in opiniepolls, publieksdebatten en de reactievelden op webforums en weblogs. Maar zelden wordt het nog op straat ten toongespreid. Het zijn de 70'er en 80'er jaren niet!

Moet het kabinet zich wat aantrekken van die conclusies? Nee. Dat zou een onverwachte en schokkende beleidsbreuk zijn en dat zou weer een nog groter wantrouwen in “de politiek” tot gevolg hebben, dan tot nu toe in diverse statistieken is aangegeven. Hooguit zou het kabinet meer rekening moeten houden met de volksaard. Jan Klaassens zijn we. Regelmatig in conflict met het blauw op straat, maar vooral rekkelijk braaf.

Bovendien, als het kabinet alle meningen van het volk over zou nemen en dat tot regulier beleid zou maken, dan maakt het zichzelf overbodig. Zou u dat willen?

De burger als blusdeken

De burger als blusdeken De blusdeken voorbij. Minister Ter Horst had vandaag de eer duidelijk te maken waar de verantwoordelijkheden van de overheid ophouden. Op een veiligheidscongres legde ze uit dat de burger niet bij elk wissewasje een beroep moet doen op de overheid. Dat is ook niet handig, zo zegt ze, want als er ergens een ramp plaatsvindt zijn de burgers eerder ter plaatse dan de overheid. Dus de burger moet dan niet met de armen over elkaar wachten op overheidsdiensten. Jawel, eerst 112 bellen, maar dan de handen uit de mouwen.

Gelukkig zijn er, zo memoreert Ter Horst, al veel burgers die hun verantwoordelijkheid nemen: “Kijk naar onze vrijwillige brandweer. Het is geweldig om te zien hoe al decennia lang, vaak van grootvader op vader op zoon en soms dochter, hele families zich inzetten om naast hun baan, als vrijwilliger bij de brandweer op te treden en met gevaar voor eigen leven vaak brandende panden in te gaan om mensenlevens te redden. Er is dus een groot potentieel dat we meer kunnen benutten. Ten eerste in een actieve deelnemende rol en ten tweede in een zelfredzame rol“.

In Nederland hebben we zo'n 22.000 van die actieve, deelnemende en zelfredzame burgers. Een deel daarvan trok vandaag naar Den Haag. De VBV (Vakvereniging van brandweervrijwilligers) is niet zo blij met de beperking die de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) hen oplegt bij de onderhandelingen over een nieuwe CAO. De vrijwilligers willen actief deelnemen en eisen een plaatsje aan de onderhandelingstafel, de VNG vindt dat dit om formele redenen niet kan. De CAO-besprekingen gaan niet alleen over de brandweerlieden, maar ook over andere beroepen, bijvoorbeeld de vuilnismannen. Die andere beroepsgroepen worden door de officiële vakbonden vertegenwoordigd.

Dat kan wel zijn, zegt de VBV, maar “De beroepsbonden (ABVAKABO-FNV, CNV-Publieke Zaak, CMHF) kunnen de Brandweer Vrijwilligers natuurlijk niet vertegenwoordigen“. Daarom willen de vrijwilligers rechtstreeks over hun rechtspositie meepraten. “Het kan niet zo zijn dat anderen voor ons beslissen“.

Nou, Ter Horst heeft gelijk. Toonbeeld van actieve deelneming, sterk staaltje zelfredzaamheid.

Nu is de VBV een nog jonge organisatie, waarvan onduidelijk is hoeveel leden zij vertegenwoordigt. Toch hebben zij wel erkenning gekregen van het ministerie van ter Horst, in de vorm van een startsubsidie. Dat vindt Ter Horst voorlopig wel genoeg. In een brief aan de 2e Kamer schrijft zij: “De VBV richt zich derhalve primair op brandweervrijwilligers. De VBV voldoet daarmee op dit moment niet aan de voorwaarden die gesteld worden aan de onderhandelingspartners over de gemeentelijke arbeidsvoorwaarden“. En daarmee steunt zij de VNG.

