Tagarchief: transparantie

Het achterkamertje open voor publiek.

cc Flickr Minister-president’s photostreamRutte, Verhagen en Wilders gaan het de komende dagen over ons hebben. Traditiegetrouw gebeurt dat achter gesloten deuren. Ze sluiten zich op in het Catshuis. Als je het over anderen wilt hebben, kun je daar geen pottenkijkers bij gebruiken natuurlijk.

Ze gaan het niet over ons, maar over cijfertjes hebben? Jawel, en de cijfertjes die het illustere trio op hun rij zet, bepalen hoe ons leven de komende tijd er uit gaat zien. Toen Rutte I in oktober 2010 aan het werk toog, waren er 394 duizend werklozen. In januari van dit jaar waren er 487 duizend werklozen. Zo’n 93 duizend mensen hebben dus ervaren wat het voor hen betekent als het kabinet het over cijfertjes heeft.

En dan hebben we het maar niet over de duizenden mensen wiens koopkracht achteruit is gegaan. Of de duizenden mensen die hun bibliotheken, buurthuizen, kinderspeelplaatsen of zwembaden zagen verdwijnen. Het is maar een greep uit de vele gevolgen van Ruttes cijfertjes.

Ondertussen speculeren de media wat de heren zullen doen. Wie sluit welke compromissen? Hoe groot zullen de volgende bezuinigingen zijn? Zodra dat bekend is, volgen de analyses, die grotendeels ook speculatief zullen zijn. Omdat de heren er erg goed in zijn niet het achterste van hun tong te laten zien.

Er is maar één manier om zelf een onafhankelijk oordeel van de besprekingen te maken: we moeten er zelf bij kunnen zijn.
Bij andere democratische vergaderingen is dat heel gewoon. De Tweede Kamer kent de publiek tribune en plenaire vergaderingen worden ook rechtstreeks uitgezonden. Ook sommige commissievergaderingen zijn online direct bekijken.

De Eerste Kamer kent ook een publieke tribune, maar geen online optie. Commissievergaderingen zijn niet openbaar.
Bij Provinciale Staten en gemeenten is de openbare toegankelijkheid wisselend. Raadsvergaderingen zijn altijd openbaar, maar de vergaderingen van Gedeputeerde Staten en colleges van B&W weer niet. Wel is het in toenemende mate mogelijk vergaderingen van PS en gemeenteraden live te volgen.

Kortom: de geïnteresseerde en betrokken burger heeft aardig wat mogelijkheden met zijn neus boven op besluitvorming te zitten. Grote uitzonderingen: de ministerraad en bijeenkomsten zoals die de komende week plaats zullen vinden.

Het kabinet gaat over het landsbelang en moet uitermate belangrijke beslissingen nemen. Je kunt je voorstellen dat de concentratie te lijden heeft onder continu flitsende en zoemende camera’s. En stel je voor dat eventueel aanwezig “volk” gaat zitten morren. Als Rutte elke keer de zaal tot orde moet roepen, komt er van regeren weinig terecht.

Maar daar zijn twee elegante oplossingen voor. De vergaderzaal kan met een geluidswerende glazen wand worden afgescheiden. En de beste oplossing is natuurlijk een live online registratie.

We hebben er recht op te weten wat er over ons wordt beslist. En ook: hoe er over ons wordt beslist. Tenslotte kijkt Big Brother-overheid op steeds meer manieren naar ons.  Het is wel zo democratisch en transparant, dat wij het recht krijgen terug te kijken.
Alle achterkamertjes openbaar!

Overstappen verplicht.

OverstapWie in deze kerstdrukte ergens nog een gaatje vrij heeft en een zorgverzekering bij Achmea heeft lopen, doet er verstandig aan even een overstap naar een andere verzekering te regelen. En niet alleen omdat Achmea geld uitgeeft om een meerderheidsbelang in Independer.nl te kopen.

Dat is al meer dan genoeg reden over te stappen, want in deze krappe tijden is het al merkwaardig dat de zorgverzekeraar geld besteedt aan volstrekt onnodige overnames, in plaats van aan de zorg zelf. Er zijn echter meer redenen om afscheid te nemen van Achmea.

Achmea stopt met het vergoeden van prostaatoperaties die met robots worden uitgevoerd. Ook al zeggen de ziekenhuizen dat met robotoperaties betere resultaten worden gemaakt, Achmea wil dat het met de goedkopere kijkoperatie wordt gedaan. De patiënt heeft natuurlijk geen enkele keuze.

Dat hebben ook de Achmea-klanten in Tilburg en Waalwijk niet. De ziekenhuizen aldaar kondigden een opnamestop voor de Achema-verzekerden. Het geld dat de verzekeraar aan de ziekenhuizen heeft gegeven is op.
Dat kan allemaal gezien worden als politiek gesteggel tussen de ziekenhuizen en de verzekeraar. Laten we in deze gevallen Achmea het voordeel van de twijfel geven. Er zijn echter ook nadelen van de twijfel.

