Tagarchief: wetten

Regels zijn er om afgeschaft te worden.

RegeldrukIedere burger wordt geacht de wet te kennen. Iedere burger weet dat het onmogelijk is alle wetten te kennen. Dat mag echter niet als smoes worden gebruikt om je niet aan de regels te houden. In Nederland is op die stelregel een consequente rechtsgelijkheid van toepassing. Van ministers en rechters, bijvoorbeeld, mag je verwachten dat ze veel meer van de wet weten, dan de gemiddelde burger. Als een minister of een rechter een foutje maakt, dan mag de burger zich beschermd weten en krijgt zo’n functionaris zijn of haar zin niet.

Nederland kent 1871 wetten, 2308 AMvB’s (Algemene maatregel van bestuur) en 5558 ministeriële regelingen. Elke regeling is samengesteld uit een aantal artikelen. De 142 artikelen van de Grondwet kent iedereen natuurlijk op zijn duimpje. Het Burgerlijk Wetboek telt 8 boeken, die samen zo’n 6961 artikelen bevatten. Het Wetboek van Strafrecht telt 479 artikelen. De Wegenverkeerswet heb je na 188 artikelen wel onder de knie. De Rijkswet op het Nederlanderschap zou je moeten kunnen dromen, want die beslaat slechts 27 artikelen.
Maar wel eens gehoord van de Hamsterwet? Gauw lezen, want die zou wel eens van pas kunnen komen in tijden van crisis.

Nu zou ik wel eens willen weten of er een burger is die alle wetten kent en of deze burger er misschien nog een of twee mist. Met zoveel wetten zal alles wel dichtgetimmerd zijn, maar je weet maar nooit. In dit tijdsgewricht is het overigens een onzinnige vraag, want ontregeling gaat het helemaal worden. Het kabinet Rutte I gaat werk maken van het vereenvoudigen en schrappen van wat wetten, Amvb’s en ministeriële regelingen.

Onder Balkenende werd de trend gezet: minder regels, meer eigen verantwoordelijkheid van de burgers. Dat laatste vertaalde zich in een populair geworden alternatief voor wetgeving: de gedragscode. Het grappige, of treurige zo je wilt, is dat er niet alleen gedragscodes voor nieuwe fenomenen worden ontwikkeld. Je kunt je nog iets voorstellen bij een gedragscode voor sociale media, omdat het om een kersvers verschijnsel in de samenleving gaat. Maar er worden ook gedragscodes opgesteld, ter aanvulling van de bestaande wetgeving.

In 2004 verscheen het rapport “Alle regels tellen”. In opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum  (WODC) en de Directie Wetgeving van het ministerie van Justitie, turfde de vakgroep Bestuursrecht en Bestuurskunde van de  Rijksuniversiteit Groningen de regelgeving die tussen 1975 en 2003 was geproduceerd. Niet alleen nieuwe regelingen, maar ook wijzigingen op die regelingen.
De conclusie was dat er gemiddeld 86 nieuwe wetten en 128 AMvB’s per jaar van kracht werden. Gemiddeld, want er waren jaren van weinig productie en jaren waarin de overheid geen genoeg leek te krijgen van regulering. De onderzoekers merkten op dat de productie van wetten lijkt toe te nemen tijdens een kabinetsperiode. Vlak na het aantreden van een nieuw kabinet lijkt de productie  af te nemen.
Er waren natuurlijk uitzonderingen op die regel. De kabinetten Lubbers II, Kok II en Balkenende I waren mindere regelneven, dan alle andere kabinetten.

De grote vraag is of Rutte I Nederland voldoende zal ontregelen. Het kabinet wil in 2015 een kwart minder regels hebben en denkt volgend jaar de helft van die ontregeling al gerealiseerd te hebben. Die verlichting geldt vooral voor bedrijfsleven. Het CDA bepleit uitbreiding van de regeldrukvermindering voor de zorg, onderwijs en woningbouwcorporaties.
En de burger? Die krijgt er vooralsnog één wet bij, als het aan minister Donner ligt. Hij wil met een spoedwet de uitspraak van de Hoge Raad ongedaan maken, die bepaalde dat een ID-kaart gratis verstrekt moet worden.