Daarmee ze ook dat “groot potentieel dat we meer kunnen benutten“, waar ze het in haar speech over had. Want is het niet voorbeeldig dat die vrijwilligers niet alleen vele uren steken in oefeningen, opleidingen en daadwerkelijke brandbestrijding en dan niet te beroerd zijn ook nog eens tijd te steken in de CAO-besprekingen? Dat democratisch potentieel wordt terzijde geschoven.

Gemiste kans. De burger moet wel als blusdeken fungeren, maar over de voorwaarden waaronder dat dient te gebeuren, mag de burger slechts op de tweede plaats een zegje doen. Hoe actief wil de overheid de burger eigenlijk hebben?

Een slimme meid is op een crisis voorbereid.

Crisis

In den beginne vreesde ik dat dit kabinet een regelrechte ramp voor dit land zou worden (lees Bang voor gevaarlijke bestuurders?). Maar nadat het kabinet heeft vastgesteld welke rampen dit land kunnen bedreigen (zie ook Code van de zeven plagen en mijn gastlog op GeenCommentaar: Samenleving in de gevarenzone), is er nu het beleidsplan crisisbeheersing, dat minister Guusje ter Horst gisteren naar de 2e Kamer stuurde.
Het is zomerreces in Den Haag, maar de post werkt gewoon door. En ik kan nu elke avond gerustgesteld gaan slapen.

Het rapport somt naast een aantal verbeteringen, ook nog wat puntjes op die verdere aandacht behoeven. Bijvoorbeeld het versterken van de landelijke regie en aansturing bij nationale crises. De ROB (Raad voor openbaar bestuur) liet vorige week nog weten, dat het wel handig zou zijn als de minister-president de centrale regisseur bij nationale crises zou moeten zijn.

Nu hebben we natuurlijk alle vertrouwen in de huidige MP. Laat die rampen maar komen. Toch is het wel een beetje sneu voor de minister van Binnenlandse Zaken. Zoveel werk gemaakt van een betere crisisbeheersing en wie mag dan de held spelen als er eens wat aan de knikker is?

Misschien kunnen ze de rolverdeling nu al vast oefenen. Oefenen is een middel om beter voorbereid te zijn op rampen. En wat wil nu het geval? Er is een kleine ramp gaande in Den Haag.

In de rampenlijst die het kabinet eerder opstelde, werd een grieppandemie of een andere virusziekte als een ramp gezien waar grote kans op is en grote gevolgen kan hebben. Wel, in Den Haag is een uitbraak van de mazelen geconstateerd. Hoe zouden de minister en de MP dat aanpakken?

Minister: Zeg, we hebben een crisis.

MP: Ah, mooi! Dan ga ik…..

Minister: Hee, wacht even. Laat mij nou eerst….

MP: Sorry dat ik je afkap, maar je zei toch crisis?

Minister: Ja, en nou…

MP: Juist, een crisis dus. En hadden we niet afgesproken dat er een sterke, centrale regie gevoerd zou worden bij een crisis?

Minister: Zeker wel. Dus ik wou nu snel aan de slag, want anders…

MP: Ho, ho, een beetje beheersing graag!

Minister: Een beetje?

MP: Eerste regel bij crises: blijf kalm en rustig.

Minister: Ik ben kalm en rustig. Maar er is nu een crisis die beheerst moet worden.

MP: Wat is er eigenlijk loos?

Minister: De mazelen zijn uitgebroken.

MP: De wat?

Minister: De mazelen.

MP: Huh? Daar heb ik toch lang niet meer van gehoord, zeg. Potjandikkie. En waar hebben ze die gevonden?

Minister: Hier, in Den Haag.

MP: Godsammebeware…..

Minister: Ja, daar gingen die mensen die zich niet hebben laten inenten ook van uit.

MP: Zeg, nou moet je niet….

Minister: Ik moet juist wel. Dit moeten we de kop indrukken voor het zich door gans het land verspreidt.

MP: Ach, dat zal zo'n vaart toch niet lopen?

Minister: Het is wel een erg besmettelijke ziekte en er lopen meer mensen rond, die er niet tegen zijn ingeënt.

MP: Je meent het. Hoeveel mensen zijn er al ziek dan?

Minister: Nu nog maar 24 kinderen en 1 volwassenen.

MP: Die pestjeugd ook. Lijkt me meer iets voor Rouvoet.

Minister: Die is op vakantie.