De juistheid en transparantie van de motieven van Achmea kan in twijfel worden getrokken. Dat doet in ieder geval het ministerie van Financiën wel. Financiën is niet tevreden over het leningen- en beloningsbeleid van Eureko, de moedermaatschappij van Achmea. Eureko voldoet niet aan alle eisen van transparantie en verantwoord beloningsbeleid. Zo is de vertrekvergoeding van bestuursleden nog niet gemaximeerd op één keer het vaste jaarsalaris en publiceert Eureko geen gegevens over het beloningsbeleid op de website, meldt RTL Nieuws.

De Achematak die beleggingsverzekeringen verkoopt is zelfs veroordeeld door de rechter, wegens schending van de zorgplicht. Een klant had zo’n 163 duizend euro van zijn inleg op een Lijfrentemaatwerkplan zien verdampen. De rechter verweet Achmea dat ze de verzekerde onvoldoende heeft geïnformeerd over kosten en risico van het product. Achmea mag nu 75 procent van de schade betalen.

Kortom: op gebied van transparante informatieverstrekking heeft Achmea toch sterk het nadeel van de twijfel. Dat de verzekeraar moeite heeft het achterste van de tong te laten zien, wordt nog eens extra begrijpelijk als we naar de zorgpremies en de beloningen van de Raad van Bestuur kijken.

Achmea vraagt voor de Zilveren Kruis en Agis-polissen niet de duurste, maar ook niet de goedkoopste premies voor de zorgverzekering. Dat kan iedereen ook zonder Independer.nl uitzoeken.
De vijf leden van de Raad van Bestuur verdienen gemiddeld per persoon 448 duizend euro boven de Balkenendenorm. Als dat verdeeld zou worden onder de ruim 3 miljoen verzekerden, zou hun jaarpremie geen 1299 maar 1290 euro per jaar kosten,
Negen euro verschil is niet groot, maar deze exercitie zou bij VGZ/ Univé ongeveer drie euro schelen en bij Mensis/Anderzorg 95 cent op de jaarpremie.

Maar het is toch niet goed als klanten massaal weglopen naar een andere verzekeraar? Wat blijft er anders over van Achmea. Tja, dat was toch de bedoeling van de marktwerking? De klanten en het personeel van Achmea kunnen dan naar verzekeraars die hun zaakjes beter op orde hebben.
Overstappen is hier geen keuze, lijkt mij. Het is moreel verplicht.

Verenigde geheime gemeenten.

VNGDe VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) zijn niet verplicht te voldoen aan de Wob (Wet openbaar bestuur). Dat besliste vandaag de Raad van State.

Aanleiding was een zaak van journalist Brenno de Winter tegen de VNG. De journalist had een wob-verzoek gedaan om stukken te krijgen over een actieplan voor een open-ict bij de overheid. De VNG wilde die stukken niet prijsgeven. Terecht, stelt de Raad van State, omdat de VNG geen bestuursorgaan is. De journalist moet maar bij gemeenten zelf proberen de informatie te achterhalen.
De Winter legt zich daar niet bij neer en gaat de zaak nu voorleggen aan het Europees Hof in Straatsburg (meer op Webwereld.nl).

Strikt juridisch zal de Raad van State gelijk hebben, dat een vereniging niet Wob-plichtig is. De VNG vertegenwoordigt wel de gemeenten. Lang niet altijd naar tevredenheid van haar leden, zoals is gebleken bij de ondertekening van het bestuursakkoord. De VNG komt wel op voor de gemeenten die de Wob maar een dure aangelegenheid vinden. Als een burger om beleidstukken vraagt, zou de gemeenten daar een vergoeding voor mogen vragen. Een standpunt dat door de rechter is veroordeeld en door minister Donner wordt ondersteund, die de Wob het liefst ontmanteld ziet.

Er valt wel iets af te dingen aan de uitspraak van de Raad van State. De journalist probeert waar dan ook beleidsstukken te pakken te krijgen. Maakt het wat uit waar die stukken zich bevinden? Deze uitspraak zet de deur open om stukken over te hevelen van het gemeentearchief naar een kast op het kantoor van de VNG. Straks moet er nog geprocedeerd worden of het beheer van documenten wel fatsoenlijk is geregeld.

De VNG is een club waar gemeenten ook gezamenlijke afspraken maken. De meesten daarvan zijn bij de VNG wel terug te vinden in publicaties op de website. Maar als gemeenten bepaalde informatie nog onder de pet willen houden, kan dat dus bij de VNG. Zo wordt het onmogelijk mee te denken en te praten over bestuursontwikkelingen.
Stel dat de burgemeesters een rapport opstellen voor het kabinet over een nieuwe rol voor hun ambt, en men besluit het stuk een tijdje geheim te houden, dan zou het toch mogelijk moeten zijn zowel bij kabinet als bij het Nederlands Genootschap voor Burgemeesters zo’n rapport op te vragen? Dat laatste is nu onmogelijk gemaakt door de Raad van State.