Het lijkt er toch een beetje op dat de (gedeeltelijke) wetteloosheid die het kabinet nastreeft, selectief toegepast zal worden. Dat is jammer, want ik zou graag die brave burger willen zijn die geacht wordt de wet te kennen. Dan moeten er wel heel wat worden afgeschaft en uitgedund, anders slaag ik nooit voor een juridisch inburgeringsexamen.

Toezicht: ik stond erbij en ik keek ernaar.

ToezienDe afgelopen dagen leek het wel de week van het toezicht. Toezicht gaat het helemaal worden. Het tovermiddel om vallende banken te voorkomen. Maar er valt zoveel meer om op toe te zien. Een blik op het toezicht van de afgelopen week.

12 juli: De Inspectie voor de Gezondheidszorg verscherpt het toezicht op een thuiszorgorganisatie die te laks is met de medicatieveiligheid. De organisatie was al eerder op de vingers getikt, maar de inspectie constateert nog te weinig verbeteringen. Een voorbeeld van toezicht met maar half resultaat.

13 juli: In Druten krijgen twee vrijwilligers een bekeuringsbevoegdheid. Deze boa’s (bijzondere opsporingsambtenaren) gaan toezicht houden op de uiterwaarden om wildkamperen, illegaal vissen en het storten van afval op te sporen. Toezicht dat geen cent kost en toch geld (boetes) in het laatje brengt?

Diezelfde dag meldt de Arbeidsinspectie dat het toezicht op de examens van kraanmachinisten veel beter moet. De vakvereniging Het Zwarte Corps tilt er zwaar aan en is het met de Arbeidsinspectie eens. Niet dat de kraanmachinisten hun vak niet verstaan, zegt de vakvereniging, de examencommissie moet beter opletten. Ja, je moet het toezicht wel op de juiste plek houden.

14 juli: Naar aanleiding van de brand bij Chemie-Pack in Moerdijk is een onderzoek ingesteld naar de veiligheid bij andere bedrijven en twaalf vielen er door de mand. Uiteraard moeten er maatregelen volgen. Eén daarvan, jawel. is beter toezicht. Kwaliteitscriteria waaraan inspecteurs moeten voldoen worden in de wet vastgelegd en er moet elk jaar gerapporteerd worden over de naleving en handhaving bij alle grote risicovolle bedrijven. Het bericht vermeld niet wie daar dan weer toezicht op houdt.

De climax wordt bereikt op 16 juli, vandaag dus. Het toezicht op zwembaden blijkt hopeloos slecht. De toezichthouder van zendmasten vindt het werk bar ingewikkeld en staat er dan ook niet van te kijken dat onduidelijk is waarom de zendmast in Hoogersmilde is gesneuveld. En de toezichthouders bij woningcorporaties verdienen te veel. Daar zullen die twee vrijwillige toezichthouders  in de Drutense uiterwaarden wel jaloers op zijn.

Veel toezicht en veel niet in orde. Toezicht voorkomt dat niet. Is de vraag naar meer en strenger toezicht terecht? Meer toezicht betekent dat inspecteurs langere werkdagen gaan maken of dat er meer inspecteurs bijkomen.
Wat echt werkt is handhaving. Ook zo’n term die vaker opduikt. Toezicht zonder handhaving is hetzelfde als ‘ik stond erbij en ik keek ernaar’. Je ziet twee beren broodjes smeren en dan ben je dus al te laat. Hoe is het mogelijk dat die beesten met hun klauwen in de broodtrommel en koelkast konden komen? Is het toezicht op de Nederlandse dierentuinen echt zo beroerd?