MP: Zeg, weet je wat? Je lijkt me een slimme meid. Als jij nou tegen de pers zegt dat ik je heb opgedragen ons zomerreces niet te laten verzieken, mag jij dit zaakje oplossen. Vraag aan Klink wat vaccinaties en zorg dat alles weer gezond is als iedereen terug komt van vakantie.

Dit zou zomaar een scenario kunnen zijn. Een rampenscenario?

Code van de zeven plagen

Denk vooruit

Regeren is vooruitzien. Dat is niet per definitie hetzelfde als vooruit denken. Dat blijkt wel uit de risico's die de overheid met de samenleving wenst te nemen.
Het kabinet heeft mogelijke rampen en dreigingen op een rijtje gezet. De deskundig samengestelde
inventarisatielijst telt zeven plagen, waar het land op voorbereid moet zijn.

De bijbelse inspiratie van het kabinet begint een plaag op zich te worden, want het is opvallend hoe de inventarisatielijst overeenkomt met de bijbelse Openbaringen, waar het eind der tijden in wordt verkondigd. Ernstige ziekte (grieppandemie), uitdrogen rivier, verzengende zon (hitte en droogte), verduistering (uitval elektriciteit), natuurrampen (in de bijbel aardbevingen en vernietigende hagelbuien, bij het kabinet: overstromingen), het staat er allemaal in.
Een oliecrisis en dreiging door polarisatie en radicalisering is nieuw. Hoewel: een oliecrisis kan ontstaan als de olie op is omdat er geen leven meer in de zeeën is en de acties van de zeven wraakzuchtige engelen zijn zonder meer een ultieme vorm van radicalisering.

De verantwoordelijke minister voor veiligheid, Guusje ter Horst, zegt wel dat “de bevolking niet moet denken dat de rampen snel zullen plaatsvinden”.
Niet moet denken? Wat wil de minister nu? Er wordt aardig wat geld gestoken in de campagne “Denk vooruit“. Burgers worden opgeroepen goed na te denken over rampen: “Rampen zijn niet te plannen. Voorbereidingen wel”, staat er met dikke letters op de bijbehorende website.
Nu het kabinet enige haast gaat maken met de voorbereidingen van op rampen, moeten wij ophouden met denken. Sorry Guusje, dat feest gaat niet door.

Volgens de wet is een ramp of zwaar ongeval “een gebeurtenis waardoor een ernstige verstoring van de openbare veiligheid is ontstaan, waarbij het leven en de gezondheid van vele personen, het milieu of grote materiële belangen in ernstige mate worden bedreigd of zijn geschaad en waarbij een gecoördineerde inzet van diensten en organisaties van verschillende disciplines is vereist om de dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken”.

Vallen de zeven plagen die het kabinet presenteerde hieronder? Zeker wel, maar als we de codes erbij halen die het kabinet gebruikt om de rampen te rubriceren, blijkt de inventarisatie niet compleet en zeker voor discussie vatbaar.
De inventarisatielijst kent drie codes:

1. gkgg (grote kans, grote gevolgen): een grieppandemie en een oliecrisis.

2. kkgg (kleine kans, grote gevolgen): grote overstromingen en moedwillige verstoring elektriciteit.

3. gkkg (grotere kans, kleine gevolgen): polarisatie en radicalisering, landelijke uitval elektriciteit en hitte en droogte.

De codering kkkg (kleinere kans, kleine gevolgen) ontbreekt, hetgeen past bij het anti-klaag beleid van Balkenende. De kans dat een Apachehelikopter in een elektriciteitsmast vliegt is uitermate klein en treft dan hooguit een klein stukje nederland, dat slechts een paar dagen zonder stroom zit. Daar moeten we niet over zeuren, net zo min als men moet klagen over de drukte op het werk. Dat mag dan misschien tot 660 doden per jaar leiden, maar het kabinet ziet geen reden “een gecoördineerde inzet van diensten en organisaties van verschillende disciplines” in te zetten om deze “dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken”.