We moeten meer naar elkaar (af)luisteren.

Afluisteren Oh oor, o hoor (Lucebert).

Lieverd, ik hoop dat je dit berichtje nog hoort, voor je boodschappen gaat doen. Het wordt wat later want die etterbak van een … (naam verwijderd op last van het College Bescherming Persoonsgegevens) heeft net een spoeddebat aangevraagd om een no-fly zone voor muggen in te stellen, omdat in de Koran staat dat Allah het niet onwaardig vindt, die stekebeestjes als voorbeeld te stellen. Ik eet dus niet mee vanavond, sorry schat.

Een van de vele berichtjes die zijn uitgelekt, nu iedereen weet hoe je de voicemails van politici
kan afluisteren. Het levert interessante informatie op. Morgen zullen we bijvoorbeeld meer weten over hoe Mark Rutte de luis in de pels denkt aan te pakken. Of niet, want de voicemails zullen nu wel onbereikbaar gemaakt zijn voor de nieuwsgierige burger.

Sinds Balkendende’s normen en waarden is ‘luisteren naar elkaar’ een van de zaken die prioriteit heeft gekregen bij de overheid. Bij Balkenende begon dat met de 100-dagen-luistertour en groeide uit tot het afluisteren van meer dan
2000 telefoongesprekken van burgers. Waaronder een paar Telegraafjournalisten, die dat maar niks vonden. De rechter besloot dat de AIVD het journaille terecht heeft afgeluisterd.

Nu blijkt dat de transparantie van de overheid op slordige beveiliging van de voicemails berust, wil men de boel weer op slot gooien. Dat lijkt een terechte maatregel, maar het zal geen zoden aan de dijk zetten.
Er wordt op een immens grote schaal afgeluisterd. In de openbare ruimte kun je meegenieten van de vele telefoongesprekken, waaronder het inspreken van voicemails. Dat doen de sprekers geheel uit eigen, vrije wil. Het afluisteren van die 2000 telefoongesprekken valt daar niet onder, maar is volstrekt legaal verklaard.

Maar waarom zouden de mogelijkheden van de digitale communicatie alleen door de overheid benut mogen worden? Diezelfde overheid die wil dat we meer naar elkaar luisteren en ondertussen Kamervragen maar half beantwoord. Dat kan beter, sneller en veel openlijker. De
Dagelijkse Standaard sluit zich aan bij het koor dat de voicemail-lek een schande vindt. Maar in een van de reacties staat een voorstel, waar ik me bij aansluit: “Ik stel zelfs voor om het wettelijk te regelen dat ministers en ambtenaren zulke communicatieapparatuur krijgen dat die openlijk via bijvoorbeeld een internetsite, af te luisteren zijn. Zeg maar een uitzending gemist, maar dan voor gesprekken van ambtenaren”.

We moeten meer naar elkaar (af)luisteren.

Twitter onder de pet houden?

Twitter Sociale media zijn zo lek als een mandje. Daar kan zelfs diplomatieke post niet tegen op. Wikileaks had er informanten voor nodig. Wie echter twittert, zijn foto op het digitale smoelenboek zet, hyperdehyved of zich in linke netwerken laat verstrikken, is zo opgespoord. Dat is ook de bedoeling. Alleen alles wat je dan nog de digisphere in slingert, kan tegen je gebruikt worden.

Dat heeft een hoofdopsporingsambtenaar ondervonden. Districtschef mevrouw Dijksman
is geschorst, omdat ze een voorbarige conclusie twitterde. Van het akkefietje zijn de gezamenlijke commissarissen en directeuren van bedrijven zo geschrokken, dat ze acuut een twitterbeleid op poten zetten. De politiebonden vinden dat niet nodig. De politiebonden vinden het wel een tikkeltje onprofessioneel van de chef. De vraag is alleen: vinden ze het twitteren amateuristisch of de inhoud van Dijkman’s tweet?

Dat laatste, mag ik hopen. Een opsporingsambtenaar die al een vermoeden heeft over de oorzaak van een gevalletje overlijden, nog voor de crime scene is bezocht, kan het onderzoek frustreren. Het risico van tunnelvisie ligt op de loer en voor je het weet zitten er onschuldigen achter tralies.

Dat de politiebonden laconieker reageren dan bedrijfsdirecteuren, zegt wel wat over ieders professionele eigendunk. De politie gaat er vast vanuit dat er niet zoveel onder de pet te houden valt. Ze doet gewoon haar werk en meent dat ook goed te doen. Denken de commissarissen en directeuren anders over? Waarom vrezen zij elkaars loslippigtwitterigheid?