Had men de orde in de dierentuinen strikt gehandhaafd, dan zouden die beren genoeg te eten hebben gehad. Bovendien zou de verlofregeling goed zijn nageleefd. Dan had je hooguit twee beren en een oppasser je broodjes zien smeren.
Als ik zo eens kijk naar de staat van Neerlands toezicht, schieten me zes kleine woordjes te binnen.

De onberispelijke sollicitant.

C.V. Hoe is het toch mogelijk dat sollicitanten die een politieke carrière ambiëren, door de mazen van de sollicitatieprocedures glippen? Een vraag die menigeen zich wellicht stelt, nu bekend is dat niet alleen bij de PVV, maar ook bij andere politieke partijen, Kamerleden met een “vlekje” in de bankjes zitten.

Volksvertegenwoordiger is niet zomaar een baantje. Houdt dat in dat er geen afspiegeling van “het volk” in de Kamer mag zitten? Er zijn, denk ik, meer mensen met een schoon c.v. dan lui die wat op hun kerfstok hebben, dus zouden er genoeg onberispelijke sollicitanten moeten zijn, om toch van een afspiegeling van de maatschappij te kunnen spreken. Hoe voorkom je dat er toch Kamerleden worden benoemd, wiens
verleden is besmet met een boete of een veroordeling?

De NVP (Nederlandse Vereniging voor Personeelsmanagement) geeft het antwoord:
gebruik de sollicitatiecode! In die code staat dat “kandidaten aan een organisatie de informatie dient te verschaffen die deze nodig heeft om een waar en getrouw beeld te krijgen van de geschiktheid van de sollicitant voor de functie”.
Da’s mooi, maar is iemand die een keer beboet is voor een snelheidsovertreding, geheel ongeschikt voor het ambt van volksvertegenwoordiger? Dat is een ethische vraag, die buiten beschouwing moet blijven tijdens een sollicitatiegesprek.

Het is voor werkgevers heel lastig om iemands doopceel te lichten. Behalve in een aantal uitzonderlijke gevallen, mag niet gevraagd worden naar medische en strafrechtelijke persoonsgegevens. De Wbp (wet bescherming persoonsgegevens) verbiedt dat. Een medische keuring of een verklaring omtrent gedrag mag alleen gevraagd worden met toestemming van de sollicitant en dan alleen nog als het relevant is voor de functie (meer op
juristenweblkog.nl).

Veel meer is er wettelijk niet geregeld. Daar waar de wet onvoldoende steun geeft, kan een gedragscode uitkomst bieden. De
sollicitatiecode (pdf!) zou dus uitkomst bieden, volgens de NVP. In die code staat, wat de Wbp al zegt: de werkgever mag alleen nadere informatie over de sollicitant napluizen met diens toestemming en louter in relevante zaken.
In artikel 4.4 stelt de code dat de sollicitant “een waar en getrouw beeld geeft van zijn vakbekwaamheid” en “geen informatie achterhoudt waarvan hij weet of behoort te weten dat deze van belang is voor de vervulling van de vacante functie waarop hij solliciteert”.

Verder geen details hierover. Het is dus aan de werkgever en de sollicitant om dat nader in te vullen. Nu blijkt dat als de pers je antecedenten onderzoekt, het verstandiger is de publiciteit voor te zijn. Het verweer dat met een betaalde boete of een afgehandelde straf een verleden als niet relevant beschouwd mag worden, doet voor volksvertegenwoordigers niet ter zake. Hier worden ongeschreven regels geschonden. Hoewel ongeschreven regels geen enkele wettelijke betekenis hebben, blijken ze reuze relevant in de actualiteit.