Op 7 mei jl. presenteerde ik op dit weblog en in een gastbijdrage op GeenCommentaar ook een inventarisatielijst van rampzalige zaken. Gebaseerd op het aantal mensen (slachtoffers, geëvacueerden) dat er jaarlijks en/of vanaf 1945 tot nu bij betrokken was.
Die lijst heb ik nu aangevuld en dan kom ik op een top-10 van zaken die wel degelijk het leven en gezondheid van personen bedreigen.
De mate waarin ze de openbare veiligheid verstoren verschilt. De meningen verschillen over de ernstige schade aan materiële belangen. Maar zeker is dat op slechts weinig zaken een gecoördineerde inzet van diensten wordt losgelaten.

Top-10

Gebeurtenis

Aantal betrokkenen

Code kabinet

Mijn
code

1.

Criminaliteit

1.218.447

geen

Gkgg

2.

Watersnood

263.836

Kkgg

Gkgg

3.

Privéongevallen

172.500

geen

Gkgg

4.

Griep

100.000

Gkgg

Gkgg

5.

Verkeer

29.269

geen

Gkkg

6.

Milieuvervuiling

21.000

geen

Gkgg

7.

Rampen

4971

geen

Kkkg

8.

Medische missers

1735

geen

Kkgg

9.

Werkstress

660

geen

Gkkg

10.

Terreur

26

Gkkg

Kkkg

De overheid meent wel een grootschalige aanpak van criminaliteit te hanteren, maar benoemt het niet als ramp. Terwijl de kans op een criminele gebeurtenis groot is, er veel mensen bij betrokken zijn, het veel schade aan mensen en materie toebrengt.
Zo ook bij privé-ongevallen. Grote kans (het gebeurt dagelijks) en grote gevolgen. De kosten voor de gezondheidszorg (ook een ramp op zich volgens minsister Klink) worden voor een deel hiermee veroorzaakt, evenals ziekteverzuim op werk.

Waarom het kabinet watersnood een kleine kans toedicht, is een raadsel. En wel om twee redenen: hoe langer een voorval niet heeft plaatsgevonden, hoe groter de kans dat die op korte termijn wel plaatsvindt. En: deskundigen menen dat het met de beveiliging (de dijken) droevig is gesteld. Het risico (de kans) is dus groter, dan het kabinet stelt.

Hopelijk is het parlement in staat de inventarisatielijst van het kabinet te wijzigen. Evenals de gehanteerde codes. Dat zal lastig worden, want kansen en gevolgen zijn sterk interpretabele parameters. Maar het kabinet moet niet een paar dagelijks aanwezige rampen onder het tapijt vegen om van het geklaag af te zijn.

Update: bekijk een overzicht van rampscenario's en oordeel zelf of het kabinet oliedom te werk gaat bij het voorbereid zijn op rampen.

Conventionele democratie

Afbraak democratieWellicht lezen we over 50 jaar in de geschiedeniscanon dat het huidige kabinet vooral bekend was om 'De Grote Restauratie'.
Restaureren is een ander soort maakbaarheid dan opbouw of reparatie. Het is weliswaar een soort herstel, maar vooral van oude, bekende, pittoreske geveltjes. Balkenende's normen en waarden zijn restauratief van aard. Dat werd, zoals we allemaal weten, nog eens onderstreept door zijn hunkering naar die goeie, ouwe VOC-tijd.
Deze week stond het bol van berichten die aankondigden dat het kabinet de democratie niet zozeer wenst uit te breiden, maar meer wil beperken. Maar nog steeds hebben veel mensen hoop op een betere toekomst. Zal na vandaag dan eindelijk duidelijk zijn dat dit ijdele hoop is?
In een kort bericht op de papieren editie van de Volkskrant valt te lezen dat minister Guusje ter Horst bijna alle voorstellen van de Nationale Conventie gaat afwijzen. Geen vernieuwingen dus, maar behoud van de conventionele democratie.
De
Nationale Conventie was een platform waarop voorstellen voor een betere democratie werden geformuleerd. In oktober 2006 werd een advies opgesteld en vandaag wordt in de ministerraad de reactie van ter Horst besproken.
Een correctief referendum zal er niet komen. Een zelfstandiger parlement vindt het kabinet niet nodig. Meer invloed van het parlement op de benoeming van Eurocommissarissen wordt geschrapt. En rechters wetten aan de grondwet laten toetsen ziet men al helemaal niet zitten.
De promotor van bestuurlijke vernieuwing, Pechtold (D66) is zwaar teleurgesteld. Zo zegt hij in de Volkskrant: 'De democratie gaat (….) het museum in'.
Het museum in? Sterker nog, men flikkert steen voor steen de democratie in de hofvijver.