Ach, leidinggevenden zijn net mensen. Ze flappen er wel eens wat uit. De affaire Dijksman bewijst dat ouwekleppen op Twitter tot repercussies kan leiden. Moet elke professional nu zijn of haar woorden op een goudschaaltje wegen, voor het uit de strot komt of ergens wordt ingetikt?
Natuurlijk niet. Het zou jammer zijn als gedragscodes voor sociale media de mens tot zwijgen brengt. De mogelijkheid dat de digitaliteit de wereld stukje bij beetje transparanter maakt, moeten we niet tegen willen houden. Allereerst omdat het niet juist is zaken onder welke pet dan ook te houden. Dat is echt niet meer van deze tijd.

Maar ook omdat je dan mensen niet leert kennen. We zijn wat we zeggen of, in dit geval, tikken. Daar moet je voor durven staan. Komt er iets ongelukkigs uit het brein, dan kun je twee dingen doen. Erkennen dat je fout zit of niet. In beide gevallen zegt dat iets over jou.
De reactie op je uitlatingen zegt ook iets over de ontvanger. Het is goed omdat van elkaar te weten. Gedragscodes bevorderen het sociale verkeer niet, de praktische ervaringen wel.

Hoewel? Weet ik nu iets over de persoon die de tweet van districtschef veroordeelde en dat ook openbaarde? Tussen alle volgers die mevrouw Dijksman op twitter heeft, zit er minstens eentje die het op haar heeft gemunt, lijkt mij. Ook dat is goed te weten. Dat hij of zij zich op twitter bekend moge maken. Want zoals ik al zei: je moet durven staan voor wie je bent, voor wat je doet en wat je zegt en twittert.

Doorzichtige zekerheid?

Doorzichtige zekerheid? Wat is de beste crisisverzekering? Sommigen hopen dat de baas via een verzekering een gouden handdruk mee zal geven bij eventueel ontslag. Anderen menen dat het vakbondslidmaatschap de beste crisisverzekering is. Wie zal het zeggen? Misschien komt het nog aan de orde in een debat dat maandag 23 maart wordt gehouden in het Politiek Café te Den Haag.
Nee, da's niet het Binnenhof, maar een kroeg, waar maandelijks onderwerpen ter discussie worden gesteld en politici en deskundigen met elkaar in de clinch gaan. Maandag gaan ze uitzoeken of ooit de verkoop van
verzekeringen transparant wordt.

Transparantie, dat is één van de dingen die voor en tijdens de crisis ernstig wordt gemist. Zo twijfelen sommigen ook over de waarde van hun verzekeringen, terwijl aan alle kanten wordt beweerd dat de crisis alleen met leningen, speculaties en beleggingen van doen heeft.
Het Verbond van Verzekeraars
legt op hun website uit dat onze verzekeringen weinig schade van de crisis zullen ondervinden. Nog afgezien het feit dat als je diverse verzekeringen met elkaar wil vergelijken, de transparantie net zo ondoorzichtig is als bij producten op gebied van telefonie, internetproviding of loterijen, maakt het Verbond van Verzekeraars niet echt duidelijk of jouw verzekeringspolissen waarde zullen houden.

Mede dankzij de staatssteun die ook verzekeringsmaatschappijen krijgen, is er voor de Nederlandse polishouders geen reden tot bezorgdheid, zoals ze bij vraag 5 uitleggen.

De impact van de crisis zal voor de verzekeringssector beperkt zijn, lezen we verder. Uiteraard wordt ook die branche door kredietrisico's geraakt en is de toegang tot de financiële markten voor de verzekeraars een stuk lastiger geworden. Maar de toezichtregels zijn zo streng dat maar een beperkt vermogen is belegd en bovendien die regels voldoende garantie bieden voor de particuliere verzekerde.
En ook al is de solvabiliteitspositie achteruit gegaan, dat mag niet als een teken van zwakte worden gezien. De vermogensbuffers van de verzekeraars hebben hun dienst bewezen, schouderklopt het Verbond.
Het klinkt bekend: het gaat slechter, maar maakt u zich niet ongerust.

De crisis kàn de verzekeringsbranche ook niet zo hard treffen als de bankwereld, gaat het Verbond verder. Een bank komt in problemen als spaarders massaal hun tegoeden opnemen. Bij verzekeringen ligt dat anders. Beleggings- en lijfrenteverzekeringen worden alleen in langjarige contracten vastgelegd, dus die klanten is een verzekeraar niet meteen kwijt. En schadeverzekeringen kunnen dan wel opgezegd worden, maar dan hoeft de verzekeraar ook het risico niet meer te dragen.

Wat dat laatste betreft moet het Verbond voor Verzekeraars nog maar afwachten wat de klanten gaan doen. Ten eerste wordt binnenkort het stilzwijgend verlengen van verzekeringen ongedaan gemaakt. Ook zullen de verzekeraars geen contracten meer aanbieden die langer lopen dan een jaar. Een klant krijgt dus elk jaar de gelegenheid eens naar zijn polissen te kijken en zich af te vragen of alles nog wel verzekerd moet blijven.