Nu kunnen er, als de werkgever er bewijzen voor heeft, arbeidsrechtelijke sancties volgen, als de sollicitant de hand heeft gelicht met zijn “waar en getrouw beeld”. Binnen de PVV weten de “onvolledige” Kamerleden
daar inmiddels van. Mosterd na het galgenmaal natuurlijk. De onberispelijkheid van de politiek heeft alweer een deukje opgelopen.
Hoe voorkom je dat? Een scherpere wetgeving of sollicitatiecode? Dat kan een lastige discussie worden, want aan welke criteria moet de onberispelijke sollicitant voldoen? Een kandidaat-Kamerlid afwijzen, omdat hij of zij zich in het verkeer niet heeft gedragen? Zo’n kandidaat heeft ongetwijfeld een van de 11,8 miljoen verkeersboetes gekregen. Of is het voldoende als de kandidaat dat keurig meldt in het sollicitatiegesprek?

Met regelgeving moet je oppassen. Scherpere regels kunnen tot scherpere leugens leiden. Voor je het weet zitten we met Kamerleden opgescheept die nog gewiekster met de waarheid omgaan, dan we van sommigen al zijn gewend.
Een sollicitatiecode speciaal toegesneden op volksvertegenwoordigers? Met in artikel 1: ik solliciteer volgens de waarheid en niets dan de waarheid?

Paus valt van geloof?

Paus valt van geloof?

Wordt 2009 het jaar van de verandering? Alle hoop is wat dat betreft gevestigd op Obama's change, maar wat dacht u van de paus?

Tijdens zijn nieuwjaarsmis riep hij op tot een aanpak van de wereldwijde armoede. Dat is op zich geen nieuws. Wel nieuw is dat hij de oplossing ziet in globalisering, “mits plaats wordt gemaakt voor een gemeenschappelijke ethische code”.

Let op het woord “gemeenschappelijke”. De paus ziet in dat eeuwenlange christianisering een doodlopend eenrichtingsweggetje is.
Al dat werk van missionarissen, jaarlijkse pauselijke oproepen, het al dan niet met geweld opleggen van tien geboden en wat er verder zo te pas kwam bij de evangelisatie van de aardbol heeft de armoede er niet minder op gemaakt.
De christelijke ethiek is mooi op papier maar het werkt in de praktijk niet echt. Dus zoekt de paus nu een meer gemeenschappelijke ethische code.

Onder gemeenschappelijk mag je toch verstaan dat al wat in de globale gemeenschap rondzingt meetelt. Christelijke ethiek kan een bijdrage zijn, maar als dat niet voldoende blijkt, wordt het tijd de ethiek van anderen erbij te betrekken. Of, zoals de paus zei: “Wat de armoedebestrijding echter wezenlijk nodig heeft zijn mannen en vrouwen die op broederlijke wijze leven en ‘mensen, gezinnen en gemeenschappen bijstaan op hun weg naar een authentieke, humane ontwikkeling‘.

Nu hebben de meeste nieuwjaarstoespraken een hoog orakelgehalte. Hoe moet je de gezegende woorden duiden? Valt de paus nu van zijn geloof en zoekt hij nu de authenticiteit en humaniteit van niet-christenen om tot een gemeenschappelijke aanpak van de armoede te komen?

Helaas, dat valt wat tegen. Het oerchristelijke “gaat heen en vermenigvuldigt u” ziet de paus nog steeds als een goede bijdrage aan het wegwerken van de ellende. Het gezin de hoeksteen van de samenleving en de strijd aanbinden met het hedendaagse Sodom en Gomorra.

De paus stelt zijn katholieke grenzen aan authenticiteit en humaniteit. Zo zal in Vaticaanstad niet langer de Italiaanse wetgeving zonder meer worden overgenomen, maar getoetst worden aan rooms-katholieke principes.
Logisch, want nu er een versoepeling van het euthanasieverbod dreigt te komen, vreest de paus natuurlijk dat de terugkeer van Jezus op aarde in gevaar komt.

De “gemeenschappelijke ethische code” die de paus voor ogen heeft, zal zeker getoetst worden aan zijn eigen Codex luis Anonymi en de vele encyclieken waarmee hij de wereld maakbaar wil maken gedurende zijn regeerperiode.

Het jaar van de verandering komt niet uit katholieke hoek.