Regeren via de partijkas (2)

Zak geldIk moet een storende fout herstellen die in het artikel van gisteren is geslopen. Mijn research was onvolledig en daardoor staat er een onwaarheid in dat artikel. Fouten kun je weer recht zetten. Veel, heel veel tijd die aan maakbaarheid wordt besteed gaat op aan het herstellen van fouten. Ik vermoed dat er fanatieke liefhebbers van maakbaarheid zijn, die liever met fouten te maken hebben dan met de waarheid. Als iets eenmaal als waarheid is vastgesteld, kun je er verder niet zoveel mee. Dat vinden sommige mensen erg saai. Hoewel ik de waarheid ook niet in pacht heb, hecht ik er toch grote waarde aan en daarom moet ik nu even terug komen op het stukje van gisteren.
De kritiek die ik had op de plannen van minister ter Horst om de SP aan te pakken op de afdracht van salarisen van hun parlementariërs, baseerde ik op de informatie over de
overheidssubsidie aan politieke partijen. Dat is de fout. De genoemde subsidie is bedoeld om de organisatie van de partijen draaiende te houden. Voor de salarissen is weer een andere geldstroom beschikbaar.
In die regeling is geen sprake van salarissen, maar schadeloosstelling. Voor Tweede Kamerleden heeft die schadeloosstelling de omvang van een bovenmodaal salaris. Staten- en gemeenteraadsleden krijgen veel minder omdat zij, in tegenstelling tot hun collega's op het Binnenhof, niet full-time de politiek bedrijven.
Heeft Guusje ter Horst dus gelijk? Mag de SP de partij-inkomsten aan overheidssubidies niet aanvullen met een deel van de schadeloosstellingen die hun Kamerleden ontvangen?
Nogmaals: ook andere partijen maken daar gebruik van. Weliswaar in kleinere hoeveelheden en de afdracht heeft een veel minder verplicht karakter dan bij de SP het geval is. De SP vindt dat een modaal salaris meer dan genoeg is voor parlementariërs en op die gedachte is de omvang van de afdracht dan ook gebaseerd. Je kunt het er mee eens of oneens zijn, maar dit verstaat de SP blijkbaar onder 'geen woorden, maar daden'.
Hoe vrijwillig is de afdracht bij andere partijen? Wel, net zo vrijwillig als bij de SP. Bij PvdA, GroenLinks en D66 moeten kandidaat-volksvertegenwoordigers vooraf moeten
beloven een deel van de schadeloosstelling zullen afdragen aan de partij. Het verschil met de SP is de zogenaamde akte van cessie, waarmee een SP'er toestemming geeft de schadeloosstelling over te maken naar de bankrekening van de partij. Zo houdt de SP de controle over de afdracht. Bij de andere partijen moeten de leden zelf de afdracht regelen. Voor zover ik weet doen ze dat ook keurig en hebben de andere partijen nog nooit iemand de partij uitgezet omdat een kamerlid ineens de afdracht weigerde te betalen.
Binnen de PvdA (de partij van Guusje ter Horst) is ook niet iedereen het eens met de huidige afspraken. PvdA'er Pierre Heijnen probeerde een diskussie in zijn partij los te weken over een verhoging van de 'eigen bijdrage' en met dat geld de lokale afdelingen te ondersteunen. Er wordt dus verschillend gedacht over de afdrachten. Maar mag een minister de interne afspraken van een partij bij sturen door desnoods de wet hiervoor aan te passen?