De premies stijgen wel elk jaar, maar sommige risico's worden beduidend kleiner. Hetzelfde Verbond voor Verzekeraars maakte bekend dat er aardig is verdiend op inboedel-, brand- en autoverzekeringen. Hoewel de risico's voor de verzekeraars kleiner werden, dankzij een daling van inbraken, branden en autoschade, heeft de consument er niet van kunnen profiteren middels lagere premies. Het doorbreken van de langjarige contracten kan daar mogelijk een eind aan maken.
Nu de klant elk jaar de mogelijkheid krijgt over te stappen, of zelfs het risico zelf maar te nemen, zullen de verzekeraars wat aan de hoogte van de premies moeten doen. Hoe sterk zal de verzekeraar nog zijn als de premie-inkomsten dalen?

De consument is ondertussen veel minder gerust de kracht van de verzekeraars. Reden voor het Verbond het imago van de branche op te poetsen. Dat imago heeft deuken opgelopen naar aanleiding van de woekerpolis-affaire, waarbij gedupeerden vaak te lage compensaties kregen en negatieve berichten in Zembla over trage en inadequate afhandeling van schadeclaims.
Het Verbond
verweert zich tegen die aantijgingen, door te stellen dat, in belang van de polishouders, schadeclaims wel heel zorgvuldig moeten worden bekeken op de werkelijke omvang en mogelijke fraude. Het Verbond vindt wel dat als er directe banden bestaan tussen een verzekeraar en een schade-expertisebureau, dit aan de consument expliciet duidelijk moet worden gemaakt. Transparantie dus.

Samengevat: een lagere solvabiliteit (hoe laag weten we niet), lagere premies dus kleinere inkomsten en meer duidelijkheid aan de klanten. Hoe zeker is de verzekeraar nog? Kan dat eens volledig transparant gemaakt worden?

Masterclass toezichthouder

Masterclass toezichthouder

Ben ik enthousiast over de financiële sector? Zeker wel. Het zijn uitermate boeiende tijden en mijn kennis over die markt ondergaat een gigantische update. Jammer dat ik niet veel eerder de uitnodiging heb gezien van de DNB (De Nederlandsche Bank).

De DNB houdt vandaag een masterclass. Thema: Kruip in de rol van de toezichthouder. Bedoeld voor studenten in de laatste fase HBO of WO (ben ik niet), economen, juristen en econometristen (ben ik ook niet) of mensen die enthousiast zijn over de financiële sector (dat ben ik wel).

Nou ben ik vooral enthousiast over het feit dat bravoure-jongens en meisjes op die markt onderuit gaan. Niet leuk voor de consumenten, maar wel spannend om te zien hoe het nou allemaal verder moet.

Wat zou ik nu graag aan die masterclass meedoen. Net op het moment dat er op het Binnenhof wordt geruzied over een onderzoek naar de kredietcrisis, waarbij de rol van de toezichthouders ook onder de loep moet worden genomen.
De DNB is toezichthouder. De bewaker van de financiële stabiliteit die, zo staat het op de website, snel en adequaat moet reageren.

Nou, snel zijn ze wel bij de DNB. Directeur Nout Wellink werd bij elk rimpeltje in de geldvijver uitgenodigd voor menig interview en altijd had hij wel zijn statements klaar. Zo zei hij 18 september in Nova dat we wel wat hinder van de Amerikaanse perikelen zullen krijgen, maar dat het geen reden tot ongerustheid is. Want de DNB is “een hele lastige toezichthouder”, die flink wat verplichtingen stelt, dus de nederlandse banken “kunnen wel tegen een stootje”.

Met dat laatste doelt hij waarschijnlijk op het adequaat reageren van de toezichthouder. Om er zeker van te zijn dat onze banken tegen dat stootje kunnen heeft Wellink Wouter Bos gesouffleerd een paar euro's ter beschikking te stellen. Fortis is “gered”. De rest van de bedelaars volgen en houden hun hand op bij vadertje Staat.

Als vandaag in die masterclass de prangende vraag wordt gesteld hoe het in hemelsnaam toch allemaal zo ver heeft kunnen komen, zal de “master” ongetwijfeld Nout Wellink citeren, die in juni een interview gaf ter gelegenheid van zijn eredoctoraat aan de Universiteit van Utrecht: “Meer afspraken over transparantie hadden mogelijk de kredietcrisis kunnen voorkomen”.

Met andere woorden: de DNB kan ook niet alles weten. Als de banken hun boeken gesloten houden, valt er weinig toezicht te houden.

Heeft de toezichthouder die transparantie dan niet geëist? Heeft de toezichthouder niet met fikse sancties gedreigd als men niet aan de benodigde transparantie voldoet?

Je zou zo langzamerhand Neelie Kroes liever als directeur van de DNB willen zien. Transparantie of niet, ze krijgt het toch elke keer weer voor elkaar kartelvorming aan het licht te brengen en snel en adequaat mega-boetes aan de daders op te leggen.