Regeren via de partijkas

PartijkasEen democratie komt niet vanzelf tot stand. Met wetten, regelgeving en gedragscodes wordt de democratie vorm gegeven. Maar niet alleen met regels, ook met geld is de democratie maakbaar. De PvdA-minister voor Binnenlandse Zaken, Guusje ter Horst, overweegt de overheidssubsidie voor de SP stop te zetten. De SP houdt er interne regels op na die ter Horst niet zo zit zitten. In de Volkskrant lezen we: “De minister vindt een verplichte afdracht van salarissen en wachtgelden aan een politieke partij ‘onwenselijk’. ‘Dit is gebruik van overheidsgeld voor een ander doel dan waarvoor het is bestemd.’ Ook vraagt Ter Horst zich af hoe de SP-constructie zich verhoudt tot de onafhankelijkheid van de politici.”
Die “partijbelasting” die de SP van haar leden int, komt bij bijna alle politieke parijen voor. Alleen CDA en VVD kennen zo'n regeling niet. Bij de SP wil men zo het salaris van parlementariërs en partijbonzen op een modaal gemiddelde houden. De SP stelt daarmee de hoogte van de afdracht vast. Hoe dat bij de andere partijen zit, weet ik niet. Af en toe is er binnen de SP een aardig conflict als er een kaderlid opstaat die de afdracht weigert. Zo'n idealist mag dan vertrekken en de SP wordt vervolgens verweten maoïstische dictatuur uit te oefenen. Het enige wat Nederland van de chinees blieft is de bami-speciaal.
Om partijen een koers af te dwingen via de overheidssubsidies is geen nieuw verschijnsel. Herinnert u de
rechterlijke uitspraak nog waardoor de overheidssubsidie aan de SGP moest worden stopgezet? Daar viel nog wat voor te zeggen omdat de SGP er een vrouwonvriendelijk beleid op na hield, dat op gespannen voet stond met de grondwet en de criteria voor overheidssubsidies aan politieke partijen. De toenmalige VVD-minister Remkes overwoog toen in hoger beroep te gaan omdat hij vond dat de rechter het principiële karakter van de regeling onderuit haalde.
In
die regeling staan echter wel dat het aan de rechter is om subsidies stop te zetten als er sprake is van discriminatie. Dat was bij de SGP dus het geval. Ook staat er in die regeling dat de politieke partijen de gelden vrijelijk mogen besteden. Maar dan wel aan subsidiabele activiteiten zoals politiekwetenschappelijke activiteiten, politieke vormings-en scholingsactiviteiten, informatievoorziening aan leden, het onderhouden van contacten met zusterpartijen in het buitenland en activiteiten in het kader van de verkiezingscampagnes.
Wel, als Guusje ter Horst bij controle van de SP-kas nou ontdekt zou hebben dat de afdrachten naar heel andere doelen zijn gegaan, heeft ze een punt. Nu dus helemaal niet. De SP sluit niemand uit van deelname aan politieke functies, zoals bij de SGP wel het geval is. De SP knikkert er wel iemand uit als die zich niet aan haar interne regels houdt. Zoals de VVD Verdonk uit de Kamerfractie dondert, GroenLinks een
Eerste Kamerlid de deur wijst, het CDA een partijvoorzitter de eer aan zichzelf laat houden en de PvdA een Kamerlid wegparkeert als die de partijdiscipline bruskeert.
Maar dat zijn interne aangelegenheden. Ministers moeten niet met de hand op de knip de koers van een politieke partij gaan bijsturen. Laat dat nou toch alsjeblieft aan de kiezers over!

Relevante keuzes bij solliciteren.

Anoniem sollicterenEen grote meerderheid van de Tweede Kamer ziet niets in de mogelijkheid anoniem te sollicteren bij de overheid.

Minister ter Horst zag er wel wat in, maar wacht eerst de resultaten af van een proef in Nijmegen, alwaar zij burgemeester was voor ze tot het kabinet toetrad.

In een eerder onderzoek beweerden vier van de tien werkgevers dat anoniem solliciteren helpt om allochtone werkzoekenden meer kans op een baan te geven.
Acht van de tien werkzoekenden gelooft in betere kansen voor alle sollicitanten: autochtonen, allochtonen, mannen, vrouwen, ouderen en jongeren.

De 2e Kamer wil er niet aan. De overheid moet natuurlijk het lichtend voorbeeld voor de natie zijn en hoort helemaal niet te discrimineren bij sollicitaties. Overbodige maatregel dus, zo vinden bijna alle kamerleden.
Groenlinks is de enige partij die zich zeer postitief uitte over de plannen van ter Horst.