Dat onderzoek moet er komen. Omwille van de transparantie. Niet door een parlementaire commissie. Het lijkt me meer iets voor de FIOD-ECD. Die is er tenslotte voor om financiële en economische fraude tegen te gaan en een integer beroeps- en bedrijfsleven te waarborgen.

Elektronische dossiers. Zijn we er klaar voor?

Elektronische dossiers.

ECD, EPD, EKD, EMD en EZD, allemaal elektronische dossiers waar gegevens van cliënten, patiënten, kinderen, medische gegevens en zorg in worden opgeslagen.

De grootste angst, en dus de meeste discussie, betreft de privacybescherming. Dossiers kunnen makkelijker aan elkaar worden gekoppeld, jan-en-alleman kan er in en digitale dossiers zijn gevoelig voor hackers. Knelpunten waar hopelijk technologie en gezond verstand een uitweg bieden.
Er is echter een ander probleempje dat verstrekkende vervelende gevolgen kan hebben.

Een pc kan makkelijk een hoeveelheid dossiergegevens bewaren, waar je tot nu toe al gauw een paar flinke kamers voor moest reserveren. Het invoeren en indelen van die gegevens gaat ook een stuk makkelijker. Da's maar goed ook, want wet- en regelgeving schrijft voor dat we omwille van de kwaliteit, transparantie en verantwoording van alles en nog wat moeten registreren, melden en rapporteren.

Dat gaat goed, tot het teveel wordt. “Tot op dit moment zijn alle dossiers ons even lief, maar in de toekomst gaan we ons meer richten op hoge risico’s”, zegt Bert Leufkens, voorzitter van het CBG (College ter Beoordeling van Geneesmiddelen).

Hij zegt dat naar aanleiding van de heparinecrisis. Heparine wordt gewonnen uit het darmslijm van varkens en wordt gebruikt bij het vervaardigen van geneesmiddelen bij nierdialyse en bepaalde operaties.
Begin dit jaar bleek dat er vervuilde heparine, afkomstig uit China, in westerse medicijnen zat. In Amerika leidde dat tot zeker 246 doden, hier kregen zo'n 50 mensen de verkeerde heparine binnen, maar bleven in leven.

Dat laatste is onder andere te danken aan vergaande controlesystemen en een goed opererend crisisteam dat na de eerste alarmerende berichten uit Amerika, de juiste maatregelen nam. Opmerkelijke passage uit het artikel over deze kwestie op Medisch Contact: “De producent van de grondstof staat in het registratiedossier. Dat deel is echter niet openbaar. Een arts kan niet kiezen voor heparine van eigen bodem, die onder beter toezicht staat, van Westerse autoriteiten.
Het CBG en de inspectie hebben deze informatie wel. Als een fabrikant kiest voor een andere grondstofleverancier, moet hij daarvoor toestemming vragen bij de geneesmiddelenregistratieautoriteit en controles uitvoeren. Dit gebeurt echter achter de schermen. Voor een arts is niet openbaar wanneer dit gebeurt en wie de oude of de nieuwe leveranciers zijn”.

Je zou zeggen: open gooien die dossiers. Maar die moeten dan wel heel goed inzichtelijk ingericht zijn. Anders wordt het zoeken naar een speld in een hooiberg. En daar de voorzitter van het CBG al aangaf dat het ondoenlijk wordt alles bij te houden, zouden de dossiers akelig onvolledig kunnen worden.

In de medische wereld is men zich terdege bewust van de risico's die massa's informatie en/of onvolledigheid met zich meebrengen. Terwijl de overheid snel het EPD (electronisch patiënt dossier) op poten wil hebben omdat men het een goed instrument vindt bij het aantal medische missers terug te dringen, trappen huisartsen op de rem. Ze willen eerst zeker zijn dat het systeem goed werkt en dat de gegevens kloppen.

Die zorg is terecht. De verantwoordelijke minister weet niet eens hoe ver de ziekenhuizen zijn met het invoeren van de papieren gegevens in de digitale versies. Ondertussen groeit de berg informatie. In België kwamen er in één jaar tijd een kwart miljoen patiëntendossiers bij. Dat komt ook omdat daar elke burger aan zijn huisarts kan vragen een GMD (Globaal Medisch Dossier) aan te leggen. Artsen krijgen daar een vergoeding voor en sommige critici zien hierin een lucratieve bijverdienste voor de dorpsdokter.

De uitspraak van de voorzitter van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (“tot op dit moment zijn alle dossiers ons even lief, maar in de toekomst gaan we ons meer richten op hoge risico’s”), lijkt geruststellend. De hoge risico's worden gemonitored. Maar wat te doen met de rest van het dossiers? Negeren, omdat men geen mensen genoeg heeft alle informatie te screenen?
En hoe zou een huisarts of jeugdhulpverlener de beschikbare dossiers doorspitten? Dat meer informatie bij elkaar komt is mooi, maar ook veel en één belangrijk zinnetje is zo over het hoofd gezien.

Dat kan ook gebeuren met papieren dossiers. Maar juist omdat een elektronisch dossier de potentie heeft alles makkelijker te maken, verdient dit punt aandacht.
Zo'n digitaal dossier kan ook voorzien worden van waarschuwingssignalen om de deskundige te alerteren. Het kan veel handiger worden ingericht zodat men met een paar muisklikken bij de juiste informatie komt.

De vraag is dus: hoe snel moeten de elektronische dossiers werkelijkheid worden? Zijn we er al klaar voor of moeten we wachten tot alle knelpunten zijn opgelost?

Zegt u het maar in onderstaande poll en geef uw toelichting met Jouw reactie.

Heb je een code, dan heb je ook wat

Diverse codes Al die codes, wat moeten we er eigenlijk mee? Wel, mag ik de vogende codes even doorgeven?
De ster van Betlehem kan je niet zomaar vervangen door een meer geavanceerde navigator. Da's je reinste blasfemie. Dus mag de Reclame Code Commissie zich buigen over een klacht van de Stichting Schreeuw om Leven, die de reclame van electronica-gigant Dixons aan de kaak stelt. Dixons komt onder andere met een cartoon waarop de drie wijzen met behulp van een TomTom de weg naar de geboorteplaats van de jongeheer proberen te vinden.

Alsof TomTom een heldere ster is! Absoluut niet, zegt de VEB (Vereniging voor Effectenbezitters). Dat bedrijf scoort beroerd als het gaat om transparantie. De VEB komt met een lijst van 44 beursgenoteerde bedrijven die onderzocht zijn op naleving van de Code Tabaksblat. TomTom staat op een gedeelde 16e plaats en moet 34 bedrijven boven zich dulden. Over de hele linie kan de uitvoering van de Code Tabaksblat nog steed stukken beter, vind het VEB. De gezamenlijke effectenbezitters menen zelfs dat de commissie Frijns, die aanstaande woensdag met een nieuw rapport komt over de implementatie van de code, maar het beste vervangen kan worden door een veel krachtiger commissie. Overigens stelt de VEB, toch geen gezworen vijanden van meer liberale principes, dat wetgeving misschien beter is dan zelfregulering, om de Tabaksblat-code er nu eens goed in te rammen. Nooit gedacht dat effectenbezitters communistisch zouden worden, maar dat krijg je als men zich verenigt in solidariteit.

Dat de commissie Frijns maar eens plaats moet maken voor meer daadkrachtiger types, lijkt gestaafd te worden door een actie van de commissie zelf. Het Financieel Dagblad klapt vandaag al uit de school en publiceerde enkele bevindingen uit het rapport dat pas morgen wordt gepresenteerd. De commissie Frijns reageerde met een persbericht, waarin het niet alleen de “voortijdige” bekendmaking betreurt, maar bovendien stelt dat de gelekte informatie onjuist is. Dat laatste zullen we dus woensdag kunnen beoordelen.

De transparantie die de commissie Frijns moet stimuleren, geldt dus niet voor haarzelf. Het Financieel Dagblad beroept zich op 'ingewijde bronnen'. Kennelijk is er binnen de commissie ernstige onenigheid over hoe transparantie gedefinieerd en gepraktiseerd moet worden.

Hot item bij die Tabaksblat-code zijn nog steeds de hoge beloningen. De VEB meldt: ” Geen van de AEX en AMX ondernemingen is transparant omtrent methode en verantwoording van de toekenning van bonussen, zowel achteraf als vooraf.”

Het Financieel Dagblad lekt: “Commissarissen moeten veel kritischer zijn op mogelijke excessen in de variabele beloning van topbestuurders. Zo zou moeten worden voorkomen dat een overnamepremie wordt verdisconteerd in het beloningspakket van de ceo.”

Voorzitter Dorenbos van de stichting Schreeuw om leven klaagt: ” Vooral in de kersttijd ligt dat gevoelig. Er zijn grenzen.” Ja, allicht, hij vreest natuurlijk een overname van de kerstgedachte. Dixons is onderdeel van Dexcom, één van die buitenlandse investeerders die hier het commerciële erfgoed lijken over te nemen. Ook daar gaat de commissie Frijns wat over zeggen, maar dat mag ik dus nu niet verklappen. Als ik Dorenbos was, zou ik niet naar de Reclame Code Commissie stappen, maar een aanzienlijk belang kopen in TomTom. Dan kan-ie De Heer weer eens goed op de kaart zetten en alle dolenden de richting wijzen.

Nee, het zal nog wel wat jaartjes duren voor beursgenoteerde bedrijven de tranparantie die de bijbelse codes nu eenmaal missen, definitief van zich af schudden en glashelder hun beleid en beloningen kenbaar maken. Als dat er al ooit van zal komen.