Andere tegenstanders van anoniem solliciteren zeggen dat het niet helpt bij het verkrijgen van een baan omdat in veel gevallen toch eerst naar de c.v. gekeken wordt en pas later naar naam en andere personalia. En zelfs al zou naam en bijvoorbeeld leeftijd en geslacht niet zijn vermeld, dan val je bij een kieskeurige werkgever toch door de mand als je eenmaal op gesprek komt. Wie vooroordelen heeft, gebruikt ze ook.

Wat dat betreft is er meer hoop op betere tijden te verwachten van mensen die hun vooroordelen erkennen en bereid zijn dat te veranderen zoals bij een Frans bedrijf het geval is.

Selectie op basis van vooroordelen valt niet te vermijden, noch te controleren. Hooguit kan een sollicitant een klacht indienen als hij/zij bij zo'n gesprek negatief onderscheid op gebied van naam, leeftijd, geloof of geslacht ontdekt.
En dat een c.v. alleen goed genoeg zou zijn is lang niet altijd steekhoudend. Niet alleen je ambachtelijke ervaring en vaardigheden doen er toe, ook wie je bent kan doorslaggevend zijn. In menig vacature wordt immers ook gevraagd om ambities, collegialiteit of spontaniteit. Je kan nog zo'n goede monteur zijn, ben je een wat somber type dan zijn je kansen een stuk kleiner.

Als dan ook nog op je c.v. de naam prijkt van een bedrijf dat net een slechte naam heeft gekregen door een wanprestatie helpt dat ook niet mee. Ook al was jij daar niet verantwoordelijk voor.

Welke keuzes moeten je maken als je een sollicitatiebrief schrijft? In vacatures wordt om relevante gegevens gevraagd. Op grond van de wet zijn geslacht en leeftijd niet relevant. Er mag niet op worden geselecteerd dus die gegevens kunnen achterwege blijven.
Je naam? Natuurlijk wil je graag een zo persoonlijk mogelijke brief schrijven. Zonder je naam is de aardigheid er al een stuk van af. Als je ergens komt te werken wil je natuurlijk ook graag bij je naam genoemd worden en niet als een anoniem poppetje op het werkrooster gezien worden.

Maar met je naam geef je meteen wat identiteit prijs over geslacht en mogelijke roots. Lastige keuze dus. Omdat je naam ook niet doorslaggevend zou moeten zijn om uitgenodigd te worden voor een gesprek zou het dus misschien beter zijn als de werkgever de persoonlijke kennismakling uitstelt tot dat gesprek. Bij binnenkomende brieven kunnen naam, woonplaats en andere puur persoonlijke gegevens worden afgeplakt. Die leert men wel kennen als je je voorstelt bij het gesprek. Dat is wat men in de proef in Nijmegen gaat doen.

Hobby's? Die kunnen relevant zijn, maar noem er dan vooral niet teveel anders denkt de werkgever dat je meer in je vrije tijdsbesteding bent geïnteresseerd dan in je werk. Liever ziet men dat je werk je hobby is.

Namen van scholen en bedrijven waar je je vaardigheden en ervaring hebt opgedaan? Mwah, laat dat ook maar zitten eigenlijk. Het onderwijs heeft op dit moment al geen geweldige uitstraling en als de naam van je school duidelijk maakt uit welke wijk je komt krijg je hetzelfde effect dat optrad bij banken die mensen een hypotheek weigerden op basis van de postcode. Noem alleen je opleiding bij naam als die school in inspectierapporten op internet hoog scoort.

Een werkgever hoort natuurlijk alleen te kiezen op de gegevens die in zo strikt mogelijke zin relevant zijn voor de baan. Werkgelegenheid is voor iedereen en omdat werkgevers verantwoordelijk zijn voor die werkgelegenheid moeten ze er ook alles aan doen om mensen een eerlijke kans op een baan te geven.

En de sollicitant moet alleen die gegevens verstrekken die naar waarheid de geschiktheid voor een baan aantonen.
Er valt dus wel iets te zeggen voor anoniem solliciteren. Maar het weglaten van bepaalde informatie houdt niet op bij de naam alleen.