Code tandpasta

Tubecode

De stichting War Child heeft gisteren de Transparantieprijs voor goede doelen gewonnen. War Child geeft, volgens de jury, op een zeer heldere manier informatie over haar organisatie. De donateurs willen natuurlijk weten of hun geld terecht komt. Nou, War Child slaagt met vlag en wimpel en mocht gisteren dus een prijs ontvangen uit handen van de heer Morris Tabaksblat.
Meneer Tabaksblat mag wel de “godfather” van de transparantie genoemd worden. In 2003 werd hij voorzitter van een commissie die een gedragscode voor beursgenoteerde bedrijven moest ontwikkelen. Een gedragscode die openheid van zaken moest garanderen. Geen vage, onduidelijke jaarekeningen meer, heldere uitleg over wat een raad van commissarissen zo al uitspookt en meer medezeggenschap voor de aandeelhouders. Op 1 juni 2004 trad deze code in werking en staat vooral bekend als de Code-Tabaksblat.

Morris heeft wat met goede doelen. Zo is hij ook voorzitter van de War Trauma Foundation, die psychosociale hulp biedt aan slachtoffers van oorlog en systematisch geweld. En collega-instelling van War Child dus. Het moet Morris een goed gevoel gegeven hebben dat juist War Child nu de prijs in de wacht sleept.

In het transparante jaarverslag van War Child kunnen we vinden dat de heer Evert Greup de penningmeester van de club is. Dat zegt u niks? Hij was ooit directeur van de zakenbank Kempen & Co. In 2001 werd die bank overgenomen door de Frans-Belgische bank Dexia. Toen Dexia haar bod bekend maakte, lichtte Evert Greup één van de fondsbestuurders van de Kempenbank in. Die kwam vervolgens voor de rechter te staan omdat hij en zijn gezin Kempenaandelen verkocht zouden hebben met voorkennis en dat is hier strafbaar. Dat kwam die bestuurder op celstraf te staan, maar in hoger beroep werd dat teruggebracht tot voorwaardelijke celstraf en 100 uren taakstraf. Evert Greup had daar verder niks mee te maken. Die had gewoon een collegiaal telefoontje gepleegd.

Overigens werd het niks met die overname door Dexia. In 2004 verkocht Dexia Kempen & co weer, na wat roerige jaren waarin de Legio-lease affaire Dexia dwong de Kempenbank weer van de hand te doen. Met Legio-lease kon je aandelen “huren”. Daar ging flink wat mee mis en tienduizenden beleggers sleepte Dexia voor de rechter om hun geld terug te vorderen. Evert Greup trok zich stilletjes terug uit de directie van Kempen & co en ging part-time op de achtergronbd werken.

Morris Tabaksblat komt ook uit de commerciële wereld, hij was in het verleden topbestuurder bij Unilever. Met die ervaring kan hij de goede doelen van advies dienen en dat doet hij dan ook. Goede doelen moeten eens wat vaker hun bedrijfsvoering onder de loep nemen, vindt hij. Citaat uit het Volkskrantartikel: “Een bedrijf moet zich geregeld afvragen of het de bakens moet verzetten. Soms is een markt niet meer lucratief of is er geen behoefte meer aan een product. Dan verzinnen ondernemers weer iets nieuws. Bij goede doelen ontbreekt deze dynamiek en is het speelveld veel statischer”.

Dus niet elk jaar dezelfde zouteloze campagnes. Goede doelen rekenen er teveel op dat het wel goed zit met de charitatieve mentaliteit van de burgers. Maar een creatiever beleid kan meer donateurs opleveren of meer geld uit de zakken van de vaste donateurs kloppen.

Morris Tabaksblat vraagt zich ook af of er niet af en toe eens een stichting moet worden opgeheven. De tbc-collecte zie je niet meer aan de deur, maar verder zijn alle bekende goede doelenclubs nog actief. Klopt dat wel? Houden die clubs het leed soms onnodig in stand? Of in de woorden van de heer Tabaksblat: “Je moet je dus altijd afvragen hoe groot dat leed is en of de doelstelling van het goede doel geen aanpassing behoeft. Over Afrika hoor je altijd kommer en kwel, terwijl er ook ontwikkelingen ten goede zijn'.

Als ervaringsdeskundige kan Morris het niet laten een fraai voorbeeld te geven van hoe ook het bedrijfsleven zo zijn bijdrage levert aan die ontwikkelingen ten goede: “Bij Unilever hebben we bijvoorbeeld hygiënecampagnes van overheden in ontwikkelingslanden gefaciliteerd en daarmee het tandenpoetsen gepromoot. Als producent van tandpasta hadden we daar ook voordeel van”.

De Code tandpasta, jawel. Je helpt de uitgeknepenen een tube tandpasta uit te knijpen. Veel rijker zijn ze er in Afrika niet van geworden, maar ze zijn nu tenminste arm met een schoon gebit.

Dat de voorzitter van WarTrauma Foundation een prijs geeft aan War Child die een penningmeester heeft die ervaren is met mislukte overnames, mag allemaal heel transparant zijn, maar is het wel net zo schoon als een pas gepoetst gebit? Of ruik ik een slechte adem?